© Koen Keppens

Beirut op Rock Werchter 2019: eerst beschaafd walsend, dan zwierig feestend

, door (pieter coupe)

19

Wij associëren veel dingen met de Balkanlanden, maar beige is daar niet bij. Toch is dat de enige kleur die je kon plakken op het zigeunerwijsje ‘Serbian Cǒcek’, het soort passe-partout instrumental dat je vijftien jaar geleden al op élke straathoek van de Gentse Feesten tegemoet waaide.

Op andere momenten, tijdens pakweg ‘Elephant Gun’, betrapte je Beirut dan weer op gemarketeerde melancholie: het muzikale equivalent van de retropostkaartjes die je op reis overal vindt. Foto van een landschap bij strijklicht, sepiafilter erover en aah: mooi! In het geval van Beirut: schuifelend ritme, melodietje in mineurakkoorden en wat treurend koper, klaar. Goeie achtergrondmuziek, maar niet meer dan dat.

Toch slaagde Zach Condon, de Amerikaan met de Europese ziel, er ook een paar keer in het gezapige zomerbar-sfeertje te doorbreken. ‘No No No’, met zijn stekelige synthriedels en dwarse ritme, was aangenaam wiegen op weltschmerz, en ‘Santa Fe’ bleek een fraai kop-opmomentje: “And whatever comes through the door, I’ll see it face to face.” Nog beter was ‘Scenic World’, bedrieglijke bossanova die klonk als ‘zon, zee & zand’, maar eigenlijk ‘misère, melancholie & moedeloosheid’ spelde. In die song kwam Condons in tristesse gemarineerde, wat klagende stem ook het best tot uiting.

Zijn doorbraaksong ‘Nantes’, uit 2007 alweer, was een vanzelfsprekend hoogtepunt en ook slotsong ‘The Gulag Orkestar’ bleek een perfecte illustratie van Condons Slavische inborst: een weemoedig zingend mannenkoor leidde de huwelijksdans tussen Euforie en Tragedie in. Maar hét moment waarop wij Condon en z’n kliek blindelings wilden achternalopen, was ‘The Shrew’, waarin de rattenvanger uit Santa Fe de loop van de Donau volgde: eerst nog beschaafd walsend op een trekzak-deuntje uit Wenen, dan steeds zwieriger feestend met schetterend koper, een roerige Balkannacht in.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?