© Koen Keppens

Concertreview: Albert Hammond Jr. op Rock Werchter 2018

, door (sasha van der speeten)

Deel

“You cannot petition the Lord with prayer!”, brieste Jim Morrison van The Doors vanuit het hiernamaals. Ze hebben er hoorbaar puike speakerboxen. Er was een tijd - tien jaar geleden - dat Albert Hammond Jr. wel eens in rehab werd opgenomen na een combinatie van heroïne, cocaïne en ketamine. Those were the days

De gitarist van The Strokes had er toen al een dol decennium opzitten waarin dagelijks heelder apotheken in zijn bloedbanen verdwenen. "Ik begon stemmen te horen in mijn hoofd", biechtte hij ooit op aan NME. "Ik sloot mezelf op in mijn appartement omdat ik ervan overtuigd was dat ik de mensen buiten hoorde praten."



Hij is afgekickt, gelukkig. Hammond Jr. - in AC/DC-shirt - scheurde meteen een hap uit het tentzeil van The Barn met een morsige, punky variant van het Strokesgeluid. De zanger ging meteen in de aanval, krijsend, zwaaiend met zijn microfoonkabel, over een stampvoetende groove die bij Iggy's 'Lust for Life' te leen ging.

Welopgevoed

‘Set to Attack’ pakte het gezapiger aan: klassieke seventiesrock, meer Westcoast dan New York. Hammond Jr. is geen Julian Casablancas, maar wat hij ontbeert aan power en originaliteit maakte hij goed met bevlogenheid en goesting. Zoals Casablancas hield hij het de eerste helft van deze show op zingen: Albert wil een échte, sexy frontman zijn, en dan zit een gitaar in de weg, toch?

Wat later omgordde hij een elektrische gitaar en riedelde hij gezellig mee met zijn uitstekende band. We vonden hem meteen een stuk verteerbaarder, ook al omdat je met zo’n gitaar niet nerveus in het wilde weg kunt rondspringen. Welopgevoed is Albert hoe dan ook. “We suffer our morning woes together my friend”, was een elegante manier om aan iemand op de voorste rij te zeggen “ik zie dat je met je katerige kop bijna in slaap valt tijdens mijn concert, maar ik heb het ook allemaal meegemaakt dus zand erover."

 

"Have you been having a lot of fun here?", wilde de zanger weten van de stilzwijgende, verdoofd voor zich uit starende menigte. “I don’t blame you, it’s one o’clock”. Tja, u stond nu eenmaal het spinrag uit uw pupillen te wrijven, nog verdwaasd van een nachtje trippen en flippen in The Hive misschien. Dan kwam Hammonds schrille oer-Amerikaanse indierock ongetwijfeld stevig aan. Dafalgan ware geschikter geweest.

Verademing

“There was something on my mind that I can’t explain”, zong hij in het meedogenloos doordrammende 'Carnal Cruise'. Bij momenten huisde Albert in het uitgerafelde americana-universum van zijn bloedbroeder Ryan Adams, de man met wie hij aan het begin van de noughties 's nachts heroïne ging scoren in z'n thuisstad New York. Nu The Strokes niet meer dan een verstandshuwelijk zijn en nog alleen op aandringen van hun management repetities organiseren, moet dit solo-uitje voor Albert Hammond Jr. aanvoelen  als een ware verademing.



Een tien voor inzet, een zesje voor de songs. En voor de zangpartijen mag hij nog eens terugkomen in september. Maar kijk, wij hadden veel slechter aan deze laatste Werchterdag kunnen beginnen. Met de Voidz, bijvoorbeeld. (Sorry, Julian.)

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?