© Koen Keppens

Concertreview: The Breeders op Rock Werchter

, door (ss)

Deel

Op het videoscherm ricocheerde allerlei chaotische postmoderne kunst voorbij, vaak beelden van een baksteen en van een creepy clown die meer weg had van een seriemoordenaar met te veel vrije tijd dan van een entertainer. Ik moest daarbij vaker aan Hole dan aan The Breeders denken. Al was het niet al bad vibes dat de klok sloeg: het scherm wenste ons ook "Goodmorning!".

Ik hoorde vandaag een rommelige set, een mat concert met uitschieters, met heel veel dode momenten en constant technische probleempjes die niet voortsproten uit falende gadgets maar uit het feit dat, laten we eerlijk zijn, The Breeders na 35 jaar spelen nog altijd tamelijk amateuristische, bijwijlen houterige muzikanten zijn. Mechanisch drammen, gitaarsolo’s op één snaar, Kelly die de ontbrekende violiste imiteerde... Grappig, dat wel: "I can sing a banjo too," zei Kelly na afloop. Kim stemde keer op keer haar gitaar – dit is blijkbaar de enige groep die op wereldtoernee geen reservegitaren meeneemt – en ze keek te vaak te lang te vertwijfeld naar haar effectpedalen. En ze zong soms vals, net zoals de bassiste en haar zus ("Ons ma zei dat ik ook Kelly een nummer moest laten zingen") dat deden. Allemaal euvels die de fan met de mantel der liefde zal bedekken, maar zoals gezegd ben ik iets objectiever.

Het spijt me maar deze set bood te veel middelmatige songs die amper de halve finale van de Rock Rally zouden halen. Het klonk soms alsof The Breeders de garage nooit hebben verlaten. Anno 2018 veredelde punk en futloze lo-fo brengen, hebben we daarvoor Radiohead uitgevonden? De zusjes Deals on Wheels leken The Barn te verwarren met een gezellige openbare repetitie. ‘Divine Hammer’ klonk goed (in gedachten zag ik Kim zoals in de video als non door de lucht vliegen). ‘Gigantic’ en ‘Nervous Mary’ waren ook hoogtepunten, en ‘Huffer’ en ‘Safari’ waren oké. ‘Off you’, daarentegen, met twee bassen, klonk slordig en onaf, alsof ze het voor het eerst speelden. Het resultaat was meer aandoenlijk dan ontroerend.

Kim was in een goeie bui en lief en gezellig, ook al smolt ze half. Maar haar stem - sowieso geen grootse stem – klonk vandaag te vaak alsof haar longinhoud de voorbije jaren is gekrompen. Soms haalde ze de lage tonen niet en nog vaker haalde ze het einde van een zin niet. Het zware leven, de drugs, de ouderdom, de warmte, de slopende toernee – allemaal begrijpelijk, maar ik heb The Breeders al veel beter gehoord.

Naast mij aan de mixing desk stond een assistent het hele concert met een rode lamp signalen aan Kim te geven – geen idee waarom, maar ik zag het nooit eerder.

Natuurlijk is ‘Cannonball’ onverwoestbaar en bovendien in al z’n klungeligheid een unieke song – ik bedoel: de samenstellende delen zijn niet zo bijzonder, elk van de partijen is vrij banaal, maar het wérkt – een song waarvoor de uitdrukking kick ass werd uitgevonden. En uit de laaiend enthousiaste reactie van twee derden van de aanwezigen leid ik af dat ze erg blij waren hun heldin van weleer terug te zien. Zij zullen het dus oneens zijn met al wat ik hierboven schreef. Dat mag. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?