Seizoen 5 van 'Black Mirror' op Netflix blijkt ruimschoots het wachten waard

, door ()

486
vrijbeeld

Het goede nieuws is dat het ruimschoots het wachten waard was: dit seizoen behoort tot het beste wat bedenker en schrijver Charlie Brooker en zijn rechterhand en producer Annabel Jones al hebben afgeleverd. En het mogen dan maar drie episodes zijn, qua lengte en (met dank aan de stevige Netflixbudgetten) cinematografische look zijn het, net als enkele afleveringen uit voorgaande seizoenen, eigenlijk minispeelfilms die een pak spannender, inventiever, slimmer en beter geschreven zijn dan veel bioscoopreleases. Cynici – wie zijn wij om ze hun pleziertje te misgunnen – zullen daar uiteraard aan toevoegen dat zulks nu ook weer niet zo moeilijk is.

Omdat ‘Black Mirror’ het van de bizarre plotwendingen of verrassende eindes moet hebben – Brooker heeft er nooit een geheim van gemaakt dat Roald Dahl een van zijn grote helden is – gaan we de boel niet spoilen door veel over de plots te verklappen, maar het zal inmiddels geen geheim meer zijn dat Miley Cyrus in een van de afleveringen meespeelt. In ‘Rachel, Jack and Ashley Too’ vertolkt ze, zeer overtuigend en duidelijk puttend uit haar eigen ervaringen, een mentaal labiele popster die zich uit haar zuurtjeskleurige keurslijf wil loswrikken en artistiek andere wegen wil verkennen, tot groot afgrijzen van haar geldbeluste entourage.

Behalve een genadeloze satire op de cynische muziekindustrie is ‘Rachel Jack and Me’ ook nog eens een pakkend familiedrama, zonder ooit te zwaarwichtig te worden. Sinds het derde seizoen laat Brooker ook hier en daar een straaltje licht toe in het aardedonkere ‘Black Mirror’-universum en dat is ook dit keer, meer dan ooit zelfs, het geval. Iets wat wij alvast toch als een kleine opluchting ervoeren. Nogmaals blijkt ook dat de makers een neus hebben voor acteertalent: het zou ons zeer verbazen mochten we in de toekomst niet nog veel horen van de pas achttienjarige Angourie Rice.

Net als de twee andere films bewijst ‘Rachel Jack and Me’ ook dat ‘Black Mirror’, zoals Brooker al vaak heeft aangegeven, géén serie is over technologie en de steeds onstuitbaarder digitalisering. De technologische snufjes en sc-fi-elementen dienen in de eerste plaats als een kapstok voor verhalen waarin de menselijke natuur, inclusief de wat minder aangename uithoeken ervan, wordt verkend. Zo is ‘Striking Vipers’ naast een techno-fantasie over online games toch vooral een mooie bespiegeling over ouder worden, ontrouw, seksuele fantasieën binnen en buiten het huwelijk en – mannen bereiden er zich beter op voor dat ze hun beste maten voortaan in een iets ander daglicht zien - bromance.

Hét klapstuk is echter ‘Smithereens’ waarover we, teneinde uw kijkpret niet te vergallen, enkel kwijtwillen dat Andrew Scott (Moriarty uit ‘Sherlock’) er een dijk van een hoofdrol in neerzet en het verplicht kijkvoer zou moeten zijn voor alle luitjes, jong en oud, wier digitaal wervelende wereld draait rond likes, selfies, hippe filters en wat Kendall Jenner vanmorgen gegeten en ondertussen waarschijnlijk alweer uitgebraakt heeft. Als ze er al in slagen zich zeventig minuten – in razendsnelle tijden als deze een haast niet te bevatten eeuwigheid - van hun smartphone los te rukken uiteraard.

Omdat wij onze beperkte energie liever aan nuttiger dingen besteden, maken we ons daar alvast niet te veel illusies over. Hoe dan ook, ‘Smithereens’ is een van de beste ‘Black Mirror’-afleveringen, of films zo u wil, tot nog toe; net als overigens ‘Rachel, Jack and Ashley Too’. Rekening houdend met wat er inmiddels aan voorafging, is dat niet niks. Als Brooker nog een seizoen of twee van dit niveau uit zijn koker trekt, mag hij zich écht de Roald Dahl van het digitale tijdperk noemen.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: