© Koen Keppens

Concertreview: At The Drive-in op Rock Werchter 2018

, door (tom raes)

21

Benieuwd wat voor levenslessen dochterlief mee naar huis zou nemen die donderdagavond, maar de kans is groot dat ze allemaal over gramschap gingen. Ook achttien jaar nadat oerplaat ‘Relationship of Command’ onopvulbare kraters sloeg in het aangezicht van welverdienende yups, blijft At The Drive-in namelijk om de bek schuimen – ook in hun tweede, of derde incarnatie. En frontman Cedric Bixler-Zavala is dan wel veel - behaard, iets te zwaar, net iets te groot om onder de salontafel door te lopen - maar goedgezind, dat is hij in al die jaren nog nooit geweest.

Was hij donderdagavond ook niet: op tijd. De doomsday clock had half zeven geslagen, maar in The Barn, waar At The Drive-in van apocalypsje zou spelen, bleef het nog even stil. Alsof de band zelf zat te wachten tot de tent wat beter gevuld raakte. En jawel: om twintig voor acht beklommen de stoottroepen van Cedric Bixler-Zavala, de man die er in z’n eentje verantwoordelijk voor is dat er geen eigennamen gelegd mogen worden in Scrabble, het podiumhout. Excuses volgden: ‘Just before we went on stage, Omar delivered a baby.’ Bijna geapplaudisseerd, maar al snel bleek het om ‘a ten pound piece of shit’ te gaan. Tien minuten later aan je concert beginnen omdat je gitarist zo nodig kakken moet: het is een geldige reden. ‘We named it Lucille.’ Oké dan.

Veel tijd om te verliezen was er niet, met dank aan de omvangrijke backstage-bolus, en dus ging het gaspedaal twee keer zo hard tegen de vloerplank. Als de inwoners van Werchter niet naar de Drive-in kwamen, dan kwam de Drive-in wel naar hen. Bixler-Zavala schoolde z’n microfoonstatief om tot ploertendoder en probeerde iedereen in een straal van tien meter de kop in te slaan, Omar Rodriguez-Lopez, ten pounds lichter, kweekte prompt nog een paar vingers extra en wrong de meest onmogelijke gitaarakkoorden uit zijn gewrichten, Tony Hajjer mepte van de weeromstuit nog wat harder op zijn drums, en Paul Hinojos toonde dat hij wist waar een goeie bassist thuishoort: naast de drummer - en als er groupies afgewerkt dienen te worden: als vierde in de rij.

Jammer dat dat Bixler-Zavala ooit beter bij stem geweest was, maar wie een trouwe luitenant als gitarist Keeley Davis naast zich heeft staan, heeft altijd een kruk om op te leunen. Davis, twee jaar geleden de nieuweling in het hervormde At The Drive-in, sprong lijfwachtgewijs in de weg van de schrilste noten, en gaf z’n frontman de ruimte om bij te benen. Dat loonde: tegen halfweg, net voor ‘Napoleon Solo’, de enige rustpauze, aangesneden werd vond Cedric zijn stem terug. Hij werd er zowaar jolig van: ‘Ik hou van Brazilië, met al hun eten en hun gigantic asses. Maar ik zet mijn geld in op jullie, jongens.’ Wat zullen al die frontmannen in hemelsnaam vertellen als het WK er weer op zit?

De comebackplaat van At The Drive-in heet ‘in•ter a•li•a’. Mét bolletjes, zonder verklaring. Het enige wat er echt toe doet: de nummers die erop staan vallen nooit uit de toon wanneer ze op een podium tussen het oude werk neergepoot worden. ‘No Wolf Like the Present’ of ‘Hostage Stamps’: ze blaffen je even hard in het gezicht als hun oudere broers. En zolang een concert van At The Drive-in eindigt met ‘One Armed Scissor’ is het een goed concert. Op Werchter heette het laatste nummer ‘One Armed Scissor’: trek uw eigen conclusies, wij hebben nog ergens een bushokje te molesteren voor het donker wordt.

Dit nog: hulde aan de gek met Febreze-verstuiver die zich op gevaar van kneuzingen te midden de moshpit waagde om de deelnemers wat koelte toe te sproeien. De Nobelprijs voor Verkoeling komt uw kant op.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?