© Koen Keppens

Review: Placebo op Rock Werchter 2014

, door (jm)

50

Brian Molko, jongen uit mijn jeugd. Zijn zwart was mijn alles. Maar vandaag, daar op de Main Stage, herkende ik hem niet meer. De Brian van 2014 lijkt op een angstig, klappertandend schoolmeisje. Ze bevoelt elke ochtend haar venusheuvel, gewoon, om te weten dat ze nog bestaat. Voor het inslapen heeft ze haar eierstokken geteld - maar altijd mistelt ze zich. De tourmanager heeft coke voorzien onder haar kopkussen, maar ze heeft even genoeg. Ze zet 'B3' in, op dat grote podium van Werchter waar ze al zo vaak heeft gestaan, en ze klinkt alsof ze die dag nog haar boekentas heeft laten jatten door hufterige pestkopjes.

Om maar te zeggen: ik liep op een kouwe, lelijke muur tijdens Placebo. Het is, na platen van feest en pijn, gedáán. Want 'Loud Like Love' klonk niet luid en vol en onethisch zoals je van loud like liefde verwacht, maar wel als een schimmeltenen b-kantje. 'Soulmates Never Die' was een beginselverklaring, of toch zo bedoeld, maar al wat ik kon horen was een vage ode aan snuif en pil. 'Scene of the Crime', 'Rob the Bank', 'Exit Wounds': kon ik maar iets met het Placebo van nu.

Wat ik probeerde: empathisch headbangen, en voorzichtig terugdenken aan high school-trauma's. Maar meer lukte niet. 'My computer thinks I'm gay,' klonk het in 'Too Many Friends' - de mijne, Brian, denkt dan weer dat ik een opschepper ben die het op het moment suprême, drankluchtje rond hem, altijd weer laat afweten. Geen idee hoe hij aan die informatie is geraakt. Ernstig weer, want humor is een vreselijke vijand: 'Space Monkey' rolde over de wei, en het was een donderende pastiche op wat Placebo had kunnen zijn, maar niet is.

Het zijn geen vooroordelen, want ik heb van Placebo gehouden. Dat besefte ik toen ze hun prille songs een uitje gunden. 'Every You Every Me', bijvoorbeeld: een ouwe vriend. Maar wil je nog op bezoek bij die ouwe vriend als zijn neus drankrood is, en z'n motoriek onbetrouwbaar? Wat kan ik nog met 'Sucker love I always find / Someone to bruise and leave behind', behalve het als een laat-romantische herinnering koesteren, en het eeuwig mooi in mijn hoofd blijven scanderen? Maar voor de goede orde: ze déden me wel wat, de oude songs: 'Special K' was lekkerder dan z'n onderwerp, en tijdens 'Bitter End' heb ik drie liefdesverdrietjes weggehuild.

Een waste of skin zou ik Brian Molko niet meteen noemen - hij blijft te veel guts hebben voor één balzak. Maar, zo besefte ik gaandeweg: Brian is niet te redden. Stefan Olsdal - vrolijk catwalkend, Molko heeft duidelijk geen fitness coach - misschien wel, nu hij een talibanbaard heeft laten groeien. Steve Forrest - de lekkere drummer - heeft de getatoeeerde time van z'n lijf / life, en die gitarist in de achtergrond stond er ook al niet vrolijk bij. Maar erger kan altijd - de jongen achter de synths dacht: 'Was ik maar roadie bij Pearl Jam' geworden.'

Misschien is Placebo wel gewoon geworden wat het wilde worden: Weltschmerz voor ingewijden. Een depressiehoekje voor het volk. Een gifbekerpint voor wie ratten in z'n hoofd heeft, lauwe pils voor wie eindelijk grond onder z'n voeten vond. En uiteindelijk is het gewoon mijn eigen schuld: lang heb ik me alleen bij androgyne fuck-ups thuisgevoeld. Nu wil ik alleen nog zo saai mogelijke tederheid. Maar ik zie je nog, Brian.

 

Het moment

Het olijfje, zij straalde. Op keys en occasionele viool had Placebo een meisje mee, een ander meisje dan Molko, iets tussen madelief en boterbloem, tussen ondoorgrondelijk wit en venijnig zwart.

 

Het publiek

Zacht en lief, tot het bitter end.

 

Tweet

[https://twitter.com/dancetheday/status/484775982017282048]

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?