Zin in Zen: filosoof Johan Braeckman 'Ik ben niet bang voor de dood, wel voor de aftakeling'

Johan Braeckman ontvangt me in het resultaat van zijn jaar verlof zonder wedde: een eikenhout en terracotta harmoniërende schuur, eigenhandig gebouwd op de fundamenten van een serre waarin zijn vader om den brode bloemen en planten kweekte.

‘Eigenlijk is het simpel,’ glimlacht Johan Braeckman (49). ‘Ik heb het zo proberen te regelen dat ik niet ver weg moet gaan om rust te vinden. Wie veel wil lezen en schrijven, mag immers niet te veel onrust ervaren en mag niet voortdurend denken dat hij elders beter af zou zijn. Dus heb ik het me hier zo goed mogelijk proberen te maken.’ Dat met een brede zwaai geïllustreerde ‘hier’ omvat het ouderlijk huis, dat hij geërfd heeft, en een deel van de gronden waarop zijn vader een boomkwekerij dreef. Hier heeft Braeckman vorig jaar zijn veelbesproken verlof zonder wedde doorgebracht, met de aanleg van de tuinen, de bouw van de schuur, de lectuur van lang verbeide boeken en de hereniging met familie en vrienden.

'We moeten blij zijn dat het leven zinloos is'

Johan Braeckman «Ik heb dat jaar ingevuld zoals ik me had voorgenomen. Vaak deelde ik mijn dagen simpelweg in twee: de helft hier in de schuur werken, de andere helft lezen en schrijven. Vooraf had ik gezegd dat de zomer van 2014 er eentje moest worden die we ons lang zouden herinneren en zo hebben we het er ook naar gemaakt. Maar intussen wil ik dat deze zomer en alle volgende zomers proberen over te doen, dat is een belangrijk gevolg van dat jaar. Ik besef nu beter dan ooit het belang van zo nu en dan samen te zijn met de mensen die er voor mij toe doen. Ik kan iedereen zo’n jaar verlof zonder wedde aanraden.»

HUMO Is zoiets voor iedereen wel haalbaar? Ook voor wie minder verdienend een gezinsinkomen voor vrouw en kinderen moet leveren?

Braeckman «Ik heb bewust geprobeerd om heel sober te leven. Dat deed ik sowieso al: wie een hele dag een boek zit te lezen, geeft weinig uit. Ik heb wel een auto, de goedkoopste die er tien jaar geleden te vinden was, maar ik ben bijvoorbeeld geen reiziger. Ik heb het niet bijgehouden – er schuilt geen boekhouder in mij – maar ik denk dat ik vorig jaar heel goedkoop heb kunnen leven. Ik heb gemerkt dat ik niet geweldig veel nodig heb, al aarzel ik om dat luidop te zeggen in een land waar de armoede toeneemt. Onlangs las ik dat een kwart van de kinderen in een stad als Oostende in armoede leeft. Dat is ronduit hallucinant. In dat perspectief illustreer ik, die me een jaartje verlof zonder wedde kan permitteren, natuurlijk de groeiende ongelijkheid in de samenleving. Want, ja, ik heb een goed loon en ik heb door het erven van dat huis een vaste kost minder, ik moet geen kinderen onderhouden en ik heb niemand ten laste.

»Maar ik heb wel degelijk een fundamenteel punt gemaakt, zo heb ik gaandeweg ontdekt. Om te beginnen zorgde mijn aanvraag van dat jaar verlof zonder wedde aan de universiteit voor nogal wat commotie. Men vond het een raar verzoek, wat mij dan weer verwonderde. Toen ik vervolgens ook nog eens op radio en tv en in kranten en bladen mocht gaan uitleggen dat ik eens een jaar niks ging doen, ging ik beseffen dat ik een gevoelige snaar geraakt had.»

HUMO Wat bewijst dat er iets fundamenteel scheef zit.

Braeckman (knikt) «Schrikwekkend veel mensen doen hun job omdat ze nu eenmaal een inkomen nodig hebben. Dat vind ik verbijsterend. Mocht de universiteit voor mij niet meer bevredigend en zingevend zijn, dan stop ik meteen. Daar moet ik niet eens lang over nadenken. Maar wat voor mij evident is, ligt voor veel mensen blijkbaar erg moeilijk. Mijn zus, twee jaar ouder, doet om de vijf jaar iets anders: ze is buschauffeur geweest, heeft een winkeltje gehad, is nu cipier in een gevangenis. Ze voelt zich daar geweldig goed bij, ook al zegt mijn moeder elke keer dat ze zot is om haar job op te geven (lacht). Zoals zij het doet, zou de normaalste zaak ter wereld moeten zijn.

'Schrikwekkend veel mensen doen hun job omdat ze nu eenmaal een inkomen nodig hebben. Dat vind ik verbijsterend'

»Heel wat collega’s aan de universiteit hebben me gezegd dat ze jaloers op me waren. Toen ik dan een beetje doorvroeg, bleek dat die mensen eigenlijk zelf niet zo goed wisten waarom ze dat niet zouden kunnen doen. Ze begonnen dan over hypotheken, alsof het onmogelijk is een huis te verkopen en soberder te gaan wonen. De excuses en uitvluchten zijn talrijk. ’t Is blijkbaar zeer moeilijk om af te stappen van een manier van leven die je gewend bent – zelfs als je weet dat het niet is wat je wil en je het niet ziet zitten het nog decennia zo vol te houden. Waardoor mensen geen tijd voor elkaar hebben, voor hun kinderen, voor vrienden en familie. Dat heeft me tijdens mijn verlof beziggehouden, met dat onderwerp ben ik nog niet klaar.»


Tussen hemel en hel

Het geslacht Braeckman heeft lang een traditie hooggehouden in de boom- en plantenkwekerij, zo blijkt uit een stamboom en een handvol fotokaders in een familiehoekje in de schuur: ‘Een gepensioneerde leraar – toevallig mijn meester uit het eerste leerjaar – heeft de geschiedenis van de boomkwekerij in de streek in kaart gebracht. Die man kent mijn familiehistorie onvergelijkbaar veel beter dan ik (lachje). Ik moet mij nog in zijn werk verdiepen, ik weet alleen dat het teruggaat tot de 18de eeuw.’ Als ik vraag naar de dame op een groot portret, moet hij het kader van de muur halen om op de achterkant spiekend de tegelijk strenge en goedaardige sepia dame als Rosalie te identificeren. Toch deelt de professor met zijn voorouders groene vingers.

Braeckman «Als kind was ik al enorm door de natuur gefascineerd, uit mezelf en wellicht ook door mijn vader. Ik ving graag salamanders, vond planten en bloemen zeer interessant, kreeg een kick van het spotten van een wielewaal of goudvink. Dat heb ik nu nog: een kruisbek zien of een nachtegaal horen maakt mijn week goed.»

HUMO Maar u heeft er niet uw beroep van gemaakt.

Braeckman «Onrechtstreeks misschien wel. Mijn doctoraat ging over onder anderen Henry David Thoreau, ik vind ‘Walden’ een zeer inspirerend boek. Nog dierbaarder is me John Muir, een Amerikaan van Schotse afkomst die er mee voor gezorgd heeft dat er zoveel mooie natuurparken in de Verenigde Staten zijn. Hij ondernam soms maandenlange trektochten in de wildernis, met gevaar voor eigen leven. Als mensen vonden dat ik iets drastisch en radicaals deed door een jaar verlof te nemen, verwees ik weleens naar John Muir: die zei tegen zijn vrouw en kinderen dat hij een paar maanden de Sierra Nevada introk en weg was hij – dát noem ik drastisch (lacht). Zo heeft hij in de Sierra campagne gevoerd tegen de aan de gang zijnde houtkap. Waar de meeste mensen in die sequoia’s enorme economische mogelijkheden zagen, zag hij in de eerste plaats esthetische wonderen van de natuur. Hij ging radicaal in tegen de ontginningsmentaliteit in het westen van de VS en heeft als één van de eersten overtuigend op het gevaar van de uitputting van de aarde gewezen. Toen ik John Muir las, voelde ik meteen een soort verwantschap. Door auteurs te bestuderen die nadenken over de natuur, treed ik toch een beetje in de voetsporen van mijn vader.»

HUMO Ook door vandaag te leven en te werken op de plaats waar hij dat deed?

Braeckman «Zeker. Toen mijn vader met pensioen ging en het duidelijk was dat geen van zijn kinderen zijn zaak zou verderzetten, heeft hij zijn vijf serres afgebroken en is hij op de fundamenten van de serre het dichtst bij het woonhuis die schuur beginnen te bouwen – als een soort artistiek project. Hij gebruikte oude materialen die hij in de loop der jaren verzameld had, en deed het allemaal alleen en op zijn manier. Hij had er bijvoorbeeld lol in om een systeem met katrollen te bedenken om zonder hulp de balken op de juiste plaats in het plafond te krijgen. Toen mijn vader drie jaar geleden stierf, was zijn schuur ongeveer half klaar. Hij liet ons een simpele keuze: ofwel deden we niets en dan zou dit een ruïne worden waar duiven en wilde katten vrij spel in zouden krijgen; ofwel pakten we het aan en maakten we er iets van in de geest van wat hem voor ogen stond.»

HUMO Wat was uw vader van plan met zijn schuur?

Braeckman «Dat was nog onbestemd, hij ging hier mensen samenbrengen en allerlei dingen doen. Dus hebben we met familieleden en vrienden de vzw In de geest van Julien opgericht, om in dit zaaltje lezingen, concerten en vernissages te organiseren. We hebben het De Corridor gedoopt. Google leerde dat om het even welke naam waarmee we origineel dachten te zijn, al gebruikt was voor een tearoom in Utrecht of een pitakot in Aken (lacht). Uiteindelijk hebben we het zaaltje vernoemd naar het stuk serre dat we nog moeten restaureren: de corridor, een verbindingsweg tussen de vijf serres. Zo verwijst de naam naar het verleden en symboliseert hij tegelijk iets verbindends – een prettige combinatie.»

Hij wijst me op de terracotta tegels, 19de-eeuws, in de vloer, de toog en de vensterbanken (‘Op die tegels stonden de planten in de serres, omdat terracotta uitstekend de warmte bewaart. We hadden duizenden van die stenen, die we over het hele domein heen gebruikt hebben’) en legt uit dat ze met allerlei regeltjes rekening dienden te houden: de deuren moeten de brandveiligheid dienend naar buiten opengaan, de wc’s moeten aan hygiënische voorwaarden voldoen, en wie hier achter de toog wil staan moet een bewijs van goed gedrag en zeden kunnen voorleggen. Braeckman vertelt met vuur over het van zijn vader geërfde project, dat buurtbewoners tot vrijwilligerswerk verleid heeft, verre familie terug dichterbij gebracht heeft, en voor zijn drie zussen en broer zin geeft aan het verlies van hun vader.

Braeckman «Mijn vader was 73, hij had dus best langer mogen leven. Maar hij heeft een mooi leven gehad, met mijn moeder en zijn kinderen: hij heeft autonoom zijn job kunnen doen, had vrienden en vriendinnen, heeft zich goed geamuseerd, werd gerespecteerd. Daarom had ik uiteindelijk niet zo veel moeite om zijn dood te accepteren. Ook de andere sterfgevallen in mijn omgeving heb ik op die manier weten te plaatsen. Tot nog toe, want ik weet niet hoe ik zou reageren als een neefje of nichtje een ongeluk zou krijgen – ik heb zelf geen kinderen. Ik zou me er rationeel bij neerleggen, maar er waarschijnlijk emotioneel minder goed mee omgaan. Omdat ik weet dat zo’n dood sluipend gif is en een vreselijk effect op de ouders en anderen heeft.

'Ik ben niet bang voor de dood, wel voor de met ouder worden mogelijke ziekte en aftakeling. Ik kan maar hopen dat het zal meevallen en me gelukkig prijzen dat ik in een land leef dat euthanasie mogelijk maakt'

»Ik heb ook geen problemen met mijn eigen eindigheid, al leef ik echt graag en zou ik best willen dat mijn levensverwachting 150 in plaats van 80 jaar was. Maar zoals ik er geen probleem mee heb dat er een oneindig lange periode geweest is dat ik er nog niet was, zo heb ik er geen probleem mee dat er een oneindig lange periode zal zijn dat ik er niet meer ben. Dus is er ook niks om me zorgen over te maken. Wel beangstigend vind ik soms dat me met ouder worden mogelijk ziekte en aftakeling, pijn en lijden, kanker en dementie te wachten staan. Ik kan maar hopen dat het zal meevallen en me gelukkig prijzen dat ik in een land leef dat euthanasie mogelijk maakt.»

HUMO Dat maakt, handig genoeg, religie voor u overbodig.

Braeckman (schudt het hoofd) «Het klopt volgens mij niet dat de angst voor de dood mensen in de armen van religie drijft. Af en toe denken we eens aan de dood, ja, maar we lopen toch niet constant met de bibber op het lijf rond? Vergeet ook niet dat de belofte op een hiernamaals niet altijd positief is: mensen hebben eeuwenlang in de hel geloofd. Dan lijkt het me aantrekkelijker dat bij de dood alles ophoudt dan dat er eeuwig in de hel gebrand moet worden (lachje).

»Ik ben dus geen aanhanger van de stelling dat mensen bij religie uitkomen op zoek naar troost voor de eindigheid van het leven. Dan zie ik meer in de theorie dat het hiernamaals het gevolg is van doorgeschoten menselijke psychologie. Intuïtief gaan we immers uit van een dualisme tussen lichaam en geest, wat het aannemelijk maakt dat de geest er nog kan zijn als het lichaam weg is. Maar dat is helemaal niet zo, we weten uit de neurowetenschap dat die geest dat lichaam nodig heeft. Maar omdat onze intuïtie ons een andere richting uitstuurt, kunnen mensen vrij makkelijk geloven dat er nog iets na de dood komt.»

HUMO Wetenschap is contra-intuïtief en religie intuïtief?

Braeckman (knikt) «De cognitieve wetenschap van religie is nog veel te weinig gekend. De idee is dat religie ontstaat omdat een aantal typisch menselijke psychologische eigenschappen ons bijna vanzelf tot religieuze opvattingen brengen. Religie is dus eigenlijk een spontaan neveneffect van normale psychologische mechanismen.

»Mensen zijn bijvoorbeeld van nature geneigd om teleologisch te denken, in termen van doel en nut. Dat zie je bij kinderen: als het regent, denken zij spontaan dat dat is omdat het gras moet groeien – wat dus niet juist is. Religie ent zich op dat psychologische mechanisme; religie interpreteert de werkelijkheid alsof ze voor ons met een doel gemaakt is. Daarom zijn wetenschappelijke verklaringen, die helemaal niet vanuit doelen of intenties redeneren, onnatuurlijker, ingewikkelder te vatten en dus moeilijker te accepteren. Ze staan haaks op onze normale intuïtieve psychologie.

»Zo zijn we van nature ook geneigd om gebeurtenissen een intentionele kracht toe te schrijven. Als jij me een mail stuurt, weet ik dat jij bewust iets ingetikt hebt en met een bedoeling naar me gestuurd hebt. Maar soms slaat dat denken door naar gebieden waar het niet van toepassing is: dan gaan mensen bijvoorbeeld redeneren dat achter de bliksem ook een soort intentionele kracht zit. Maar die is er niet: Zeus die met zijn hamer bliksem opwekt, is fictie. Toch was dat verhaaltje zeer aantrekkelijk voor mensen die de bliksem probeerden te verklaren met de psychologische middelen die ze hadden om menselijk gedrag te verklaren.»


De dood van terreur

Maar Braeckman had een aangepaste setting voor ogen om het over religie te hebben. Hij gidst me in de tuinen rond de schuur: ‘Toen mijn vader drie jaar geleden stierf, ben ik begonnen met de tuinen aan te leggen zoals ik het wilde. Daar zijn om te beginnen kranen aan te pas gekomen en tuigen met grijparmen, om containers vol onbruikbaar spul af te voeren. Mocht mijn vader terugkeren, hij zou onmiddellijk een hartaanval krijgen bij de gedachte aan wat er allemaal verloren is gegaan.’

Iets van de gulzigheid van zijn vader moet de filosoof toch behouden hebben, want de tuinen overdonderen in hun veelheid: een Japans geïnspireerd rotstuintje, een vijver met vissen en schildpadden (‘Er komen veel libellen op af, wat naar het schijnt wil zeggen dat die vijver gezond is’), twee petanquebanen. ‘Ik heb daar allemaal niet bepaald geweldig goed over nagedacht,’ glimlacht Braeckman, ‘maar gewoon van dag tot dag gedaan wat me goed leek. Die tuinen zijn niet ontworpen, maar organisch gegroeid.’ Hij wijst me enkele van zijn improvisaties aan: de composthoop, naast het opschrift ‘Make compost, not war’; twee stenen bankjes, als minihunebedden; een labyrint rond een terrasje (‘Daar wordt het heerlijk zitten zodra die treurberk groot genoeg is om wat schaduw te bieden’). Hij zwaait links, wijst rechts: ‘Een beetje bloemen en planten, wat groenten ook. Een serretje tegen het woonhuis aan, waar het al vroeg op het jaar prettig zitten is. Het idee was dat ik op verschillende plaatsen zou kunnen zitten lezen en praten.’

We eindigen op een zoveelste terras, tegen de zuidflank van de schuur, vlak bij de vijver. Het waterzonnetje is barmhartig, ook omdat de wind wordt geweerd door een muurtje van ornamentale witstenen: ‘Die komen uit een kapel van de Sint-Annakerk in Gent. Toen daar dertig jaar geleden wat afgebroken werd, heeft mijn vader die stenen hier laten droppen. Ze hebben decennialang op een hoop gelegen, tot ik vorige zomer dat muurtje gemetst heb.’ ’t Is misschien zijn favoriete plek: ‘Bij een beetje goed weer is het hier zalig zitten, in alle rust. Hier kan ik makkelijk een hele dag doorbrengen.’

HUMO Religie dus, en het gestage afkalven.

Braeckman «Vandaag worden meer kinderen dan ooit tevoren door hun ouders neutraal opgevoed, tot mensen die zelf hun mening kunnen vormen over zingeving, normen en waarden – de minst indoctrinerende vorm van opvoeding die mogelijk is. We leven dan ook in een experimenteel scharniermoment. Dat verklaart veel van dat tasten en zoeken van tegenwoordig, van new age over mindfulness tot yoga. Maar dat lijkt me positief, een normale vorm van experimenteren.

»Dat we een experimenteel scharniermoment meemaken, verklaart ook het fundamentalistisch protestantisme zoals dat in het creationisme en religieus rechts in de VS tot uiting komt. Men weert zich als een duivel in een wijwatervat tegen de toenemende secularisering, tegen het feit dat mensen steeds minder behoefte hebben om hun leven op te hangen aan een kerk, een priester, een heilig boek. Die heftige tegenreacties inspireren sommige denkers tot boeken als ‘Why God Is Back’, maar ik denk dat ze zich vergissen: die reacties bewijzen net dat religie onomkeerbaar op de terugweg is.»

HUMO Geldt hetzelfde voor het islamitisch fundamentalisme?

Braeckman «Ook dat is géén bewijs van het enorme belang of de groei van religie, maar eerder een reactie op de zich snel wijzigende levensbeschouwelijke situatie. De terreuraanslagen zullen op termijn dat proces net nog versnellen.

»Dat denk ik ook omdat terrorisme simpelweg niet werkt. Wij hebben de neiging ons daarop te focussen, die terreur zit immers dagelijks spectaculair en beangstigend in het nieuws. Maar mensen die vervolgens niet meer op vakantie naar Tunesië durven, zijn het slachtoffer van een cognitieve illusie. Terrorisme betekent statistisch gesproken immers niet veel. Een simpel voorbeeld: in de VS komen elk jaar meer mensen om door verdrinking in hun bad dan door terreuraanslagen, soldaten in Afghanistan inbegrepen. Nog een voorbeeld: de weken na 9/11 waren Amerikanen bang om het vliegtuig te nemen, met als gevolg dat veel meer mensen een verplaatsing met de auto maakten en dat er op één maand tijd meer extra doden in het verkeer zijn gevallen dan bij de aanslagen van 9/11. Ons brein kan dus tot misvattingen komen, die vervolgens onze levens bepalen en dooreengooien. Maar naarmate we dat beseffen, gaat de impact ervan steeds afnemen.

'Die islamitische terreur zal vanzelf wegebben, daar ben ik redelijk optimistisch over: ze ontbeert een doelstelling waar grote massa's zich achter kunnen scharen'

»We weten ook uit studies dat terrorisme een zinloze strategie is. De gemiddelde levensduur van een terreurgroep is amper zes jaar, bij gebrek aan een draagvlak. Heel af en toe is dat er wel, voor nationalistische vrijheidsbewegingen – omdat die onderdrukte mensen kunnen meekrijgen. Maar islamitische terreur heeft dat soort ankerpunten nauwelijks, ze ontbeert een doelstelling waar grote massa’s zich achter kunnen scharen. 9/11, Londen, Madrid: allemaal contraproductief. Die islamitische terreur zal dus vanzelf wegebben, daar ben ik redelijk optimistisch over.»

HUMO Waarom zou onderdrukking islamterreur geen draagvlak kunnen schenken? Waarbij het kalifaat pretendeert een onderdrukt volk een gevoel van eigenwaarde terug te geven?

Braeckman «Er zijn natuurlijk nog de echoënde effecten van decennia- tot eeuwenlang kolonialisme en neokoloniale politiek, ja. Maar waren bijvoorbeeld de mensen die hier Sharia4Belgium uit de grond gestampt hebben onderdrukt? Nee, dat waren of zijn gewoon Belgische staatsburgers met dezelfde rechten en plichten als elke Belg.»

HUMO Ze hebben wel kunnen werven voor Sharia4Belgium dankzij racisme en discriminatie op de arbeids- en woningmarkt.

Braeckman «Dat zal zeker meespelen: wie geen identiteit en zingeving vindt, zoekt die elders. Dan ligt in het klooster intreden, naar het kalifaat trekken of zich bij een motorbende voegen dicht bij elkaar. Maar het is wel degelijk een samenspel van economische, sociologische en psychologische factoren. En wat al te vaak vergeten wordt: een mens kan grondig vergiftigd worden door een ideologie of een religie.

»De islam op zich speelt dus evident een grote rol, ik ben dan ook blij dat nu ook moslims zelf zeggen dat ze niet langer kunnen doen alsof het terrorisme niets met religie te maken heeft en dat ze zich moeten afvragen wat in hun religie mensen tot dit soort daden brengt. Dat er aansporingen tot geweld in de Koran staan, zal wel een rol spelen. Er staan overigens ook dergelijke aansporingen in de Bijbel, die bovendien in de loop der tijden ook opgevolgd zijn. Pas een paar eeuwen terug is men de Bijbel symbolisch, allegorisch en metaforisch gaan lezen. Dat een dergelijke lezing van de Koran nog altijd lastiger ligt, is dus wel degelijk een aspect van de islam zelf. Als men dan vervolgens uit die strikte lectuur van de Koran inspiratie voor terreur haalt, kan men toch niet doen alsof religie daar niets mee te maken heeft? Misschien kan religie mensen net zeer immorele daden doen stellen waar ze zonder religie niet toe zouden komen. Als je God aan je kant acht, is er veel mogelijk.»

HUMO Ziet u het als een levenstaak om religie met redelijkheid te bevechten?

Braeckman «Ik denk inderdaad dat religie medeverantwoordelijk is voor veel onheil in de wereld, vandaag en in het verleden. Maar van mij mogen mensen denken wat ze willen – zelfs erg radicaal en fundamentalistisch – zolang ze anderen niet te veel last berokkenen. Dit gezegd zijnde probeer ik wel – zij het militant noch combattief – mensen te doen inzien hoe ons denken functioneert en, in het bijzonder, hoe het fout kan lopen: hoe indoctrinatie werkt, hoe mensen tot misvattingen komen, hoe drogredenen ontstaan. Dat is één van de essenties van de filosofie: proberen de mist op te klaren. Op langere termijn is dat de meest effectieve strategie om mensen tot redelijker inzichten en gedrag te brengen.»

HUMO Verdraagt u vrienden of familie die hardnekkig in de mist blijven hangen?

Braeckman «Natuurlijk. Mijn moeder is gelovig, nog altijd. Zij heeft er een tijdje moeite mee gehad dat ik het niet ben, wij hebben daar meerdere gesprekken over gehad; over echtscheiding, abortus en voorbehoedsmiddelen is zij nu net zo vrijdenkend als ik. De euthanasiewet vindt ze zelfs niet ver genoeg gaan, wat een gevolg is van de jarenlange confrontatie met haar zwaar demente moeder. Waarna ik moet uitleggen – de omgekeerde wereld – dat iemand lucide en bij bewustzijn moet zijn om euthanasiepapieren te tekenen (lacht).

»Net zoals het geloof geen enkel probleem is tussen mijn moeder en mij, staat het ook geen vriendschap in de weg. Ik héb gelovige vrienden, met wie ik – als zij daar zin in hebben – weleens over geloof praat. Soms kunnen ze ’t intellectueel of rationeel niet verantwoorden, omdat het een diep emotief iets is dat verstrengeld is met hun identiteit. Ze kennen alle wetenschappelijke argumenten en weten dat het niet rationeel is om te geloven, maar tegelijk vinden ze het bestaan fundamenteel mysterieus – ik heb daar best sympathie voor, ik ervaar dat ook zo. Voor hen is dat de basis om te hopen op een leven na de dood, voor mij dus niet. Maar ’t is geen factor die van belang is voor de waarde van vriendschap.»

'Alles aan de universiteit is tegenwoordig op nut en efficiëntie gericht: de publicatiedruk weegt, de ratrace knaagt aan de kwaliteit, de concurrentie en competitie verzieken de sfeer'


Flowing in the wind

We verhuizen naar een terras aan de andere kant van de schuur, bij een berk die me bij de rondgang daarnet al opgevallen was; gegroeid uit zaadjes die ooit in de goot tussen de tweede en de derde serre beland zijn. De wortels, die tussen de kieren en spleten van de stenen grillig hun weg gezocht hebben, etaleren een krachtige levenslust. De roots van een familie boomkwekers, knoestige onverzettelijkheid.

HUMO Weet u wat u gelukkig maakt?

Braeckman «Ongeveer. Ik moet autonoom mijn dag, mijn week, mijn leven kunnen indelen, zodat ik rustig een boek kan lezen en gesprekken kan voeren, en voldoende tijd kan doorbrengen met mensen die belangrijk voor mij zijn.

»Wat ik doe moet betekenis hebben, ik verlies niet graag tijd met administratief werk en vergaderingen. Ik heb ooit in Amsterdam meegemaakt dat het eerste halfuur van een vergadering – ik overdrijf niet – ging over het bepalen van een datum voor een volgende vergadering (lacht). Bureaucratie is een monster en staatssecretarissen voor Administratieve Vereenvoudiging maken het alleen maar erger: voor je ’t weet zit je enquêtes in te vullen over hoeveel minder enquêtes je zou willen (lachje). Alles aan de universiteit is tegenwoordig op nut en efficiëntie gericht: de publicatiedruk weegt, de ratrace knaagt aan de kwaliteit, de concurrentie en competitie verzieken de sfeer. Zo wordt het moeilijk je nog ten gronde in iets te verdiepen wat niet de eerste drie jaar zal leiden tot iets tastbaars of meetbaars – een ‘output‘, noemen ze dat dan, want er is tot mijn afgrijzen ook een nieuw jargon binnengeslopen.

'Ik heb bewust geen kinderen. Ik sta aan de kant van de demografen die vinden dat we ecologisch gesproken beter met minder dan met meer zijn'

»Los van die grote lijnen vind ik geluk in kleine dingen: muziek, natuur, wandelingen. Ik probeer ook plantjes te kweken – orchideeën en zo – en vind daarin een speciaal genoegen. En mijn neefjes en nichtjes zijn ook een bron van geluk.»

HUMO Hebt u bewust zelf geen kinderen?

Braeckman «Ja. Ik sta aan de kant van de demografen die vinden dat we ecologisch gesproken beter met minder dan met meer zijn.»

HUMO Bent u destijds filosofie gaan studeren in de hoop het geluk op het spoor te komen?

Braeckman «Nee, het boeide mij op de eerste plaats puur theoretisch – bijna zoals schaakproblemen, die los van de wereld staan maar een enorme intellectuele uitdaging bieden. En dat is de voorbije dertig jaar zo gebleven, pas sinds kort is dat aan het veranderen.

»In dat jaar verlof ben ik immers boeken gaan lezen die ik anders aan me voorbij had laten gaan: ‘Lof der luiheid’ van de Britse anarchist Tom Hodgkinson bijvoorbeeld; ‘Hoeveel is genoeg?‘ van vader en zoon Skidelsky; en studies over monniken, over het communeleven. Zeer praktisch gerichte filosofie over zelfredzaamheid, autonomie, leven uit je groentetuin. Daar ga ik de rest van mijn leven mee bezig blijven: hoe willen wij leven? Hoe willen we werken? Wat en hoeveel hebben we nodig? Waarvoor is geld nodig? Wat is er nu echt van belang? Waar wil ik tijd in stoppen en waarin niet?»

HUMO Weet u intussen al wel iets over geluk?

Braeckman «Een beetje, omdat ik een studente begeleid heb die voor haar doctoraat geluk onderzocht heeft. ’t Is opvallend dat het maar pas de afgelopen twintig jaar wetenschappelijk bestudeerd is. Maar intussen weten we dus al wel het één en ander. Zo is het samenleven met andere mensen cruciaal: zelfs dodelijk zieke mensen kunnen tot hun laatste dag zeer gelukkig zijn mits ze maar in een sociaal weefsel zitten; en kerngezonde mensen die eenzaam zijn, kunnen het diepste ongeluk ervaren. Verder maken extreem hoge eisen aan geluk stellen en weinig realistische doelen kiezen ons gegarandeerd ongelukkig. En uit studies die landen vergelijken blijkt dan weer dat mensen gemiddeld genomen zeer gelukkig zijn in Costa Rica en zeer ongelukkig in Zimbabwe. België is relatief gelukkig, wat me enigszins verbaasde omdat we hier dagelijks toch drie à vier zelfdodingen kennen.

»Naast de context waarin je leeft, zijn er natuurlijk ook individueel gebonden factoren. Ieder mens heeft een happiness set point. Breng een hypochonder in een context waarvan je intuïtief denkt dat die ’m zou doen openbloeien en het zal niet gebeuren. Omgekeerd geldt ook dat iemand die elke ochtend jubelend om de nieuwe dag uit bed veert, ook in een negatieve context gelukkig zal blijven. Als individu kun je relatief weinig aan dat set point doen. Grotere verschillen zijn wél mogelijk als je een grotere groep in een totaal andere context brengt.»

HUMO Hoe ziet uw set point eruit?

Braeckman «Tamelijk positief. Ik ben altijd al vrij opgewekt geweest, ook als kind. Ik weet niet wat een depressie is, ik weet hooguit wat verdriet is. Zwartgalligheid en cynisme zijn me vreemd. Dat komt natuurlijk ook omdat het goed zit met de factoren die mensen gelukkig maken: ik heb een fijne familie, vrienden en vriendinnen; ik heb een job die me relatief veel autonomie geeft; ik ben gezond; ik heb een huis en een inkomen en ben dus materieel oké.

»Uit dat doctoraat bleek ook dat het ideaal een soort flow is. Je diepste gelukservaringen beleef je als je niet beseft wat je aan het doen bent: als jij aan de neerslag van dit gesprek aan het werken bent en het is zonder dat je ’t in de gaten hebt ineens drie uur later, dan heb je in een flow gewerkt. Ik heb dat vaker, tijdens lange gesprekken, wandelingen of lectuur. Ik ben dus heel blij met het leven dat ik leid, ook al ben ik ervan overtuigd dat het leven op zich geen zin heeft.»

HUMO Handig dat u er zelf over begint.

Braeckman «De vraag naar de zin van het leven is nutteloos, ’t is alsof je zou vragen naar wat er ten noorden van de noordpool ligt. Dat is een absurde vraag, een pseudovraag. We leven in existentialistische zin immers in een absurd universum. Het maakt eigenlijk geen bal uit of het universum er is of niet, en of het leven er is of niet. Je kunt dat negatief bekijken: dat wil dus zeggen dat we hier puur toevallig zijn, dat het allemaal geen zin heeft. We lopen hier een paar jaar rond en dan, poef, is het gedaan. En als het dan toch allemaal niks betekent, waarom staan we dan ’s ochtends nog op? Ik begrijp dat mensen zo denken, maar ik ben geneigd – gelukkig – het fantastisch te vinden dat ik dat hier allemaal mag meemaken. Het is een schitterend ongeluk dat wij bestaan. ’t Had helemaal anders kunnen zijn: we zijn niet verwacht, niet gepland, niet zo geweldig speciaal dat het zo bedoeld is. Maar ik vind dat niet beangstigend, ik vind dat net zeer bevrijdend. Stel je voor dat er wel een plan zou achter zitten: dat zou pas beklemmend en beangstigend zijn. Nee, we moeten blij zijn dat het leven zinloos is.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234