© Koen Keppens

En deze concerten zagen we ook op de eerste dag van Pukkelpop 2019

25

Lees ook: de beste concerten van dag 1 ☞

Big Thief (Club): open repetitie ★★★✩✩

Goed, Big Thief is op plaat ook geen retestrak combo, maar wat het viertal uit Brooklyn op Pukkelpop liet zien en horen was echt te rommelig om plezier te schenken dat ook maar enigszins in de buurt kwam van hun wonderschone laatste plaat, ‘U.F.O.F.’.

Lees onze volledige recensie

Nilüfer Yanya (Club): roze gitaar, donker hart ★★★✩✩

Als een gladiator die met enkel een houten stok de leeuwen trotseert, zo betrad toptalent Nilüfer Yanya deze onverhoopt zonnige vrijdag - ze zat er vast voor iets tussen - het strijdtoneel van Pukkelpop: zónder band, mét gitaar - en een charisma ter grootte van de Eiffeltoren. Noteer: goede muzikante. De kleine kapjes die ze in haar stem én haar gitaarspel legde, zorgden voor hink-stap-springende ritmes, maar niet voor moeilijke muziek: ‘In Your Head’ moest, zelfs in de verstilde versie van vandaag, altijd een wereldhit zijn. ‘Angels’ huppelde nog dartel in de Kiewitse wei, maar de rest van de nummers - ‘The Unordained’, het bloedmooie ‘Safety Net’ - verrieden gedachten die zelfs op vakantie nooit uit de schaduw komen. Nilüfer Yanya - de waterlelie uit Londen - in een notendop: roze gitaar, donker hart.

(vvp) / foto: Koen Keppens

Blu Samu: Ontwapenend assertief, mét dikke bassen ★★★☆☆

Salomé Dos Santos a.k.a. Blu Samu, de naar Brussel uitgeweken Antwerpse met Portugese wortels, heupwiegde ons van bij de eerste noten van ‘Clumsy’ in trance. Wie haar trippy soulpop te lijzig achtte voor de Dance Hall vergiste zich. Haar dj blies de bassen in die mate aan dat we ons bij momenten op een dubstepshow waanden.

Blu ploegde hoe dan ook met veel branie door de puike popsingles waarmee ze de voorbije twee jaar de inlandse ether teisterde. Nu liet ze zich bijstaan door de rapper Shaka Shams, dan weer ging ze zwoel zitten croonen op de dj-desk. En kijk, haar ontwapenende assertiviteit charmeerde gaandeweg het publiek.

Pas op het einde kwam de boel écht los, toen de drie Nederlandse zusjes Norah, Yarah en Rosa Mukanga (bekend van hun passage bij Ellen Degeneres - check het op YouTube!) zich aan wat lekker ouderwetse streetdance waagden. Naar verluidt bracht de Brusselse dj Lefto de meisjes in contact met Blu. Goeie zet.

Het liefst willen we Blu eens met een strak soulbandje zien spelen in plaats van met een dj. Het zal haar prompt meerdimensionaal maken. Eens checken of The Roots nog vrij zijn?

(svs) / foto: Stefaan Temmerman

Kraantje Pappie: Levenswijsheden uit de Casa en beat uit blik ★★★✩✩

Het was lollig en meer moest dat niet zijn, zo rond kwart na één ‘s middags.

Lees de volledige recensie ☞

MDC III: de Nekkerman van Onderland ★★★✩✩

Je kan de volledige Castello behangen met de artiesten die in persberichten en interviews lopen te zwetsen dat ze geen muziek maken, maar trips verkopen. Als er één act dat laatste met recht en reden mag verkondigen, dan wel MDC III.

'We moesten kiezen tussen de Main afsluiten of de Castello openen', gniffelde Mattias De Craene tussen twee nummers door. Bulderlachen. MDC III verkoopt echter geen plezierreizen. Mattias De Craene (sax), Lennert Jacobs (drums) en Simon Segers (drums) zijn de zaakvoerders van de Nekkerman van Onderland. Ze boeken trips naar spooksteden die enkel te bereiken zijn met vliegende tapijten die doordrenkt zijn met bloed.

De sféér die MDC III op de vroege middag schepte was luguber, dan wel fascinerend. Je zag de eerste rijen met de ogen toe heupwiegen – ze waanden zich niet in Kiewit maar in een galaxy ver hier vandaan, en dat was in dit geval een goed teken. Goed, de voodoomuziek van het Gentse trio zou pas echt impact hebben als het later geweest was, op een tijdstip dat de promillemeter stilaan in het rood gaat. Het was alleszins moedig van MDC III om het daglicht en de prut in onze ogen te trotseren. Goedgekeurd!

(elv) / Koen Keppens

Inhaler (Marquee): Een meer dan behoorlijk beginnend groepje ★★★✩✩

Eerlijk is het natuurlijk niet, dat Inhaler op een leuk tijdstip in een aardig gevulde Marquee mag staan terwijl de groep amper een handvol singles heeft uitgebracht. Het is evenmin eerlijk dat wij de lat voor Inhaler onrealistisch hoog leggen omdat hun frontman toevallig Elijah Hewson heet en de zoon is van Paul Hewson, beter bekend als vaandelzwaaier Bono van U2. Het helpt Inhaler gek genoeg niet dat Elijah redelijk fantastisch kan zingen, zich op een podium als een vis in het water voelt, en onmiskenbaar de zoon is van zijn pa, omdat je daardoor als vanzelf de rest van U2 gaat missen.

De muziek van Inhaler speelt zich niet zo heel ver af van die van het groepje van de vader van de zanger, en ook al hoor je in de drums meer dan een beetje Larry Mullen, en in de bas een streepje Peter Hook, en is het hoorbaar de droom van de gitarist om ooit tot aan de enkels van The Edge te geraken, een machine zoals U2 dat na een paar repetities al was, is Inhaler niet. ‘My Honest Face’ en ‘It Won’t Always Be Like This’ zijn degelijke songs, maar een ‘I Will Follow’ of ‘Out of Control’ kwam er voorlopig ook nog niet uitgerold. Het optreden van Inhaler op Pukkelpop was hun eerste op het Europese vasteland, liet Elijah weten. Bij dat van pa was er opmerkelijk minder volk. Eerlijk is het natuurlijk allemaal niet, Inhaler is gewoon een meer dan behoorlijk beginnend groepje.

(jub) / Stefaan Temmerman

Joost: wie voor 2000 geboren is, snapte hier geen hol van ★★★✩✩

'Eh, wie ben jij?', vroeg Joost aan het begin en het eind van zijn set. Maar wij keren de vraag liever even om: wie is Joost en wat was daar allemaal op de Main Stage? De feiten: Joost Klein is 21 en heeft in drie jaar tijd evenveel nederhopalbums opgenomen, waarvan de laatste 'Albino' heet, net als zijn vorig jaar verschenen boek (!).

Lees de volledige recensie ☞

BeraadGeslagen (Castello): een piraat die zijn enterhaak om je dansbenen mikte ★★★✩✩ 

 

BeraadGeslagen  schotelde u twee opties voor in de Castello - stapelverliefd of stapelzot worden - en wie slim was, koos béíde. Als vanouds stonden de synths van Fulco Ottervanger en de drums van Lander Gyselinck  lijnrecht tegenover elkaar in het midden van de tent: van daaruit spuwde het duo van de pot gerukte Herbie Hancock -jazz, ‘Blade Runner’-achtige soundscapes, Giorgio Moroder -kitsch en Lego-dozen vol speelgoedbliepjes. Hun 360°-liveshow is een laboratorium waarvan de deur op een kier wordt gezet: opwindend, ook al begrijp je er geen snars van, en het ontploft niet zelden in je gezicht. Gyselinck met die ene drumstick tussen z’n tanden: net een piraat die zijn enterhaak om je dansbenen mikte. Verder was publieksparticipatie troef. BeraadGeslagen wil, op een laag platform, het publiek kunnen zien, voelen en - op eigen risico - ruiken. En op het einde mocht iedereen mee op hun schavotje. Cool! Eén niet onaanzienlijk nadeel: wie niet op de eerste vijf rijen stond, zag niet veel. Een beetje zoals búíten de muren van het stadion naar Real - Barça kijken. Wereldpartij, dat wel!

(vvp) / foto: Francis Vanhee

Loyle Carner: Pussy wordt krolse kater ★★★☆☆

 

Loyle Carner gaf zijn donzige jazzy hiphop extra spieren op Pukkelpop door wat live-bas toe te voegen en door zelf wat kordater te rappen. Hoe tem je anders een loods vol uitzinnige feestvarkens die geen genoegen nemen met de stonede chill-out die Carner meestal serveert? Daardoor deden de soulvolle liedjes van de Brit stugger aan dan normaal en kieperden ze hun broodnodige nuances overboord.

Niet dat u zich dat aan het hart liet komen. Carner is nu eenmaal een charmante performer. Zo bleek ook eerder dit voorjaar in de Brusselse Botanique waar hij een uitgebalanceerdere versie van deze Pukkelpopshow speelde. Toen noemden we hem gekscherend “het Ketnetwrappertje van de Brithop”.

In de Dance Hall durfde hij wat vaker zijn tanden tonen, zoals tijdens ‘Ain’t nothing changed’, dat bits én feestelijk klonk, als het virielste van De La Soul. “Fuck Boris Johnson and fúck Brexit”, blies hij aan het einde van het concert. Nou!

“Vroeger kreeg ik de kritiek dat ik te veel over mijn familie zing en dat ik te emotioneel ben”, vertelde hij ons eerder dit jaar. “Ze vonden me een pussy.” Nou, in Kiewit toonde Carner zich op z’n minst een krolse kater met venijnige klauwtjes.

(svs) / foto: Koen Keppens

White Lies: voor late twintigers en vroege dertigers ★★★✩✩

Een Nederlandse muziekjournalist vroeg vorige maand op Twitter, enigszins cynisch, of er echt mensen fan zijn van White Lies en wie dat dan zijn. Alsof Pukkelpop ook niet helemaal zeker was of de Marquee vol zou raken, stuurde men vlak voor het optreden nog een pushmelding om mensen naar de tent te lokken. 

De tent zat uiteindelijk goed vol. Met wie? Bijna uitsluitend late twintigers en vroege dertigers. Mensen die massaal meezongen met elk nummer van de eerste plaat, van alweer tien jaar geleden. Tien jaar geleden, toen het, onder begeleiding van de dramatische muziek van White Lies, heerlijk worstelen was met wie je was en wie je wilde zijn. 

Weet je wat een beetje pijnlijk is? Als je het publiek volledig meekrijg met je eerste hit ‘Death’ en daarna vlot die uitstekende laatste single ‘Tokyo’ inzet, maar de sfeer toch volledig wegzakt en de tent voorzichtig leegloopt. Ach, erg was het niet. Augustus 2019 had iedereen in de Marquee, na lang worstelen, wél zijn identiteit gevonden en konden we gerust concluderen: die identiteit bleek niet te liggen in het knopen van een Vlaamse vlag aan je wegwerptent op de camping. 

(jtb) / foto: Stefaan Temmerman

Kamaal Williams: Best tof ondanks de improv ★★★☆☆

Een concert beginnen met een bassolo, je moet het durven. Kamaal Williams nam immers zijn tijd om te starten. Hij liet eerst zijn muzikanten druppelgewijs het podium opkomen en liet hen soleren: een bassist (die Rick James heet - écht waar!), dan een altsaxofonist, een drummer en dán pas kroop hij zelf achter de keyboards om het potje grootstedelijke jazzfunk deftig aan de kook te brengen.

Een traktatie voor al wie zich het te vroeg ter ziele gegane Yussef Kamaal herinnerde, Williams’ combi met de drummer Yussef Dayes. Hun drie jaar geleden verschenen, uitmuntende album Black Focus, mixte funk, soul, dub, fusion, psychedelica, instrumentale hiphop en freejazz tot een pittige mélange.

Met zijn nieuwe band pakt Williams het wat ruwer aan en staat hij zijn muzikanten toe zich helemaal in improvisatie te verliezen, zoals maar weer bleek op Pukkelpop. Roy Ayers, Quincy Jones en de acid jazz van de jaren negentig waren nooit veraf, which is fine by us. Benieuwd wat toevallige passanten vonden van de losgeslagen freejazz waarin het Brits-Amerikaanse kwartet soms verzandde. Twenty-One Pilots is beslist anders.

Tof, jazzy feestje, zij het een tikkeltje vrijblijvend. 

(svs) / foto's: Francis Vanhee

Slowthai op Pukkelpop 2019: drilsergeant op coke ★★★☆☆

Elk z’n favoriete patser. De onze heet Slowthai, een Johnny met een skinheadkapsel en een lijf vol tatoeages. Op zijn nek staat 'sorry mum' getatoeëerd, naar verluidt “de zin die ik in mijn leven het vaakst heb gezegd”. Een hooligan met een broos hartje dus. 

Lees de volledige recensie 

Jon Hopkins op Pukkelpop 2019: jongleren op een eenwieler ★★★✩✩

In het post-Maloot-tijdperk stond er met Jon Hopkins een beatbakker in de Dance Hall die – of hij zijn elektronica nu saignant, à point of blue chaud van de grill haalt – niet aan crowdpleasing doet.

(elv) / Foto Koen Keppens

Lees de volledige recensie ☞

Miezerende popdeuntjes met Mura Masa ★★☆☆☆

Ik reconstrueer: vrijdagavond, 20.40 uur, de zon had zich heel de dag meer dan behoorlijk van haar taak gekweten, er was geen vuiltje aan de lucht. En net tóén begon het te druppelen. De schuldige, edelachtbare? Vast Mura Masa, en z’n miezerende popdeuntjes.

Lees de volledige recensie ☞

Dermot Kennedy in de Marquee: klankkleuren uit één verfpot ★★

We want this to be good’, stond er te lezen op de gitaar van Dermot Kennedy. Wij ook, en toch kwamen we er niet uit in de Marquee, Dermot en wij. Dermot leek een beetje op Viktor Verhulst, maar dan zonder de erfenis. Hij was als het ware het antwoord op het geweeklaag van mensen met een fitnessabonnement die vonden dat zij als doelgroep, na uitgezakte types als Ed Sheeran en Lewis Capaldi, onderhand ook wel eens hun singer-songwriter verdienden.

Nu, eerlijk is eerlijk: Dermot hééft een stem waar een carrière mee te beginnen valt, maar het is die neiging van ‘m om heelder schilderijen te proberen maken in één dezelfde klankkleur die hem wat ons betreft de das omdeed. Even dachten we dat we de enigen waren die er zo over dachten - of alle opgedaagde sympathisanten waren van nature gul met complimenten, of ze vonden het gewoon niet erg om keer op keer hetzelfde nummer te horen - tot we één enkeling in het oog kregen die er blijkbaar net zo over dacht als wij: middenin de zoveelste tearjerker haalde die zielsverwant plots slinks zijn smartphone boven om te checken of er in de nabijheid geen noemenswaardige pokémon te vangen viel. Helaas, ook dat viel tegen.

Net toen hief Dermot ‘Power Over Me’ aan, en dacht je: ‘Welja, waarom schrijf je niet wat meer zulke liedjes, Dermot?’ We zijn bereid hem de nodige tijd te geven, en dan zien we later wel weer. ‘Later’ hoeft daarom volgend jaar nog niet te zijn.

(tr) / Stefaan Temmerman

Yves Tumor & It's Band (Castello): ★★

Wie heeft ooit de geflipte Warp-plaat van Yves Tumor, ‘Safe in the Hands of Love’, beluisterd en gedacht: ‘Fijn, maar wat als dit nu hair metal zou zijn?’ Yves Tumor zélf natuurlijk!

Hulde voor Tumor als performer: wie optreedt in een soort lederen broekpak met kniehoge laarzen en een opgeblazen mullet waarvoor Jean-Claude Van Damme in de jaren 90 nederig het hoofd had gebogen, doet duidelijk íéts goed. En soms, zoals in de bonkende drive van ‘Noid’ en de dreigende, ingehouden eerste minuten van ‘Licking an Orchid’, loerde grootsheid om de hoek. Om vervolgens snel de benen te nemen. Al die flauwe psychrock (‘Honesty’), in het niets dobberende vullers (‘Applaud’) en eindeloze Van Halen-solo’s (de eerste vijf minuten)? Het was vast wel edgy en experimenteel, maar een pintje voor wie onder de lagen noise alsnog ‘s mans liedjes terugvond. Het vervelendst waren de lange periodes dat Tumor zich in de frontstage verstopte, en de vijandige houding die hij zich aanmat tegenover de rest van het publiek: ‘Wie niet alles geeft: fuck off, ik wil jullie smoel niet meer zien! Wég!’

Het is gokken naar zijn redenering: ‘Pukkelpop hélemaal uitverkocht? Tijd om wat volk weg te jagen, dan is het straks rustiger op de parking.’ Alsnog merci, Yves!

(vvp) / Francis Vanhee

Modeselektor (live) (Dance Hall): déjà entendu ★★

Van de Berlijnse tweespan Modeselektor hadden we op z'n minst verwacht dat ze hun aankondiging op affiche als 'live' waar konden maken. Van leven en dynamiek bleek er, naast enkele met uitsterven bedreigde hooks, weinig sprake. Pas na keerpunt 'I Am Your God' werden onze gebeden voor variatie toch een beetje verhoord. Bij kleppers 'Wealth' - jammer genoeg zonder een passage van Flohio zelf, die eerder die dag in de Lift te gast was - en millenial-anthem 'Who' trok het duo de aandacht eindelijk wat naar zich toe.

Sebastian Szary kroonde zichzelf tot tweedehands-MC, maar vertolkte die rol als een kleuterjuf op haar eerste dag: met aanmaningen van dertien in een dozijn. 'Scream! Again! And Again!'. Na de elvendertigste keer moesten ook de knapen die net poppers hadden gesnoven even geeuwen. Misschien misten ze net als wij een precisiewapen als 'Evil Twin' in de set.

Niet dat het barslecht was, maar het gros leek zo van datzelfde deep house-vat getapt dat zelfs de aanhollende snotter na enkele minuten naar zijn smartphone greep om een belletje te plegen.Waarschijnlijk om zijn matties te waarschuwen dat het in de Dance Hall toch niet zó fijn vertoeven was. 

(tvdc) / Koen Keppens

YBN Nahmir ★★☆☆☆ 

Vijftien was Nicholas Simmons toen hij tussen het gamen door besloot om met zijn kompanen een hiphopcollectief op te starten. Vier jaar later heeft hij zijn game-kanaal op YouTube ingeruild voor een muziekcarrière en tellen de hits van YBN – ‘Young Boss Niggas’ – Nahmir om en bij de twee miljoen Spotify-streams.

Op het podium van de Lift oogde Simmons nog steeds vijftien, alsof je neefje iets met zijn schoolkameraden in elkaar had gestoken voor het schoolfeest. Hij had heel wat leeftijdsgenoten bij, sommigen stoer dartelend over het toneel, anderen terughouden langs de zijlijn met smartphone in de hand. Toch klonk het nooit echt kinderachtig – de lyrics over ‘Rick and Morty’ buiten beschouwing gelaten: zijn grime met basic geproducete beats was charmant en bijwijlen intens. Niet baanbrekend, ook niet memorabel, maar met hitjes ‘Rubbin Off the Paint’ en ‘Bounce Out With That’ bezorgde hij enkele honderden uitzinnige tieners een hoogtepuntje.

Als internethiphopper ben je tegenwoordig al snel de dertiende in een dozijn, maar YBN Nahmir komt er mogelijks wel. Hoewel: toen hij na twintig minuutjes al definitief van het podium verdween, beseften we weer dat ook kleine neefjes soms rotjongen kunnen zijn.

Post Malone: op z'n best een matig rapper, maar wél een geweldig Post Malone

Al bij het eerste nummer dat Post inzette op Pukkelpop, ‘Too Young’, kreeg je immers het gevoel dat hij de boel liep te belazeren. Post stond helemaal alleen op dat grote Pukkelpodium. Geen begeleidingsgroep, zelfs geen dansers. Alles liep mee op band, en wat hij zelf door de luidsprekers joeg, ging dikwijls schuil onder lagen effecten. ‘I’m here to sing some shitty songs and get fucked while doing it’, stelde hij zichzelf voor. Kom dan niet zeggen dat hij het helemaal meent met dat rappen. Post schept dezer dagen bijna evenveel poen als Apple, en toch ziet hij er elke keer, ook op Pukkelpop, toch vooral uit alsof hij zich maar als rapper verkleed heeft voor Halloween - alsof hij je uitdaagt: ‘Zo, en zeg er nu maar eens wat van.’ Bovendien: niemand die serieus genomen wenst te worden als rapper geeft toe zijn artiestennaam gevonden te hebben door zijn naam in te voeren in een ‘rap name generator’ op het internet. Post Malone wel. Hij heeft ook een eigen lijn aan Crocs.

Lees de volledige recensie ☞ 

 

 

 

 

 

 

 

 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?