Mac DeMarco op Rock Werchter 2019: once you go Mac, you can't go back

, door (fvd)

223

Vaststelling 1: de Vlaming heeft Mac DeMarco (nog) niet in de armen gesloten. Een andere verklaring voor de lage opkomst in The Barn zie ik niet. Voor de eerste vijftig minuten van het concert van DeMarco en vijfkoppige band, speelde alleen Ibibio Sound Machine op hetzelfde moment en dat is ook al geen enorme publiekstrekker. En op het Primavera Sound-festival in Barcelona zag ik hoe DeMarco op de plaatselijke Main Stage een volledige volksverhuizing op de been bracht (én al na twee nummers helemaal voor zich won), dus aan hém ligt het ook niet.

Het helpt natuurlijk niet dat Mac DeMarco (echte naam: Vernor Winfield MacBriare Smith IV) geen noemenswaardige radiohits heeft. Of dat hij vandaag een weliswaar goeie, zelfs behoorlijk strakke, maar de aandacht niet onverbiddelijk aan zich bindende set speelde. Het helpt evenmin dat de naar de VS geëmigreerde Canadees met geen label vast te pinnen valt. De sfeer van zijn songs is afwisselend droef en bedachtzaam, en een halve song later ineens weer het indie-equivalent van een après-ski-fuif.

Vaststelling 2: eerder dit weekend omschreef ik de clownerieën en de volksmennerij van Macklemore als ‘oké’ en ‘hij probeert ook maar een feestje te bouwen’ - maar wát een verschil met de manier waarop DeMarco het aanpakt. Geen vaste en uitgeleurde truken van de foor, geen gimmicks of ingestudeerde grappen of gecopypaste speechmomentjes - what you see is what DeMarco op dat moment zelf spontaan uit zijn losse pols schudt. De ene dag is dat wat interessanter dan de andere, maar het blijft wel altijd echt. Daar komt onderbroekenlol van, een handstand, een paar keer de slappe lach, een crowdsurfmomentje, een blote pens of drie. Het verschil is vooral: DeMarco is écht grappig, Macklemore speelt het.

Qua band heeft DeMarco een fascinerende verzameling oddballs rond zich verzameld, mannen die zowel in een woonwagenpark als op een vernissage niet uit de toon zullen vallen. Als een van de groepsleden even niet meespeelt, zit hij midden op het podium een boekje te lezen. Rode wijn wordt van de teut gedronken. Iemand heeft de slagzin ‘Stand with Ilahn’ op zijn gitaar geplakt.

Typerende bindtekst van Mac zelf: ‘Shake your buttholes.’

De songs? Ik hoorde onder meer ‘Nobody’ (nog ingetogener dan op plaat), ‘The Stars Keep on Calling My Name’, ‘Finally Alone’, een freewheelend ‘Ode to Viceroy’, ‘Another One’, ‘Still Together’ en een geweldig ‘Chamber of Reflection’. Ik ben alleen geen fan van (het nieuwe) ‘Choo-Choo’.

‘My Old Man’, een zowel vertederende en wrange song over zijn vader en hoe hij steeds meer op hem begint te lijken, wordt aangekondigd met ‘This song is called ‘Daddy Issues’.’ Als het publiek iets later aangemaand wordt om mee te zingen, gebeurt dat niet met de gebruikelijke kreten (‘Make some noise!’ of ‘I can’t hear you!’), maar met een klein verhaaltje: ‘Gisteren ben ik bijna verdronken in de zee. Ik heb toen zo hard en zo lang naar de lifeguards gebruld dat ik mijn stem helemaal kwijt ben. Zingen jullie met me mee, anders hoort niemand het. I’m fine now by the way, thanks for asking.’

Helemaal op het einde van de set speelt de groep plots een geweldige, opvallend zuivere cover van ‘Champagne Supernova’ van Oasis, en ze doen dat vijf minuten lang bij wijze van intermezzo in het midden van één van zijn eigen songs.

Ik geef toe: als het over Mac DeMarco gaat, ben ik al lang niet meer objectief. Je zou hem (zowel op plaat als live) een verworven smaak kunnen noemen, maar vergeet nooit: once you go Mac, you can’t go back.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?