‘Door mijn optredens heb ik me beetje bij beetje met mijn uiterlijk verzoend, dat lang een bron van complexen was. Ik heb er nu vrede mee, maar ik zou wel mooi willen zijn...’Beeld Johan Jacobs

jonge leeuwenDelphine Lecompte

Zo leerden wij Delphine Lecompte kennen: ‘Ik heb nu vrede met mijn uiterlijk, maar ik zou wel mooi willen zijn’

‘Hoe zullen de markten reageren?’ is dé vraag in dit vervloekte tijdsgewricht, maar laten we het thans even over poëzie hebben, het ondergeschoven wonderkind van de letteren, oud geboren en eeuwig jong. En laten we een gesprek voeren met Delphine Lecompte (34), wier leven zich in haar gedichten vertakt. Die gedichten zijn ook zelf en familieportretten, scherven van lachspiegels, grensoverschrijdende gedachtevluchten, geïllumineerde gekkenpraat, meesmuilende morbiditeit, lichtvoetige somberte. En nog iets dat ik voor de gelegenheid niet meteen in woorden kan vatten, iets met taal.

(Verschenen in Humo op 6 maart 2012)

In haar woonplaats Brugge, la Morte Scoone, staat ze me in haar straatje op te wachten. Ze vraagt of ik het goed vind om het interview niet te harent te doen, maar een paar huizen verder: ‘Ik heb al een tijdje niet schoongemaakt.’ We komen terecht in wat ik nog het liefst ‘andermans gezelligheid’ noem, maar voorts heb ik geen zin om interieurs te bespreken, want ik wil de interieurverzorgingsnichten niet broodroven. Zo’n goeierd ben ik wel. De nieuwe en derde gedichtenbundel van Delphine Lecompte heet ‘Blinde gedichten’ (De Bezige Bij Antwerpen) en hij heeft een aanzienlijk breder rugje dan je van een gedichtenbundel verwacht.

DELPHINE LECOMPTE «Ik schrijf elke dag, meestal meer dan één gedicht, soms wel drie. Mijn productie is ook weleens iets minder, maar toch: sinds een paar jaar blijft het maar komen.»

HUMO Hoe zat het vóór die springbron begon te wellen?

LECOMPTE «Ik heb heel lang gezocht naar een vorm om mijn ongebreidelde fantasie in te gieten. En ik heb eerst in het Engels geschreven.»

HUMO Ja, dat weet ik: je roman ‘Kittens in the Boiler’ is uitgegeven in Amerika. In de literaire underground werd dat boek daar met Charles Bukowski en Henry Miller vergeleken. Niet kwaad voor een debuut uit België.

LECOMPTE «Ik krijg nog altijd fanmail uit steden als Boston en San Diego. Eigenlijk ben ik er wel trots op. Ik stuurde vaak verhaaltjes naar e-zines op, en naar Amerikaanse literaire tijdschriften. De man van de website Thieves Jargon had net een grote erfenis gekregen, en daar wilde hij een uitgeverijtje mee opzetten. Het was hem opgevallen dat mijn verhaaltjes, waarin altijd weer dezelfde personages terugkwamen, maar bleven binnenstromen, en toen heeft hij gevraagd er een soort roman van te maken.»

HUMO Alle onderwerpen die nu in je poëzie aan bod komen, zaten al in ‘Kittens in the Boiler’. Alsof dat boek een voorstudie was.

LECOMPTE «Het was het echte begin, want mijn Nederlandse probeersels van voor ‘Kittens in the Boiler’ waren puberaal: ze zaten dus vol zelfmedelijden en gekweldheid – veel te zwaar op de hand. Maar dankzij ‘Kittens in the Boiler’ ben ik op een soort branie in mezelf gestoten, die ook heel bevrijdend was. Ik hoefde mezelf niet meer te censureren: er was iets in mij losgeslagen, en dat is sindsdien zo gebleven.»

HUMO Op een dag moest je dus vaststellen dat je een dichter was.

LECOMPTE «Ik vind het nog altijd een beetje moeilijk om dat van mezelf te denken, ook al wil ik het wel heel graag. Ik heb de indruk dat de buitenwereld me meer als een fenomeen dan als een dichter ziet. Dat komt misschien wel omdat ik in mijn werk zo gul ben met autobiografische elementen.»

HUMO Speelt het feit dat je de kleindochter bent van wijlen het fenomeen dokter Le Compte – hij spelde jullie familienaam weliswaar anders – daar ook nog in mee?

LECOMPTE «Misschien wel. En daarom ben ik blij dat mijn poëzie eerst in Nederland is opgevallen: ‘De dieren in mij’, mijn eerste bundel, is bij De Contrabas in Utrecht uitgegeven. En in Nederland heeft nauwelijks iemand van het fenomeen dokter Le Compte gehoord. Bovendien heb ik er de C.Buddingh-prijs gewonnen, een toch wel erg Nederlandse onderscheiding.

»Vlaanderen heeft er langer over gedaan om mijn poëzie te willen erkennen, wellicht omdat men hier denkt: ‘Alwéér een Lecompte die zich aanstelt en per se voor het voetlicht moet treden.’ ‘t Is nu gelukkig nagenoeg voorbij, maar toen ik vroeger ging voorlezen in Vlaanderen, werd ik keer op keer aangekondigd als ‘de kleindochter vàn’. Terwijl ik vooraf altijd vroeg om dat vooral níét te doen. Niet dat ik me schaam over mijn grootvader van vaderskant, maar ik ben iemand heel anders.»

Vuurwater

HUMO Daarnet zei je dat er op een bepaald moment ‘iets in je was losgeslagen’. Ik veronderstel dat er dan ook iets vastzat.

LECOMPTE «Alles zat me tegen: ik woonde hier in Brugge in een piepklein appartementje, omringd door junkies en marginalen. Ik vulde schappen in de Carrefour. En ik voelde me lelijk, en moe, en angstig. Ik begon in die omstandigheden te schrijven, en plots klopte alles, het viel in de plooi – ’t was alsof ik ineens greep op mijn leven kreeg, of toch voor het eerst besefte dat ik mijn leven zelf kon maken. 

»Dat schrijven zal toen ook wel een vlucht geweest zijn, maar tegelijk was het een confrontatie, want ik schreef over de mensen die mij toen omringden. De zelfkant. Ik bleek er ook met humor over te kunnen schrijven, maar niet genadeloos. Sindsdien slaag ik er niet meer in gebeurtenissen dramatisch te vinden, wat mijn leven heeft vergemakkelijkt.»

HUMO Voelde je je ook verwant aan die zelfkantfiguren?

LECOMPTE «Dat heb ik geprobeerd, maar het lukte niet. De omstandigheden dwongen me om tussen die mensen te leven – ik was er geen toerist – maar ondertussen kon ik mezelf nooit wijsmaken dat ik zelf een uitzichtloze marginaal was, al was het maar omdat ik mijn opvoeding niet kon wegdenken: ik ben bij intellectuele grootouders van moederskant opgegroeid, in De Panne, en die hebben mij niet bepaald klaargestoomd voor de marginaliteit. Hun opvoeding is een basis waarop ik altijd weer kan terugvallen.»

HUMO Heb je ooit gestudeerd?

LECOMPTE «Neen. ’t Is te zeggen: één jaar vertaler-tolk. FransRussisch. Een idiote keuze, achteraf bekeken: ik koos voor Russisch vanuit de romantische gedachte dat je Dostojevski in de originele taal moest kunnen lezen. Ik ben voor de rest helemaal niet avontuurlijk of reislustig – in Rusland zal ik wellicht nooit raken. 

»In het begin van het tweede jaar ging het al grondig mis: ik kreeg gezondheidsproblemen, ’t is te zeggen: ik had me iets te gretig te goed gedaan aan het befaamde en beruchte Russische vuurwater, met alle gevolgen van dien. Het liep fout met me.»

HUMO Hoe fout?

LECOMPTE «Ik ben opgenomen wegens drankmisbruik, en er zijn voor de gelegenheid allerlei psychiatrische etiketten op me geplakt: was ik nu een geval van borderline, of was ik bipolair? Of nog het meest een heel aparte mengeling van dat alles? Ik dacht ondertussen: ‘Ik heb gewoon te veel gedronken, want mijn hart is gebroken, ik wil niet meer studeren, en ik vind mijn draai niet.’

»Ik heb toen wel genoten van het contact met de andere patiënten, en ik heb geleerd dat je er de interessantste mensen in hún kamp moet gaan zoeken. ’t Was een soort kostschoolervaring, die anderhalf jaar heeft geduurd. Ik was daar veel te graag, want ’t was een cocon. Sommige verpleegsters knuffelden mij, en daar had ik toen veel behoefte aan.

 »Al die crisissen zijn nodig geweest om te worden wat ik nu ben. Het spijt me dan ook niet dat ik dat diploma niet heb gehaald.»

HUMO Aan je verstand zou het anders niet gelegen hebben.

LECOMPTE «Ik mis toch enkele sociale vaardigheden, en ik heb me er ondertussen bij neergelegd dat ik nooit zal kunnen functioneren in het gewone maatschappelijke leven. Maar dankzij mijn gedichten ben ik erin geslaagd toch een plek te veroveren die veilig voor me is. Ik word nu gedwongen – of ik krijg de kans – om af en toe eens naar buiten te komen voor een voordracht. Ik heb ook vriendschappen gesloten dankzij de poëzie. En ik merk wel dat mijn verlegenheid gerespecteerd wordt, zeker onder collega’s. 

»Het enige wat ik doe is gedichten schrijven, maar als ik me dan toch eens in de kille, grimmige maatschappij moet vertonen, schrik ik elke keer weer van mijn weerloosheid.»

HUMO Is die er altijd geweest?

LECOMPTE «Ik denk dat ze aangeboren is. Als kind was ik al een angsthaas, en ik had heel veel rituelen nodig om die angst te bezweren: negen keer het knopje van de wekker indrukken voor ik ging slapen, negen keer de lichtschakelaar aan en uitknippen. Ik ben nog altijd erg bijgelovig, al probeer ik er komaf mee te maken. Ik had mezelf op een gegeven moment wijsgemaakt dat ik alleen maar op bepaalde tijdstippen goede gedichten kon schrijven, aan een bepaalde tafel, en met bepaald schrijfgerei. Ik heb ondertussen al wel gezien dat zoiets niet klopt. 

»De laatste tijd dwing ik mezelf steeds meer om binnen een keurslijf te schrijven, zo van: ‘En nu ga je dit gedicht binnen de twee uur afwerken, en je mag maar zoveel regels gebruiken, en geen afleiding zoeken op het internet.’ Dat soort beperkingen kan net heel bevrijdend zijn.»

Delphine Lecompte, 2012Beeld Johan Jacobs

BOERKE NAAS

HUMO Laten we het eens over je persoonlijke mythologie hebben, die minder mythologisch is dan ik dacht. Eerst ging ik ervan uit dat de oude Kruisboogschutter uit je poëzie een verzinsel was, maar hij bestaat echt: Omer Minnebo, een bejaarde man uit Brugge, die je je ‘muze’ en de ‘liefde van je leven’ noemt. We bevinden ons in zijn woonkamer.

LECOMPTE «Hij is negenenzeventig. Nooit eerder heb ik zo’n liefde meegemaakt. Ik ben verliefd op die man. Hij vertedert me. En ik ben aan hem verknocht. Ik ben een redelijk chagrijnig mens, maar als ik over Omer spreek, dreig ik toch sentimenteel te worden. Hij helpt mij, maar ik help hem ook. En zo wil ik het houden. 

»Ik heb me lang tegen die relatie verzet, maar ondertussen kennen we elkaar al zeven jaar. En ondertussen weet ik dat ik meer geriatrisch ben dan Omer, die vandaag alweer ergens klusjes is gaan opknappen. Hij is voortdurend aan het werk. En hij is lid van de kruisboogvereniging, waardoor hij heel veel vrienden en dus ook een sociaal leven heeft.»

HUMO Kun je zijn ouderdom wegdenken, in het verblindende licht van de liefde?

LECOMPTE «Door zijn optimisme en zijn levenslust vergeet ik vaak dat hij zo oud is. Maar mijn moeder zit daar enorm over in: ze vraagt zich bang af wat er met mij zal gebeuren als Omer er niet meer is.»

HUMO Wat vindt hij van je poëzie, of van poëzie in het algemeen?

LECOMPTE «Hij weet er niets van af. Ja, hij kent ‘Boerke Naas’ van Guido Gezelle al sinds zijn kindertijd uit het hoofd, en hij declameert dat gedicht dan ook te pas en te onpas. Als ik hem al eens één van mijn gedichten voorleg, vindt hij er alles raar aan. Hij zou vooral willen dat ik rijm, als ik dan toch per se poëzie wil schrijven (lacht). Alleen mijn gedicht ‘Het opwindaapje’ zegt hem wel iets, omdat hij zich een concrete voorstelling bij zulk speelgoed kan maken. 

»Maar dat hij mijn gedichten niet leest, dat hij er nagenoeg geen belangstelling voor heeft, vind ik helemaal niet erg. ’t Is misschien wel beter zo, want ik spot ook met hem in mijn poëzie.»

HUMO Er zijn personages over wie je je meer vrolijk maakt in je gedichten: vader, moeder, grootmoeder, grootvader...

LECOMPTE «Je hebt gelijk: ik ben genadig voor Omer. 

»Zijn houding ten opzichte van het literaire wereldje vind ik ook verfrissend: nooit is hij erdoor geintimideerd. Backstage op een poeziefestival heb ik weleens opgewonden uitgeroepen: ‘O, kijk, daar gaat de grote Gerrit Komrij!’ Maar hij had die naam nog nooit gehoord, en dat zal hem een zorg zijn (lacht). Dat helpt mij om de poëzie toch een beetje te relativeren.»

HUMO In welke zin is hij, die toch je muze is, inspirerend?

LECOMPTE «Hij houdt me een leven voor dat inspirerend is. Hij heeft veel meegemaakt, in Afrika gewoond, en daar vertelt hij graag over. Voor mijn poëzie put ik schaamteloos uit zijn verhalen, maar evengoed schrijf ik over in zijn gezelschap schroeven gaan kopen in de Brico. 

»Bij mij kan zowat alles een aanleiding voor poëzie zijn. Inhoudelijk zijn er geen beperkingen; er zijn volgens mij geen woorden, en al evenmin stemmingen, die niet in een gedicht gebruikt kunnen worden.»

HUMO Wat heb je te vrezen als de poëzie niet meer tot je beschikking zou staan?

LECOMPTE «Een intens gevoel van waardeloosheid. Dat poëzie mijn enige bestaansreden zou zijn, klinkt net iets te dramatisch, maar ’t zal toch niet veel schelen. Ik heb geen talent voor het moederschap, en ook geen hobby’s, dus... Wat ik schrijf is het enige waar ik mijn zelfrespect uit put. 

»Ik heb lang met dat gevoel van waardeloosheid gekampt, en ik heb er littekens aan overgehouden. Ik ben lang op de dool geweest.»

HUMO Wat gebeurde er toen?

LECOMPTE «Ik saboteerde mezelf, en dan was er ook nog een drang tot zelfvernietiging: zo erg was het wel. Ik kon mezelf niets gunnen. En ik was extreem zwaarmoedig. 

»Ik vind het al bij al wonderlijk dat een mens daar min of meer van kan genezen, maar is die genezing mijn verdienste? Of veeleer die van ‘de poëzie’? Omer zal er ook wel een aandeel in hebben. Ongetwijfeld.»

HUMO Kun je jezelf ondertussen al te vriend houden?

LECOMPTE «Ik ben min of meer in het reine met mezelf, en ik wil mezelf niet meer ondermijnen. Alhoewel. Onlangs, in de dagen voor de voorstelling van ‘Blinde gedichten’, ben ik een aantal keren gevallen en heb ik mezelf ook per ongeluk gesneden: ’t was alsof ik onbewust wilde dat er iets zou gebeuren waardoor ik niet op die boekpresentatie aanwezig zou kunnen zijn. Toch sta ik mezelf steeds vaker toe dat het goed met me gaat.»

KOMISCH DUO

HUMO Wat waren de vroegste voortekenen van je dichterschap?

LECOMPTE «Dat ik als kind al met plezier schreef: rijmende gedichtjes, veel verhaaltjes, en zelfs een roman. Mijn grootvader van moederskant stimuleerde mij daarin. Hij had zelf een roman gepubliceerd in zijn jeugd, en sindsdien was hij vooral een gefnuikt schrijver. Hij was een generatiegenoot van Hugo Claus, en hij heeft hem dan ook altijd benijd. Zielig, hè (lacht)

HUMO Voor ik het vergeet: waarom heet je bundel ‘Blinde gedichten’? Moeten we erbij aan de blinde ziener Tiresias denken? Of aan de blinde dichter Homeros?

LECOMPTE «Dat mag (lacht), maar die titel is nog het meest een toegeving aan mijn uitgever Harold Polis. Ik wilde weer een kolderieke titel: ‘Kromme Haas & Korte God’ heeft bijvoorbeeld even gecirculeerd. Maar Harold Polis wou er één waaruit zelfbewustheid sprak, en het woord ‘gedichten’ moest er ook in. Ik moest het ook een beetje mysterieus houden. ‘Blinde gedichten’ dan maar. 

»Ik slaag er maar niet in mezelf ernstig te nemen. Er zijn al genoeg gewichtige mensen. Alles is een beetje belachelijk, vind ik, en daarom lach ik ook graag.»

HUMO Op de kaft van ‘Blinde gedichten’ staat een lezenswaardig schilderij van Robert Devriendt: een geblinddoekt meisjeshoofd. Het heet: ‘Le chasseur de fétiches’, de fetisjenjager. Die titel komt je waarschijnlijk goed uit.

LECOMPTE «Ja, ik heb ook wel m’n fetisjen: obsessieve thema’s.»

HUMO Naaste familie is er één van, en niet het geringste. In het gedicht ‘Ik wil gelukkig blijven’ schrijf je: ‘Mijn ouders bellen me op / Eerst mijn moeder / Dat is logisch / ‘Het is dan toch gelukt gelukkig te worden’ verzucht ze / Dan mijn vader / Hij is dronken of tandloos / ‘A La guerre comme â la guerre,’ bralt hij inconsequent / Wat een komisch duo.’

LECOMPTE «Ocharme. Ik heb ‘Blinde gedichten’ dan ook aan mijn moeder opgedragen. Ze kan geweldig op m’n zenuwen werken, maar dat belet me niet om haar graag te zien.

»Ik denk wel dat mijn ouders trots zijn op wat ik doe, ook al hebben ze dan gemengde gevoelens over mijn poëzie, en vinden ze het nogal pijnlijk wat ik schrijf. Mijn vader is soms geërgerd: ‘Je kunt de mensen toch een béétje ontzien!’»

HUMO Heeft hij het bij het rechte eind?

LECOMPTE «Ik vind van niet, want er zit ook mededogen in mijn gedichten. En ze hebben niks over mijn poëzie te zeggen: ik doe erin wat ik wil. 

»Mijn ouders lezen in mijn poëzie natuurlijk ook dat ik kwetsbaar ben en angstig, en daardoor maakt vooral mijn moeder zich zorgen. Ze zit ook in over de praktische kant van mijn leven, en over tewerkstelling die voor mij altijd weer problematisch is.»

HUMO ’t Zal je misschien niet verwonderen dat ik bij het lezen van ‘Blinde gedichten’ meer dan eens aan ‘This Be the Verse’ heb gedacht, het beroemde gedicht van Philip Larkin, dat zo begint: ‘They fuck you up, your mom and dad, / They may not mean to, but they do, / They fill you with the faults they had / And add some extra, just for you. // But they were fucked up in their turn / By fools in oldstyle hats and coats’.

LECOMPTE «Ik ben het daar nogal mee eens, ja. Mijn ouders zijn kinderen van gekwetste kinderen, en ik ben op mijn beurt een gekwetst kind van hen.

»Ik wil niet met mijn ouders afrekenen: ik gebruik ze in mijn gedichten, dat is alles. En ik spot met hen, omdat ik dat nodig heb – ik wil er dan ook niet mee stoppen. Maar als er ‘mijn vader’ en ‘mijn moeder’ staat, zitten daar ook brokstukken van andere mensen in, al zijn een aantal dingen voor mijn ouders wel heel erg herkenbaar.»

HUMO Wat is je dierbaarste jeugdherinnering?

LECOMPTE «Die heeft met eten te maken. Mijn grootvader van moederskant kon enorm genieten van de reclameblaadjes van supermarkten, vooral van de voeding die erin afgebeeld stond. En hij stond erop dat ook ik eten uitkoos – hij verwende me heel graag, maar dan vooral met voedsel. Die verwennerij vond ik heerlijk, maar met dat eten van me is het later misgelopen.»

HUMO Een eetstoornis, bedoel je.

LECOMPTE «Ja, ineens werd eten een opgave, en dat vind ik nog steeds. Het vergaren van voedsel vind ik raar, en het stelen van eten is een thema in mijn gedichten – ik zag het gebeuren in het bejaardentehuis waar ik een tijdlang heb gewerkt. Ik sta nog altijd versteld van de band die mensen met eten hebben: eetfestijnen plannen, er halsreikend naar uitkijken.

»De maaltijden bij mijn grootouders waren altijd overdadig. Misschien ben ik onbewust tegen die overdaad gaan revolteren, met een soort hongerstaking tot gevolg. Mijn vader heeft ook een zonderlinge relatie met voeding. Op een keer lagen er boterkoeken voor iedereen in ’t midden van de tafel. Ik nam er meteen twee, en daar was hij buitenproportioneel van geschokt: die gulzigheid vond hij onbegrijpelijk, en vooral heel, heel erg. Ik ben dat nooit vergeten.»

HUMO Ik vroeg je naar ‘je dierbaarste jeugdherinnering’, maar...

LECOMPTE «... ze is dubbelzinnig, ik weet het. Op een bepaald moment had ik de indruk dat mijn grootvader me probeerde vol te proppen. En het gekke is dat hij ook naar ascese en naar vasten verlangde, wat ik als kind al vreemd vond.»

HUMO Bij wie of wat kon je steun of troost vinden als kind?

LECOMPTE «In mijn poëzie heb ik de baldadigheid van mijn kindertijd teruggevonden, waar ik ooit heel veel vreugde uit heb geput. Brandjes stichten, belletje trekken, kortom: volwassenen pesten. Dat ging soms ver: op een bepaald moment had ik een vriendin van wie ik vond dat ze door haar ouders werd achtergesteld bij haar jongere broertje, dat enorm verwend werd. En dus besloten we samen, maar wel op mijn initiatief, om dat broertje te vergiftigen. Ik weet nog dat we in zijn slaapkamer stonden en dat ik uitriep: ‘Vanavond is dit allemaal van jou!’ (lacht) We hebben pillen in dat mannetje gepropt, maar hij heeft ze allemaal uitgespuugd.»

HUMO Krankzinnig.

LECOMPTE «Eigenlijk wel, want voor hetzelfde geld was ons plan gelukt. En waar was ik dan terechtgekomen?» 

HUMO Denk je vaak aan je eigen dood?

LECOMPTE «Ja, ik ben er verschrikkelijk bang voor. En ik ben ook hypochondrisch: altijd denk ik dat het fysiek ernstig fout met me gaat. Maar ik wil mijn kwalen en ziektes niet kennen, en ik schuim dan ook geen dokters af. De gedachte dat de dood elk moment kan toeslaan, vind ik ondraaglijk. Hoe komt het toch dat mensen tegen die gedachte bestand blijken?»

HUMO Helpt poëzie tegen een raid van doodsgedachten?

LECOMPTE «Ja, ook al ben ik onder het schrijven toch ook heel erg met de dood bezig. Maar er in de poëzie mee bezig zijn, schept afstand: ’t is alsof ik de dood dan in een andere context zie. 

»Het onvoorstelbare van de dood... ’t Kan natuurlijk ook zijn dat we na de dood ergens terechtkomen waar we iedereen die we kennen en die ons heeft overleefd nog kunnen gadeslaan: dat moet dan de hel zijn.»

HUMO Heb je nog één of ander godsbesef?

LECOMPTE «Ik durf niet te zeggen dat ik volledig ongelovig ben. Ik heb in ieder geval een kinderlijke voorstelling van God: Hij staat me oogluikend van alles toe, mijn kleptomanie bijvoorbeeld. Ik heb vaak last van schuldgevoel, en dan moet iets of iemand mij vergiffenis schenken: dat heb ik nodig.

»De katholieke liturgie heeft grote indruk op mij gemaakt als kind. Mijn ouders zijn atheïstisch, maar de grootouders bij wie ik ben opgegroeid, waren vrome katholieken. Ik heb overigens nooit geluk gehad met de pastoors die ik heb gekend: ’t waren altijd harde, zuinige types, die helemaal niet bezielend spraken over het geloof. Godzijdank, misschien. Anders was ik mogelijk extreem katholiek geworden.»

HUMO Omdat je over het algemeen tot het extreme geneigd bent?

LECOMPTE «Ja, ik slaag er nooit in de gulden middenweg te vinden. Ook al heb ik dat vaak geprobeerd, zeker toen ik voor het eerst uit werken ging: ik wilde zo kleurloos mogelijk zijn, niet opvallen, maar dat lukte niet. »Ik kan nog altijd echt jaloers zijn op mensen die een zekere gezapigheid, of middelmatigheid, in hun leven hebben geïnstalleerd. Mensen met een vaste baan die ’s avonds onderuitgezakt naar ‘De laatste show’ kijken, en daarna gaan slapen, want ‘morgen is het weer vroeg dag’. Mensen die een beetje gelukkig zijn met hun partner. Ik wil verschroeiende liefde en passie.»

HUMO En dat beleef je met de oude Kruisboogschutter.

LECOMPTE «Dat beleef ik met Omer, ja. Heel grote passie naast al even grote ergernis, soms (lachje)

INTERESSANTERIG

HUMO Denk je dat je heel erg afwijkt van de leeftijdgenoten die je kent?

LECOMPTE «O ja.»

HUMO Is dat weleens een genoegen, in de zin dat je je er uitzonderlijk door voelt?

LECOMPTE «Neen. Ik denk veeleer: ‘Het is niet in orde.’ Ik heb er mij natuurlijk al een beetje bij neergelegd dat ik altijd als een vreemde eend word beschouwd. Als ik bij nieuwe mensen geïntroduceerd word, merk ik heel vaak weerstand. Dat roep ik zo te zien ogenblikkelijk op, terwijl ik dat helemaal niet wil: ik zou veel liever meteen in de groep opgenomen worden.

»Ik weet dat ik niet makkelijk in de omgang ben. Ik slaag er niet in lichtvoetig te zijn, of oppervlakkig – of klink ik nu té interessanterig? En ik stel ook veel te indiscrete vragen aan mensen: ik zie ze dan schrikken, terwijl ik me van geen kwaad bewust ben. ’t Is alsof ik de normen van de sociale omgang niet goed kan inschatten – ik weet ook nooit goed welk sociaal register erbij welke persoon hoort.»

HUMO Werkt dat ook eenzaamheid in de hand?

LECOMPTE «Ik ben er altijd in geslaagd aansluiting bij een paar mensen te vinden of – wie weet – een paar mensen te charmeren. Dat zijn niet per se gelijkgestemden, maar ze verdragen wel dat ik ben wie ik ben. Op de middelbare school was ik ondanks mijn vreemdheid redelijk graag gezien. Ik ben ook nooit gepest. En toen ik nog schappen vulde bij Carrefour, waren er onder mijn collega’s een paar moederlijke figuren die mij koesterden: ik genoot daar wel van.»

HUMO Heeft de liefde van de oude Boogschutter, die we om de literatuurgeschiedenis te dienen evengoed Omer Minnebo uit Brugge kunnen noemen, ook een vaderlijke kant?

LECOMPTE «Zeker. Hij neemt me in bescherming, en is erg zorgzaam. Hij komt voor me op, en hij wil dat ik gezond eet.»

HUMO Je bent vierendertig. Heb je een idee van wat mensen van jouw generatie doorgaans bezighoudt?

LECOMPTE «Ik ben wereldvreemd, maar ik sluit me niet volledig af, zodat ik wel generatiegenoten ken. Ik denk dat mijn generatie vooral materialistisch is. Daar ben ik van gevrijwaard. Nog het liefst zou ik elke dag tabula rasa maken, letterlijk, en zo veel mogelijk spullen wegdoen. Ik geniet nu wel van het comfort van deze kneuterige woonkamer van Omer, maar ik ben over het algemeen niet aan thuis gekluisterd: ik moet de straat op, rondkijken, altijd onderweg zijn.»

HUMO Waarom ben jij niet materialistisch?

LECOMPTE «Omdat mijn vader het nadrukkelijk niet was, denk ik. Hij heeft altijd ascetisch geleefd en zo goed als niets vergaard. Ik ben vaak verhuisd de voorbije jaren, wat een mens ook voor materialisme behoedt. En ik heb een woningbrand meegemaakt: zoiets geneest je voorgoed van de zin om spullen te verzamelen. Mijn huis brandde en ik dacht: ‘Ik heb nog alles’ – ’t is te zeggen: een USB-stick waarop al mijn gedichten stonden. Die zat in mijn portemonnee. Die brand heeft me dus niet diep geraakt. Ik dacht: ‘Er is niets veranderd, ik ben nog altijd dezelfde, en ik ben veerkrachtig en vrij.’»

HUMO Eerder in dit gesprek zei je dat je geen talent had voor het moederschap. Het klonk stellig, maar hoe weet je dat zo zeker?

LECOMPTE «Ik mag het geen kind aandoen. Het zou niet lukken. Financieel ook al niet, tenzij ik hier bij Omer terecht zou kunnen. 

»Ik ben niet standvastig genoeg voor kinderen. Mocht ik die standvastigheid ooit vinden, dan zou ik veel beter kunnen schrijven, vermoed ik. Ik verlang er dan ook naar om standvastiger te worden. Ik heb mijn problematieken – die angsten, mijn kleptomanie – ook nooit gecultiveerd.»

HUMO Is ‘kleptomanie’ méér dan een begrip en een effect in je poezie? 

LECOMPTE «Ik vrees van wel. Mocht ik er komaf mee kunnen maken, en ook nog met een aantal andere rare trekjes, dan zou ik daar niet rouwig om zijn.»

HUMO Je bent je kennelijk aldoor van je rare trekjes bewust.

LECOMPTE «Ja, en dat zal wel de basis van een eventuele genezing zijn. Doordat ik hier en daar uit mijn werk mag gaan voorlezen, heb ik ook een zeker zelfvertrouwen gekregen. Ook al blijven die voorleesavonden moeilijk voor mij. Ik ben bang om de mensen teleur te stellen, en ik ben nu eenmaal geen bruisende, exuberante persoon. Voor ik begin voor te lezen is er altijd wel één moment waarop ik ervanonder zou willen muizen. 

»Maar goed, door die optredens heb ik me ook beetje bij beetje met mijn uiterlijk verzoend, dat lang een bron van complexen was. Ik heb er nu vrede mee, maar ik zou wel mooi willen zijn... Kijk, Omer is nu wel oud, maar als jongeman was hij mooi – foto’s getuigen daarvan. Als hij een leeftijdgenoot van me zou zijn, zou hij me geen blik waardig keuren. Zou ik nu dan wraak nemen op wie hij ooit was? Neen, dat klinkt me toch iets te raar (lacht)

HUMO Als je aan standvastigheid denkt, denk je dan ook aan ‘een beroep hebben’?

LECOMPTE «Zeker. Aan iets als schaapscheerder, aan de boerenstiel, en aan tastbaarheid, aan texturen die je kunt voelen. Ik denk niet aan een intellectueel beroep.»

HUMO Je zou je dichterschap als een beroep kunnen zien, nu je er voltijds mee bezig bent.

LECOMPTE «Graag zelfs, maar dichters kunnen niet van hun pen leven. Dankzij mijn voordrachten kan ik net het hoofd boven water houden.

 »Kijk, ik ben trots op mijn gedichten, maar ook wat mijn poëzie betreft, denk ik zwartwit. Twintig percent van de tijd ben ik hoogmoedig, zo van: ‘Wauw! Niemand schrijft zoals jij!’ Maar tachtig percent van de tijd denk ik: ‘Wat een rotzooi! ’t Is te goedkoop! Te agressief! Wees toch zuiniger op jezelf!’ En dan voel ik de angst voor ontmaskering weer.»

HUMO Kun jij je gedichten van naaldje tot draadje verklaren?

LECOMPTE «Neen. Ze zijn slimmer dan ik. Soms vind ik bijvoorbeeld dat er meer diepgang in zit dan ik zelf vermoedde toen ik het gedicht pas af had. Ik heb er niet voor de volle honderd percent greep op, maar toch is mijn poëzie het gevolg van het leven dat ik heb geleid. Al mijn zelfdestructie is nodig geweest om, ook in literair opzicht, te belanden waar ik nu ben.»

LIEGENDE WAARHEID

HUMO Ik heb je al naar je dierbaarste jeugdherinnering gevraagd, maar wanneer was je het ongelukkigst in je jonge jaren?

LECOMPTE (lange stilte) «Moeilijk om me dat te herinneren: een goed teken, zeker? Ik zie wel een beeld van een kermis voor me, een herinnering aan mijn vader en mij: hij was de gescheiden man die maar om de twee weken zijn dochtertje mocht zien. Ik heb mijn ouders nooit samen gekend – zo vroeg in mijn leven waren ze al uit elkaar.

»Op de kermis was mijn vader somber, maar hij deed zijn best. Hij had het niet breed, en mijn moeder had me weer eens te weinig geld meegegeven. Veel viel er op die kermis dus niet te beleven. Als kind had ik veel medelijden met mijn vader. Ik merkte dat hij krap zat, en dat maakte me verdrietig.»

HUMO Ik citeer even uit je gedicht ‘Mijn god leeft’: ‘Mijn vader is nooit een god geweest / In zijn dertigjarige nachten was hij een paria / Hij suste zijn pariakind onwennig / Zij brak zijn snaren / Hij knipte haar weerborstel / In de lege voorraadkast.’

LECOMPTE «Mijn moeder zegt me dat ik altijd voor hem aan het sparen was, om mee te betalen aan zijn elektriciteitsrekening. Ik maak me nog altijd zorgen om hem. Hij heeft alles anders willen doen dan zijn vader. Hij was dan ook geen kille vader, maar wel gekwetst. En toch tot grote tederheid in staat.»

HUMO Wat zie je als je aan je toekomst denkt?

LECOMPTE «Ik zal blijven schrijven – dat kan niemand me afnemen – en ik zou graag bundels blijven publiceren. En blijven voorlezen uit mijn werk. En ik wil gelezen worden.»

HUMO Laat ik je nog even citeren. In je gedicht ‘Boter voor de ter dood veroordeelde’ staat: in mijn gedichten zijn alle hypocrieten ik’.

LECOMPTE «Waar heb ik dát in godsnaam vandaan gehaald? Nu, ik ben niet altijd letterlijk de ‘ik’ van mijn gedichten, hoe autobiografisch ik ook mag schrijven. Maar veel van wat er in die gedichten staat, is niettemin de waarheid. Jean Cocteau zei: ‘Je suis un men­songe qui dit toujours la vérité’ – ‘Ik ben een leugen die altijd de waarheid spreekt’ – maar ik zou liever zeggen: ‘Ik ben een waarheid die altijd liegt.’ Ik ben voortdurend aan het bekennen, maar ik stop leugentjes in die bekentenissen, en daar beleef ik plezier aan. 

»Zo heb ik ook altijd pastoors en therapeuten aangepakt: ik spelde die gasten heel graag iets op de mouw, en zij vonden het zalig. Ik gaf ze wat ze het liefst uit mijn mond wilden horen: wilden ze een incestueuze vader en een hysterische, veel te dramatische moeder, dan konden ze die van me krijgen. En ’t ging erin als koek. Zodat mijn verzinsels almaar gruwelijker werden, en nóg kwam ik ermee weg bij die gasten. Héérlijk (lacht)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234