© Koen Keppens

Dit waren de 15 beste concerten van dag 2 op Pukkelpop 2019

54

Lees ook: En deze concerten zagen we ook op de tweede dag van Pukkelpop ☞


1. Tame Impala: wát klonkt het allemaal goed!

Tame Impala was vandaag voor het eerst headliner op een groot festival in België, en ik heb de indruk dat het niet voor de laatste keer geweest zal zijn.

Lees de volledige recensie

(fvd) / Foto: Francis Vanhee

2. Eels was in bloedvorm ★★★★★

Nooit vermoed dat we het volgende nog eens zouden zeggen over een band die al 23 jaar zijn nestel afdraait, een vaste waarde in het poplandschap is en die je intussen al zo vaak hebt gezien optreden - en toch: Eels was vandaag dé verrassing van Pukkelpop. Een met gloed en zweet gevuld vijfsterrenconcert. 

Lees de hele recensie

(fvd) / foto: Stefaan Temmerman

3. Een aangenaam weerzien met The Streets ★★★★½

Vijftien fucking jaar geleden was het dat Mike Skinner en zijn Streets voor het eerst en het laatst op Pukkelpop hadden gestaan (de affiche van 2011 vermeldt zijn naam, maar een zekere storm belette hem het spelen), en aangenamer wordt een weerzien zelden.

Lees de hele recensie

(jub) / foto: Stefaan Temmerman

4. Compact Disk Dummies: triomferen doe je zo ★★★★☆

Frontman Lennert Coorevits had de branie én de looks van de jonge Roger Daltrey (de zanger van The Who, jonkies), maar zijn Compact Disk Dummies klonken helemaal zoals pop anno 2019 moet klinken: opzwepend en met de perfecte balans tussen glad en baldadig.

Neem nu ‘Cry for Me’, hun jongste single en onze favoriete radiohit van het jaar. Springveer Lennert stuiterde over het podium, kreeg iedereen in beweging en laste doodleuk nog een wereldsong aan die van zijn eigen band: ‘Once in a Lifetime’ van Talking Heads.

Ook de oudjes ‘Mess with Us’ en ‘The Reeling’ van hun debuut-ep uit 2013, kregen lang uitgesponnen versies met een paar onverwachte breaks, housy tussenstukken en explosieve finales. Het was nog vroeg in de Dance Hall, maar het was wél al feest.

‘Holy Love’, in gang geblazen met een triomfantelijke trompetsample, werkte Lennert af op de armen van het publiek terwijl zijn broer Janus en een drummer zich uit de naad werkten in een minimalistisch gestileerde set-up die leek op een miniversie van Soulwax’ studio-op-het-podium.

Net als de broers Dewaele – en Goose en The Subs – staat Compact Disk Dummies kniediep in de rijke Belgische beattraditie, en wat ons betreft heeft pakweg ‘Girls Keep Drinking’ nu al de status van danceclassic verdiend. De versie die de Dance Hall deed opveren, combineerde stuiterbeats met syntharpeggio’s en – ons hart maakte een sprongetje – echo’s uit de new beat. Lennert Coorevits roffelde er zo’n wild ritme door dat niemand nog om more cowbell schreeuwde.

In de slotsong waren we getuige van een triootje tussen eightiesfunk, seventiesdisco en vettige electro, begeleid door demonische kinderkoren – op het scherm zag je intussen schattige trolpopjes met doodskopmaskers een samenzang aanheffen. Na afloop zwaaide Lennert met een buislamp als was hij in de weer met een lichtsabel: triomferen doe je zo.

(pc) / Foto: Koen Keppens

5. Frank Turner and the Sleeping Souls: springen, duiken, prediken ★★★★☆

'Wat zijn we blij hier terug te zijn op deze zonnige zomerdag!' Frank Turner had zijn gevoel voor humor in zijn gitaarkoffer gestoken. De Engelse folkpunker had zich voorgenomen om Pukkelpop even de gietende regen te laten vergeten, en slaagde daar met bravoure in. De Club-tent hoste graag mee met de energieke zanger, droeg hem letterlijk op handen en startte de aardigste circle pit die we ooit zagen. 

Turner had zich -net als zijn Sleeping Souls- in een wit hemd gestoken. De menselijke vredesduif bracht een boodschap van liefde mee. 'In onze samenleving sluipt alsmaar meer vergif. Ingegeven door politici', sprak de Brit. 'Het enige wat wij hen als antwoord kunnen tonen is menselijkheid. Geen haat, wel liefde: dat prediken we.' Het was de zoveelste artiest die een statement maakte na de venijnige vlaggenheisa. Turner kon op een groot applaus rekenen, toen hij vervolgens de toepasselijke song 'Be More Kind' inzette. 'Voor klootzakken is hier geen plaats', zei de zanger nog. Wel voor een feestje, gelukkig. Vanaf startschot 'Get Better' en '1933' at het publiek gretig uit de handen van het Britse vijftal. 'Polaroid Picture' kreeg iedereen aan het springen, 'The Next Storm' bracht de meute aan het dansen. 

Turner toonde nogmaals zijn groot hart. Hij vroeg een applaus voor de stagecrew, de tappers en de vele andere anonieme mensen die een festival als dit mogelijk maken. Met 'No Man's Land' heeft hij sinds donderdag een gloednieuwe plaat uit, zijn achtste al. Een werkstuk waarbij sterke vrouwen als Mata Hari en Sister Rosetta Sharpe worden bezongen. De zanger hield het in Kiewit evenwel bij zijn vorige EP en een resem classics uit zijn repertoire. 

En dat werkte. De hele tent zong 'I Still Believe' mee. Tijdens slotsong 'Four Simple Words' ging Turner nog even in overdrive. Hij dook het publiek in en surfte over de massa heen. Om al dansend in de Club-tent te eindigen, terwijl rond hem een zacht draaiende circle pit ontstond. Wat een fijn concert om de nacht mee in te duiken. 

(ww) / foto: Koen Keppens

6. Whitney was warmbloedig majestueus ★★★★☆

Whitney was op geen enkel moment ondermaats, maar hier en daar misschien een beetje achteruitgezakt in de zetel. De band uit Chicago is sowieso het soort groep waarvan het moeilijk is uit te leggen wat je precies zo in hun songs raakt: geen muziek die de aandacht onverbiddelijk naar zich zuigt, niet origineel genoeg om bakens te verzetten en weinig hits om de set rond op te bouwen. Maar als een song je echt raakt, voel je het tot in je bijballen trillen.

Lees de hele recensie

(fvd) / Foto: Stefaan Temmerman

7. PUP (Club): het is nooit te vroeg voor een moshpit ★★★★☆

Ach, kids these days. Luisteren alleen nog naar mompelrappers met een Xanax-verslaving en tattoos op hun tronie. Fout, meneer: de Club stond een halfuur voor de middag al goed vol voor PUP, vier punks uit Canada met een kater van hier tot in Biddinghuizen, waar ze gisteren nog Lowlands platwalsten.

De jongens uit Toronto bestreden hun haarpijn op de best mogelijke manier: met een genadeloos voortrazende punkshow vol oh-oh-oh-singalongs, woeste moshpits en – helaas – bierscheten met beerputallure. Maar goed, ook met de neus dichtgeknepen was het heerlijk meekwelen met oneliners die barstten van ongemak, onvrede én onwijs scheef gaan.

Soms leek het alsof PUP de zonen waren van de paparockers van The National – 'mom and Dad were smoking weed in the attic again', zong Stefan Babcock in ‘Morbid Stuff’. Zelfde troebele emoties, maar dan minder literair verwoord, wat heet: ronduit in je gezicht gebruld met songs die het midden hielden tussen de punkpop van blink-182 en de emo van The Get Up Kids.

De ene keer klonk dat dramatisch ('I hope the world explodes I hope that we all die') of cynisch ('we can watch the highlights in hell / I hope they’re televised') – allebei uit ‘See You at Your Funeral’. Even gingen ze de apathische toer op ('And everytime when I go back to my apartment / All I wanna do is get stoned', uit ‘Free at Last’) om uiteindelijk blijk te geven van zelfrelativering ('Just 'cause you're sad again, it doesn't make you special at all' uit ‘Free at Last’). Of gewoon om liefde te schreeuwen: 'why can’t we just get along' uit ‘If This Tour Doesn’t Kill You, I Will’.

Babcock mengde zich ook echt tussen de fans, zonder microfoon, om daar samen oh-oh-oh te brullen en mensen te omhelzen. En zo bleek de moshpit weer eens de beste remedie tegen katers en ernstiger kopzorgen.

(pc) / Stefaan Temmerman

8. Ezra Collective: jazz, nu ook met sitdown ★★★★☆

Wie op Pukkelpop spijt heeft dat hij Jazz Middelheim mist, moet af en toe eens de Castello binnenwaaien, waar het puikje van de Belgische én de Londense jazzscene staat. Vandaag stak Ezra Collective het Kanaal over, en combineerde de stijl van twee artiesten die hier gisteren al speelden: de wat onderkoelde jazzfunk van Kamaal Williams en het broeierige grootstadsgeluid van Shabaka Hutchings.

Lees de hele recensie

(pc) / Foto: Francis Vanhee

9. Brass Against: Blazen voor liefde en tegen haat ★★★★☆

'Laat niemand ons trachten te verdelen. Samen staan we sterk. Met een boodschap van liefde. Voor gelijkheid. Tegen haat om een huidskleur of seksuele voorkeur.' De preek van Lisa Colby, de vuisthoge frontvrouw van Brass Against, was net wat dit Pukkelpop nodig had. Weg met die vlaggenhysterie, een festival is er voor alles en iedereen. De zevenkoppige band uit New York bracht covers van Rage Against the Machine en Tool, zoals je die nooit eerder hoorde. Met bombardon, schuiftrompet en sax (en één gitarist en drummer). Geleid door een frontvrouw met een krachtige stem. Zach de la Rocha was er niks tegen. 'Malcolm X is watching me' was op haar trui te lezen. 

Met Meute stond er nog een band op Pukkelpop die funky fanfare met een muziekgenre combineerde. Maar Brass Against was wat ons betreft de onbetwiste winnaar. De muzikanten in witte boilersuits hadden een leuke set in elkaar gestoken. Met gebalde vuisten en heerlijke muziek maakte Brass Against er drie kwartier lang een feest van. 

Ze brachten een knipoog naar twee andere acts op Pukkelpop. Met 'Figure It Out' haalden ze Royal Blood alvast even op het podium. Er volgde ook een geslaagde cover van 'Sabotage', nog geen half uur nadat Mike D (ex-Beastie Boys) hetzelfde deed in de vlakbij gelegen Marquee. 

De band ging (naar analogie met NHL-sterspeler Colin Kaepernick) op één knie zitten en bracht een boodschap tegen vuurwapengeweld en haatmisdrijven tegen holebi's. 'Killing in the Name' werd als een bom de Club in gesmeten. De bombardon was de bas, de trompet deed de gitaarsolo. Frontvrouw Lisa Colby trok naar de eerste rijen en ging crowdsurfen, terwijl de planken vloer het haast begaf in die gigantische moshpit. 'Freedom' (van alweer RATM) werd opgedragen aan kinderen die in kooien langs de grens met Mexico worden opgesloten. Toen Brass Against met 'Know Your Enemy' een laatste vuist de hoogte in joeg, hadden ze de hele Club veroverd. Het benieuwt ons wat Prophets of Rage morgen gaan brengen.

(ww) / foto's: Koen Keppens

10. The Subs op Pukkelpop 2019: duracellkonijn, dorpsgek en discokikker in één persoon ★★★★☆

Als elke act over een Jeroen De Pessemier zou beschikken, zouden er niet langer één-, twee- en driesterrenrecensies bestaan. The Subs doen niet aan middelmaat.

Lees de hele recensie

(elv) / foto: Stefaan Temmerman

11. Brutus scheurt de hemel open op Pukkelpop 2019 ★★★★☆

Als je naar Brutus gaat kijken, ben je van twee dingen zeker. Er zijn technische problemen en – vooral – je wordt overmand door een verpletterend gevoel van: Dit. Is. Leven.

Lees de hele recensie

(pc) / foto: Koen Keppens

12. Ross From Friends: een ruimtewandeling op LSD ★★★★☆

 

'Soit, wij weten het zeker: er leven geen vogels op de maan, maar Ross weet ze toch perfect te imiteren.'

Lees de hele recensie

(jme) / foto: Francis Vanhee

13. Cocaine Piss op Pukkelpop 2019: kwaliteitsvolle pokkepunk ★★★★☆

Nog maar net was Beth Ditto van het hoofdpodium gestruind of aan de andere kant van het plein, in de Lift, stond Aurélie Poppins van Cocaine Piss al te stomen in de coulissen. Twee frontvrouwen met een bros op de tanden, en dat na elkaar: nee, het zag er niet goed uit voor het patriarchaat. En dan moesten we daarna nog vernemen dat Cora van Mora op de wei gesignaleerd was.

Lees de hele recensie

(tr) / foto: Francis Vanhee

14. SOHN op Pukkelpop 2019 : een onsje gloeiende troost ★★★★☆

'I’ll never find another like you', croonde Christopher Taylor a.k.a SOHN. Nou, qua opbeurende shizzle kan dat tellen. Je zal maar met een gebroken hart door de nachtelijke motregen de Castello zijn binnengewaaid, hunkerend naar zalf voor je zielenwonden. 

(svs) / Foto's: Koen Keppens

Lees de volledige recensie hier

15. The Chats zette puur spelplezier om in groepsgevoel ★★★★☆

Boodschaplozere punkrock dan The Chats viel er op Puppelpop 2019 niet te rapen. ‘This next song is about chlamydia, has anyone here got chlamydia before?’ luidde de aankondiging van ‘The Clap’, een song over the clap, Engels slang voor chlamydia, de meest voorkomende seksueel overdraagbare ziekte in de westerse wereld. The Chats zingen, spelen en brullen over wat hun alledaags voor de voeten valt -‘having a wank’‘doing what you want’ (‘Don’t Tell Me What to Do’), en niet genoeg geld hebben om de bus naar huis te kunnen nemen (‘Bus Money’) – en de goed volgelopen Lift kon zich daar helemaal in vinden. Wat een opluchting was het om eindelijk nog eens een groep te zien – prille twintigers met forse nekmatten, uit Australië – die niet boven het publiek leek te zweven maar zich er middenin bevond, en puur spelplezier wist om te zetten in groepsgevoel. Voor het eerst dit weekend werd er collectief ‘We want more!’ geroepen. Eén song kregen we nog: ‘I’m Better Than You’.

(jub) / foto: Stefaan Temmerman

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?