Ziek in 2034 (1): 'Jij zult niet naar de dokter bellen: hij belt jou. Nog vóór je ziek wordt'

Laat alle verzet varen: de toekomst van de geneeskunde is digitaal, mobiel en zal putten uit onze genetische informatie. Maar hoe zal dat concreet gaan, over pakweg twintig jaar: deelt een robot ook troostende schouderklopjes uit, wanneer hij heeft vastgesteld dat u nog maar drie maanden te gaan heeft?

Laat alle reserves en verzet varen: de toekomst van de geneeskunde is digitaal, mobiel en – we zouden het haast vergeten – ze zal ook putten uit uw genetische code. Maar hoe zal dat concreet gaan, over pakweg twintig jaar, en worden we er ook gezonder van? Deelt een robot ook troostende schouderklopjes uit als hij heeft vastgesteld dat u nog maar drie maanden te gaan heeft? Hoeveel bedraagt het ereloon van die robot, maar vooral: wie gaat het geld voor al die hoogtechnologische snufjes ophoesten? Humo biedt eerste hulp bij toekomstige ongevallen en gidst u feilloos naar en door het ziekenhuis van 2034.

Volgende week loodsen we u door de zonovergoten, uit Scandinavisch blankhout en andere natuurmaterialen opgetrokken lobby van dat ziekenhuis, langs spitstechnologische behandelingskamers, naar de volledig geautomatiseerde facturatiedienst. Deze week bekijken we de weg náár het ziekenhuis, en die zal in 2034 langer zijn dan vandaag. Maar goed ook, want zoals één interviewee ons toevertrouwde: ‘Een ziekenhuis is een ongezonde plek, het is zaak om er zo lang mogelijk weg te blijven.’

Niettemin waag ik het erop: ik meld me in het Universitair Ziekenhuis Brussel voor een afspraak met dokter Hendrik Cammu, gynaecoloog by trade, maar ook een scherpzinnig lezer van de medische literatuur. De ideale springplank voor wie in de geneeskunde van de toekomst wil duiken. Maar eerst maken we een ommetje langs de recente geschiedenis: Cammu brengt een artikel uit de British Medical Journal in herinnering, jaargang 2000.

Hendrik Cammu «In 1975 heeft men aan een team van dokters gevraagd om te voorspellen waar de geneeskunde over 25 jaar zou staan. Het resultaat heeft men in 2000 gepubliceerd: de meest hilarische lectuur die ik ooit onder ogen kreeg. De daling van hart- en vaatziekten had men in de verste verte niet zien aankomen, het probleem osteoporose hadden ze vreselijk overschat, en van hiv had niemand gehoord. Maar – niet onbelangrijk – op het vlak van kanker zaten ze er pats op.»

HUMO Laten we deze denkoefening daarom voorzichtig aanvatten: zal ik in 2034 – ik ben dan 57 – gezonder zijn dan een 57-jarige van nu?

Cammu «Dat kunnen we niet weten, maar als je het verleden naar de toekomst extrapoleert, kunnen we aannemen dat dat het geval zal zijn. Eigenlijk moet je de vraag omkeren: ‘Waarom niet?’ Het zou me verbazen mocht het bewustzijn over gezondheid anno 2034 niet groter zijn dan nu – en bewuster wil sowieso zeggen: gezonder. Misschien is tegen dan het endgame tegen tabak wel gespeeld? Onderzoekers gaan ervan uit dat het op een gegeven ogenblik – wanneer het aantal rokers onder de 15 procent zakt – haalbaar wordt om de maatregel der maatregelen te nemen: een totaal rookverbod. Dat alleen al zou de volksgezondheid enorm verbeteren.

»Ik las onlangs over een nieuwe studie van de Université catholique de Louvain, over health literacy. Ontluisterend: in België bedraagt de gezondheidsongeletterdheid 40 procent – het westerse gemiddelde, daar niet van, maar twee op de vijf Belgen heeft er dus nog altijd geen idee van wat ongezond is. Zo zijn er nog altijd mensen die niet beseffen dat roken slecht is. Er is dus nog progressiemarge. Maar we moeten slim zijn. Ik heb hier in mijn archiefkast nog een ander artikel, ook uit de British Medical Journal, waaruit onomstotelijk blijkt dat preventie de ongelijkheid vergroot. De mate waarin mensen oor hebben naar gezondheidsadviezen is afhankelijk van hun opleidingsniveau. De toekomst van de geneeskunde zou geen beroep mogen doen op het intellect van de mensen: we moeten de maatschappij zo opbouwen, dat tips en campagnes niet meer nodig zijn.»

HUMO Hoe?

Cammu «We hebben altijd aangenomen dat het aantal hart- en vaatziekten afneemt ‘doordat we gezonder leven’. Het zal wel, ja, maar Schotse onderzoekers hebben het onlangs voor het eerst écht uitgespit. Weet je waar het mee te maken heeft? We eten minder zout. In vleeswaren zit veel minder zout dan vroeger. En niemand die daarover klaagt, want we hebben het niet gemerkt: het is geleidelijk gegaan. Proper leidingwater is ook zó belangrijk, want iedereen – rijk of arm – drinkt hetzelfde kraantjeswater. Dát bedoel ik met slimme oplossingen. De toekomst van de geneeskunde is manipulatie. Nudging: duw mensen in de goeie – gezonde – richting zonder dat ze het merken, want ze houden niet van paternalisme. Verbied die onnozele bull bars op auto’s, die maken dat kinderen 0 procent overlevingskans hebben als ze aangereden worden. Installeer alcoslots in auto’s. Investeer in de zelfrijdende auto. Doe iets aan supermarket economics: zet fruit aan de kassa’s, in plaats van brol. Moedig – zoals in Japan – aan dat werknemers dutjes doen op het werk. Ik doe hier elke dag honderden trappen – vier verdiepingen omhoog en omlaag – maar ik ben wel de enige. Logisch, want traphallen zijn tochtige, duistere holen. Doe ook dáár zoals de Japanners: zorg voor sfeervolle verlichting, trek pijltjes op de grond en geef per verdieping het aantal verbruikte calorieën aan.»


Doodvallen op 85

Voor mijn volgende afspraak met de toekomst moet ik in zo’n tochtig en duister hol afdalen, want drie verdiepingen lager dan Hendrik Cammu houdt Marc Noppen kantoor. Noppen is interventioneel pneumoloog van opleiding, maar tegenwoordig gedelegeerd bestuurder van het UZ. Ik sta nog in het deurgat als Noppen een Deens spreekwoord echoot, wereldwijd bekend dankzij fysicus Niels Bohr en baseballcultheld Yogi Berra: ‘It is difficult to make predictions, especially about the future.’ Maar voor ik rechtsomkeert kan maken, waagt Noppen zich alsnog aan een prognose, al kan men het evengoed een ambitie noemen: ‘Het ziekenhuis van 2034 is bij voorkeur een léég ziekenhuis.’

Marc Noppen «Als ik dat tegen mijn raad van bestuur zeg, zetten ze mij morgen op straat, want wij – alle ziekenhuizen, en bij uitbreiding alle zorgverstrekkers – worden volume based gefinancierd. Ik stel het nu zwart-wit, maar in se geldt: ‘Hoe meer zieken, hoe meer geld.’ De minister van Volksgezondheid geeft financiële incentives die eigenlijk tegengesteld zijn aan de doelstelling: een gezonde bevolking. Dat lege ziekenhuis klinkt dan wel als een boutade, er schuilt een paradigmawissel achter: lege ziekenhuizen zouden meer geld moeten krijgen dan volle.

»In Engeland heeft men op een gegeven ogenblik in één zorgregio tegen de huisartsen gezegd: ‘Vanaf nu word je betaald per gezónde patiënt.’ Dat kun je objectief meten, aan de hand van een aantal bloedwaarden en het rookgedrag. Na één jaar had de testregio de rijkste huisartsen, maar vooral de gezondste bevolking van het land.»

HUMO De geneeskunde van de toekomst is ook volgens u preventieve geneeskunde?

Noppen «Van elke 100 euro die we in België aan gezondheid uitgeven, gaat 2 euro naar preventie, en 80 euro naar 20 procent van de populatie, tijdens hun laatste twee levensjaren. Dat is economisch de slechtste businesscase denkbaar, maar ook voor de patiënt is het pervers. De gezondheidszorg zoals die vandaag bestaat, is niet bedacht vanuit de patiënt, maar vanuit de care givers. Elk ziekenhuis probeert élke patiënt aan zich te binden door alle specialisaties en alle diensten aan te bieden. Maar daar heeft de patiënt niets aan, integendeel: het is nefast voor de kwaliteit. Ik wijs niemand met de vinger, het systeem is historisch gegroeid vanuit de middeleeuwse naastenliefde, maar we moeten naar een geïntegreerd horizontaal zorgtraject, met vanaf het eerste levensjaar een preventiefase onder doktersbegeleiding die zo lang mogelijk duurt, en aan het andere eind een curatieve fase. Die moet zo kort mogelijk zijn: ideaal worden we in topconditie 85 jaar oud, om dan – plof – dood te vallen.»

HUMO Laten we die preventie van de toekomst ’ns nader bekijken. Ik denk dan in de eerste plaats aan vaccinaties.

Noppen «Daar doen we het nu al goed, veel beter dan de VS, bijvoorbeeld.»

HUMO Preventie is ook: een gezondere levensstijl. Daartoe worden we aangespoord door campagnes – op televisie en in weekbladen.

Noppen «Zo wordt preventie nu nog opgevat: als een tapijtbombardement. Met als ideaal: het heiligenleven – zonder alcohol, tabak en zout. Dat is niet alleen onprettig, niemand weet of het effectief is. Neem het voorbeeld van zout. We weten op populatieniveau dat te veel zout slecht is. We kennen de aanbevolen hoeveelheid, maar voor individueel gebruik is dat niet bruikbaar: sommige mensen hebben méér zout nodig. We moeten naar intelligente, op maat gesneden preventie.»

HUMO En de maatstaf is dan, neem ik aan, het genoom?

Noppen «In de curatieve geneeskunde is de genetica stilaan ingeburgerd, maar in de preventie is het nog braakliggend terrein. Men zal in jouw genen kunnen lezen of een bepaalde gedragsverandering zin heeft en we zullen veel doelgerichter advies kunnen geven. We zullen weten wie meer zout moet eten, en wie minder.

»Ik zou dit beter niet zeggen, maar ik doe het toch, als extreem voorbeeld: er zijn drie, vier longziekten die statistisch bijna niet voorkomen bij rokers. Als we zouden kunnen bepalen wie genetisch gezien aanleg heeft voor één van die ziekten, zouden we tegen die mensen kunnen zeggen: rook een sigaret. Maar schrijf nu niet dat ik mensen aanraad om te roken, hè. Ik probeer een punt duidelijk te maken.»


Elementair, Watson

Zal mensen evenmin tot roken aanzetten, want eveneens longarts: Renaat Peleman, hoofdarts van het UZ Gent. We treffen hem in een hotellobby, tijdens de pauze van een opleiding ziekenhuismanagement. Ook Peleman ziet brood in preventie: ‘Door een beter inzicht in ons DNA zullen we weten waar de risico’s liggen en hoe we die kunnen omzeilen.’

HUMO U gelooft, net als dokter Cammu, dat ons genoom – onze individuele genetische blauwdruk – in 2034 netjes bij ons medisch dossier zit?

Renaat Peleman «Waarom niet? Voor de prijs zullen we het niet meer moeten laten. In 2001 was Craig Venter de eerste om zijn genoom te analyseren: dat heeft 1 miljoen dollar gekost. Tegenwoordig doen bedrijven het voor 1.000 dollar en over enkele jaren zul je een fractie van dat bedrag betalen. Het genoom is de toekomst van de geneeskunde, ondanks de vele bezwaren die je kunt bedenken.»

Over die bezwaren – privacy, overdiagnose – zo meteen meer, eerst willen we weten hoe de dokters van de toekomst concreet met dat genoom zullen omspringen.

Peleman «Het wordt een instrument dat bij elke consultatie wordt geraadpleegd. De dokter zoals we die nu kennen, zal verdwijnen: hij wordt de dirigent van een orkest – geen symfonisch orkest, maar een kwartet of een sextet, met naast een sociaal-verpleegkundige en een psycholoog ook een bio-informaticus in de rangen die de dokter bijstaat bij de interpretatie van genetische codes. Die laatste functie wordt cruciaal in de zorg.»

HUMO U gelooft heel erg in de biotechnologische revolutie?

Peleman «Volmondig: ja.»

Peleman vist een stapeltje papier op, een printout van de slideshow die hij projecteert wanneer hij lezingen geeft: een verbluffende staalkaart van wat er zoal op til is.

Peleman «Google Glass, nu al te koop in de States, kan diabetespatiënten adviseren bij hun inkopen in de supermarkt: op hun brilglazen krijgen ze informatie over de producten die ze uit de rekken nemen: doen of niet doen. Voor mensen die op hun gewicht letten zal er algemene nutritionele informatie verschijnen: ‘Om de 380 calorieën in deze reep te verbranden, moet u een halfuur lopen.’ Dat is nuttig en gebruiksvriendelijk. Er bestaan nu al contactlenzen die in het oogvocht de bloedsuikerspiegel kunnen meten. Er zit ook een transponder in: als een kritische grens wordt overschreden, gaat er een signaal naar de cloud, die de patiënt alarmeert. In de toekomst kan het nóg beter. Onderzoekers hebben nu al insulinepompjes ingebouwd bij muizen, die om de zoveel tijd een dosis vrijgeven. Het enige probleem: ze moeten om de drie dagen worden bijgevuld. Maar zodra dat op punt staat, zal het ook bij de mens kunnen: de contactlens geeft dan een signaal aan de pomp wanneer er insuline nodig is.

»Ik geloof ook sterk in de mogelijkheden van artificiële intelligentie: de supercomputer Watson, uitgevonden door IBM, is nu al in staat om medische diagnoses te stellen. In 53 procent van de gevallen heeft hij het bij het rechte eind. Ter vergelijking: een team van dokters haalt 48 procent. De computer doet dus beter dan de artsen. Logisch, want hij heeft toegang tot alle beschikbare medische literatuur.»


Meten is weten

Een mens heeft naar verluidt 160 uur per week nodig om bij te blijven met alle nieuw gepubliceerde wetenschappelijke literatuur. Een eitje voor Watson, die sinds 2013 zijn diensten bewijst in een Amerikaans longkankerziekenhuis. Eén en ander doet denken aan de androïde personages uit de romans van sf-meester Philip K. Dick. Maar ook aan ‘Nooit meer ziek’, het boek van moleculair oncoloog en biotechondernemer Koen Kas, dat eerder dit jaar verscheen. Naast zeer lezenswaardig is ‘Nooit meer ziek’ ook een oefening in vooruitgangsoptimisme, een geloofsbelijdenis welhaast. Ik leg Kas met journalistiek oogmerk een verzonnen scenario voor, over hoe ik in november 2034 al enige tijd sukkel met gezondheidsklachten. Ik ben moe, misselijk, verlies gewicht en voel steken in de buikstreek. Welke stappen zal ik op dat moment zetten?

Koen Kas «Volstrékt irrelevante vraag. We evolueren naar een geneeskunde die in actie treedt nog vóór jij symptomen ervaart. Jij zult niet naar de dokter bellen, hij zal jou bellen. Nog vóór je ziek bent.

»In 2034 zullen we veel beter kunnen meten wie we zijn en hoe het met ons gaat. Nu zie jij je dokter één, misschien twee keer per jaar. Wat weet die over jou? Niets. Hij zet je op de weegschaal, meet je bloeddruk en stuurt eventueel een bloedstaal naar het lab. That’s it. In de toekomst zullen we veel meer meten, en dat 365 dagen per jaar, de klok rond. We zullen dat ook grotendeels zélf doen.»

HUMO In uw boek voorspelt u dat we onszelf gaan behangen met sensoren – weggestopt in patches, pruiken en zelfs tatoeages. Zelfs sensoren in de bloedbaan, of ingeplant in de huid, behoren tot de mogelijkheden.

Kas «Het zal gaan zoals met de computer. Vroeger moest je met een ponskaart naar de computerkamer van het bedrijf en kwam je terug met een andere ponskaart. Toen fabrikanten met pc’s voor thuisgebruik op de proppen kwamen, werden ze weggelachen: ‘Dat ga je toch niet doen? Computers zijn voor topspecialisten.’ In de geneeskunde staan we voor een gelijkaardige evolutie. Iedereen kent de apps die je stappen tellen of bijhouden hoe ver je gefietst hebt. Dat zijn de middeleeuwen: er zijn nu al apps waarmee je je elektrische hartactiviteit kunt meten. Twee vingers op de smartphone en – hop – je hebt een elektrocardiogram. Goedgekeurd door de Food and Drug Administration, over the counter verkrijgbaar en supernauwkeurig. Er bestaan ook opzetstukjes waarmee je echografieën kunt maken: ze zijn nog heel duur – 1.000 dollar per stuk – maar wel vijf keer goedkoper dan wanneer zo’n echografie in het ziekenhuis genomen wordt.

»Sony – uitvinder van de Walkman – heeft een patent genomen op een pruik die hersenactiviteit meet. Onderzoekers hebben een beha ontwikkeld die de miniemste temperatuurschommelingen meet, tot op één duizendste van een graad Celsius, en zo in een vroeg stadium een tumor kan detecteren. Kankercellen hebben immers energie nodig om zich te vermenigvuldigen, en een deel zetten ze om in warmte. We zijn dus niet zo ver verwijderd van chips onder onze huid en sensoren in onze bloedbaan. En daardoor zul jij – nog vóór je moe of misselijk wordt – al een bericht op je smartphone krijgen.»

The quantified self is de volgende stap in de evolutie: we meten, analyseren en stockeren alle persoonlijke informatie over hartslag, bloeddruk, beweging en voeding. Ik keer terug naar Hendrik Cammu, een koele minnaar – zo herinner ik me uit eerdere gesprekken – van het gebruik van medische apps. ‘Omdat,’ zo beweert hij, ‘bij technologie en moderniteit het spook van de overdiagnose altijd om de hoek loert.’

Cammu «Als je jezelf volpropt met sensoren zal altijd wel een alarm loeien. Geneeskunde is geen wiskunde, het is een empirische wetenschap. Die buikklachten en die vermoeidheid van jou: negen op de tien keer is er niets aan de hand. Screenen maakt mensen sowieso nerveus. Neem het voorbeeld van het prostaatspecifiek antigeen, PSA. Een biomerker, een eiwit in het bloed waarvan verhoogde concentraties op prostaatkanker kunnen wijzen. Toen men iedereen boven de 50 begon te testen, bleek dat achteraf waardeloos: de screening gaf voortdurend vals positieve resultaten, met veel onnodige ongerustheid tot gevolg. Als we mensen dag in dag uit screenen, worden ze gewoon zot.

»Weet je waarvoor apps wél nuttig kunnen zijn? Om patiënten voor te lichten en voor patient adherence. Therapietrouw: nemen mensen hun medicatie wel? Bij chronisch zieken ligt dat – zeker als ze weinig pijn hebben, maar wel de bijwerkingen van hun geneesmiddelen ervaren – soms lager dan 50 procent. Bij bloeddrukpatiënten, bijvoorbeeld, of vrouwen in de menopauze. Het is technisch mogelijk om een smartphone zo te programmeren dat die een signaal geeft als Jef zijn pillen niet neemt. Het is zelfs mogelijk om er in dat geval voor te zorgen dat hij zijn auto niet kan starten.»

Ook Marc Noppen is op zijn hoede, al geeft hij toe dat m-health (geneeskunde per smartphone, red.) en the quantified self onafwendbaar zijn.

Noppen «Er zijn nu al miljoenen medische apps, en het zal echt niet lang meer duren voor horloges de hele dag lang je hartslag en bloeddruk registreren.

»De vraag is: wat heb je als medisch ongeschoolde patiënt aan die lawine van gegevens?»

Ik loop nog ’ns langs bij Koen Kas, die ondanks bovenstaande rake argumenten volhoudt dat de rookdetector enkel zal piepen wanneer er een brandje smeult. Het oog van de detector zal alsmaar scherper kijken, en de detector zélf wordt alsmaar slimmer. Kas verwijst naar Amazon, dat algoritmes – wiskundige modellen met een voorspellende waarde – loslaat op de sporen die surfers bij hen achterlaten: ‘Zij kunnen perfect voorspellen welke boeken jij de week nadien wil lezen.’

HUMO Tja. Ik heb ooit online schoenen gekocht, en de maanden daarna blééf ik reclame voor diezelfde schoenen zien.

Kas «De technologie is pril, maar ze zal nog verbeteren. En als alleen jouw informatie wordt opgeslagen, heeft het weinig zin. Als de gegevens van een grote populatie in databases terechtkomen des te meer. In die meteloze oceaan van gegevens kunnen algoritmes op zoek gaan naar correlaties.»


Knipperlichten alom

Big data. CEO Noppen van het UZ Brussel had het belang ervan al onderstreept.

Noppen «Het gebeurt nu al. In de States is een non-profitgezondheidsconsortium actief, Kaiser Permanente, dat alle vormen van zorg aanbiedt. Ze bedienen 11 miljoen mensen, van wie alle informatie is opgeslagen in de cloud. Uit die massa gegevens ontstaat een nieuwe wetenschap: databased medicine, in plaats van evidence based medicine. Dokters en onderzoekers zien te weinig mensen om grote verbanden te kunnen ontwaren, maar computers kunnen correlaties vinden waar tot nog toe niemand aan had gedacht. Tussen – ik zeg maar wat – hoge bloeddruk en chlamydia op jonge leeftijd, bijvoorbeeld.»

HUMO Stel dat we – en dat is het droomscenario van bigdatafanaten – er ooit in slagen om de medische gegevens van alle 7 miljard aardbewoners in een databank te verzamelen: dan krijgen we toch een pandemonium van statistische verbanden? Miljoenen. Miljarden. Waardoor het onoverzichtelijk wordt, en dus ontoepasbaar.

Noppen «Uiteraard. Een statistisch verband wijst niet op een causaal verband. Maar er zijn methoden om de nutteloze correlaties weg te filteren. In Groot-Brittannië heeft men een tijdlang gedacht dat kanariepietjes longkanker veroorzaakten. Omdat uit epidemiologisch onderzoek bleek dat longkankerpatiënten vaker peruchen bezaten. De correlatie was onweerlegbaar. Alleen duurde het nog even voor iemand opmerkte dat het bezit van die vogels sociaal gecorreleerd is: arme Britten kopen vaker kanaries. Maar: ze roken ook meer.»

Kas «Men zal relevante verbanden vinden tussen bepaalde ziekten, bloedwaarden en leefgewoonten. Men zal zien dat bepaalde populaties langer leven. Die populatie wordt dan een benchmark, waaraan jouw gedrag en waarden continu worden afgemeten. En als je een bepaalde grens overschrijdt, gaat er een knipperlicht branden.»

HUMO Opnieuw: hoe gaat u voorkomen dat het alarm te snel afgaat?

Kas «Ik geef een voorbeeld: een hartpatiënt moet diuretica nemen, vochtafdrijvers. Als hij die niet neemt, hoopt het vocht zich op in de longen en de benen. Stel dat een sensor een vochtophoping vaststelt, dan kan dat betekenen dat de patiënt zijn pillen niet heeft genomen, maar evengoed dat hij iets te exquis gefeest heeft. Vandaar: de analyse zal multivariabel zijn. Sensoren zullen niet alleen de fysiologische parameters meten, maar ook de biologische. Zélfs je bacterieprofiel. En – uiteraard – je genetische profiel.»

En we zijn terug bij het genoom beland. En terug bij Cammu: ‘Als ze het genoom erbij sleuren, is het hek van de overdiagnose helemaal van de dam, want ons genetisch materiaal zit vol knipperlichten.’

Cammu «Men heeft intussen duizenden zogenaamde SNP’s ontwaard – single nucleotide polymorphisms, je spreekt het uit als ‘snips’: kleine variaties in het DNA waar al dan niet een – eventueel voorbarige – conclusie aan te verbinden valt. Dat staat niet op punt: ik heb in het Journal of the American Medical Association zelfs gelezen dat verschillende bedrijven in hetzelfde bloedstaal verschillende SNP’s – en dus verschillende associaties – vinden. Over twintig jaar zal dat veel verder staan.»

Peleman «Daarom wordt de rol van de bio-informaticus ook zo belangrijk: hij moet die zee van informatie helpen te verwerken. Maar de dokter zal altijd het eerste aanspreekpunt zijn voor de interpretatie van die info.

»En dan zullen er altijd ethische kwesties zijn. Wat doe je met iemand die op consultatie komt omdat hij vreest dat hij suikerziekte heeft, maar vervolgens genetisch voorbestemd blijkt om teelbalkanker te krijgen? Vertel je dat? Zoek je daar überhaupt ongevraagd naar?»

Noppen «En dan nog. Iedereen zal kunnen lezen dat je 40 procent kans hebt om kanker te krijgen, 20 procent kans op diabetes en 30 procent kans op een cardiovasculaire aandoening. Het enige wat zeker is, is dat we doodgaan – bijna altijd door één van die drie oorzaken. Om dat te weten, heb ik geen genoom nodig.»

Peleman «Craig Venter heeft in een opvolgingsartikel zélf geschreven dat hij niets heeft aan de wetenschap dat hij misschien vroeg kaal zal worden en de kans loopt dat hij een koemelkallergie ontwikkelt. Het genoom is een vuistdikke catalogus van onzekere toekomstvoorspellingen. Maar als iemand statistisch gezien meer kans op diabetes heeft, kan het geen kwaad om hem of haar tot bewegen aan te porren.»

De exploratie van het menselijke genoom mag dan wel een ontegensprekelijke triomf voor de biomedische wetenschap zijn: er zijn zoals gezegd serieuze weerhaken. Wat als onze genetische informatie in verkeerde handen valt?

Kas «De zeebodem ligt bezaaid met scheepswrakken: dat is nooit een reden geweest om de scheepvaart op te gegeven. Alles wat goed is, kan misbruikt worden. Maar laten we er intussen voor zorgen dat we de trein niet missen. Wij hebben een mooi Belgisch bedrijf, Diploid, dat genoomanalyses aanbiedt. Begin dit jaar stonden ze op Arab Health, de grootste diagnostische beurs ter wereld. Ze werden daar overspoeld met aandacht: ‘Wanneer kun je ons helpen?’ Maar toen passeerde er een Belg aan hun stand: Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen. Hij had één vraag: ‘Wat met de privacy?’»

HUMO Dat is toch een legitieme vraag? Ik mag er niet aan denken dat verzekeringsmaatschappijen mijn genetische informatie in handen krijgen. Dan kan ik toch fluiten naar een – betaalbare – verzekering?

Kas «Bekend verhaal. Gaat niet gebeuren. Maatschappijen die zo redeneren, prijzen zichzelf uit de markt: in ieders genoom wemelt het van de genetische defecten. Als ze op basis dáárvan mensen zouden weigeren, verzekeren ze op den duur niemand meer en is hun business binnen de vijf jaar failliet.

»Er zíjn ethische bezwaren, maar op den duur wordt het onethisch om je genoom níét te hebben. Veel medicatie die wij vandaag gebruiken is niet goed genoeg getest: we weten niet of ze werkt. Een patiënt die vandaag medicijnen krijgt toegediend, heeft daar slechts in 20 tot 25 procent van de gevallen baat bij. Terwijl we in ons DNA kunnen zien of we product x of y snel metaboliseren, of juist heel traag. Het is belachelijk om een patiënt een medicament toe te dienen dat twee tellen later alweer uitgescheiden is.»


De poortwachter

HUMO Oké, knoop doorgehakt: ik laat mijn genoom sequencen. Waar zal die informatie opgeslagen worden, en wie beheert de toegang?

Kas «Op een stukje hardware, misschien een USB-stick, een kaartje of een onderhuidse chip. Of beter nog: je genoom staat in de cloud, op een versleutelde website waarvan jij de sleutel hebt, bij de rest van je medisch dossier. Bloedresultaten, echo’s, röntgenfoto’s: alles wordt bijeengebracht. De tijd dat een deel van je dossier bij de dokter in de kast ligt, en de rest over een aantal ziekenhuis verspreid zit, is voorbij. Gedaan ook met de bruine enveloppes met röntgenfoto’s.»

HUMO Hij is al een paar keer ter sprake gekomen: de huisarts. Die zal de digitale revolutie en de talloze apps overleven?

Kas «De huisarts blijft bestaan. Als vertrouwenspersoon. Je zult altijd iemand nodig hebben om uit te maken: is deze of gene interpretatie juist?»

HUMO Zal het huisartsenkabinet er anders uitzien dan vandaag?

Kas «Het zal een point of care heten, en het instrumentarium van de dokter zal veel uitgebreider en geavanceerder zijn dan vandaag. Dankzij een digitale stethoscoop zal longruis opgenomen, onmiddellijk geanalyseerd en in je dosier opgeslagen worden. De dokter zal bloedanalyses kunnen doen. Ook die echografiën met behulp van de iPhone zullen in de praktijk vooral door de huisarts genomen worden.»

Cammu «Ik denk ook dat de rol van de huisarts belangrijker wordt, en tweeledig. Je gaat ernaartoe als je gezond bent – als een soort coach. Je overhandigt hem de sleutel van je gezondheidsdossier, en hij bekijkt de relevante informatie. Over je bewegingspatroon. Je voedingsgewoonten. Hij zal zeggen: ‘Doe dat, en doe dat niet.’

»En als het dan toch misloopt, stuurt hij je door.»

Peleman «Ik zie de huisarts van de toekomst toch vooral als de dirigent van het digitaal-medische kamerorkest.»

Noppen «Een poortwachter, die de weg wijst.»

In het slechtste geval is dat de weg naar het ziekenhuis: tegen 2034 een gerieflijke, zonovergoten en luchtige plek waar het aangenaam toeven is. Toch zal men er niet vaak meer dan een paar uur doorbrengen, hoogstens een dag. Zelfs als u geopereerd wordt. Tussen haakjes: dat zal gebeuren door een robot, aangestuurd door een begenadigde gamer met kennis van anatomie. Toch zal de kans dat u er vervolgens fit naar buiten wandelt groter zijn dan nu, en de slappe ziekenhuiskost van vandaag zal slechts een nare herinnering zijn. Zullen we de factuur kunnen betalen? Twijfelachtig. Maar daarover volgende week meer.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234