Concertreview: Arctic Monkeys op Rock Werchter 2018

, door (sasha van der speeten)

491

Je moet het maar durven: aftrappen met de eerste single van je nieuwe plaat, die dankzij een drastische koerswijziging de fans heeft verdeeld. En dan nog wel voor een festivalpubliek dat het zelden heeft begrepen op excentriciteiten. Maar ‘Four Out of Five’ bleef overeind - retestrak gespeeld door de lads uit Sheffield.

Frontman Alex Turner zag eruit als een schimmige informant uit Carlito’s Way. Dude, die zonnebril! Dat vettige, halflange haar! Die potsierlijke kostuumsvest! Wanneer Turner zich aan een bindtekst waagde, kwam er een soort karikaturaal Sean Connery-accent uit. James Bond met een hete aardappel in de wang, zeg maar. “Woddalovelybunch", klonk het. “Are ya ‘avin a nice time?"

Het oudje ‘Brianstorm’ maakte de fans meteen stapelgek. U zong de gitaarriff mee alsof het om ‘Seven Nation Army’ ging. ‘The View’ en ‘Teddy Picker’ paaiden de fans, die het olijke garagerockgroepje van vijftien jaar geleden missen. Yep, de Monkeys komen van ver.

Karikaturale crooner

 In het felle tegenlicht, omringd door dikke rookmachinenevels, leek Turner een Jedi-krijger, zijn gitaar een zoemende lightsaber. ‘Don’t Sit Down’ en ‘Crying Lightning’ - vlekkeloos gebracht, met opzienbarend raffinement - verrieden dat de Monkeys al langer dan vandaag stoeien met suave Gainsbourg-achtig chanson zoals dat van de nieuwe plaat Tranquility Base Hotel + Casino.

Daaruit serveerden de aapjes ‘She Looks Like Fun’, een heikel nummer tussen kunst en camp, tussen smachtend romantisch en plagerig tongue-in-cheek. Turner, opnieuw met zonnebril, knus achter de elektrische piano, genoot zichtbaar van het titelnummer uit de nieuwe plaat: een mix van sixtieschanson en iets van The Walker Brothers. Iemand als Richard Hawley zou er wel weg mee weten. Superbe song, met flair gebracht. In ‘Cornerstone’ hing Turner de cartooneske Vegascrooner uit. Geinig hoor, maar hij moet dat soort karikaturale tics doseren. Zoniet ondergraaft hij de romantische charmes van zijn nieuwe songs. Nu ja, niet dat het ons stoorde op Werchter.

 

Ronduit sexy was ‘Knee Socks’, één van de weinige nieuwe nummers waarvoor Turner de gitaar om de nek liet hangen. Ook ‘One Point Perspective’ (dat schattige falsetje van Turner!) was een juweeltje. Fantastisch dat de Monkeys zoveel voortreffelijk gearrangeerde nieuwtjes speelden. Zouden de op hits beluste festivalgangers, die niet tot de Monkeys-fanclub behoren, onze mening delen?

Boeltje in de as

Hun beste songs prijkten op de setlist. ‘Do Me a Favour’, vinnig priemend als een breinaald door het hart. ‘Why'd You Only Call Me When You're High’ (zoek de vermakelijke QOTSA-cover van die song eens op) bulkte van vuur en vigueur. 'Do I Wanna Know' trapte in tergende slowmotion de funk op z'n staart. ‘R U Mine’ - een ongelukkige pickup-line die ons ooit een blauw oog opleverde - ramde, schuurde en strompelde dat het een lust was. Topsong. Wij genoten ook van een aanvankelijk teder, zachtjes meegezongen ‘505’, dat halverwege vervaarlijk ging bruisen en plotsklaps wild opspatte. Wauw.

Arctic Monkeys vertimmerden de rock-'n-roll op Werchter. Ze toonden zich een machine met een wild bonzend hart. Routineus? Jazeker. Bezield? Het lijdt geen twijfel. Eigenzinnig? You betcha. Arctic Monkeys legden het boeltje verduiveld efficiënt in de as. Mindere headliners als, pakweg, Editors hadden een arsenaal aan pyrotechnisch geweld en voor de hand liggende monsterhits bovengehaald om te kunnen verbluffen. Niet de Monkeys. Hell, hun eerste bis was het nieuwe, weinig voor de hand liggende ‘Star Treatment’: een fluwelen soulballade, begot! 

Twee woorden: stalen kloten.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?