© Koen Keppens

En deze concerten zagen we ook op de tweede dag van Pukkelpop 2019

58

Lees ook: De 15 beste concerten van zaterdag vind je hier >>

Altin Gün: oost west, kruisbestuiving best ★★★★✩

De beste remedie tegen vendelzwaaiende zelfbevlekkertjes? Een uurtje Altin Gün in een volgepakte tent, zo ergens rond middernacht. De Amsterdams-Turkse band speelt grotendeels interpretaties van andermans werk, maar het is best spectaculair hoe deze zes muzikanten intussen de wereld rondtoeren met Anatolische vinylplaten van vijftig jaar geleden die ze hebben opgeblonken met psychedelisch poetsmiddel. Ze hertimmeren nummers van artiesten als Erkin Koray, Neşet Ertaş en Hülya Süer – klinkende namen in Turkije, maar elders rolt er tumbleweed voorbij als je ze laat vallen. Hoe onterecht dat is, bleek in De Lift: Altin Gün sloeg, net als hun hippievoorgangers uit de sixties en seventies, een brug over de Bosporus en regelde een kruisbestuiving tussen westerse rock en traditionele oosterse melodieën. Songtitels hebben we niet onthouden – te druk met heupwiegen en vingerknippen – maar we zullen in ieder geval nooit meer de fout maken Turkse muziek eentonig te noemen: die duizelingwekkende tempowisselingen! Die roezige sazdeuntjes! Die tussen krautrock en regelrechte funk schipperende ritmes! Ach, laat die rechtse rakkertjes hun strijdvlag maar volschieten, wij dansten de zaterdagnacht door – kop in de wolken, sterren in de ogen – tussen de mooiste mensen van Pukkelpop.

(pc) / Foto: Koen Keppens

Anne-Marie blijft hangen op Pukkelpop 2019 ★★★☆☆

  

Anne-Marie is gemaakt van zonneschijn, en daar kon zelfs de regen geen ene sodemieter aan veranderen. 

Lees de hele recensie

(vvp) / foto: Stefaan Temmerman

Goeie jongens (Marquee):  Lokale helden van zestien kilometer verderop ★★★☆☆

Goeie jongens is een collectief MC's, jong en oud, die waren samengekomen om twee decennia Genkse hiphop te vieren. Bij benadering zestien rappers en twee dj's: van Don Luca via Aria tot Leandro Cinus, die laatst nog in de krant stond omdat hij na de kampioensviering voor RC Genk zijn haar had laten afscheren. Lokale helden van zestien kilometer verderop. 'Twintig jaar Genkse geschiedenis op een podium in Hasselt: wat zegt ge mich daarvan?'

Het creëerde een gezellig sfeertje waarin 'Sambuca night' als vanzelf rijmde op 'helemaal van de kaart'. Nog meer aanstekelijk dichtwerk van Goeie jongens: 'Soms ben ik braaf, soms ben ik stout / Soms ben ik te jong, soms veel te oud'. Of: 'Laat u los, laat u gaan, laat uw stem helemaal overslaan'. Op papier lijken dat zinnen die evengoed van Studio 100 hadden kunnen komen, dat merk ik nu ook bij het uittikken, maar in de praktijk - met meer bierbuiken op dan voor het podium - was het toch heel erg Goeie jongens.

Er is net een Hollywood-film uit die 'Good Boys' heet. Daarin is een twaalfjarige te zien die de opblaaspop van zijn vader mond-op-mondbeademing geeft en de anale parels van zijn moeder als nunchucks in het rond zwiert. Van datzelfde niveau was vandaag ook Goeie jongens in de Marquee. Maar 'Good Boys' is een grappige film, en ook Goeie jongens deed waarvoor het gekomen was: reclame maken voor de thuisstad en sambuca bijschenken voor de eerste rijen.

Beste bindtekst: 'Koop straks een Goeie jongens-T-shirt aan de merchandisestand. Kost 20 euro. Da's maar anderhalf pintje minder of zo.'

(fvd) / Foto: Koen Keppens

Jorja Smith: Elegant met de hakken over de sloot ★★★☆☆

 

Jorja Smith? Fantastische zangeres, uitstekende songwriter, inspirerende vertelster, gezegend met looks waardoor wij bijna zouden beginnen geloven in een Almachtige Schepper. Haar debuut 'Lost & Found' herbergde vorig jaar de beste Britsoul van het Hier en Nu en voor DrakeKali Uchis en Ezra Collective leverde ze uitmuntende gastbijdragen.

Waarom kwamen haar troeven in de Marquee dan niet helemaal uit de verf? Was het de nogal steriele begeleidingsband die geslachtloze tavernefunk onder haar romige zangpartijen schoof? Was het de abominabele geluidsmix die haar stem in de instrumentpartijen verzoop? Of lag het vooral aan Smiths eigen weifelende performance die een broodnodige assertiviteit ontbeerde? Ze leek zich meer om haar zangprestatie te bekommeren dan om de performance tout court. Ooit zagen we Amy Winehouse een gelijkaardige afwezigheid etaleren, ook op Pukkelpop, ten tijde van haar debuut 'Frank'. Sneu.

Natuurlijk waren we bij momenten erg onder de indruk. In 'February 3rd' joeg Smiths kringelende engelenfalset het kippenvel tot onder onze oren. Het weergaloze 'The One' liet ze overgaan in een kek 'The One' van Sister Nancy. En het doorbraakhitje 'On My Mind' sneed puntig prikkend door de tent en overtuigde nét, ondanks de totaal misplaatste solo van Smiths overijverige gitarist. Waarom die kerel te pas en te onpas met protserige pornosolo's wilde uitpakken, was ons een raadsel. 

'Be Honest', Smiths nieuwe song met Burna Boy, kon met z'n reggaetonvibe het jonge grut bekoren. 't Zal een hit worden, ook al is 't een hopeloos middelmatig nummer. Maar goed, haar warmbloedige stem, de verrukkelijke songs uit Lost & Found, een frisse Drake-cover en Smiths charisma en elegantie redden uiteindelijk de meubels. Als ze haar geluidsman buitenflikkert, wat meer connectie zoekt met het publiek en haar gitarist beteugelt, komt het vast goed.

(svs) / foto: Koen Keppens

Evil Invaders (Main Stage): Metal uit het boekje van vijfendertig jaar geleden ★★★☆☆

Van Leopoldsburg (waar de wieg van Pukkelpop stond) naar Kiewit: Evil Invaders had met de fiets kunnen komen – Flying V’s onder de snelbinder – maar had voor de oversteek zo te zien een forse oplegger gehuurd. Openers op de Main Stage houden het vaak sober, maar deze jongens hadden niks thuis gelaten. Indrukwekkende backdrop: check. Wall of speakers: check. Gepersonaliseerde microfoonstatieven: check. Rookmachines: check. Evil Invaders bracht thrash- en speedmetal uit het boekje van vijfendertig jaar geleden, en ook met de ogen open zat je midden in de jaren tachtig. De mouwloze t-shirts, de stretchbroeken, het borsthaar, de snorren… Zelfs hun tattoo’s hadden – ook al is het viertal opgetrokken uit kinderen van de jaren negentig - die blauwige zweem van dertig jaar vervelling.

Ook straf: wij hadden aan de ingang onze bus deodorant moeten afgeven, maar de gitarist van Evil Invaders was blijkbaar met een forse kogelriem voorbij de security geraakt. En geheel ongevaarlijk zag hij er nu ook weer niet uit.

Evil Invaders was tot in de puntjes wat de clichés van het genre voorschrijven, aan inzet en technisch vernuft ontbrak het hen evenmin, en die cover van Venoms ‘Witching Hour’ heeft Venom ooit al veel slechter gespeeld. Maar na een half uur had het ongetrainde metal-oor het wel gehoord. Overigens, en omdat het die tijd van de eeuw is: Evil Invaders speelde op de Main Stage voor evenveel volk als Jimi Hendrix op Woodstock. Tel maar na.

(jub) / Foto: Stefaan Temmerman

TheColorGrey: Spot on, shirt uit ★★★☆☆

Het blijft waanzinnig interessant om de hedendaagse Belgische hiphopartiesten tot volle muzikale wasdom te zien komen. Van Dvtch Norris over blackwave. tot TheColorGrey: impressionant hoe hun liveshows in amper een jaar zijn uitgegroeid tot geoliede machines.

Op Pukkelpop vliegt Grey zelfzeker en schijnbaar nonchalant door zijn set. Van radiohits als ‘On & On’, ‘Silence speaks’ (met puike gitaarsolo) en ‘Need to know’ tot nieuw werk: hij zit reuzecomfortabel in de cockpit van zijn F-16 en draait fluks loopings tussen hiphop, jazzy r&b, soul, reggae en stomende slaapkamerpop. De jongens en meisjes in de Marquee laten zich gemoedelijk meedrijven op de Soulquarians-achtige vibe van Grey.

Dat deze show erg gestroomlijnd-Amerikaans aandoet, is wat ons betreft een pluspunt. Alleen vragen we ons af wat de doorsnee Vlaamse popfan die misschien weinig interesse heeft in de finesses van de Afro-Amerikaanse soul nu écht vindt van Grey’s uitgekiende performance. Herkenbaar en helemaal 'on the spot'? Of toch wat verwaand en ver van het bed?

Ach, hij trekt zijn shirt uit en da’s voor veel meisjes in de Marquee hoorbaar voldoende. Can it be all so simple?

Benieuwd wat de volgende stap wordt van deze getalendeerde urban-eclecticus.

(svs) / Foto: Stefaan Temmerman

Channel Tres (Castello): een spreidstand tussen hiphop en house ★★★☆☆

Channel Tres is van Compton, maar zijn muziek geurt evengoed naar Detroit. Hij zit, met andere woorden, in een spreidstand tussen hiphop en house, en toch scheurt hij nooit zijn broek. De hype - verschillende Amerikaanse blogs, waaronder Pitchfork, tipten hem als one to watch - werd bevestigd in de Castello. Niet alleen omdat hij optrad met twee synchroondansers - oké, wel voor een gróót stuk daarom - maar ook omdat hij bewees de songs te hebben. Uitschieters zaten in de eerste helft: ‘Black Moses’ werd gestut door een fenomenale beat (courtesy of JPEGMAFIA), in ‘Sexy Black Timberlake’ scheen er zonnige G-funk door de clubsound, ‘Brilliant Nigga’ werd ingeleid door een spoken word en afgerond met een jazz flute, maar was tóch fantastisch. ‘Topdown’ was dan weer house met glazige ogen - denk: MoodymannOmar S - en dus uiterst geschikt voor een niet al te welriekende tweede festivaldag. Oudere hitjes als ‘Controller’ waren de minste, maar dat geeft niet: Channel Tres is er voor de toekomst.

(vvp) / Foto: Francis Vanhee

Mini Mansions (Club): tongue in cheek of niks ★★★☆☆

 

Wanneer Michael Shuman - zijn vrienden noemen hem ‘Mikey Shoes’, u mag ‘meneer’ zeggen - het als bassist van Queens of the Stone Age even moe is om op het podium tegen de rug van Josh Homme op te zien, dan belt hij zijn collega’s van Mini Mansions: kerels die meer De Vrouw bezingen dan de woestijn. Ze hebben ook een geruit hemd of twee hangen in hun kleedkast, maar ze zitten wel weggestopt achter hun zijden maatpakken. Eerder deze zomer bracht Mini Mansions ‘Man Walks into a Bar’ uit, plaat nummer drie: grappig bedoeld, maar geen grap - daarvoor is er te veel moeite in gekropen en is het resultaat te moeilijk weg te wuiven. En ook in de Club liet Mini Mansions zich niet altijd wegrelativeren. Wie goed keek, zag namelijk dat ook Jon Theodore de telefoon had opgenomen en ‘ja’ had geantwoord op Shumans vraag om mee richting Kiewit te trekken. Sinds een zestal jaar drumt Theodore bij de Queens, wat betekende dat de versie van Mini Mansions die je op Pukkelpop zag maar liefst voor vijftig procent uit Queens of the Stone Age bestond. Dat kon erger: Post Malone moest het met minder stellen.

Let wel: Mini Mansions laat zich dan wel niet wegwuiven, ze laten zich ook zelden helemaal serieus nemen. Mini Mansions zal tongue in cheek zijn, of het zal niet zijn. Maar de overgave was niettemin volledig: of Shuman nu staat te rammen op ‘A Song for the Dead’ of op funky ongein als ‘Bad Things (That Make You Feel Good)’, hij probeert elke keer even hard de vliegen uit de lucht te trappen. En misschien was het dan wel wat vroeg en wat druilerig voor om schemer smekende paardansen, en ja, misschien kon het geluid soms iets helderder, maar aan het eind van de vijftig minuten die Mini Mansions in de Club gevuld had, had je toch geen enkele keer weggekeken.

(tr) / foto: Koen Keppens

Equal Idiots haalde het orgasme nèt niet ★★★☆☆

'Pukkelpop, ça va?'. Equal Idiots haalde een gloednieuwe song, kinderxylofoon, een Belpop-klassieker en gekke inflatables naar de Main Stage. De weergoden vonden het maar niets, de aardig volgelopen wei wél. 'Merci om met ons de regen te trotseren', juichte zanger Thibault Christiaensen.

Lees de hele recensie hier

(ww) / foto: Stefaan Temmerman

Penelope Isles (Lift): te laat begonnen ★★★☆☆

Toegegeven: meer dan een half oor hadden wij voor Pukkelpop bij Penelope Isles niet te luisteren gelegd. Penelope Isles: ’t is een groepsnaam waar een zekere saaiheid van uitgaat. Kurt Overbergh kondigde hen aan als voer voor fans van Grandaddy en Mogwai. Redelijk klaar voor.

Penelope Isles hield zich aanvankelijk bijzonder sfeervol op de vlakte in de Lift: twee ingetogen gitaren, gestreelde drums, hier en daar een keyboardtapijtje en drie vrouwenstemmen, waarvan er eentje nochtans uit de borst van een kloek manspersoon kwam. Grandaddy kwam pas bovendrijven als de multifunctionele synth, zoals in ‘Leipzig’, zeer sporadisch ook eens een melodie mocht spuwen. En dat was jammer, omdat de deur naar verveling op die manier voortdurend op een kier bleef staan.

Pas nadat ze op niet geheel beklijvende maar wel verrassende wijze met tekstflarden hun liefde voor The Streets hadden bezongen – ‘We’ll see you all there, front row’ – schakelde Penelope Isles plots in een andere modus. De keyboards begonnen te kraken, de gitarist zeeg op de knieën om zijn gitaar te gaan bedienen met de knoppen van zijn effectpedalen, en het volume ging gevoelig de hoogte in voor een lang uitgesponnen en wervelende versie van ‘Gnarbone’. En ineens snapten we wat Overbergh met Mogwai had bedoeld. Nog één song en het was gedaan, terwijl het voor ons dan had mogen beginnen.

(jub) / foto: Koen Keppens

De Jeugd Van Tegenwoordig: Geile geinponems ★★★☆☆ 

 

‘Jullie zijn geil. Jullie zijn slim. Jullie zijn mooi. Jullie hebben alles’. Nou, De Jeugd Van Tegenwoordig was in die mate tuk op het Pukkelpoppubliek dat het de miezerregen een uurtje 'on hold' zette. Het is een godgegeven talent als een ander.

'Applaus met die kut', had een meisje op een pancarte geschreven. Onnozelheid is besmettelijk. Vertel ons wat. In dezelfde categorie: ‘Jullie houden van ons, ik voel het tot in mijn penis’, van Faberyayo. Hadden we al gezegd dat iedereen zich als een loopse puber hoort te gedragen in de wereld van De Jeugd Van Tegenwoordig? 

Aan hits geen gebrek. ‘Hollereer’, ‘Gekke Boys’, ‘Watskeburt’, ‘Get Spanish’, een dol meegebruld ‘Manon’, ‘Sterrenstof’, zelfs het recente ‘Ik kwam haar tegen in de moshpit’ en ‘Gemist’: u ging er keurig loos op en gaf te kennen dat de houdbaarheidsdatum van De Jeugd nog niet is overschreden, ook al zijn z’n laatste twee platen nogal wisselvallig.

‘Zijn jullie een beetje geil, beste mensen? Wij zijn beregeil’, klonk het bij de rappende geinponems. Tja, hoe kan je bij De Jeugd nu níet aan Jiskefet denken? Die sketch waarin Michiel Romeyn een oer-Hollandse bierdrinkende proleet speelt die in een bar luid ‘Zijn we geil? Tjonge, wat ben ik geil!’ loopt te roepen? Dezelfde vibe. Zoek het op op YouTube, kids. Uren zoet mee.

(svs) / foto: Koen Keppens

Pond (Club): nooit gewichtig, nimmer te licht ★★★☆☆

Pond wordt maar al te vaak voorgesteld als het rubberbootje dat meedobbert op de grote golven die Kevin Parker maakt met de driemaster Tame Impala. Eerlijk is eerlijk: ze doen er bij Pond ook wel niet veel aan om daar verandering in te brengen. Zowel Pond als Tame Impala komen allebei uit Perth, Australië (oké, daar kunnen ze niet veel aan doen), maar ze wisselen ook graag groepsleden uit, en daarnaast vissen ze ook dolgraag in dezelfde - komt-ie - vijver: die waar je een vloeitje lsd aan de haak hangt in plaats van een worm, en waar je sneller een psychedelische trip aanslaat dan een karper.

We hebben ooit iemand hoofdschuddend horen zeggen dat ‘Currents’ van Tame Impala al bij al weinig meer was dan een disco-revival. We snapten dat toen niet, en na Pond gezien te hebben zal het er wel helemaal nooit meer van komen: als Tame Impala al disco is, dan is Pond alle drie de Bee Gees. De extraversie die Nick Allbrook daarbij bezigt, heeft hij echter niet van Kevin Parker: die lijkt hij meer bij Arcade Fire gezien te hebben. Nick had er schik in, daar in de Club, en hoewel hij de onverklaarbare neiging vertoont om op gezette tijden een dwarsfluit boven te halen - en als het tegenzit blaast hij er nog op ook - is hij ontegensprekelijk het soort frontman dat Pond niet alleen nodig heeft, maar ook verdient. De nummers schipperden tussen ‘interessant’ en ‘inventief’, en heel af en toe raakte er eentje kant noch wal, maar verdomd: voor een warm bloemendekentje als ‘Daisy’ mogen ze op de camping altijd onze tent komen opensnijden.

Pond was nooit echt gewichtig, maar tegelijk wogen ze nimmer te licht. Zo’n 430 gram, alles opgeteld. Net goed.

(tr) / foto: Stefaan Temmerman

Meute (Dance Hall): een uur plezier met sympathieke Duitsers ★★★☆☆

 

Je zal het altijd zien: de ene dag zwaaien met Vlaamse Leeuwen, de andere juichen voor een bataljon met veel bombarie binnenvallende Duitsers in kostuum!

Nee nee, Meute bleek gewoon een bende sympathieke gozers te zijn die het ietwat excentrieke idee hadden opgevat om gerodeerde danceklassiekers te coveren met een fanfare. Ze doen dat overigens niet voor de grap: al die weirde technogeluidjes? Zij vangen die op met hun tuba’s, hun trommels en hun Teutoonse precisie. En het resultaat is oprecht boeiend genoeg om zelfs een doorweekte - hi, ha, hoe - meute aan het kniezwengelen te krijgen. Passeerden zoal de revue: herwerkingen van Dennis Ferrer ,Solomun en Deadmau5. Persoonlijk favorietje? ‘You & Me’ van Disclosure én die ene xylofoonsolo. Iedereen amuseerde zich een uurtje en dan was het gedaan.

Heute  Meute? Immer leute!

(vvp) / foto: Koen Keppens

Gossip: scheetgeluiden maakten het toch nog lollig ★★★☆☆

In 2016 kondigde Beth Ditto het einde van Gossip aan. Het momentum van de band was voorbij (en, laten we eerlijk zijn, dat was het in 2011 eigenlijk ook al), en Ditto wilde ook meer tijd voor haar solocarrère en haar kledinglijn. Dat die split intussen ongedaan was gemaakt, was ons ontgaan.

Petje af dat de groep uit Olympia, Washington daar op de Main Stage eigenlijk nooit overkwam als een groep hasbeens. Gossip maakt uitbundige indie-disco (en uitbundige indie-disco, only) die vandaag bij vlagen aan Future Islands, aan Chic en - bijvoorbeeld tijdens 'Moving In the Right Direction' - zwaar aan New Order deed denken, maar fris genoeg klonk om (meestal) te boeien.

'Vertical Rhythm' en 'Standing In the Way of Control' waren goed, 'Listen Up!' eerder al een vroeg hoogtepunt. 'Men In Love' kwam er niet helemaal uit, en '8th Wonder' was opgedragen aan drumster Tobi Vail van Bikini Kill ('de eerste band die écht invloed op mij heeft gehad').

Maar hét moment van hun set was 'Heavy Cross'. Dat werd voor de helft gezongen door een vrouwelijke fan die Ditto uit het publiek had laten plukken en daarbij goed haar streng trok. Mooi moment, en voor die vrouw zelf bijna zeker onvergetelijk.

Daarna was het afgelopen, maar niet vóór Ditto haar reet nog een laatste keer richting publiek uitstak en daarbij met haar mond (behoorlijk overtuigende) scheetgeluiden maakte. Niet zeker wat het moest voorstellen, maar zo werd het toch nog lollig.

(fvd) / foto's: Stefaan Temmerman

Mike D (Marquee): classics en emo-momenten ★★★☆☆

 

'Een vorm van vochtigheid manifesteerde zich in onze ooghoeken telkens als D (live) in de Beastie Boys-songs met Yauch (op tape) en MCA (afwezig) in duet ging, maar het ware emo-moment kwam er toen ‘I Wanna Be Sedated’ van de Ramones door de speakers werd gejaagd, en Mike D daar ‘Sabotage’ overheen zong.'

Lees hier de volledige review van Mike D

(jub) / foto: Stefaan Temmerman

The Story So Far ★☆☆☆☆

Het begon nochtans mooi. Aanvankelijk waren we zelfs blij dat we onderdak gevonden hadden bij The Story So Far. Het was namelijk beginnen strontregenen boven Pukkelpop, en in ruil voor droge voeten waren we wel bereid even te doen alsof Chokri de Skate Stage nooit tot brandhout gehakt had voor zijn stoof en MTV nog altijd ‘Jackass’ uitzond. Nu ja, dat was tot we gezwind aan de arbeid gingen, en we moesten vaststellen dat The Story So Far in wezen gewoon een overzeese variant op Janez Detd moest verbeelden. Eens je dat doorhad, zo na drie of vier poppunksmartlappen, was er geen lievemoederen meer aan en had je je bekomst wel gehad.

Twee van de vijf leden van The Story So Far droegen petjes, één een muts. Zoiets is belangrijk bij een groep als The Story So Far, want op de speelplaats laat je met zo’n petje namelijk weten aan je crush uit Latijn-Wiskunde dat je kan kickflippen, terwijl zo’n te grote wollen muts dan weer het signaal geeft dat je iemand kent die iemand kent die tijdens de middagpauze wiet verkoopt achter de brommerstalling - één kerel beweert hardnekkig dat het om vermalen oregano gaat, maar hij liegt: wij kennen zijn zus en die zegt dat hij altìjd liegt. Help, iémand: we zitten weer eens vast in het derde middelbaar, en deze keer ligt het niet aan ons.

‘Thank you for staying so late’ , bedankte de groep u en ons aan het einde. Het was kwart na elf: late namiddag in Pukkelpop-termen, maar op een leeftijd waarop the Story So Far een goed idee lijkt, moet je nu eenmaal nog vroeg naar bed.

(tr) / foto's: Koen Keppens

Royal Blood op Pukkelpop 2019: gutsende rock in gietende regen ★★★☆☆

Wat een heerlijk slot van Royal Blood. Het Britse duo wou na een doorweekt uurtje op de Main Stage duidelijk niet stoppen. Mike Kerr ramde zijn basgitaar aan gort, terwijl drummer Ben Thatcher grijnzend een laatste geut tequila achterover sloeg. Helaas speelde de regen deze alt-rockers parten. Het scheelde een slok op de borrel qua beleving.

Lees de volledige review hier

Hot Chip (Castello) ★★★☆☆

Misverstand: even dacht ik dat er een bende boekhouders was neergedaald over de Pukkelpop-weide om de belastingaangifte van de bezoekers aan een routinecheck te onderwerpen. Bij nader inzien bleken het gewoon de gasten van Hot Chip te zijn!

Terwijl Tame Impala even verderop de regen tot stilstand bracht, vertimmerden Joe Goddard, Alexis Taylor en co - zelfs niet de coolste kerels in een klas met Sheldon Cooper, Lisa Simpson en Servais Verherstraeten - de Castello. Hoogtepunten? Een wulps ‘I Feel Better’, een hotsend en botsend ‘Over & Over’, zélfs een Beastie Boys-hommage in de vorm van ‘Sabotage’ - zou het toeval zijn dat Mike D hier ook rondliep? Een lustig disco-groovend ‘Hungry Child’ diende nog ter herinnering dat Hot Chip ook níéuw spul te verkopen heeft: zevende plaat ‘A Bath Full of Ecstasy’ heeft op zich weinig met drugs te maken - ‘ecstasy’ betekent nog altijd gewoon ‘extase’ - maar tegen dat het publiek dat doorhad, was het toch al te laat.

Domste vraag van de avond? ‘Are you ready, are you ready for the floor?’ Maar blíjf ze vooral stellen, jongens.

(vvp) / Foto's: Francis Vanhee

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?