Concertreview: Eels op Rock Werchter 2018

, door (ob)

78

Zijn gezelschap bestond uit een drietal voorovergebogen dudes die hun instrument bespeelden alsof ze een tafel doormidden aan het zagen waren. Zijn twaalfde plaat The Deconstruction was a return to the self, oftewel meer van hetzelfde - ‘t is maar hoe u het bekijkt. ‘I was having a four year nervous breakdown, but I’m back. Feeling sane’, dixit E. De daverende covers van ‘Out In The Street’ van The Who en ‘Raspberry Beret’ van Prince leverden het bewijs.

Tijdens ‘Bone Dry’ had E gegorgeld met een shotje dieselolie. Het korte, haast cynische ‘sha-la-la’ waarmee aan iedere strofe een eind werd gebreid, was een sarcastische knipoog naar iedereen die nog nooit gedumpt is. E knipt altijd iets van zijn songs af. Een geamputeerd akkoord hier, een afgepeigerde grom daar. Het zijn songs die gepokt en gemazeld zijn door het leven gaan en op Werchter door E’s babyblauwe Danelectro gitaar aan flarden werden gescheurd. In onze optiek zien die gitaren er altijd uit als een plastic plank waar geen vol klinkend akkoord uit is te persen. Het is het merk waar hillbillies met twee tanden in hun bek het liefst op tokkelen, dus goed genoeg voor E. Voor ‘Dog Faced Boy’ werd een gegijzelde koebel tot bloedens toe gegeseld en omstreeks ‘Souljacker Part I’, had hij er genoeg van, gooide het onding aan de kant en deed hij z’n dronkenmans twist. Een ritmisch schuifelende vogelverschrikker heeft er nooit zo badass uit gezien. ‘Now that was a display of badassery’. Wij stemden in. ‘You know what’s under these bad asses? Pants!’

Het vals opgetogen, vlammend uit de startblokken schietende ‘Today Is The Day’ was een kundige afleidingsmanoeuvre, bedoeld om te suggereren dat het pessimisme van E slechts een act is. ‘Today is the day it starts right here / Don't gotta thing to worry about now’. Dat geloofde natuurlijk geen hond. Zelfs het power-pop gitaartje kon ons er niet van overtuigen, dat E met eelt op de stembanden geboren was. Hij geloofde het zelf ook niet: ‘Life is hard / And so am I / You'd better give me something / So I don't die’ brulde E kort daarna door de kakofonie van snaargeluid die ‘Novacaine For The Soul’ heet.

Er zijn er maar weinig die kunnen wegkomen met een Canadian suit - van top tot teen gehuld zijn in spijkerstof - maar Mark Oliver Everett kan dat. Het is een man die in zijn eigen roman leeft, maar nét iets te geslepen en nét iets berekenend is voor een rolletje in een film van Jim Jarmusch. Dat de concerten van Eels zelden teleurstellen, is overigens algemeen bekend, daar had u deze recensie niet voor nodig.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?