Zes maanden na zijn dood: de erfenis van Prince

Zes maanden geleden stierf Prince. Over de doodsoorzaak wordt nog steeds gedebatteerd, over wat er met zijn erfenis moet gebeuren, zijn ondertussen kleine oorlogen uitgebroken. Of hoe het ooit vredige Paisley Park een mijnenveld is geworden.

In de vroege uren van 21 april werd Prince dood aangetroffen in één van de liften in Paisley Park. De laatste foto van hem werd stiekem genomen door een fan in een platenwinkel in Minneapolis: Prince, die een cd keurt, is helemaal in het zwart gekleed, alsof hij in de rouw is voor zichzelf. ‘So many hits. So little time.’ Ik hoor het hem nog zeggen.

Toch een vreemde man, nu ik het met iets meer afstand bekijk. Die kleren, die kapsels, die make-up, die juwelen, die schoenen met lichtjes in, die wandelstokken met glittertjes… Bij om het even wie zouden al die attributen potsierlijk hebben geleken, maar hij kwam ermee weg. Het getuigde wel van een zekere pretentie, van ijdelheid en van een peterpancomplex. Zoals bij haast alle sterren was verouderen ook een taboeonderwerp in interviews. En, nog vreemder voor de geilneef van weleer: in zijn laatste gesprek met ‘Rolling Stone’ liet hij zich ontvallen dat hij zich al een hele tijd onthield van seks, ‘om die vrijgekomen energie op een andere manier te kanaliseren’.

Van het handvol concerten dat hij op z’n groots aangekondigde solotournee gaf (een piano en een micro en verder niets – de facto was dat alsnog de ‘MTV Unplugged’ die hij twintig jaar lang weigerde te doen), was er één heel bijzonder. In februari in Melbourne droeg hij ‘Little Red Corvette’ en ‘The Beautiful Ones’ op aan zijn daags voordien overleden ex Denise Matthews, alias Vanity van Vanity 6. Hij had moeite om te focussen en mompelde: ‘It’s a little heavy for me tonight.’ Hij vertelde hoe ze tijdens een ruzie eens tegen hem zei: ‘Je kunt me niet eens in het zwembad gooien, je bent te klein.’ Daarna, droog: ‘Waarop ik mijn lijfwacht Chick het vuile werk liet doen. Ik zou jullie dit niet mogen vertellen, maar ik wil haar leven vieren, niet rouwen.’ Niets wees er toen op dat hij Vanity amper twee maanden zou overleven. De ongewoon talrijke en lange bindteksten – ook over zijn vader of over conflicten in de wereld – lijken nu een testament.

Die akoestische soloshows waren uniek, door de intimiteit en de setlist vol obscure songs en zelden gespeelde ballads: ‘Money Don’t Matter 2night’, ‘Raspberry Beret’, ‘Adore’, ‘How Come U Don’t Call Me Anymore?’, ‘Joy in Repetition’, ‘Strange Relationship’, ‘The Ballad of Dorothy Parker’, ‘The Question of U’, ‘Venus de Milo’, ‘I Love U in Me’, ‘Nothing Compares 2 U’, ‘I Feel for You’, ‘The Most Beautiful Girl in the World’ en ‘If I Was Your Girlfriend’. Hij zong ook ‘Sometimes It Snows in April’, de song die uitgroeide tot een tophit op begrafenissen en die ook op zijn eigen memorial service werd gespeeld. Het Opera House was voor de gelegenheid purper verlicht. Van dat handvol shows raakten fragmenten tot op Facebook en YouTube, maar ze werden meteen weer door Princes advocaten verwijderd.

'Allemaal azen ze op de jackpot: meer dan 300 miljoen dollar, plus minstens 30 huizen en tientallen hectaren grond'


Binnenstebuiten

Niemand had kunnen voorspellen dat de dood van Prince zo’n krankzinnige nasleep zou kennen, al waren er vlak daarvoor al een paar gênante akkefietjes geweest. Mayte Garcia liet Princes huwelijksaanzoek aan haar én haar verlovingsring veilen. Zijn andere ex Manuela Testolini wilde de rechtszaak van hun echtscheiding laten heropenen. Princes eerste manager Owen Husney veilde drie cassettes met prille demo’s. Iemand (een dief?) verkocht een handgeschreven smeekbede van Paul McCartney aan Prince, een verzoek om een financiële bijdrage te leveren voor McCartneys muzikantenschool in Liverpool. En de club First Avenue verkocht z’n archieven, waaruit bijvoorbeeld bleek dat slechts één ster in Minneapolis de opnames van de concertscènes voor de film ‘Purple Rain’ had bijgewoond: R.E.M.-gitarist Peter Buck.

In april, vlak na Princes dood, woekerden de geruchten en de speculatie over de doodsoorzaak meteen aan. De Prince-community was altijd cool en zijn fans leken altijd aimabeler en verstandiger dan die van veel andere sterren. Maar nu kreeg ik e-mails van zogenaamde kenners en intimi die het hadden over ‘drugs’ en een ‘overdosis’, over een ‘dubbelleven’ en ‘illegitieme kinderen’. Niettemin was er íéts – een slanke (52 kilo), atletische, intelligente superster valt niet zomaar dood. Zijn vliegtuig had kort voordien inderdaad een noodlanding moeten maken in Illinois en hij was bewusteloos afgevoerd naar het dichtstbijzijnde hospitaal, waar hij een shot Narcan kreeg toegediend – een ‘corpse reviver’ die enkel wordt toegediend aan junks die een overdosis hebben genomen van een opiumderivaat. Prince de toxicomaan? Het leek ondenkbaar.

Na wekenlang gepalaver bleek: Prince stierf aan een overdosis van de pijnstiller fentanyl, een substantie die gevaarlijker is dan heroïne (en honderd keer sterker dan morfine!) en zelfs een olifant zou vellen. Maar waarom Prince dat goedje nam, hoelang hij dat al deed en wie het hem bezorgde, is zes maanden na zijn dood nog onduidelijk. Bizar is in elk geval dit detail uit het politiedossier: Prince werd gevonden in een zwart T-shirt en een zwarte broek en sokken, maar al die kleren waren binnenstebuiten en achterstevoren aangetrokken – iets wat de stijlvolle en ijdele Prince bij zinnen in geen duizend jaar zou doen.


Wat ’n familie

Wat niet hielp, was dat Prince verdacht snel werd gecremeerd. Pas daarna hielden de ‘nabestaanden’ een memorial, in Amerikaanse kitschstijl, compleet met goodiebag aan het eind, met gadgets als ‘Prince 1958 – Eternity’-balpennen. Die aanhalingstekens bij ‘nabestaanden’ zijn gepast. Want niet alleen stierf Prince ongetrouwd en kinderloos, hij had ook nauwelijks directe familieleden. Er was z’n zus Tyka en een lange rij halfbroers en -zussen, uit de verschillende huwelijken en relaties van z’n ouders: Sharon, Norrine en John Nelson die hij – als ik intimi die ik persoonlijk sprak mag geloven – de laatste jaren nog amper zag. En Alfred en Omarr langs moederszijde.

De eerste drie dagen na zijn dood verkocht Prince 579.000 platen – een stijging van 40.000 procent ten opzichte van de drie dagen vóór zijn dood. Natuurlijk was er een horde verre neven die postuum allemaal beweerden dat zij en niemand anders de erfgenaam van zijn miljoenen waren. Henson & Efron, de advocatenfirma die ook Princes echtscheiding van Manuela Testolini regelde, ontving ettelijke claims van troonpretendenten. Bastaardkinderen uit affaires tijdens het eerste huwelijk van Princes vader. Bastaards die het resultaat waren van overspel van zijn moeder. De kinderen van Loyal James Gresham Jr., die beweren erfgenamen te zijn omdat hún vader Prince zou verwekt hebben, en niet zijn officiële vader John Lewis Nelson. Brianna Nelson, een ‘halfnicht’ van Prince want dochter van Duane Nelson Sr., de overleden ‘halfbroer’ van Prince die een tijdje zijn head of security was. En zeven eisers die afstammelingen zijn van de zus van Princes overgrootvader. Er was ook een dozijn vrouwen die beweerden dat hun kind door Prince was verwekt. Eén vrouw beweert dat haar zoon van 30 het product is van een affaire die zij in de jaren 80 met Prince had. DNA-tests zouden die bewering staven – in dat geval heeft Prince wél een zoon.

Om de soep compleet te maken, bleek Prince geen testament te hebben opgemaakt. Hij was zo slim en zo goed op de hoogte van de chaos die het ontbreken van een testament bij andere overleden sterren had veroorzaakt, dat ik geneigd ben te denken dat hij dat met opzet heeft gedaan. Voorlopig zijn als wettige erfgenamen enkel Princes zus Tyka en de halfbroers en halfzussen Sharon, Norrine en John Nelson, Alfred Jackson en Omarr Baker weerhouden. Allemaal azen ze op de jackpot: meer dan 300 miljoen dollar, plus minstens 30 huizen en tientallen hectaren grond. Waaronder een gigantische ‘geheime’ villa op de Turks- en Caicoseilanden, compleet met purperen oprit.

Daarnaast is er natuurlijk ook de nog niet eerder uitgebrachte muziek van Prince. In dat verband zijn er twee kampen. De believers – gesteund door producer David Z en technici Susan Rogers en Hans-Martin Buff – spreken over ‘twee tot vijf songs per dag’ die jarenlang in The Vault werden gestopt, zodat ‘ze nog een eeuw jaarlijks een postume cd zullen kunnen uitbrengen’. Sheila E., die ooit door Prince ten huwelijk werd gevraagd, heeft het over ‘honderden’ nooit uitgebrachte songs waarop zij meespeelde. De non-believers beweren dat de kwaliteit van die mythische voorraad nog wel eens kan tegenvallen. Ik heb de kluis één keer gezien, enkel de buitenkant – het is écht zo’n ouderwetse enorme bankkluis, compleet met dikke stalen deur en rolklink, een gadget uit Batmans Gotham City.

De meest betrouwbare bron is Alan Leeds, vijftien jaar lang manager van Paisley Park en – veel belangrijker – een voormalige vertrouweling van James Brown, wat maakte dat Prince naar hem opkeek. Volgens Leeds bedraagt alles wat Prince ooit officieel heeft uitgebracht samen ‘ongeveer 30 procent’ van zijn totale output. Plus: ‘Hij nam jarenlang al zijn concerten op én alle jams in Paisley Park.’ Prince had ook, zoals alle muzikale genieën, een short attention span. Hij verveelde zich snel, en volledig gemixte cd’s als ‘The Dawn’, ‘Dream Factory’, ‘News’ en ‘The Flesh’ verwees hij naar de kluis nog voor iemand van de platenfirma ze te horen kreeg. ‘Old Friends for Sale’ – een cd die minstens drie parels bevat – nam hij op in Parijs, tijdens zijn Europese tournee, op één namiddag van wat volgens zijn bassist ‘een vrije dag’ had moeten zijn.

Prince was sluw en opportunistisch. Ik denk niet dat het toeval was dat zijn ‘spirituele’ nood om plots ‘minder op te nemen en vaker te touren’ samenviel met de dalende platenverkoop. Het was hem ook niet ontgaan dat zijn laatste cd’s weinig golven maakten, en dat de redactie van prestigieuze Amerikaanse televisieshows altijd eiste dat hij zijn oude hits speelde, ‘terwijl Beyoncé wél haar nieuwe single mag brengen’.

Zijn midlifecrisis was terug te voeren tot één element: tijdnood. In het recente ‘Breakdown’ zingt hij ‘Give me back the time – you can keep the memories’, veelzeggend voor een man met een cv vol glorieuze herinneringen. Hij was niet van plan om ooit te stoppen: ‘Pensioen? Ik weet niet wat dat is. Ik ben een leraar en een student, maar ik heb nog nooit gewerkt.’

'Prince zou het gehaat hebben dat Paisley Park een soort muzikaal Disneyland werd, waar men zich kwam vergapen aan alles wat hij jarenlang verborgen had gehouden'


Akelig banaal

Ik beweer niet dat ik Prince intiem kende, maar dit is wat ik de voorbije dertig jaar van ’m zag, met eigen ogen, backstage, in Paisley Park en in hotels. Hij leefde als een asceet, was vegetariër, borderline veganist. Hij rookte niet, dronk amper alcohol, snoepte zelden, at spaarzaam en nam sinds eind jaren 80 geen drugs meer. Zoals Sheila E. in augustus zou zeggen: ‘Ik heb ’m zelfs nooit een aspirine zien nemen, laat staan drugs.’ Ook NBC-nieuwsanker Tamron Hall, die hem door de jaren heen wekelijks zag, bevestigt dat.

De autopsie wees uit dat Prince het slachtoffer kan zijn van een recente golf van illegale namaakmedicijnen die de VS overspoelen. Als dat het geval is, dan wist hij dus niet wát hij nam: hij dacht dat het een onschuldige pijnstiller was, maar het was het dodelijke fentanyl. Die medicijnen moeten hem zijn aangeleverd door een onbetrouwbare vertrouweling, en ik voorspel dat de FBI zo iemand binnenkort zal aanklagen.

De dagen voor hij stierf, was Prince euforisch na twee schitterende concerten in Atlanta. Hij bezocht de Dakota, een lokale jazzclub. Een buurmeisje maakte de laatste bewegende beelden van hem, fietsend op de parking van het winkelcentrum. Op een feestje, à l’improviste gegeven in Paisley Park, sprak hij nu profetisch lijkende woorden: ‘Wait a few days before you waste any prayers.’

Het akelige aan de doodsoorzaak van Prince is dat ze zo banaal is. Hij zou zelf, daar ben ik zeker van, nooit geloofd hebben dat het hem zou overkomen. Het is een domme, vermijdbare dood, net zoals die van Elvis Presley en Michael Jackson: sterven aan medicijnen die je zouden moeten genezen. Het is ook een geval van slechte timing: zelfs één jaar later zou dit niet zijn gebeurd, want nu weet de hele wereld dat het goedje fentanyl bestaat en hoe gevaarlijk het is.

Ik vroeg hem ooit wat hij vond van de ‘postume’ shows van Elvis, met de King op een videoscherm en wat er restte van zijn oude muzikanten op het podium. Prince vond dat ‘evil’ – morbide en respectloze lijkenpikkerij waarvan hij me bezwoer dat ze hem nooit zou overkomen. Maar sinds begin oktober vinden er wel betaalde rondleidingen plaats door Paisley Park, die georganiseerd worden door Graceland Holdings.

'Paisley Park was voor Prince álles: zijn woonst, zijn nest, zijn shangri-la, het epicentrum van zijn muzikale activiteit, het symbool van zijn succes.'


Een doosje met as

Toen er in september een advertentie verscheen waarin mensen werden gezocht om bezoekers rond te leiden door Paisley Park – de sollicitatieprocedure omvatte ironisch genoeg ook ‘pre-employment drug screening’ – heb ik gesolliciteerd, half voor de lol, half om er voor Humo over te schrijven. Maar dat plan struikelde bij de eerste horde: ik heb namelijk geen greencard.

Dat Paisley Park nu als attractie voor een betalend publiek wordt opengesteld, is echter van een andere orde dan, pakweg, Graceland bij Elvis. Graceland was nooit meer dan een kitscherige villa waar Elvis jarenlang meer niet dan wel woonde. Paisley Park daarentegen was voor Prince álles: zijn woonst, zijn nest, zijn shangri-la, zijn Utopia, het epicentrum van zijn muzikale activiteit, het symbool van zijn succes. Het ego van Prince was groot genoeg om te willen dat Paisley Park na zijn dood een museum werd – daarvoor liet hij strikte instructies na. Maar ik ben er ook absoluut zeker van dat Prince het geháát zou hebben dat het een soort muzikaal Disneyland werd, waar men zich kwam vergapen aan alles wat hij jarenlang verborgen had gehouden. En hiervan was hij helemaal paars in het gezicht geworden: in het atrium van de hoofdingang kun je de as van de gecremeerde Prince bezichtigen, netjes verpakt in een purperen (noblesse oblige) doosje dat op zijn beurt is verwerkt in een maquette van Paisley Park.

Ik betwijfel of ik zelf ooit ga, ik wil me geen voyeur of rampentoerist voelen, en na het ontmoeten van Prince kan een lege plek zien waar hij ooit wás alleen maar een anticlimax zijn. Ondertussen gebeuren er nog andere rare dingen. Op YouTube wordt alles wat ook maar enigszins conflicteert met het auteursrecht meteen door Princes advocaten verwijderd. Maar op Mixcloud worden wel nog steeds songs te grabbel gegooid, zelfs recente of nooit eerder vernoemde songs als ‘Roadhouse Garden’, ‘Eggplant’ en ‘Come Electra’. Wat toch enkel kan als iemand in Paisley Park ze heeft gelekt? Heel wat muzikanten wier carrière ooit werd gelanceerd door Prince voelen zich ook plots genoopt om hem te eren op de ‘gepaste’ manier: door op te treden en langs de kassa te passeren. Sommige tributes lijken me niet geheel vrij van opportunisme. Vooral Sheila E. probeert duidelijk wat er nog over is van haar carrière op te krikken in het kielzog van zijn dood.

Toen The Revolution in 2012 een reünieconcert gaf, stond op het podium een gitaar klaar voor Prince. Hij daagde niet op. Dit jaar speelde de groep een paar optredens in First Avenue (de club waar ‘Purple Rain’ werd gefilmd) en binnenkort gaan ze op tournee. Maar hoeveel ik ook van Wendy & Lisa hou, hen songs van Prince zien spelen terwijl de spilfiguur ontbreekt is toch een beetje zoals Waterloo naspelen zonder Napoleon. De drie recente try-outs in Minneapolis waren uitstekend en ontroerend, met Wendy die huilend ‘Sometimes It Snows in April’ zong en vertelde hoe Prince haar indertijd een volle tien minuten lang de akkoorden liet spelen van wat ‘Purple Rain’ zou worden, terwijl hij door deze club ijsbeerde. Maar toch: ik ga liever kijken naar Wendy & Lisa dan naar The Revolution zonder Prince. Met alle respect voor wie het probeert: Prince live imiteren, laat staan evenaren, is onbegonnen werk. Dat gat raakt nooit meer gevuld.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234