© Koen Keppens

En deze concerten zagen we ook op de derde dag van Pukkelpop 2019

15

Charli XCX is de Robyn van morgen ★★★✩✩ 

Die twee resterende hersencellen die nog níét lagen te marineren in een badje van Cara Pils, hadden ook wel even een rustpauze verdiend, en dus maakte Charli XCX het niet al te ingewikkeld. Het opzet? Wie een booty had, moest ermee shaken.

Lees de hele recensie

(vvp) / Foto: Stefaan Temmerman

Kelis: alleen herkenningsapplaus ★★★✩✩ 

 

Ze zag er goed uit Kelis, in haar strakke wielrennersbroek en met haar terug weelderige afro, maar ze begon zo mak, en leek ook niet bijzonder goed bij stem. Van het op plaat zo zwoel swingende ‘Rumble’ bijvoorbeeld bleef in de Marquee niet veel meer over. Ze ging snel naar een handjevol klassiekers van haar magistrale debuut ‘Keleidoscope’, maar ook dat werd geen onverdeeld succes. ‘Get Along With You’, ‘Good Stuff’, ‘Caught Out There’, ‘Baby I Got Your Money’: herkenningsapplaus als ze eraan begon, maar de aandacht verslapte telkens snel. 

De sfeer sloeg helemaal om toen Kelis aan een resem verrassende en deels in medley-vorm gegoten covers begon. Een wonderschoon ‘I Wanna Dance With Somebody’ van Whitney Houston, gevolgd door ‘Gravel Pit’ van Wu-Tang Clan in een mix met haar eigen ‘Milkshake’. ‘Smells Like Teen Spirit’, en een heerlijk ‘I Feel Love’ van Donna Summer en Giorgio Moroder. Toen ze daarna ‘Bounce’ speelde, de wereldhit die ze aan Calvin Harris te danken heeft, lag het publiek devoot aan haar voeten. Dikke duim voor Kelis. 

(jub) / Foto: Koen Keppens

Twenty One Pilots: soms volstaat het om gewoon te spélen

Twenty One Pilots sloot Pukkelpop af met een wilde, bombastische, spectaculaire show: zanger Tyler Joseph en drummer Josh Dun staken een auto in de fik, kropen op de PA-toren en zwierden een drumstel in het publiek. Vraagt een mens zich af: wat als die andere negentien er óók nog eens bij waren geweest?

Lees de hele recensie

(vvp) / Foto: Stefaan Temmerman

Jeff Mills & Tony Allen: dansen, dansen, dansen in de laatste uurtjes

De ene zag er in zijn strakke pak uit als Geoffrey, de butler in The Fresh Prince of Bel-Air, de andere leek met zijn malle hoedje een senior die de stadsduiven gadeslaat van op het balkon van zijn serviceflat. Maar samen vertegenwoordigden Jeff Mills (59) en Tony Allen (79) in de Castello wel degelijk een indrukwekkend stuk beatgeschiedenis.

Lees de hele recensie

(pc) / Foto: Francis Vanhee

Curtis Alto: Klamme kleren, zin in koffie ★★✩✩✩

De meest ondankbare taak voor een jonge artiest op Pukkelpop? De gigantische Dance Hall openen om zondagochtend halftwaalf terwijl het regent dat het kletst zodat niemand zin heeft om uit z'n tentje te komen, door te modder te waden en als gek te beginnen feesten. Het Belgische broederduo Curtis Alto zat in zo'n schuitje en begon met de nodige overmoed aan zijn set voor amper twaalf mensen.

Dat aantal dikte gaandeweg aan tot een honderdvijftig, waardoor je bezwaarlijk kunt gewag maken van een stomende party. Geruggensteund door kosmisch verantwoorde visuals sloegen de jongens zich met veel branie door hun set. Daarin borrelden echo's van Digitalism en het vroege The Subs op en héél soms een tikkeltje Justice, alleen zweert Curtis Alto bij een rechttoe-rechtaanvariant van Europese party-techno die weinig aan de verbeelding overlaat.

't Was functioneel, jazeker, en om drie uur 's nachts in een afgeladen Boilerroom met een poppertje of twee achter de kiezen had dit project heel misschien een weinig brokken kunnen maken. Wij stonden erbij, keken ernaar, voelden onze klamme kleren tegen ons lijf plakken, kregen zin in koffie en schuifelden behoedzaam kontschuddend de tent uit.

(svs) / Foto: Stefaan Temmerman

Pennywise speelt voor omgekomen Limburgse brandweermannen ★★★✩✩

'Deze is voor Chris en Benni.' Dat Pennywise zou eindigen met een massaal meegebruld 'BroHymn' was geen verrassing. Wel dat ze hun bekendste song opdroegen aan de twee brandweermannen die een week geleden in Beringen het leven lieten. Zo bracht good old Amerikaanse punkrock Pukkelpop terug tot de essentie. Het draait hier om muziek en om samenhorigheid. Het was een innig moment waar de vroege vogels even stil van werden. Vlak voor ze helemaal uit de bol gingen om mee te brullen met 'BroHymn', een lied dat helemaal draait om broederschap.

'Deze kennen jullie allemaal', grijnsde brulboei Jim Lindberg. Pennywise is de band met de langste geschiedenis op Pukkelpop 2019. Ze bestaan al ruim 30 jaar, stonden hier al in 1995 en ze staan er nog steeds. Dat ze voor het luide ontbijt op de Main Stage moesten zorgen was een ondankbare taak ('Kijk daar, nog zeven mensen die toekomen!'), maar de punkrockers deden wat ze moesten doen: het vermoeide en doorweekte volkje wakker krijgen op deze laatste festivaldag. Bij gebrek aan een Skatestage of Shelter moest dit maar volstaan. En dat deed het. Het viertal stond er helemaal in het zwart, met hun eeuwige zonnebril en baseballpetje op.

'Same Old Story' en 'My Own Country' raasden in sneltreinvaart voorbij. Er volgden enkele covers. 'TNT' van AC/DC, 'Territorial Pissings' van Nirvana ook. 'Kurt Cobain was een punkrocker', wist gitarist Fletcher Dragge. 'Hij veranderde het muzikale landschap.' 'Fuck Authority' was nadien raak gekozen. Het bracht een twaalfjarige crowdsurfer, twee grote circle pits en honderden opgestoken middenvingers. Pennywise gaf nog even mee dat ze een nieuwe plaat uit hebben, en zette 'Time Bomb' in. Maar iedereen wilde vooral de classics horen. En dan zeker 'BroHymn'. Na drie kwartier was het gestopt met regenen en iedereen klaarwakker.

(ww) / Foto: Stefaan Temmerman

Airbourne: AC/DC-klonen trotseren Billie Eilish-leger ★★★✩✩

Vraag van de dag: staat Billie Eilish op het hoofdpodium tussen een reeks heavy rockbands geprogrammeerd? Of staan die bands als een vreemde buffer rond Billie Eilish heen? De wei in kijkend vermoeden we het laatste. De jonge Billie-cohorten hadden hun plekje al ingepalmd aan de Main Stage. Ze stonden erg verveeld naar Airbourne te kijken, in afwachting van hun heldin.

Airbourne is niets meer dan een AC/DC-kloon. En dat vinden ze een hele eer. Brulboei Joel O'Keeffe fluisterde ons eerder al toe dat er nooit genoeg AC/DC kan zijn: 'Waarom maar één als je er ook twee kan hebben?!' Die attitude gold ook voor de pilsjes die de zanger naar binnen goot en het publiek in keilde. 

De Australische hardrockband verschoot zijn kruit al snel. Bij openingssong 'Girls in Black' trok de zanger meteen de wei in, om op de schouders van een roadie gitaar te spelen en de massa op te hitsen. En daarbij een blikje bier schuimend kapot te slaan op zijn hoofd. 'Man, wat is het vroeg!', brulde de zanger even later. 'Normaal gezien sta ik pas over drie uur op…'

Airbourne bracht met 'Boneshaker' één nieuwe song van hun nog te verschijnen vijfde plaat. Niet dat die aardverschuivend anders was. Het viertal wilde vooral lol trappen. 'Dit is een rockshow', wist O'Keeffe. 'Kruip op elkaar schouders, begin te crowdsurfen. Doe alles wat je wil!' Eén groep rockfans gehoorzaamde, de vele Eilish-fanaten weigerden halsstarrig. 

Hoog de nok van het dak in klimmen (O'Keeffe's favoriete bezigheid op een podium) zat er niet in. Dan maar bovenop de versterkers, meende de zanger. Terwijl zijn drummende broer 'Live It Up' aanzette met een loeiende alarmsirene, kreeg de band toch de massa aan het meeklappen. O'Keeffe eiste bij slotsong 'Runnin' Wild' zelfs dat iedereen zich hurkte om weer recht te springen. 'Maak je lekker nat en vuil.' Ook dat lukte deels. De zanger stopte er een stukje 'Let There Be Rock' in van hun grote voorbeelden. En startte zijn eigen Angus-duckwalk. Wat ons meteen bij het échte AC/DC brengt. Er doen geruchten dat die iconische band in de studio zit en volgende zomer op tour komt. In afwachting kon drie kwartier Airbourne wel volstaan.

(ww) / Foto: Stefaan Temmerman

Poppy bracht slappe puree van Baby Metal, 30 Seconds to Mars en Kate Ryan ★☆☆☆☆

Poppy (of Moriah Rose Pereira, uit Boston, Massachusetts) was duidelijk aan het playbacken. Ze lipte te vaak naast de tekst (en de microfoon) om dat overtuigend te verhullen. Ook de gitarist mimede tussendoor alsof hij iets gevaarlijks in de microfoon gromde. Zélfs een deel van het gejoel dat opsteeg toen Poppy aan het begin van haar 'optreden' het podium was opgestapt, stond op band. No shit!

Lees de hele recensie

(fvd) / foto: Koen Keppens

Durand Jones & The Indications: Dan toch nog een eucharistie! ★★★✩✩

Zij die zich te oud of te weinig opgefokt voelden voor een portie Billie Eilish, konden zondagnamiddag bij Durand Jones & The Indications terecht, de Amerikaanse retrosoulband die in het kielzog vaart van hedendaagse old skool-helden zoals Lee Fields, Ephemerals of wijlen Charles Bradley. Jones en zijn bende zijn erg authentiek, reproduceren met veel liefde de soulklanken uit de sixties en seventies en komen zelfs weg met de occasionele Curtis Mayfield-cover. 

Het verschil met live-kanonnen als Bradley of Sharon Jones? Durand Jones en zijn zingende drummer Aaron Frazer zijn geen publieksmenners en beschikken over erg weinig star quality. Daardoor moesten de heren in eerste instantie stevig trekken en sleuren aan het publiek in de Clubtent dat eerder afwachtend reageerde.

Het gebrek aan charisma maakte de band goed met fonkelende, meticuleus uitgevoerde soulnummers die The Stylistics en Smokey Robinson ademden. Ergens tussen romantische barbershop en het aaibaarste van het Staxlabel. Jones gooide hoge ogen met zijn krachtige gospelfrasering, maar Frazer kon ons niet altijd overtuigen, zoals in het flinterdunne ‘Is it any wonder’ waarin zijn iele falsetje bijna verdampte. Op die momenten klonken The Indications beslist te dun en te flets.

Naar het einde van de show toe diepte Jones zijn innerlijke Otis Redding op, krijsend en croonend, en oogstte hij alsnog veel bijval in de tent. Bij de afsluitende sleper ‘Don’t let me down’ hing er zoveel brotherly alsook sisterly love in de Club dat we ons op een bescheiden eucharistie waanden. Matig begonnen, met brio afgerond.

(svs) / Foto: Francis Vanhee

A Day to Remember: strandballen, toiletrollen en surfende crowdsurfers ★★✩✩✩

Ja Chokri, er komen zeker nog mensen voor hardcore en punk naar Pukkelpop. Zelfs na de passage van Billie Eilish stond er aardig wat volk aan de Main Stage. Jammer dat het vuur bij A Day To Remember vooral van achter op het podium kwam. Liever wat minder spelletjes en wat meer strakkere songs, heren.

A Day To Remember dacht een leuke manier te hebben gevonden om onze doorweekte kleren droog te zwieren. De band had zich tot doel gesteld zoveel mogelijk mensen te laten springen en crowdsurfen als menselijk mogelijk was. Dat lukte bij aanvang vrij aardig. De pop-punkers uit Florida kregen al snel twee grote circle pits in beweging. En tijdens 'Better Off This Way' ook crowdsurfers, die bovenop andere crowdsurfers gingen surfen (als u nog kan volgen). Ja, er vlogen ook strandballen en toiletrollen over de massa heen. Dat alles moest verdoezelen dat de songs rammelden en brulboei Jeremy McKinnon regelmatig naast de toon zat. 

Het gloednieuwe 'Rescue Me' (hun samenwerking met DJ Marshmallow) kreeg een live-debuut, met 'If it Means a Lot To You' volgde het clichématige akoestische moment. Dat moest even rust brengen, voor de band en fans met 'The Plot to Bomb the Panhandle' en 'The Downfall of Us All' opnieuw aan het springen gingen. Een concert om te onthouden bracht A Day To Remember niet.

(ww) / Foto's: Stefaan Temmerman

Connan Mockasin: zowel gloedvol als charmant rommelig ★★★✩✩

'Dit is hun laatste concert van een hele lange tournee, morgen gaan ze naar huis. Misschien wordt het zelfs de allerlaatste keer dat ze in deze bezetting spelen,' kondigde Ayco Duyster in de Club Connan Mockasin aan. 'Geef hen een hartverwarmend welkomstapplaus, want ze zijn een beetje verlegen. En heel moe.'

Lees de hele recensie

(fvd) / Foto's: Francis Vanhee  

Yeasayer: Nostalgie naar vervlogen indie ★★★✩✩

'Je mag die pancarte weer laten zakken want dát liedje kunnen we niet spelen'. Tja, verzoekjes hadden blijkbaar geen zin bij Yeasayer in de Club. Ook gesmeek om T-shirts viel in dovemansoren. Zijn Yeasayerfans echt zo verwend?

Nu ja, de echte verwennerij kwam er met de songs: een loeiend ‘Madder Red’, een broos ‘Henrietta’: liedjes die spraken van een vervlogen indierockuniversum.

De New Yorkers reanimeerden de noughties alsof trap-hiphop en Billie Eilish nooit het levenslicht zagen. Dat nostalgietrucje werkte bij de beste songs (de meezingbare culthits, zeg maar) maar niet tijdens het kaf dat te weelderig tussen het koren groeide.

Niet elke Yeasayersong is immers zo sterk als, pakweg, ‘O.N.E.’, waarvan de lang uitgesponnen versie nog veel weerklank bij de fans vond. We haalden ons hart op aan een passioneel ‘Sunrise’ en konden zelfs het nieuwe ‘Fluttering in the Floodlights’ smaken, maar op een handvol trouwe apostelen na bleef het publiek er maar beleefd bij staren. Dat was tien jaar geleden heel anders, toen Yeasayershows bij momenten als dolle reinigingsrituelen aanvoelden.

‘Ambling Alp’, ooit hun doorbraaksong, joeg niet verwonderlijk nog eens wat onvervalste opwinding door de tent en herinnerde ons aan hoe verrukkelijk verrassend Yeasayer ooit was.

Een renaissance als die van Vampire Weekend is hen misschien niet gegeven, maar op Pukkelpop klonken de heren allerminst uitgeblust.

(svs) / Foto: Koen Keppens

Ghostemane was Billie Eilish niet, maar hij wou wel dolgraag the bad guy zijn ★✩✩✩✩

Net wanneer je dacht dat de tijd eindelijk rijp was om de horlepiep te dansen op het graf van de nu-metal, stond daar Ghostemane - nom de plume van Eric Whitney, een kerel die het in Los Angeles ooit had proberen te maken in lokale doommetalbands, maar die tussen het onverdoofd slachten van twee geiten in doorkreeg dat het makkelijker en hygiënischer was om gewoon rapper te worden. Ghostemane speelt nu een geheel bijdetijdse variant van nu-metal: het was én metal én rap, én nee, we waren er niet over te spreken.

Ghostemane had amper vijftig minuten te vullen in de Marquee, maar toch koos hij ervoor om de eerste vijf daarvan te schenken aan zijn dj, die er met zijn gasmasker uitzag alsof hij eerder die middag op sollicitatiegesprek was gegaan bij Slipknot maar te horen had gekregen dat hij ‘niet weerhouden’ zou worden. Wel lachen: de dj opende met een hiphop-remix van Korns ‘Freak on a Leash’, waarmee hij al meteen onbedoeld de vinger op de wonde legde. Want je kan dan nog proberen metal en rap aan elkaar te koppelen, niemand zegt dat je dat op z’n Frankensteins moet doen door ze aan elkaar te naaien met rafelige, grove steken: het ene moment kreeg je screamo naar je kop, het volgende werd je een stuk mumble rap of trap in handen geduwd in de hoop dat jij er wél raad mee zou weten. Zoiets leidde tot nummers als ‘Trench Coat’, met een tot lachstuipen leidende tekst als ‘Bumping DarkThrone out my Audi A4 / Pentagram on my shawty torso’, en een refrein(‘Wait until they see what’s in my trench coat’) dat of een ode was aan school shooters, of aan potloodventers.

Ghostemane was Billie Eilish niet, maar hij wou wel dolgraag the bad guy zijn: hij verdeelde het publiek in twee helften en riep beiden op om ‘fuck that side’ naar elkaar te schreeuwen, want elkaar haten is vet cool. Had dan toch gewoon Nic Balthazar meegebracht en iets gezegd over het klimaat, Eric. Veel haat was er verder echter niet te merken in de Marquee: het jonge grut voor het podium ging gewillig in op Ghostemanes voortdurende eisen dat er hier een circle pit en daar een wall of death opgestart moest worden, of er zwaaide wat. Een tegeltjeswijsheid om af te ronden? Moshpits zijn als opslag of blowjobs: als je er voortdurend naar moet vragen, heb je ze niet echt verdiend.

(tr) / Foto: Koen Keppens

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?