© Koen Keppens

Ook op Rock Werchter: aardige jongens, moshpits en virtuositeit

, door (jub) en (tr) en (ww) en (svs) en (elv)

16

Masego: benzedrine en ADHD ★★★★☆

 

Micah Davis, ik denk niet dat ik naast hem in de cinema zou willen zitten, maar als drager van de artiestennaam Masego en leider van zijn gelijknamige band, viel er geen beter alternatief te verzinnen dan dit door de natuur van benzedrine en ADHD voorziene heerschap om The Barn op deze zwoele vrijdagm iddag voor geopend te verklaren.

'Truth. More important now than ever', stond er op zijn t-shirt te lezen, waardoor er ons grote boodschappen boven het hoofd leken te hangen die er – de heer zij geprezen – nooit van kwamen. Als Masego al iets wilde verkondigen dan was het dat een feestje op geen enkel moment van de dag ongelegen komt. De muzikale catering die zijn goed geoliede groep erbij serveerde was excellent, en op hun veertig minuten durende setje viel volstrekt niks aan de te merken. Eén ding misschien: die ene keer dat Micah Davis snel een slok water naar binnen werkte, was het enige moment dat er in zijn woordenstroom een pauze van meer dan twee seconden viel. Snak! (jub)

Sea Girls: aardige jongens ★★★☆☆

 

Voor niets een vertaler meegenomen naar The Slope: ondanks hun naam bestond Sea Girls niet uit een stel onverstaanbare maar enthousiaste meisjes die met de trein uit Oostende gekomen waren, maar uit een viertal flukse kerels uit Londen, wat - we hebben gedubbelcheckt - niet eens aan zee ligt. Valse start, kortom. Ook omdat Sea Girls op het kleinste podium van Werchter neergepoot was, op een onbarmhartig uur en onder een hitte die ook al niet vergevingsgezind aanvoelde.

Toch hadden ze er schik in, Sea Girls. En de voorlopig nog plaatloze nummers die ze meegebracht hadden, hadden op school alleen maar moderne Britse geschiedenis gezien in de klas - alles van van Bloc Party tot The Vaccines, met die laatste als hoofdvak. Wat vooral telde: ze raakten ermee weg. Als de zon plagerig een touwtje bengelt voor de kater in je kop, zijn er erger groepen om aan te denken dan The Vaccines.

De Sea Girls bleken aardige jongens. We zullen zien waar het hen brengt. (tr)

Nothing But Thieves: hapklaar, maar de saus mag pikanter ★★★☆☆ 

 

When alt-rock meets pop. Het Britse Nothing But Thieves probeerde daar op het hoofdpodium van Rock Werchter een mooi bastaardkindje van te maken.

Met het energieke 'I’m Not Made By Design' lukte dat best aardig. De twee snarenplukkers renden rondjes van en naar de drums van James Price, die een potige dansbeat neerzette. Dit was het soort deuntje waar je rechtervoet vlotjes op mee stampte, voor je er zelf erg in hebt. Zanger Conor Mason legde er een aparte laag over heen. Met een hoge, ietwat hese kopstem.

Hij drukt duidelijk de popstempel op deze band, zoals te horen viel in het matige 'Soda'. Met 'Trip Switch' had de bende uit Southend de festivalgangers mee tot aan de geluidstoren. Hulde daarvoor aan de bonkige bas van Philip Blake. 'I’m Just a Kid' bracht de eerste moshpits van de festivaldag.

Het moet wel wat een mindfuck geweest zijn voor deze bleke Britten. Ze kwamen vers over van een muziekfestival in Zuid-Korea. Gelukkig serveren ze ook in Werchter loempia’s. De saus van Nothing But Thieves had gerust wat pikanter gemogen. Zeker op een dag als deze, waar half Graspop in de blakende zon al stond te wachten op Tool. Deze groep heeft de zegen van nonkel Dave Grohl. Wie zijn wij om hem tegen te spreken... Maar misschien moeten ze toch maar even in zijn Foo Fighters-keuken passeren om er de juiste mix aan ingrediënten te vinden? (ww) 

Warhola: cool, met veel onbenut potentieel ★★★☆☆

 

Hola Paola! Oliver Symons draagt een designershort van het type dat wellicht alleen Kanye durft te dragen. Of een SM-meesteres op de Bahama’s. Nee, wij spreken geenszins uit ervaring.

Olivers band Warhola vervangt r&b-nieuwlichtster Jessie Reyez die gisteren afzegde. Hij kwijt zich voorbeeldig van die taak, voor een overvolle KluB C. Met een feeërieke cover van Cassius’ ‘I love you so’ eert hij de vorige week tragisch overleden Franse producer Philippe Zdar. Cool.

Warhola’s glossy indietronica-r&b staat als een huis. De band speelt strak en gestroomlijnd en Symons is kwistig met vocoders en Autotune. Gastzangers als Stefanie Callebaut van SX en rapper Glints aarden keurig in het radiohitje ‘Look at me’.

Zou Symons zich langzaamaan comfortabel voelen in zijn rol van frontman? Van ons mag hij nog een stuk assertiever performen. En wat vaker interageren met het publiek.

Warhola is een project in progress. Op Rock Werchter etaleert Symons niet alleen zijn impressionante sound maar bovenal het onbenutte potentieel, op compositorisch vlak én qua showmanship. Symons kan nog zoveel kanten uit. Benieuwd naar wat volgt. (svs) 

Khruangbin: vrijblijvend virtuoos ★★★☆☆

 

Hadden wij vooraf een joint gerookt, wij hadden wellicht lichtjes anders over Khruangbin bericht, en waren wij niet voor de volle honderd procent heteroseksueel en van het mannelijke geslacht geweest, wij zouden wellicht geen vol kwartier in beslag genomen zijn geweest door de uit een catalogus van La Fille d’O weggelopen bassiste Laura Lee, en al eerder hebben gemerkt dat de drummer het best geklede individu van dit trio was. 

Een zeldzaamheid, zeker in een trio opgetrokken uit welgeklede individuen. Wat ook een zeldzaamheid is, is dat een groep die uitsluitend uit weergaloze muzikanten bestaat, programmeerbaar is op festivals zo uiteenlopend als Blues Peer en Couleur Café (en Rock Werchter dus), en ons bij een barbecue in eigen tuin avondvullend nooit de uitspraak ‘Zet die ploat af!’ zou ontlokken, ons hier in KluB C na een half uur het gevoel gaf dat we er alles van hadden gezien.

Khruangbin was zo vrijblijvend virtuoos dat we ons niet kunnen voorstellen dat ze ooit een beter of een minder goed concert zullen spelen dan op Rock Werchter. Drie sterren voor nu, en tot in de eeuwigheid. Amen. (jub) 

SWMRS: Kokhalzen in je eigen safe space ★☆☆☆☆ 

 

'Jullie zijn misschien tuk op ándere bands, maar ik kan je vertellen: dit is de beste show die je in je hele leven hebt gezien!', aldus zanger Cole Becker op The Slope. Aan klinkklare onzin geen gebrek dus bij SWMRS. Het Californische punkpopbandje zet prompt een gammele versie in van radiohit ‘Trashbag Baby’ die de gloss van de plaatversie achterwege laat.

Met zijn groene haar en zattemanscapriolen doet Becker denken aan een willekeurige Californische skatepunkzanger van rond de milleniumwissel - herinner je de Warped Tour-bandjes van toen? Dat soort minkukel, ja. Dat zijn groepje het daaropvolgende halfuurtje harder suckt dan een Dyson V11 verbaast ons hoegenaamd niet.

Maar goed, een pogo blijft niet uit op de voorste rijen. Hoe krijg je die hormonale overload anders uit je systeem? 'We have to say fuck you to fascists everywhere!' krijst Becker en hij eist vervolgens dat iedereen zich veilig voelt en dat er geen trauma’s worden gecreeërd. Pogoën in je eigen safe space. Zoiets.

'Iek viel een jonco roken!', mekkert Becker, tot jolijt van al wie tipsy of knetterstoned is. Wij geeuwen, slikken wat gal weg, denken aan de concerten die Robyn en Tool straks zullen spelen en glimlachen bedaard. (svs)

Tom Misch: een koppel uit duizend ★★★☆☆

Geen idee wat ú als 24-jarige zoal uitspookte - buiten porno kijken - maar wij speelden in elk geval geen duizelingwekkende gitaarsolo’s op Rock Werchter. Tom Misch wel.

Tom Misch is een virtuoos. Een gitaar kent even weinig geheimen voor hem als Hitler-memes voor Dries Van Langenhove. Het is een koppel uit duizend, Tom en zijn gitaar. Máár: het was afwachten of het Londense rastalent meer zou brengen dan een masterclass ‘jazzy riffs uit je vingers toveren’. Dat deed hij, maar met mate. Tom Misch regelde het verkeer en liet zowel puike pop - ‘Lost In Paris’, ‘South Of The River’ en ‘It Runs Through Me’ - als overbodige mama-kijk-eens-wat-ik-kan-momenten passeren. Het hielp ook niet dat de geluidsman van KluB C net een veganistische rijstschotel was gaan halen.

Het geluid liet het afweten, maar een ding is zeker: op het podium bij Tom Misch stond de muziek centraal, en het gebeurt dezer dagen nog zelden dat de songs de wedstrijd armworstelen winnen van het entertainment. Het is moeilijk het met zekerheid te zeggen, maar intrinsiek horen Tom Misch en zijn briljante band tot de beste muzikanten die dit weekend voet aan grond zullen hebben gezet in Rotselaar en ruime omgeving. Dat alleen als maakte het de moeite om naar KluB C af te zakken.

De Belgische zaal die Tom Misch boekt voor het najaar zal het zich niet beklagen.

Snarky Puppy: Wonderlijke poetsbeurt van de gehoorgang ★★★★☆

  

Terwijl The Cure op het hoofdpodium de nostalgici beroert, trakteert het instrumentale Snarky Puppy in Klub C de samengetroepte jazzcats en funkateers op de soepelste grooves van de avond. De Amerikanen switchen van vocoderfunk naar loungy jazzfunk, oer-New Yorkse jazzrock en het type fusion dat Mahavishnu Orchestra en Brecker Brothers aanhangen.

Het negenkoppig collectief is kwistig met huilende saxen, gierende Herbie Hancock-keyboards, protserige gitaarsolo’s en een in de eighties gewortelde synthsound die vandaag lieden als Thundercat en Flying Lotus weer hip maken. Tussen bebop en progrock, dan weer via salsoul naar koddige crossovers à la Medeski, Martin & Wood.

Wérkt dat op Rock Werchter? Jazeker! Het publiek luistert aandachtig en respectvol, juicht zelfs na de instrumentsolo’s en schenkt de band nu en dan een daverend applaus. Halverwege vliegt er zelfs een crowdsurfer over de koppen - de grapjas. Op het einde brullen u en ik de trompetpartijen mee. Betekent dat dat we diezelfde enthousiastelingen straks op Gent Jazz of Jazz Middelheim tegenkomen? Zou mooi zijn! Héérlijk, zo’n open minded publiek.

'We denken dat er iemand is omgekocht om ons op dit podium te krijgen', zegt bassist-groepsleider Michael League, slecht lichtjes schertsend. 'Wellicht kent negentig procent van jullie ons niet maar dat is okee'. Waarna hij erin slaagt de volle tent een niet al te eenvoudige ritme-oefening te laten meeklappen temidden van bruisende grootstadsfusion vol Cubaanse en Braziliaanse smaken. Zotjes, quoi.

Snarky Puppy was de frisse bries waar we een hele dag naar snakten. Een wonderlijke poetsbeurt van de gehoorgang. Tiens, zouden er fans van Bring Me The Horizon in de tent zijn beland? (svs) 

The Twilight Sad: onrechtvaardige wereld ★★☆☆☆

 

'In een rechtvaardige wereld zou The Twilight Sad mega zijn', placht Robert Smith te zeggen. In een rechtvaardige wereld speelt deze Schotse band niet pal na The Cure en vlak voor Tool. Aan The Slope konden ze enkel nog wat toevallige passanten onderhouden. Zonde.

Dit vijftal uit het kleine Kilsyth noemt hun muziek 'folk met laagjes van lawaai'. Wij noemen het post-punk. The Twilight Sad speelde loeihard, in een wall of sound. Hun nieuwe plaat It won/t be like this all the time topte dit voorjaar de hitlijsten in eigen land en is een mooie plaat. Zanger James Alexander Graham en gitarist Andy MacFarlane speelden strak en vol passie. Maar voor wie precies, dat is niet duidelijk. Voor die verdwaalde festivalgangers die er hun laatste drankbonnetjes nog kwamen opsouperen, of die de vleermuizen uit hun haar probeerden halen? Al taterend, moeten we daar bij vertellen. Het verknalde de muziek. Deze bende verdient een herkansing, in zaal. Of een reprise hier, op een beter tijdstip. Noteer je even, Schuer?   

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?