Luister, lees en kijk terug: het juryverslag en de sets van de Rock Rally-finalisten

, door (kv) en (klaus harmony)

131

Danny Blue & the Old Socks

Waar Danny Blue en zijn ouwe sokken in Mechelen nog voornamelijk de juryharten hadden veroverd met aanstekelijk enthousiasme en fris klinkende rammelarij, bleken ze in de halve finale plots ook songs die naam waardig te hebben. In de finale toonden zij bovendien aan ook over een niet mis te interpreteren sound te beschikken. Gooi iets van The Beatles in de bak van deze band, en het zal klinken als Danny Blue & The Old Socks. Ze speelden in Brussel weer drie nieuwe songs, wat het totaal op acht bracht: dat is bijna een volledige plaat. Dat die er vermoedelijk ook vrij snel zal zijn, werd duidelijk toen twee dagen later de nieuwe single van Danny Blue in onze digitale bus viel: ‘Be with Me’, de song waarmee ze in Brussel de deur dichtdeden. Go boys! > Kijk en luister

Ugly Weirdo

Ook Ugly Weirdo voegde in Brussel een nieuwe kleur toe aan zijn palet. Afsluiter ‘Fail to Live Outside My Mind’ was een song die deed denken aan Kraftwerk, of New Order op ‘Power, Corruption and Lies’. IJskoude melancholie die wij eerder slechts sporadisch van hen hadden gehoord. Eén nieuw jurylid had bovendien Perry Farrell horen zingen, en ook dat was een ear-opener. Ugly Weirdo hernam met ‘Some Things Last a Long Time’ van Daniel Johnston hun cover uit de halve finale, en posteerde ‘Nowhere Home’ – met voorsprong hun beste song – netjes in het midden. Eén puntje van kritiek misschien: alle songs van Ugly Weirdo zitten binnen de vijf seconden exact daar waar ze drie à vier minuten blijven zitten, waardoor de deur voor verveling altijd op een kier zal blijven staan. > Kijk en luister

Monskopoli

Monskopoli speelde niet zijn beste setje. Ze hadden op zacht verzoek van Klaus hun opstelling gewijzigd en hun voortreffelijke gitarist naar de zijkant geschoven, waardoor zangeres Janne Vanneste met haar klavieren vooraan kon plaatsnemen. Janne bleek daar in het midden echter ineens niet meer zo toonvast te zijn en moest de grootste moeite doen om boven de huizenhoge sound van haar groep uit te komen. Het was alsof Monskopoli iets wilde bewijzen dat niet hoefde, te hard zijn best deed, waardoor geforceerdheid de bovenhand nam. Dat zij bovendien hun beste song, ‘Keeper of My Lighthouse’, niet speelden, is redelijk onverklaarbaar. Uit vrees voor een schadeclaim van Thibaut Courtois en zijn vader misschien? Wie zal het zeggen. > Kijk en luister

Budget Trash

Geen verrassingen bij Budget Trash: het was veel beter dan in de halve finale (niet moeilijk) maar minder goed dan in Brugge. In Brussel werd duidelijk dat Budget Trash eigenlijk maar één song heeft – ‘Love Mourns’, dat met enkele productionele ingrepen zo op de radio kan – en voor het overige vooral de grootste moeite heeft om hun alle kanten opspringende poppunk een beetje aan de leiband te houden en de zaak niet te laten verzanden in ongewilde chaos. Niet erg allemaal: de gemiddelde leeftijd bij Budget Trash is achttien. Op hun demo stond nog een song die ‘Duck My Sick’ heette. Terwijl Klaus hen toch zo graag eens ‘(What’s so Funny ’Bout’) Peace, Love and Understanding’ zou horen doen. > Kijk en luister

watchoutforthegiants

Doet het minder of net meer pijn als wij zeggen dat watchoutforthegiants lange tijd in de running is geweest voor een podiumplaats? Het kwam net als bij hun vorige presentaties een tikje afstandelijk over, wat net zo goed kan hebben gelegen aan het feit dat de frontman gewoon mee in het rijtje stond – netjes op één lijn met de andere groepsleden – als aan de complexiteit van hun songs, die van de muzikanten zodanig veel concentratie vereisten dat er voor showmanship niet veel ruimte meer overbleef. ‘Taking Back Time’ was over de hele rit hun beste song, ‘Monday Man’, op de preselectie in Opwijk nog een uitstekende opener, werd nooit meer hernomen. Niet dat de rest slecht was, maar soms moet je op zeker spelen. Soms. > Kijk en luister

'Diane Grace: anarchie met een kooi, een dwerg en Mauro Pawlowski op de alpenhoorn. Of toch niet? Wie zal het zeggen?'

Diane Grace

Welja, Diane Grace. De eerste song heette ‘Ballad’ en was alles behalve dat, maar genoeg over de muziek. De dwerg aan de leiband die hun halve finale had opgeleukt, mocht op de bank beginnen, in casu: een kooi waar anderhalve song lang mysterieus een doek over gedrapeerd hing. Het was een beetje een teleurstelling toen dat doek eraf ging – wéér een dwerg – maar de spanning hield zich elders verscholen. Bij de microfoon die daar onbemand doch perfect stond opgesteld voor een saxofonist bijvoorbeeld. En hier hoort een beetje inside-information: de groep had ons namelijk op voorhand gevraagd of wij het een probleem zouden vinden als Mauro Pawlowski saxofoon zou komen spelen. Daarop konden wij uiteraard niets anders dan ‘in geen geval’ antwoorden. Pas in het laatste nummer stond-ie er, niet op sax maar op een soort alpenhoorn, perfect herkenbaar met zijn Maurits Pauwels-hoed, maar ook weer niet, want de man droeg een masker. Iets wat tegen zijn gezicht geplakt zat, en verdomd hard op Pawlowski leek, maar toch... En met die vraag – ‘was-ie er of was-ie er niet?’, terwijl hij verdomme toch gewoon op het podium stond! – scoorden zowel Pawlowski als Diane Grace vette punten. Blijf bestaan, blijf verrassen en bang maken, blijf de boel overhoop schoppen, maar jullie begrijpen zelf ook wel een heel klein beetje waarom we Diane Grace geen edelmetaal om de hals konden hangen, niet? Mogen wij vanaf nu wel Sir Diane Grace zeggen? > Kijk en luister

Josefien Deloof

Over naar de prijsbeesten. Josefien Deloof deed halverwege de finale de zaal goed vollopen en bedankte met haar beste set tot nog toe. Het publiek returnde op zijn beurt the favour en hing haar de Sabam for Culture publieksprijs om de hals. 2.500 euro is dat, en het is haar van harte gegund. Josefien heeft geen moeite met grote podiums, voelde zich op de planken van de AB als een vis in het water, en straalde even hard als de uitstekende groep in haar rug. ‘Guns’ was een meer dan voortreffelijke nieuwe song, en ook ‘You Got Me Down’ en ‘Please’ waren dingen waaraan niet meer gesleuteld hoeft te worden, maar toch ontbrak er iets waardoor Josefien Deloof van ons geen brons, zilver, laat staan goud kreeg. In de drie keer drie songs die ze ons van preselectie tot finale had voorgeschoteld, had ze ons geen enkele keer écht weten te raken. Josefien is ambitieus en ze zal er wel raken, maar of ze Klaus ooit tot haar grootste fans zal kunnen rekenen, valt af te wachten. I’ve been surprised before. > Kijk en luister

Emy

Geen idee meer wie de aap de dag na de finale uit de mouw deed komen, maar Emy is fan en duidelijk beïnvloed door het 19-jarige Londense zangeresje Joy Crookes. Het is bij haar dat ze haar cover van Bob Dylans ‘One More Cup of Coffee’ voor de halve finale was gaan halen, en waar ze haar wat vreemd hikkende accent vandaan heeft. Maar: Emy is stukken beter, so move the fuck over Joy Crookes. Emy weet op haar 18de meer gevoel, leven en urgentie in haar stem te leggen dan de laatste acht zangeressen van Hooverphonic samen, en heeft liedjes die zeker nog voor vooruitgang vatbaar zijn, maar nu al zoveel diepgang vertonen dat ze aan een vastomlijnde structuur nauwelijks boodschap hebben. Emy stond drie keer alleen met haar gitaar op het podium, maar in de AB was ze vijf centimeter groter. Emy kreeg van ons het brons en 2.000 euro. Geen geld voor zoveel talent. > Kijk en luister

Lagüna

Lagüna borstelde de concurrentie op een hoopje. Als een geoliede machine die achterin al een halfuur had staan warmdraaien stoven ze het podium op, knalden ‘The Unknown Light’ de zaal in, gooiden daar het nog dwingendere ‘Amber Hands’ achteraan, en sloten af met het door garagegitaren aangedreven ‘Nothing Less’. Voor de verveling ook maar één seconde had kunnen toeslaan, waren ze weer weg, het publiek met een ‘what the fuck’-gevoel achterlatend. Het is het verslag van een winnaar, maar ze kregen van ons het zilver. Omdat er, telkens wanneer de zanger begon te zingen, niet echt iets werd toegevoegd aan wat er allemaal al gaande was, en omdat dat meer in het hoofd dan in de buik en de werkelijkheid een heel klein beetje aanvoelde als een gemiste kans. Maar: 3.000 euro dus, en een toekomst waar geen geld tegenop kan. Wedden? > Kijk en luister

The Calicos

Klaus shall only say this onceThe Calicos wonnen omdat ze de besten waren. Van preselectie tot finale de groep waar wij het meeste plezier aan hadden beleefd, het vaakst bij op het punt hadden gestaan een traan weg te pinken, de meeste kriebels in de onderbuik hadden gevoeld, en het meest ‘Godverdomme, zo goed!’ hadden gegromd. Hun songs deden aan Ryan Adams denken, soms een beetje aan Springsteen of aan The War On Drugs, maar dat doen die van Ryan Adams, Springsteen en The War On Drugs ook, dus laten we daar niet over klagen. Integendeel, wie dat kan heeft veel in de vingers, heel veel. The Calicos speelden bovendien met zoveel vakmanschap dat dat vakmanschap ook gewoon weer opgeheven werd en naar de achtergrond verdween. Klaus sluit niet uit dat hij nu een beetje klinkt als Johan Cruijff zaliger, maar The Calicos waren en zijn nu eenmaal zo’n groep die je moet horen en voelen, en waarvoor bladmuziek te kort schiet. 10.000 euro hebben zij van ons gekregen. Mochten ze niet weten wat daarmee aan te vangen: Klaus weet in Monte Carlo nog een leuke speedboot te koop. Tot over twee jaar! > Kijk en luister

Foto's: Koen Keppens

Lees ook onze interviews met de winnaars

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: