© Stefaan Temmerman

Bring Me the Horizon op Rock Werchter 2019: lichter dan een wafel op de foor

, door (wim wilri)

1106

Bring Me the Horizon kwam opgestormd met ‘Mantra’. Inclusief dansers die bovenop een muur van versterkers stonden te zwaaien, en de band die in boilersuits gestoken was. Zanger Oliver Sykes had gekleurde lenzen in, droeg een rood pak en flapperde met zijn armen als was hij een ooievaar. Allemaal gimmicks die moesten afleiden dat de frontman grotendeels aan het playbacken was, en er in de refreinen een onbestaand koor mee zong. Met ‘Wolves’ werden vuurballen de wei ingestuurd en eiste Sykes een circle pit. Op de wei keken mensen naar elkaar alsof de zanger een zonneslag had gekregen, en ze startten een polonaise. Toegegeven, dat paste beter bij deze muziek. Die lichter was dan een wafel op de Sinksenfoor. Over kermissen gesproken: qua rondjes draaien kon deze band er wat van. De gitaristen tolden en sprongen zoveel rond, dat zelfs Nina Derwael nog amper kon volgen. Allemaal zonder een noot te missen, trouwens. Zou het kunnen dat…?

Tijdens ‘Wonderful Life’ verschenen er bloemetjes en herten op het videoscherm. Die muur aan versterkers bleek ook een videowall te zijn. De toetsenist ging de conga’s beroeren en er dreunde een Limp Bizkit-beat door de boxen. Vooraleer ‘Moses Shadow’ werd ingezet, was het tijd voor een kostuumwissel. De boilersuits verdwenen, de cheerleaders niet. Die zetten een nieuw meezwaaimoment in tijdens ‘Happy Song’. Drummer Matt Nicholls had een gele outfit aangetrokken, alsof hij recht van de golfbaan naar Werchter was komen afzakken.

Plots maakte Sykes, die een fake ‘metal-shirt’ van Björk droeg, zich boos: 'Mensen zeggen: jullie band is soft geworden! Nee, jullie zijn soft geworden… We hebben een echte moshpit nodig!'. In een decor van smileys luisterde het jonge publiek dan toch maar even naar zijn smeekbede. Ze kregen een videomuur vol zilveren hartjes in ruil. En ‘Mother Tongue’, met alweer een clicktrack en alweer een meezingmoment.

We zeggen het niet gauw, maar vroeger was het beter. Deze band begon als jonge snaken met 'This Is What the Edge of Your Seat Was Made For', een EP die nog altijd als een rots in de branding staat. Vijftien jaar later spelen ze een bubblegum-variant van hun genre, en stonden ze voor een publiek van vooral 16-jarigen. Waarbij de toetsenist bij ‘Can You Feel My Heart’ Regi-gewijs de handjes in de lucht pompte. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, tot uiting gebracht op de wei van Rock Werchter.

Voor u denkt dat dat we alleen maar iets negatiefs te melden hadden: de finale mocht er best wezen. Olli Sykes dook het publiek in, om ‘Drown’ knuffeldicht bij de fans te gaan brengen. Hij kreeg er de wei mee aan het springen. En scoorde ook toen hij slotsong ‘Throne’ opdroeg aan hun gitarist en kersverse papa, die in Sheffield was achtergebleven. Sykes vroeg de voorste vakken om te hurken en recht te springen bij het refrein, waarop ook het confetti-kanon begon te pompen. Eindelijk was er enthousiasme. Dat rechtvaardigt die tweede ster dan toch. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?