Clarissa Ward Beeld CNN
Clarissa WardBeeld CNN

tv-tip'College tour'

‘Zoveel vrienden zijn gedood, gekidnapt, verdwenen of gemarteld.’ Waarom CNN-reporter Clarissa Ward toch naar oorlogsgebieden blijft gaan

Waarom wordt iemand oorlogsverslaggever? Een combinatie van plichtsbesef en schuldgevoel, in het geval van Clarissa Ward. ‘Ik voelde me schuldig als ik terugkwam uit Syrië: moet ik niet daar zijn?’

Rufus Kain

De vorige keer dat ze in Oekraïne was, viel Clarissa Ward uit haar rol. Normaal gesproken bemoeien oorlogsverslaggevers zich niet met de rampen die zich in beeld voltrekken op het moment dat de tv-camera’s draaien. Maar toen ze in maart live verslag deed van een ravage in Kiev, hielp ze een bejaard stel een brug over te steken. Het fragment ging viral en is alleen al op YouTube 2,7 miljoen keer bekeken.

“Ik zal niet zeggen dat ik alleen hielp omdat ik moeder ben, dat zou belachelijk zijn”, zegt Ward medio oktober als ze in Nederland is ter promotie van haar autobiografische boek Op alle fronten. De leerschool van een journalist. “Maar moeder worden heeft me wel empathischer gemaakt als verslaggever. Het heeft me meer vertrouwen gegeven om mijn intuïtie te volgen en niet alles volgens het boekje te doen.”

De dag na ons gesprek gaat ze opnieuw naar Kiev om verslag te doen voor de Amerikaanse nieuwszender CNN. “Ik ga drie weken. Het voelt als een keerpunt in Oekraïne, er zijn veel escalaties geweest dus ik wilde graag weer terug.” Tijdens een lunch in het Amsterdamse Ambassade Hotel legt ze uit wat haar drijft om haar carrière te wijden aan reizen naar gevaarlijke gebieden. En hoe haar motivatie met de tijd is veranderd.

Engelse kostscholen en New Yorkse herenhuizen

Clarissa Ward werd in 1980 geboren in Londen, maar verhuisde in haar kindertijd naar de VS met haar Britse vader en Amerikaanse moeder. Met een accent dat willekeurig tussen dat van beide ouders lijkt te schipperen (alleen op tv beperkt ze zich tot Amerikaans), vertelt ze over haar kinderjaren op Engelse kostscholen en in New Yorkse herenhuizen.

“Ik kreeg thuis veel liefde en vrijheid, maar voelde ook hoge verwachtingen. Mijn moeder is zowel mijn grootste fan als mijn felste criticus. Ze bekijkt nog steeds bijna alles wat ik doe op tv en ik wil haar trots maken. Soms wilde ik dat ze niet óveral commentaar op had, maar ik ben ervan doordrongen dat veel mag worden geëist van iemand aan wie veel gegeven is.

“Tijdens mijn geprivilegieerde jeugd verdiepte ik me weinig in wat er speelde in de rest van de wereld. Als student aan Yale, een van ’s werelds beste universiteiten, was ik vooral met mezelf bezig. Tot 11 september 2001. Die dag maakte een plichtsgevoel bij me los, een behoefte om iets bij te dragen.”

De stap naar oorlogsverslaggeving was in haar hoofd snel gemaakt. “Ik was altijd goed geweest in communiceren en verhalen vertellen. Overal waar ik kwam maakte ik vrienden en probeerde ik de situatie van de mensen te begrijpen. Ik dacht: als ik dat kan in m’n gewone leven, waarom zou ik daar dan niet mijn werk van maken?”

Niemand anders wilde nog naar Bagdad

Het kostte een paar jaar, maar in 2005 wist ze nieuwszender Fox te overtuigen om haar het veld in te sturen: de Iraakse hoofdstad Bagdad. In haar boek schrijft ze dat ze vooral haar zin kreeg omdat Bagdad tegen die tijd zo gevaarlijk was dat bijna niemand er nog naartoe wilde. Waarom zij wel?

“Ik dacht dat ik in Bagdad zou kunnen zien hoe de communicatie tussen daar en hier stukliep. Ik begreep de invasie van Irak niet en vond dat iedere Amerikaan zich bewust moest zijn van hoe die oorlog het leven van Irakezen trof. Dat kun je alleen bereiken door ernaartoe te gaan en verhalen te vertellen.”

Sindsdien heeft ze verslag gedaan van diverse oorlogen en conflicten, zoals in Syrië, China en Oekraïne. Eerst voor Fox, later voor CBS en tegenwoordig voor CNN. Overal probeert ze niet alleen het leed, maar ook de moed te benadrukken. “Ik wil overbrengen dat je in conflictzones niet alleen het slechtste, maar ook het beste van mensen ziet. Als je de veerkracht en vrijgevigheid weglaat, krijg je luie generalisaties over ‘vluchtelingen uit het Midden-Oosten’. Daarmee ontneem je mensen hun waardigheid.”

In haar boek beschrijft ze ook ongewenste avances en seksisme waar ze als vrouw tegenaan is gelopen in andere culturen, maar ook in de cultuur van nieuwszenders waarvoor ze werkte. “Mensen negeren je, bekritiseren je, maken opmerkingen over je uiterlijk. Vooral als jonge vrouw werd ik soms niet serieus genomen. Het is belangrijk om te benoemen, al sta ik er liever niet te lang bij stil. Ik wil geen slachtoffer zijn en naarmate ik ouder word, word ik ook wat harder”, zegt ze lachend.

‘Gefaald’

Op de een-na-laatste pagina van haar boek schrijft Ward dat ze in zekere zin heeft ‘gefaald als vertaler tussen werelden’. Als oorlogsverslaggever zag ze steden verwoest worden en mensen sterven, en zag ze weinig veranderen. Te veel mensen wilden de verhalen van anderen niet horen. Maar de pagina daarna schrijft ze dat ze het desondanks blijft proberen.

“Ik zal wel masochistisch zijn”, zegt ze half grappend. “Maar ja, je blijft het proberen. Ik ben wel nederiger geworden in mijn doelen. Het is niet aan mij om de wereld te verbeteren, te veranderen hoe mensen denken of een overheid te overtuigen. Als ik verhalen goed vertel en machthebbers aansprakelijk stel voor hun daden, draag ik bij als journalist. En ik geloof nog altijd dat de journalistiek als geheel veel kracht en betekenis heeft.”

Aan die les ging veel pijn vooraf, vertelt Ward. “Rond 2015 voelde ik me afgestompt, depressief en inspiratieloos door de eindeloze horror van de oorlog in Syrië. Zoveel vrienden waren gedood, gekidnapt, verdwenen of gemarteld. Syrische vrienden, Amerikaanse vrienden, journalisten, hulpverleners. Het hield nooit op. Honderdduizenden doden, chemische wapens en niemand die er iets aan deed. Dat was erg moeilijk om te aanvaarden.”

In therapie

“Thuis was ik aan het ontrafelen, maar wanneer ik in Syrië aan het werk was voelde ik nog enige controle. Ik kon zorgen dat ik het verhaal zo goed mogelijk bleef vertellen, dat Syrië in het nieuws bleef, dat we het er nog over hadden. Toch realiseerde ik me op een bepaald moment dat ik afstand moest nemen en me moest richten op beter worden.”

Toen ze weer thuiskwam, begon ze met therapie. Haar psycholoog was een ex-journalist die haar leerde dat oorlogsverslaggeving een bepaald type mens aantrekt dat bijzonder streng voor zichzelf is, en dat de redenen daarvoor vaak in de kindertijd te vinden zijn. Ze leerde ook wat aardiger voor zichzelf te zijn. “Je voelt je erg schuldig als je terugkomt van een oorlog: waarom verdien ik dit, moet ik niet daar zijn?”

Het zou te ver gaan om te zeggen dat ze nooit meer hard voor zichzelf is. In 2017 ging Ward, zwanger van haar eerste kind, naar Jemen voor een verhaal dat volgens haar te weinig media-aandacht kreeg. “Ik was bang voor hoe ik in mijn werk zou veranderen als ik kinderen kreeg. Ik wilde mezelf bewijzen. Ik was voorzichtig − ik ging niet naar de frontlinie − maar Jemen was wel een risico.”

In Jemen was ze erg angstig omdat ze haar baby op een gegeven moment weinig voelde bewegen. Toen ze alsnog een zachte schop voelde, bedankte ze god. “Ik bid tegenwoordig ook. Dat heeft me geholpen te accepteren dat ik niet overal controle over heb. En om mijn zegeningen te tellen, in plaats van me tegen mijn privileges af te zetten uit schuldgevoel. Het duurde even, maar het was belangrijk. Als je dit werk lang wil doen, moet je leren kiezen voor geluk. Anders hou je het niet lang vol.”

‘College Tour’ om 20.21 uur op NPO1

Clarissa Ward: Op alle fronten. De leerschool van een journalist. Uitgeverij Pluim; 376 blz. €24,99.

(Trouw)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234