'Zo helpe ons een opperwezen naar keuze'Dwarskijker over 'Als de dijken breken' en 'Winteruur'

Ik stel vast dat ik me aardig kan verplaatsen in een man die bij gierende wind met zijn dochter op een hoogspanningsmast zit


Als de dijken breken

Eén – 5 december - 873.538 kijkers

Als je een Nederlandse bewindsman op wrange toon de vraag ‘Wat stellen die Deltawerken eigenlijk voor?’ hoort opwerpen, dan ben je ongetwijfeld naar ‘Als de dijken breken’ aan het kijken, een serie die Hans Herbots in opdracht van de EO en de VRT heeft gemaakt. Nadat de eerste aflevering was uitgezonden, liet de Nederlandse minister Melanie Schultz van Haegen, die over water waakt, snel weten dat Nederland voorlopig nog niet onder de zeespiegel zal verdwijnen. ‘Gelukkig komt een superstorm bijna nooit voor,’ sprak ze, ‘maar de Nederlandse kust is in ieder geval voor de komende vijftig jaar beschermd. En daar ben ik trots op.’ Haringhappen zal dus nog een halve eeuw op het droge plaatsvinden.

‘Als de dijken breken’ maakt de gevolgen van een superstorm, een apocalyptisch bijeffect van de klimaatverandering, aanschouwelijk voor CO2-uitstoters en in één moeite door ook voor de rest van het ruime publiek. In Nederland zal deze serie menigeen terugvoeren naar de watersnood van januari 1953, toen dé angst des vaderlands ontstond. Ik heb niet veel op met rampenfilms – ik laat ze liever aan mensen zonder verbeelding over – maar de watersnood in deze serie doet minder aan een spektakelshow uit een attractiepark denken dan ik had verwacht, wat de nattigheid naar mijn gevoel realistischer maakt. Voor de rest ben ik niet het type dat series chicaneus op hun special effects zit te taxeren.

Het stormt oudtestamentisch, het water wast snel, en hoog en droog in het crisiscentrum kijkt de Nederlandse minister-president Hans Kreuger (Gijs Scholten van Aschat) dof neer op wegzinkende auto’s. Hij ziet ze haast onbewogen aan waarna hij, net als de rest van zijn regering, het soort besluiteloosheid tentoonspreidt dat de politiek een slechte naam geeft onder populisten. Die indruk heeft misschien ook iets te maken met het afstandelijke, al te terughoudende acteren zelf: enkele acteurs die in deze serie Nederlandse regeringsleden gestalte moeten geven, zeggen onverwerkte tekst op, alsof ze die in het voorbijgaan van een teleprompter aflezen. Dat een nieuwsbulletin van het ANP na verloop van tijd melding maakt van 25.000 doden, lijkt niet tot hen door te dringen, wat ik, in tegenstelling tot de noodsituatie zelf, nogal ongeloofwaardig vind. Ik geloof in ieder geval meer in de Vlaamse minister André Verbeke, gespeeld door Tom Van Dyck: een geoefend praatjesmaker die gladweg van de noodsituatie een deugd maakt, en minder van bordkarton is dan zijn Nederlandse ambtsgenoten.

‘Als de dijken breken’ is een knooppunt van verhalen waarin het wassende water, de eigenlijke hoofdrol, van alles op gang brengt. Ten overvloede blijkt dat een ongeluk, zo helpe ons een opperwezen naar keuze, nooit alleen komt: Robert en Marion Wienesse, een echtpaar met twee dochters en een huwelijkscrisis, raken elkaar kwijt in het geraas van de storm. Zij komt met een dochter in een toevallig langsvarend bootje vol binnenlandse vluchtelingen terecht. Haar man en haar andere dochter lopen die reddingskans mis, terwijl het waterpeil levensbedreigend stijgt. Hij belandt weldra met z’n dochter op een hoogspanningsmast die nog net boven de waterspiegel uitsteekt: een beklemmend beeld waarbij een gevoelige ziel plaatsvervangend de vochtige kou voelt snerpen. In Oostende sleurt de ziedende Noordzee het dochtertje van Sonja Van Daele (Daisy Van Praet) mee, een moeder die een kajakverhuurbedrijfje uitbaat. Ze heeft nog een zoontje en een inwonende moeder met suikerziekte (Ingrid De Vos). En een goeiige, uitsloverige huisvriend (Tom Audenaert) die een oogje op haar heeft. Haar man Ronnie (Thomas Ryckewaert) zit intussen een straf uit in Rotterdam. In deze aflevering zagen we hoe het donkere water hem tot de kruin komt in een isoleercel in de kelderverdieping van de gevangenis. De scène waarin een cipier hem wil redden en onder water zelf in moeilijkheden lijkt te komen, is het soort angstdroom waarna dezelfde gevoelige ziel van daarnet een raam opengooit en gulzig naar lucht hapt. Wie precies wie tot redding strekt, was me overigens niet helemaal duidelijk. De verhaallijn waarin de oude, levensmoede violist David Stein (Aart Staartjes) zich noodgedwongen over een door de watersnood verrast sleutelkind ontfermt, preludeert op de kerstsfeer: de scènes met Stein en Kimmy (Jamelia Sanda Nana) doet vermoeden dat alles wel goed komt, wat een mens van goede wil hoort te geloven met de kerst. Af en toe vang je in deze serie een claus op die van de hedendaagse kansel lijkt te komen: ‘Een crisis haalt bij velen van ons het beste naar boven.’

Tegen het eind van de tweede aflevering strekte Rotterdam zich in een panoramische shot grotendeels onder de zeespiegel uit, en voeren enkele gedetineerden van de plaatselijke gevangenis, onder wie Eddie Van Daele, op een samengeraapt vlot af naar een onbestemde verte en een ongewisse toekomst.

Laat ik zeggen dat ik tot op heden meer een nagenoeg neutrale waarnemer dan een onvoorwaardelijke liefhebber van ‘Als de dijken breken’ ben, maar ik zie er niettemin meer perspectief in dan in ‘The spiral’, Herbots’ vijfdelige serie uit 2012 die in haar Europese ambitie en haar gezochte ingewikkeldheid verstrikt raakte. Ik stel vast dat ik benieuwd ben naar de verdere afwikkeling van ‘Als de dijken breken’. En ik stel ook vast dat ik me aardig kan verplaatsen in een man die bij gierende wind met zijn dochter op een hoogspanningsmast zit, enkele meters boven de zeespiegel, met uitzicht op niets dan donker, onherbergzaam water. Een man die klappertandend zit te wachten tot de crisis het beste in hem naar boven haalt.

'Zo nu en dan vind ik 'Winteruur' nog net iets interessanter dan in 't eigen hert te kijken, nog even voor het slapengaan'


Winteruur

Canvas, 4 keer per week - 50.084 kijkers

In de decembermaand van het jaar 2016, nu ik mijn finest hour al iets te lang achter de rug heb, is ‘Winteruur’ mijn favoriete tv-programma. De gasten naar wier zelfgekozen tekst of tekstfragment ik oprecht nieuwsgierig was in ‘Winteruur’, zijn me dunkt al aan de beurt gekomen, maar evengoed sta ik open voor een keur aan figuren die, zonder dat ze daar erg in hebben, buiten mijn belangstellingssfeer gedijen. Mogelijk zitten daar twee à drie fraseurs tussen die, zodra de redactie van ‘Winteruur’ hen heeft uitgenodigd, snel enkele geletterde kennissen opbellen: of die misschien een tekst weten die de intelligentie en het intense gevoelsleven van de aanstaande gast van ‘Winteruur’ recht zou doen.

Ik maak me sterk dat de professionele homo ludens Wim Helsen, die me een geducht mensenkenner toeschijnt, eventuele neppers – phoneys zou Holden Caulfield ze noemen – snel zou doorzien. De elementaire vraag ‘Wat staat hier eigenlijk?’, die hij zelden nalaat te stellen, is een lakmoesproef. Voor het overige denk ik dat Wim Helsen een iets te welgedaan ego in een ongemerkte handomdraai lek kan prikken.

Alleen al de inleiding van ‘Winteruur’ is bijzonder. Wim Helsen zegt bijvoorbeeld zonder aanleiding: ‘Sommige gasten van ‘Winteruur’ zijn erg saai,’ waarna hij een stilte laat vallen. De gast raakt daardoor enigszins van zijn à propos en probeert dat opstootje van onbehagen weg te glimlachen, zij het altijd een vingerknip te laat. Timing is alles. Of Wim Helsen zegt: ‘Boris heeft een rare dag beleefd. Vandaag heeft hij na zes jaar zijn zus weer ontmoet: Babette, óók een golden retriever. ’t Was een onstuimig weerzien. Hítsig op den duur… en daar hebben we Boris van moeten weerhouden, want incest komt niet voor in ons mooie, propere Vlaanderen, hè?’ Je zag David Van Reybrouck, een wereldleider in aanleg, die zijn hoofd al bij het gedicht ‘Totaal witte kamer’ van Gerrit Kouwenaar had, schielijk in zijn assortiment gezichtsuitdrukkingen bladeren. In de ruimte waarin ‘Winteruur’ verstrijkt, moet de hond Boris inzake aandacht nauwelijks onderdoen voor de gasten. Soms vraag ik me af of die zitkamer wel gezellig is. Er hangt wel een reproductie van een houtsnede van Frans Masereel, en hier en daar prijkt een kokette schemerlamp, maar dat neemt niet weg dat ik de omgeving soms een tikje link vind: een voorlopige verblijfplaats waar niemand zich metterwoon vestigt. In ieder geval is deze kamer een vrijplaats in het ruimte-tijdcontinuüm; een plek waar ernst, door toedoen van Wim Helsen, ineens lichtvoetig wordt zonder daarom minder ernstig te zijn. Zo nu en dan vind ik ‘Winteruur’, een korte avondlijke opschorting van de alledaagsheid, nog net iets interessanter dan in ’t eigen hert te kijken, nog even voor het slapengaan. Slaapwel. Uiterst weinig gasten van ‘Winteruur’ zeggen in navolging van Wim Helsen ‘Slaapwel’ aan het eind. Miet Smet was bij mijn weten de laatste die dat deed. Zou zij aardiger zijn dan de rest?

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234