Ziek in 2034 (2): welkom in de gezondheidsfabriek

In het eerste deel van ons rondje medische futurologie kon u lezen wat u in 2034 moet doen om zo lang mogelijk weg te blijven uit het ziekenhuis van de toekomst. Deze week leest u wat u moet doen als u er dan toch naartoe moet. Eerste opdracht: het herkénnen.

‘Verkijk je niet op het fraaie omhulsel,’ waarschuwt de architecte van het ziekenhuis van de toekomst: ‘Binnenin is het een medische machine.’ De ziekenhuismanager van de toekomst vist een metafoor uit Harvard Business Review: ‘Een ziekenhuis wordt een focused factory.’ Maar de dokter van de toekomst houdt het ook gezellig: ‘Men zal er terechtkunnen voor een chemokuur, maar ook voor tentoonstellingen en theatervoorstellingen.’

Overigens: bovengenoemd ziekenhuis van de toekomst bestaat al. In Knokke, meer bepaald, waar de ruwbouw van het AZ Zeno in de steigers staat. Op de website van het ziekenhuis kunt u al zien hoe lommerrijke dreven en wandelpaden zich feeëriek tussen de bomen zullen slingeren. En dan de inkomhal: licht en ruimte, in niets te vergelijken met de neonverlichte kokers van vandaag. Qua sfeer is het ziekenhuis van de toekomst meer luxehotel dan ziekenboeg: ‘Dat was de uitdrukkelijke vraag van de directie,’ weet Rita Agneessens, CEO van BURO II & ARCHI+I, één van de architectenbureaus van de tijdelijke vereniging die het ziekenhuis ontworpen heeft.

Rita Agneessens «Wie een ziekenhuis ontwerpt, moet zich natuurlijk aan een aantal regels houden – veiligheid, hygiëne en functionaliteit – maar we hebben ons gehoed voor een steriele, klinische sfeer. Door de organische architectuur. Door te kiezen voor warme natuurmaterialen en aardetinten. Door veel daglicht binnen te laten.»

Een kwantumsprong in de ziekenzorg: parket in plaats van de eeuwige, vale vinylvloer. Minstens even opvallend: de omgeving. Het AZ Zeno ligt in 20 hectaren groene ruimte. Aanpalend: het nieuwe, tweede golfterrein van Knokke. Niet toevallig, weet Koen Kas, auteur van ‘Nooit meer ziek’ en vorige week al aan het woord in deze kolommen.

Koen Kas «En heus niet alleen om de gefortuneerde Knokkenaar een plezier te doen. Ruimtelijke ordening wordt heel belangrijk in de ziekenzorg.

»Onderzoek heeft aangetoond dat de fysieke omgeving invloed heeft op de stressniveaus van zieken en hun familie. Een serene omgeving versnelt het genezingsproces.»

Agneessens «Mobiliteit en bereikbaarheid blijven belangrijk, maar de healing environment staat centraal in de ontwerpvisie. In Knokke hebben de patiëntenkamers grote ramen met uitzicht op de omgeving. We werken met een dubbele glazen gevel, waardoor de ramen ook open kunnen en de patiënt niet het gevoel heeft dat hij van de buitenwereld geïsoleerd is. Ik heb ooit in Oostende in het ziekenhuis gelegen, met zicht op het gekrioel in de stad: dat is ook prettig. Het gaat niet om het groen, maar om de interactie.»

Renaat Peleman, hoofdarts van het UZ Gent, benadrukt dat ziekenhuizen ook in 2034 hun plaats ín de stad zullen hebben: ‘Ze zullen er integraal deel van uitmaken, de grens tussen stad en ziekenhuis zal vervagen.’

Renaat Peleman «In de publieke ruimtes zullen patiënten en passanten mekaar tegen het lijf lopen. Patiënten kunnen er terecht voor hun behandeling, maar er zullen ook winkels, tentoonstellingsruimten en theaterzalen zijn.»

‘Ik was laatst in het nieuwe ziekenhuis van Oslo,’ fluit Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel, bewonderend: ‘Blankhout. Veel glas. Scandinavisch topdesign.’ Vorige week pleitte Noppen nog voor lege ziekenhuizen, een boutade waarmee hij de nood aan preventie wilde duiden, want uiteindelijk komen we ooit allemaal in een ziekenhuis terecht, en dan mag het er best prettig toeven zijn.

Marc Noppen «Vandaag lijkt elk ziekenhuis in België op dit ziekenhuis: een blokkendoos, met binnenin een doolhof van eindeloze gangen, met aan weerszijden zo veel mogelijk kamers met zo veel mogelijk bedden.»

Centraal in de inkomhal van élk ziekenhuis anno nu: een mastodontisch bord, een stratenplan dat de weg wijst doorheen een labyrint van afdelingen, diensten en specialisaties, van de ‘a’ van algemene heelkunde tot de ‘u’ van urologie.

Noppen «Wij hebben ook zo’n bord hangen, maar de dagen van het mammoetziekenhuis dat in elke specialisatie topkwaliteit pretendeert te bieden, zijn geteld. Vergelijk het met ACME, het fictieve Amerikaanse bedrijf dat vijftig producten maakt, maar geen enkel heel goed, en bovendien kosteninefficiënt. In 1974 was in de Harvard Business Review al sprake van de focused factory als alternatief: het Algemeen Ziekenhuis van de toekomst zal – voor de voorspelbare aandoeningen – moeten specialiseren, en keuzes moeten maken. Heup- of kniechirurgie. Cardiologie of oogheelkunde. In het buitenland bestaan nu al single concept-ziekenhuizen: die doen het aantoonbaar beter. En goedkoper, door de economics of scale. De grotere ziekenhuizen van vandaag zullen een verzameling van enkele focused factories zijn. Ze zullen niet meer gemanaged worden zoals ACME, maar zoals Toyota, in functie van efficiëntie en kwaliteit.»

HUMO Die evolutie is toch al aan de gang? Bepaalde ziekenhuizen zijn nu al – op basis van hun expertise – zogeheten referentiecentra voor de behandeling van borstkanker, autisme of mucoviscidose. Het klassieke tegenargument stelt dat de patiënt inboet aan keuzemogelijkheden.

Noppen «Onvermijdelijk. We zullen onze geneeskunde verder moeten zoeken. Alleen spoeddiensten – niet allemaal even high-end, dat kan ook een huisartsenpraktijk zijn die de klok rond bereikbaar is – en materniteiten zullen altijd regionaal verspreid blijven. Maar hoe gespecialiseerder de zorg, hoe gecentraliseerder. En wat is er mis met een heupkliniek in een glooiend Ardeens landschap, met zicht op een mooi meertje?»

HUMO U gelooft ook in de healing environment?

Noppen «Misschien minder dan aanhangers van feng shui, maar ik denk dat het nuttig kan zijn, ja. Een spoedafdeling of een intensive care moet – tsjak, tsjak – in de eerste plaats functioneel zijn, maar ik kan me voorstellen dat het in een fertiliteitskliniek of een kankerafdeling – waar mensen voortdurend onder stress staan en angstig zijn – wél uitmaakt.

»Hyperspecialisatie is de toekomst, maar het zal niet simpel zijn. Ik heb een tijdje in Boston gewerkt, het walhalla van de academische geneeskunde: je vindt er drie topziekenhuizen – niveau Ivy League – op een zakdoek. Als men daar denkt dat je in een ander ziekenhuis beter geholpen kunt worden, verwijzen ze je door. Hier is dat quasi ondenkbaar. Dat heeft te maken met eergevoel en reputatie, maar ook met organisatie. Als je een patiënt doorverwijst, ben je hem kwijt.»

En zijn geld dus ook. Daarover straks meer, maar eerst werpen we nog een blik op de plannen van het AZ Zeno. Op het dak: een helipad.

HUMO Meneer Noppen, uw ziekenhuis ligt vlak naast de Brusselse Ring, nu al befaamd om zijn eeuwigdurende files. En dan moet Uplace nog komen. Zullen uw mugteams in 2034 met de helikopter moeten uitrukken?

Noppen «Helikopters zijn te duur: België is daar te klein voor. We kunnen alleen maar hopen dat de pechstroken vrij blijven, maar ik zie dat ze meer en meer worden opgeofferd om plaats te maken voor spitsstroken. Ik ben geen mobiliteitsspecialist, maar ik kan alleen maar bevestigen dat er op dat vlak een geweldig probleem dreigt. Bij hartaanvallen en beroertes geldt het credo: time is muscle. And brain.»

Maar kijk, aan gindse horizon komt er snorrend een mogelijke oplossing aan: een drone. Een Leuvense ingenieur en student van de TU Delft ontwierp er vorige maand één die met 100 kilometer per uur een defibrillator kan aanvoeren. Dokters kunnen dan vanop afstand instructies uitdelen aan omstanders. Elk jaar krijgen 800.000 Europeanen een hartaanval, slechts 8 procent overleeft het. Zo’n drone bestrijkt een gebied van 12 vierkante kilometer en zou slachtoffers binnen de minuut kunnen helpen. De overlevingskans wordt dan tien keer groter. Het UZ Gent denkt momenteel mee na over hoe ze dergelijke drones zo snel mogelijk operationeel kunnen maken.


Chemo in het vliegtuig

Volgens prognoses van de Vlaamse Regering zullen mannen in 2050 gemiddeld 84 jaar oud worden. Bij vrouwen zal de levensverwachting tegen dan nipt onder de 90 jaar liggen. Maar ook in 2034 zal de bevolking al een pak grijzer zijn dan vandaag. Peleman: ‘De helft van de werklast zal veroorzaakt worden door bejaarden.’

We zullen langer gezond blijven, door betere preventie, behandeligen en diagnoses, maar we zijn niettemin biologisch voorgeprogrammeerd om te sterven, zegt Noppen. En aan dat geprogrammeerde einde gaat een sukkelgang vooraf.

Peleman «Er komt een verschuiving van acute medische problemen naar combinaties van medische problemen en ziekten die élk een aparte behandeling vragen. Orthopedische problemen. Neurologische. Kanker.»

De zieken van de toekomst zijn chronisch zieken. En dat vraagt om een nieuwe aanpak, die misschien nog het best samen te vatten valt als: het klein onderhoud.

Noppen «Wij behandelen nu al de helft van onze patiënten in de dagkliniek: maar de geneeskundige zorg zal nog veel ambulanter worden. Hoe korter men hier is, hoe beter, want een ziekenhuis is duur en ongezond.»

De dagkliniek van de toekomst bestáát al – als prototype, weliswaar – in een loods op een bedrijventerrein in Poperinge. Ik beland er in het spoor van Rita Agneessens, die met haar kantoor betrokken is bij de projecten van PRoF, Patient Room of the Future, een Europese zorgdenktank die fabrikanten, zorgverstrekkers en onderzoekers bijeenbrengt. Hun missie: antwoorden vinden op de medische uitdagingen van morgen. De vrucht van die denkoefening valt op eenvoudig verzoek te bezoeken bij meubelfabrikant Boone.

‘Daghospitalistie wordt belangrijker,’ zegt Agneessens terwijl we ons een weg banen door de ziekenhuisgang van de toekomst – stemmig verlicht, laminaat van bamboehout op de grond. ‘Daarom zal het het ziekenhuis niet meer bestaan uit oneindig veel kamers met badkamer, zoals nu.’ Terug naar de ziekenzaal dus, zoals vroeger, in de tijd van de zusters. Maar stel u er niks middeleeuws bij voor: de ziekenzaal anno 2034 is er eentje vol spitstechnologie, en met respect voor ieders privacy.

Agneessens «Reken op dertig tot veertig patiënten per zaal. Goed voor een capaciteitswinst van 30 procent, en comfortabeler voor de dokters en de verpleging, die gemakkelijker het overzicht kunnen bewaren.»

We passeren een verpleegpost: designmeubels, kraaknet bureau, een groot scherm waarop camerabeelden worden gestreamd – mét automatische valdetectie. Via een breed portaal – voorzien op patiënten mét baxters – duiken we de zaal binnen, bewegingsdetectoren ontsteken diffuus ledlicht, de toekomst ontvouwt zich voor onze ogen: de ziekenzaal van de toekomst is een getrouwe kopie van de binnenkant van een passagiersvliegtuig – formaat A380.

Agneessens «Het interieur van een vliegtuig maakt mensen – door de positieve associatie met reizen – rustig.»

HUMO Behalve als je aan vliegangst lijdt.

Agneessens «Die mensen weten dat dit vliegtuig niet zal opstijgen.»

Centraal in de proefopstelling: twee – in plaats van de voorziene dertig – cocons die erg doen denken aan de eersteklasplaatsen van de betere luchtvaartmaatschappijen. Een comfortabele ligstoel, goeddeels aan het zicht onttrokken door een muurtje van 1,5 meter hoog. De patiënt heeft een ledtelevisie ter beschikking, een tablet, een leeslampje. Goed weggestopt, maar niettemin binnen handbereik: alle medische voorzieningen. Zuurstof. Perslucht. Aansluitingen voor baxters. Het mag dan allemaal wel huiselijk aandoen, het is en blijft een medische installatie waar men terechtkan voor een nierdialyse. Of een kuur chemotherapie.»


Ziektes stapelen

Kanker: in de literatuur synoniem voor ongeneesbaar kwaad, volgens dokter Hendrik Cammu van het UZ Brussel ook in de echte wereld nooit meer weg te denken. ‘Het is héél kort gezegd een ziekte van het DNA. Dus zolang DNA bestaat, zal kanker bestaan.’

Een snelle rondvraag leert dat kanker – ‘omdat het aantal hart- en vaatziekten al járen terugloopt’ – in 2034 wellicht de belangrijkste doodsoorzaak zal zijn. Ondanks de genezingskans die tegen dan veel groter zal zijn. Of beter: net dóór die grotere kans op genezing. Probeert u te volgen: wie kanker overleeft, wordt ouder. Wie ouder wordt, maakt meer kans op (een andere) kanker.

Peleman «We zullen kanker in de toekomst sneller kunnen diagnosticeren. Tot nog toe vertoonden mensen geen symptomen, tot ze op een dag bloed ophoestten, onder de scanner gingen en een tumor in de longen werd gevonden. Dan was het vaak al te laat. Tegenwoordig kun je met een ademanalyse metastases in de longen opsporen. Je zou tegen mensen die een pakje per dag roken en een genetische aanleg hebben, kunnen zeggen: leg jaarlijks zo’n test af.»

Vorige week las u dat de IBM-computer Watson nu al dokters assisteert bij de diagnose van kanker. In de toekomst zal een breed gamma van biomerkers beter op punt staan: eiwitten in het bloed, die nauwkeuriger het ontstaan van tumoren zullen verraden, of zelfs aankondigen.

Daarnaast zullen ook de behandelingswijzen spectaculair verbeteren.

Cammu «Vroeger werd kanker met de botte bijl bestreden. We sneden een tumor weg en gooiden er vervolgens een emmer chemicaliën tegenaan, in de hoop dat alle achtergebleven kankercellen dan vernietigd zouden zijn. Dat is oorlogsvoering van de vorige eeuw: het tapijtbombardement. Kankerbestrijding evolueert nu naar lasergestuurde precisiebombardementen. Men plukt een stukje tumor, bekijkt het genoom van die tumor en zegt dan: ‘Nu kénnen we u, smeerlapke, en nu gaan we u pakken.’»

Kas «Vijftig jaar geleden zei men: ‘Slecht nieuws, u hebt bloedkanker.’ Tegenwoordig onderscheiden we 84 verschillende bloedkankers.»

Noppen «Borstkanker: hetzelfde verhaal. Er is herceptin-positieve borstkanker, en herceptin-negatieve. En elke categorie valt uiteen in subcategorieën. Dat weten is belangrijk: je kunt dan ook beter behandelen.»

De preventieve geneeskunde van de toekomst, weten we sinds vorige week, zal op individuele genetische leest geschoeid zijn. In de curatieve geneeskunde staat die evolutie al verder. Er bestaat zelfs al een naam voor: personalized medicine.

Cammu «Pharmacogenomics: op basis van je genoom zullen we weten hoe gevoelig je bent voor een bepaald medicijn.»

Peleman «Mensen zullen geen last meer hebben van onnodige bijwerkingen. Ook in de pijplijn, en tegen 2034 gemeengoed: biologicals. Eiwitten die in een lab ontwikkeld worden en in het lichaam bepaalde metabole pathways moeten stimuleren of afblokken. Kanker is de optelsom van biologische processen, en die biologicals grijpen daarop in: ze verhinderen de groei van tumoren of stimuleren biologische processen die de groei van de tumor afremmen.»

Als het u al lichtjes duizelt: hold on to your shorts. Want specialisten verwachten nog veel méér heil van de zogenaamde nanorobotics. Robots, op nanometerschaal.

Peleman «Men kan nu al moleculen bouwen die bepaalde tumoren herkénnen. Ze hebben een structuur die de structuur van een kankercel spiegelt, en daar als een puzzelstukje in klikt. Als je ze injecteert, hechten ze zich vanzelf aan de tumor. Als je op die moleculen een fluorescerende marker zet, kun je zo tumorweefsel lokaliseren. Zo belanden we snel bij de theranostics, waar therapie en diagnose samenvallen.»

Kas «Men maakt microscopisch kleine bolletjes van ijzeroxide of goud. Die zijn niet toxisch en hopen zich niet op in normale cellen, maar vinden wel blindelings hun weg naar tumorcellen. Je kunt die gebruiken als ferry, om geneesmiddelen naar de tumor te verschepen, maar je kunt ze ook activeren om kankercellen met behulp van hitte of een zeer lokaal magnetisch veld te vernietigen.»

Peleman «Je kunt kankertumoren lokaal bestralen, van binnenuit.»

Kas «En dan hebben we het nog niet gehad over de nanobotjes van de toekomst. Kleine duikbootjes, onzichtbaar voor het blote oog, met molecules en circuits die diagnoses kunnen stellen. In de toekomst zullen we die preventief in de bloedbaan brengen. Als er iets op til is, zullen ze gealarmeerd worden, nog vóór zich een tumor ontwikkelt: vrijwel onmiddellijk worden de juiste geneesmiddelen vrijgegeven.»

Marc Noppen en Hendrik Cammu vatten één en ander samen.

Noppen «Je krijgt kanker, wordt behandeld, en leeft nadien nog veertig jaar verder met de ziekte. Zoals het nu al vaak gaat met prostaatkanker.»

Cammu «Mensen zullen niet sterven door kanker, maar met kanker.»


Stenen schieten

Zo meteen gidsen we u langs het operatiekwartier, maar eerst haalt Marc Noppen van het UZ Brussel een reeks cijfers boven: ‘Tien jaar geleden bedroeg de gemiddelde ligtijd hier tien dagen, nu minder dan zes. Het ziekenhuis wordt meer en meer een lieu de passage.’ Uitzieken of herstellen gebeurt in 2034 in een goedkoper zorghotel, of gewoon thuis.

Cammu «Toen ik in ’81 begon te werken, waren mensen na een operatie een week buiten strijd. Nu is dat, wat, twee dagen? Door betere anesthesie en door minder invasieve operatietechnieken: kijkgatoperaties zijn schering en inslag. En even vaak wordt er níét meer geopereerd. Mijn vrienden van de urologie hielden zich in de jaren 80 bezig met het verwijderen van stenen en prostaten. Stenen worden nu geschoten, en prostaten worden medicinaal behandeld. Patiënten met een maagzweer werden vroeger opengelegd; nu volstaat een antibioticakuur.»

Peleman «In de States heeft men al mensen naar huis gestuurd de dag na een overbrugging van de kransslagaders van het hart.

»Enkele maanden geleden hebben wij onze operatierobot gebruikt voor het wegnemen van een nier bij een levende donor, een primeur in Europa. Vroeger was dat een erg invasieve operatie, nu volstaat een kleine incisie. De chirurg komt zelfs niet meer in de buurt van het lichaam, hij bedient gewoon zijn console. We zullen steeds verder gaan. In het Britse leger worden drones bestuurd door officieren die zelf nooit gevlogen hebben. Misschien moeten we een nieuw soort chirurg overwegen: gamers, maar dan wel met kennis van anatomie.»

Kas «Robots zijn nauwkeuriger dan de beste chirurg ter wereld. Er zijn oogziektes die ontstaan doordat bloedvaatjes achteraan het oog bijeenklitten: de menselijke motoriek is niet verfijnd genoeg om dat te opereren, die van een robot wel.»

Noppen «Een robot bibbert of niest niet, dat is juist, maar er zal altijd een mens nodig zijn om – desnoods op 10.000 kilometer afstand – de knoppen te bedienen. Bovendien kunnen robots het colloque singulier niet vervangen: het menselijk contact. Microsoft heeft een avatar ontwikkeld: een virtuele dokter die interageert met de patiënt, door vragen te stellen en in te spelen op lichaamstaal. Ideaal voor het Indische platteland, bijvoorbeeld, waar geen dokters zijn, maar iedereen wél een smartphone heeft. Ik heb demonstraties gezien: fenomenaal. Alleen heb je op het moment suprême – als je écht in de shit zit – nog altijd een dokter en een verpleger nodig. Onze job is óók: naast het bed van de patiënt zitten en zijn hand vasthouden.»

Tussen haakjes: de hierboven genoemde robot die levende orgaandonoren opereert, dreigt nu al overbodig te worden. Renaat Peleman gaat op zoek in een stapeltje foto’s: ‘In 2034 zullen we onze huidige manier van orgaantransplantatie, met échte organen, als middeleeuws beschouwen.’

Kas «Men is er al in geslaagd om een artificiële, met een 3D-printer geprinte luchtpijp in te brengen bij een meisje.»

HUMO Ik las in uw boek over geprinte nieren.

Kas (knikt) «Die hebben ze bij muizen ingeplant. En ze werken. Er zijn 3D-printers die stamcellen gebruiken in plaats van toner. Het is een kwestie van tijd voor we op die manier mensennieren kunnen maken.»

Peleman (houdt een foto omhoog) «Levers. Slokdarmen. In Rusland staat een onderzoeksteam op het punt om een schildklier te printen: een betrekkelijk eenvoudige structuur. Een hart is moeilijker, omdat dat een ingenieuze pomp is. (Vist een andere foto boven) Een oor. Geen echt oor: het is geprint, met kraakbeencellen. Een laagje huid erover en klaar! Een ingebouwde sensor zet geluidssignalen om en stuurt ze naar de hersenen.»

HUMO Zo komt het schrikbeeld van de bionische mens wel erg dichtbij.

Kas «Dat is de volgende stap: als we dan toch een lichaamsdeel moeten vervangen, waarom dan niet door iets beters dan wat we al hadden? Waarom kies je in het geval van een amputatie niet voor een exoskelet, in plaats van een gewone prothese?»


Investeren in preventie

Eigenlijk is na de voorgaande kolommen nog maar één – prettige – conclusie mogelijk: zelfs als u in 2034 ernstig ziek bent en in het ziekenhuis belandt, is de kans groot dat u dezelfde dag monter en opgeknapt weer naar buiten wandelt. Maar wie gaat die nanobots, drones en geprinte levers betalen? Voor we u naar huis laten terugkeren, maken we nog een ommetje langs de facturatiedienst.

Die zal in 2034 overigens gedigitaliseerd zijn: gedaan met het geknoei met baar geld en papieren facturen. Of het valt toch te hopen. Eén banaal maar sprekend voorbeeld: wie vandaag een second opinion wil, moet zijn behandelende dokter nog altijd om een uitgeprint dossier vragen, dat vervolgens in een plastic mapje meezeulen en op de dag van de consultatie aan de andere arts overhandigen.

HUMO Ik heb het daarnet nog gecheckt: we zijn 2014.

Noppen «Ons informaticasysteem behoort tot de beste van het land, maar het klopt: de health care heeft op het vlak van IT en administratie lichtjaren achterstand op – bijvoorbeeld – de banken. De gezondheidszorg is bovendien notoir kosteninefficiënt. IBM heeft dat onderzocht: er is veel redundantie.»

HUMO Ja, dat papier is niet alleen onnozel, het kost ook handenvol geld.

Noppen «Er wordt wel aan gewerkt. Wij zijn nu al via een hub verbonden met alle Brusselse ziekenhuizen: als je straks bij onze buren van Erasmus Ziekenhuis belandt, kunnen zij met een druk op de knop jouw dossier inkijken. Via een metahub zijn we verbonden met de hubs uit andere provincies.

»Maar er is een zekere traagheid, die inherent is aan de sector. Veel ondersteunende diensten, zoals de administratie, kúnnen performanter maar zijn moeilijk te stroomlijnen omdat ze vervlochten zijn met het medische proces. Je vraagt artsen om een stukje controle af te geven, en dat ligt moeilijk: als je een dossier afstaat, bestaat de kans dat je ook de patiënt afstaat. Die hokjesmentaliteit is niet alleen een kwestie van cultuur, maar ook van regelgeving. Neem nu het Koninklijk Besluit nummer 78 uit 1967. We zetten tegenwoordig zwaar in op darmkankerpreventie: veel mensen voorbij de 50 gaan binnen voor een colonoscopie. Volgens dat KB mag in België alleen een gastro-enteroloog zo’n onderzoek uitvoeren: dat zijn dure vogels. Zo’n campagne kost dus veel geld, ook al is er in negen op de tien gevallen geen probleem. In Engeland laat men zo’n colonoscopie over aan een advanced nurse practitioner. Maar er kijkt wél een camera mee in de behandelingskamer: per vijf behandelingskamers volgt daar één dokter de ingreep, op een groot scherm. En hij grijpt in als het nodig is. Enorm kostenbesparend, maar niet mogelijk in België.»

Zal de gezondheidszorg in 2034 nog betaalbaar zijn? Ik vraag het ook aan Renaat Peleman, die nog geen halve seconde bedenktijd nodig heeft.

Peleman «Nee.»

HUMO Dat is een probleem.

Peleman «Ja. Ik vrees dat we evolueren naar een geneeskunde die voor sommige mensen betaalbaar is, en voor andere niet. De ongelijkheid zal groter worden.»

Betaalbaarheid: het was één van de argumenten die Marc Noppen vorige week aanvoerde tijdens zijn pleidooi voor een paradigm shift naar preventieve geneeskunde.

Noppen «Investeren in preventie rendeert. Maar wel pas op de lange termijn. Dat vergt enige politieke moed, want een minister van Welzijn die nu de juiste beslissingen neemt, weet dat zijn achtste opvolger met de pluimen gaat lopen. In België is het nog complexer, want preventie is een Vlaamse bevoegdheid, Volksgezondheid een federale. Als een Vlaams minister van Welzijn zijn geld dus in preventie steekt, komt dat vele jaren later terecht in de federale staatskas.

»In de VS wordt 18 procent van het bbp uitgegeven aan gezondheidszorg. Bij ons is dat bijna 11 procent. Er zijn – nogal simplistische – extrapolaties die aantonen dat we in 2060 aan 80 procent zullen zitten. Duurder wordt het in elk geval. De vraag is dus ook: wat wil de maatschappij nog betalen?»

Kas «Naarmate we meer weten over gezondheid, kunnen we mensen ook meer responsabiliseren. Hospitalisatieverzekeringen kunnen bijvoorbeeld hun tarieven laten zakken voor wie sport en niet rookt. Als jij met Ryanair naar Mallorca vliegt, betaal je vijftig euro als je koffer 50 gram te zwaar is. Maar de man naast je, die 120 kilo weegt, betaalt evenveel als jij voor zijn ticket. Zullen we dat altijd normaal blijven vinden?»

HUMO Ik herinner me uit vorige interviews dat we omzichtig moeten omspringen met het moraliseren van gezondheid, omdat de lijn tussen de gezondheidsrisico’s en -gevolgen vaak flinterdun is.

Kas «Niet moraliseren: responsabiliseren.»

Noppen «In een berucht farmaco-economisch artikel werd ooit voorspeld dat landen failliet gaan als iedereen stopt met roken: er zullen minder longkankers en hartaanvallen zijn, en dus meer gepensioneerden die een pensioen willen, maar minder inkomsten uit accijnzen.

»Responsabiliseren is sowieso gevaarlijk: het is goed mogelijk dat uit jouw genoomanalyse blijkt dat je wel móét roken, omdat je aanleg hebt voor verslaving – misschien ontdekken we ooit zelfs een rokersgen? Wat doe je met de kwieke vijftiger die elke dag op het asfalt gaat lopen, tot hij zijn knie aan gruzelementen heeft gelopen en een nieuw, titanium exemplaar nodig heeft?

»Ik heb het al gezegd: kostenefficiëntie kan helpen. En laat ons eindelijk uitkomstgericht financieren.»

Cammu «Mijn goede vriend Koen De Leus van KBC heeft een paar jaar geleden al geschreven dat we naar een gemengde financiering moeten: geef dokters een degelijk vast loon, vermeerderd met premies die stijgen naarmate je meer evidencebased werkt. De financiering van dokters is een erg moeilijke oefening, maar als we dat geregeld krijgen, blijft het betaalbaar. En misschien worden al die technologieën op termijn ook heel betaalbaar, hè? Een dvd-speler kost ook nog maar een fractie van wat-ie ooit kostte. Anderzijds, en dat is mijn vrees, heeft big pharma alle belang bij medicalisering en overconsumptie. We hebben mensen nodig die dat afremmen. Dat is een taak van de overheid, maar kunnen ze het? Want het wordt heel complex. Ze moeten zich laten bijstaan door de knapste koppen, want de farma-industrie zal zich niet onbetuigd laten. Om maar te zwijgen van Google, dat munt zal proberen te slaan uit de intrede van big data in de geneeskunde.»


Veelbelovende molecules

En zo zijn we als vanzelf weer bij Koen Kas beland, die sterk gelooft in de technologische revolutie in de geneeskunde. We werpen een laatste keer de vraag op: blijft het betaalbaar? Hij houdt vol: ‘Net wél.’

Kas «Eén: we zullen sneller ingrijpen. Bij een suikerpatiënt lang vóór hij blind wordt of vóór zijn nieren het laten afweten. Dan heb je meteen al bespaard op oogoperaties en nierdialyse.

»De geneeskunde van de toekomst zal nog meer dan nu evidencebased zijn. De New England Journal of Medicine heeft ooit 146 medische praktijken geïdentificeerd die meer schade aanrichten dan goeddoen. Oudere dokters schreven bijvoorbeeld nog altijd pillen voor tegen schildklierproblemen waarvan men wist dat ze niet werkten. Dat is stilaan voorbij. In de toekomst zullen voorschrijvers en producenten zwart op wit moeten kunnen bewijzen dat een patiënt ergens baat bij heeft, anders wordt er niets terugbetaald.»

HUMO Er wordt nu toch al duchtig gefraudeerd met farmaceutisch onderzoek?

Kas «Er zijn een paar historische voorbeelden van medicijnen die op de markt zijn gebracht, ook al was tijdens de ontwikkeling gebleken dat ze schadelijk waren voor bepaalde mensen: dat bewijs werd dan gewoon niet vrijgegeven. Denk aan Vioxx, de ontstekingsremmer van Merck. Daar komt personalised medicine – of beter: precise medicine – op de proppen. Op basis van – onder meer – biomerkers zullen we preciezer kunnen zeggen welke medicijnen baat hebben en welke niet.»

HUMOAls die hele personalised medicine doorbreekt, mogen de blockbusters van de farmaceutische reuzen in de prullenbak.

Kas «Dat is hun grote vrees: dat geneeskunde té gefragmenteerd raakt. Nu maken ze één cholesterolverlager voor de hele bevolking, in de toekomst moeten ze er misschien vijf of tien op de markt brengen. Dat ontwikkelen kost geld. Anderzijds zal de ontwikkeling van medicijnen ook kostenefficiënter worden. Nu belanden sommige veelbelovende molecules in de gootsteen, omdat in de laatste fasen van de klinische studies blijkt dat ze maar werken bij 20 procent van de proefpersonen. Of omdat vijf proefpersonen neveneffecten ondervinden. Gevolg: het medicijn wordt afgekeurd en miljarden onderzoekskosten gaan verloren. Het is te zeggen: ze worden gerecupereerd in de prijs van andere medicijnen. In de toekomst zal zo’n medicijn niet meer verloren gaan: we zullen op basis van het genoom weten voor wie het geschikt is en voor wie niet, en het alsnog gewoon op de markt brengen. Iedereen geholpen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234