Concertreview: Arcade Fire op Rock Werchter 2017

, door (jub)

285

Arcade Fire begon eraan met de geweldige nieuwe single, ‘Everything Now’, voorloper van de gelijknamige plaat die eind juli pas verschijnt. Daarna meteen alle remmen los in ‘Rebellion (Lies)’, met William Butler, de drie jaar jongere broer van zanger Win, die zich meer dan vijf minuten lang de ziel uit het lijf mepte op een trommel om zijn nek, en op het eind – met net genoeg gevoel voor theater om binnen de lijntjes der geloofwaardigheid te blijven – volledig uitgeput voor dood neerzeeg. Die van Arcade Fire zijn professionals, niet enkel in aantal een grote groep, bijna headliners, die geen vijf songs nodig hebben om op te warmen maar er meteen staan. Ook al stond het publiek voor de Main Stage er aanvankelijk bijzonder mak naar te kijken. Het duurde vier songs voor Win Butler er iets van zei. Dat we 50.000 keer zouden terugkrijgen wat we zouden geven. En dat hielp. Het applaus werd luider, de groep leek harder te gaan spelen.

De oudste Butler was intussen van bas naar gitaar en weer terug gegaan, broer William had alles al eens aangeraakt, en ook de rest bleef niet bij zijn leest.

Win ging aan de piano zitten voor een heerlijke versie van ‘The Suburbs’, opgedragen aan The Great Dame in the Sky: ‘I wanna sing this song for David Bowie. David, we miss you so fucking much’. En pas toen mevrouw Win Butler, Régine Chassagne - tot dan ook al op zowat elk instrument gesignaleerd – plaatsnam achter de drums, besefte je dat dit concert nog een versnelling hoger kon. Er sloop rock ‘n’ roll in, sleazy swing, en een verdomd smerige maar oh zo lekkere versie van ‘Month Of May’.

In het publiek stond intussen niemand nog stil, behalve die ene meneer die wat wezenloos naar zijn bordje met daarop ‘Single’ zat te staren – ‘Ik zal toch geen schrijffout hebben gemaakt?’.

Bij Butler ging het jasje uit voor de laatste rechte lijn, leek het haar nog net dat tikje sluiker langs de kop te gaan hangen, en werden de nekspieren nog een laatste keer opgespannen. Een verpletterend ‘Neighbourhood #3 (Power Out)’ ging ‘Sprawl II (Mountains Beyond Mountains)’ vooraf, even bloedmooi als ontwapenend gezongen door Régine. De lichten moesten uit, de smarthpones in de lucht, voor nog één dienstmededeling van Butler: ‘Fuck Trump for a thousand years’. En daarna nog één laatste: ‘Wake Up’. Hadden wij het woord apotheose de laatste jaren nog gebruikt? Welaan: apotheose! En toen moesten The Scabs… verschoning, Kings Of Leon nog komen. 

Het moment

'The Suburbs', voor David Bowie. 

Het publiek

Begon er pas aan nadat het door Win Butler op de vingers was getikt. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?