Ook op Werchter: zwarte monnikenkappen, een woke wijf en een rot-agressief trio

, door (redactie)

Deel

Amyl and the Sniffers: een klein beetje als masturberen ★★★½

Nadat Greta Van Fleet in het bed van de Main Stage had gekakt, was het gelukkig nog de beurt aan Echte Rockers: Amyl and the Sniffers zijn Australiërs uit de pubs down under die een rauw ei drinken bij hun bier en waarvan zelfs de sound engineer een Jean-Claude Van Damme-waardige mullet heeft. Dichtst in de buurt liggende genre? Punk. Typerend stukje tekst? ‘I don’t give a fuck, not a single fuck, not a single solitary fuck.’ Moment van de show? Thibault Christiaensen van Equal Idiots en Bouba van Studio Brussel die als een pingpongbal over het publiek werden geketst. Die energie, die frontvrouw (een soort Harley Quinn uit een bikerbar), dat tempo: meer dan twintig nummers aan nog geen drie minuten per stuk. Kleine bedenking nog: Amyl and the Sniffers is een klein beetje zoals masturberen - hartstikke leuk, maar een uur aan een stuk is misschien wat vermoeiend. En dan? Het publiek wilde een afsluitend feestje: bij wijze van respons duwde Amyl and the Sniffers een brandende staaf vuurwerk in hun keel. Knallen! En dan? Slapen! (vvp)

$uicideboy$: de karikatuur is op ★★☆☆☆

“I’ll leave a pussy wet / I’m a fucking vet / I’m a motherfucking threat”. $uicideboy$, uit New Orleans, doet het testosteron koken van de op moshpits beluste teens en twens in Klub C. Zijn op mastodontpoten voortdenderende horrortrap verhit de gemoederen aardig. Alsof we tussen de spionkop van Anderlecht staan. ‘t lijkt een gezonde voedingsbodem voor machismo en misogynie. Maar laat dat de pret vooral niet drukken.

De ingrediënten? Twee boze white dudes en een laptop-dj, samples van metalgitaren, teksten vol razernij en frustratie: Limp Bizkit en Insane Clown Posse zijn soms niet veraf. De tent zit afgeladen vol maar da’s misschien omdat Greta Van Fleet op het hoofdpodium staat te kwelen.

Het rot-agressieve trio bezorgt de oververhitte kids die boos zijn op papa, mama, meester Geert of tante Rita de gewenste ontlading. Niks meer, niks minder. ‘t is een kwartier lang entertainend, maar uiteindelijk blijkt $uicideboy$ te eendimensionaal om te kunnen blijven boeien. Sorry jongens, het vat is af, de karikatuur is op. (svs)

Ibibio: Komaan met dat lijf! ★★★★☆

Voor hét zomergevoel op de laatste dag van Werchter moest je bij de afrobeat van Ibibio Sound Machine zijn. Een heerlijke soulstem, blazers, conga’s en een funky bas palmden drie kwartier The Slope in. Blijven stilstaan bleek een onmogelijke opdracht.

Met zijn negen stonden ze bijeengepakt op het kleinste podium van Werchter. Daar maalde dit Britse-Afrikaanse combo niet om. Wat een bravoure, wat een sfeer! Zangeres Eno Williams toonde zich een kruising tussen Patti Labelle en Aretha Franklin. Ze werd muzikaal bijgestaan door voluptueuze zingende danseressen, rake percussie, vingervlugge gitaar en heerlijk zoete sax en trombone.

In Ibibio Sound Machine komt de wereld samen. Gitarist Alfred Bannerman is afkomstig uit Ghana, percussionist Anselmo Netto een Braziliaan en de frontvrouw een Britse, die het grootste deel van haar jeugd in Nigeria doorbracht. Bij de Ibibio-stam. Vandaar de groepsnaam.

Deze feestbende kwam vers over uit Glastonbury. Blij dat ze de afslag naar Werchter kozen, in plaats van die van Couleur Café. Met Doko Mien hebben ze net een derde plaat uit. Single ‘Wanna Come Down’ bracht een fijn streepje electro in de beat, die aan Special AKA deed denken. Williams zong afwisselend in het Engels en Nigeriaans, en had bij ‘Tell Me’ ook een boodschap. Het lied handelt over de Nigeriaanse meisjes die door terreurbeweging Boko Haram werden ontvoerd en ingezet als huisslavinnen.

“Waarom kunnen we niet vrij zijn?”, wou Williams weten. Dat vrijheidsgevoel heerste gelukkig wel aan The Slope. ‘The Power of 3' zat vol vingervlugge conga’s, vette gitaren en een frisse drumpartij. Drie kwartier van deze muziek bleek nét voldoende om met een goed gevoel en een lekker ritme de avond in te stappen. Zoals Raymond placht te zeggen: “Komaan met dat lijf. Gaan met dat lijf!” (WW)

Zeal & Ardor: met de kracht en verbetenheid van Delfine Persoon op poppers ★★★★☆

Speciaal! Als de zes van Zeal & Ardor, gehuld in zwarte monnikenkappen, het podium opstappen, weet je: fris en fruitig, this ain’t gonna be. Maar de groep uit Basel, geleid en aangestuurd door de licht kierewiete Manuel Gagneux (die met zijn krullenbol), blijkt live een redelijk aangename verrassing.

‘In Ashes’ (met in het ‘refrein’: ‘Burn the young boy, burn him good’) was een mokerende binnenkomer, onthaald op goedkeurend gegrom van de in dichte drommen opgedaagde gitaarliefhebbers.

Ze vullen hun asgrauwe metal - zoals in ‘Servants’ en ‘Come On Down’, jagende rabauwen van rockers - aan met het geluid van chain gang-songs, blues, spirituals, soms een remspoor funk. Een experiment waarvoor Gagneux zich liet inspireren door een discussie op het internet, en één waar ze mee wegkomen zonder hun broek te scheuren. Ze hebben zelfs een meezinger: ‘Blood In the River’, waarvan de woorden ‘A good god is a dead one’ opvallend vlot in de mond liggen.

‘Row Row’, ‘Don’t You Dare’, ‘Baphomet’... Zeal & Ardor scheurde door hun veertig minuten met de kracht en verbetenheid van Delfine Persoon op poppers. Ze mogen dan wel van Basel komen, ik zie ze nog op Mars eindigen.(fvd)

Ry X: porseleinen folk, middelgrote barsten ★★☆☆☆

Er zijn nog zekerheden in het leven. Je kan er gif op innemen dat op elk alternatief festival een artiest rondloopt die maar al te graag Bon Iver had geheten. RY X heeft ook een zwak voor grote emoties en porseleinen folk met kleine en middelgrote barsten.

Ry Cuming, zoals de Australische belastingsdienst RY X kent, is zijn carrière net als Bonnie Bear gestart op z’n Tom Dice: he and his guitar. Door de jaren heen heeft hij elektronica ontdekt, wat tot geweldige zijprojecten heeft geleid. The Acid en Howling zijn er daar twee van, en die hebben zijn carrière bemoeilijkt: wat hij met bevriende artiesten maakt, blijft namelijk harder aan de ribben kleven dan zijn solowerk. Of dat was toch onze conclusie na zijn passage in een halflege KluB C.

Begeesteren is een vak apart. Allés moet meezitten: de ruimte, de sfeer, de songs. Je moet van uitstekende komaf zijn om indruk te maken in de situatie waarin RY X op Werchter was beland. Er was geen kat, en buiten maakte een Belgische band die zijn naam bij de voorzitter van FC De Kampioenen heeft ontleend indruk. Dat hoorde je zelfs tot ver ín KluB C. Dan mogen ‘Sweat’ en ‘Berlin’ nog wonderlijk weemoedig zijn, de barbecuesaus - hij is een Australiër, ziet u - pakte niet.

RY X maakt muziek voor mee te ontwaken, mediteren of de liefde te bedrijven, en er was nergens een yogamat of matras te bespeuren. Wie de man vorig jaar aan het werk zag in de AB, zag in Werchter een schim van die show. Het machtige ‘Howling’ kwam nog het dichtst bij de magie van toen. Het was verder knokken met je concentratievermogen om bij te les te blijven. Jammer voor RY X, jammer voor de mooie muziek die hij heeft. Geef ‘m een zaal, liefst niet te groot, en hij gaat met je hart aan de haal.

Laurel: houthakkers met een hobby ★☆☆☆☆

Laurel is mooi, zingt mooi, en schrijft mooie liedjes op maat van zwoele zomeravonden, maar de band die ze naar Werchter had meegebracht was geen stuiver waard.

En dan hebben wij het niet over de technische problemen die de gitarist ondervond, waardoor hij de hele openingssong lang - ‘Same Mistakes’ geheten, o ironie - niet te horen was (ook zwaar knudde natuurlijk), wel over wat er te horen viel eens alles weer operationeel was.

Het was van een HUMO’s Rock Rally of zeven geleden dat wij nog een ritmesectie hadden gehoord die zo amateuristisch voor de dag kwam. Geen samenspel, geen lijm, geen ruggengraat, geen swing. Houthakkers met een hobby.

Harten breken, Laurel, vrienden verliezen, en vlug wat.(jub)

Mahalia: vleesgeworden joie-de-vivre ★★★☆☆

Mahalia (spreek uit: Meheilja) kwam het podium van de KluB C opgedwarreld als de vleesgeworden joie-de-vivre. Als een woke wijf van 20 uit Leicester, die een goeie stem combineert met aanstekelijke souljazz’n’bpopsummervibes en een uitgebreide korf verhalen waarin ze vooral mikt op de kleine herkenbaarheid.

Die gaan over haar neiging om in een zatte bui steeds haar ex op te bellen (‘Sober’), over een man waar ze zes jaar lang naar gesmacht heeft om hem, als ze eindelijk een relatie met ‘m had, toch maar zelf te dumpen (‘I Wish I Missed My Ex’), over de opdringerigheid van sommige mannen (‘Do Not Disturb’), over one-night-stands (‘One Night Only’) - nogal vaak over de morsige neveneffecten van de liefde dus, eigenlijk.

‘Proud of Me’ werd sympathiek stuntelig aangekondigd met ‘I hope you’re all gonna be proud of my someday. This is ‘Proud of Me’.’ Een mooi ‘Hold On’ met ‘Dansen jullie mee? Anders sta ik hier maar alleen te dansen en dat is zo awkward.’

Ze heeft een verleden (haar eerste platencontract tekende ze al op haar 13de), maar is vooral een stem voor de toekomst. Dat vond ook de BBC: Mahalia stond op hun jaarlijkse vogelpieklijst van aanstormende talenten. (Een lijst waar onder meer ook de Spaanse superster Rosalía, King Princess en Sea Girls, dit weekend ook allemaal op Werchter.) Ze timmert nog aan de weg, maar is overduidelijk uit het juiste hout gesneden. (fvd)

Black Honey op Rock Werchter: Niks moet, alles mag ★★★☆☆

#moetzjustniks. Dat was de hashtag waarmee Black Honey op het podium van The Slope stond. Zangeres en gitariste Izzy B. Phillips kwam zo uit een aflevering van Twin Peaks gestapt. En ze had advies mee voor het jonge festivalvolkje: “Laat je nooit aanpraten wie je moet zijn, wie je lief moet hebben”. Die boodschap werd ondersteund met aanstekelijke rocksongs, zoals ‘I Only Hurt the Ones I Love’. Phillips klonk op haar beste momenten als Nina Persson (The Cardigans) en werd in Werchter vocaal bijgestaan door haar gitarist en bassist.

Black Honey bracht aan The Slope een klein half uurtje vrijblijvende rockmuziek voor een zwoele zondag. Deze indie-bende uit het Britse Brighton bracht vorig jaar een titelloze debuutplaat uit, en staat nog aan het begin van hun verhaal. Ze kregen vlot de handen op elkaar bij de steeds aangroeiende groep toeschouwers. Zeker bij de aanstekelijke afsluiter ‘Midnight’. Er kwamen wat pompende dreunen uit een doosje, en het groovende refrein greep recht naar je heupen. Phillips beloofde na het optreden iedereen op de wei te komen knuffelen. Dit was de juiste gangmaker voor het feest dat Yungblud nadien op het hoofdpodium bracht. (ww)

De Staat: dat verdiende een bloemetje ★★★☆☆

Voor een groep zo vroeg op de dag had De Staat wat aankleding betreft heel wat uit de kast gehaald. Ze hadden hun eigen lichtshow bij, en uiteraard hadden ze over hun kleren nagedacht. Dat verdiende een bloemetje.

Voor wie het niet weet: De Staat komt uit Nederland, is een kruising tussen Goose, Triggerfinger en Bloodhound Gang, en hun ‘KITTY KITTY’ werd eerder dit jaar door Soulwax in een geslaagde remix gegoten. Op Werchter openden ze met ‘Me Time’, een door synths aangedreven track van hun in januari verschenen nieuwe plaat ‘Bubble Gum’. De meeste songs van De Staat drijven op synths, en ook al vielen er op het podium bij momenten drie gitaren te bezichtigen, zelden klonkt er eentje zoals een gitaar klinkt als ze naakt uit de moederschoot komt. 

Af en toe, als de zanger meer naar rappen dan zingen neigde, kwam er wat nineties crossover in hun al goed gevulde mix, op die momenten dat ik iets van de teksten verstond, vond ik dat eerder jammer, en bij sommige songs, zoals in het op plaat zo lekker klauwende ‘Witch Doctor’, leek het alsof ze hun kwaadste pak hadden aangetrokken om daarin kwaad te zijn, ver buiten de carnavalsuren. Maar slecht: zeker niet.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?