Seizoen 3 van 'Stranger Things' op Netflix blinkt weer uit in sfeer, muziek en innemende personages

, door ()

329
vrijbeeld

Dit seizoen speelt zich af in de schitterende zomer van 1985. In het plaatselijke zwembad zwaait bullebak Billy de plak, in het gloednieuwe winkelcentrum staat Steve ijsjes te ­draaien, en onder de vrolijke puberende ‘Stranger Things’-kids slaan de hormonen gensters: Max en Lucas houden handjes vast, Mike en El wisselen op regelmatige basis speeksel uit, en hun seksualiteitsbeleving evolueert in z’n geheel zachtjes aan van ‘The Goonies’ naar ‘Fast Times at Ridgemont High’. Wat een filmzomer trouwens, die van 1985! Je kon toen achter elkaar gaan kijken naar ‘Back to the ­Future’, ‘The ­Breakfast Club’, ­‘Commando’, ‘Rocky IV’, ‘Day of the Dead’ en ­‘Cocoon’, wat die geweldige ukken natuurlijk dóén. Het zijn maar enkele van de vele films waaraan ‘Stranger Things’ ruimschoots hulde brengt.

Het verhaaltje an sich stelt niet veel voor: er roert zich weer wat in het Upside Down, monsters uit het verleden blijken minder morsdood dan gedacht en schimmige overheidstypes voeren iets in hun schild. Oké! Maar het is de sféér die het ’m doet. ‘Stranger Things’ speelt zich af in hetzelfde kinderverbeeldingsuniversum als ‘The Goonies’, vol zelfgemaakte elektronische gadgets, ondergrondse tunnelstelsels en gecodeerde boodschappen (pas op voor de Russische Terminator!). En de muziek is alweer fantastisch gekozen: let vooral op het moment dat ‘Moving in Stereo’ van The Carsuit de boxen knalt – wie opgroeide in de jaren 80, ziet er als vanzelf ­Phoebe ­Catesin haar rode bikini bij opdoemen. En dan de prachtige, ‘Magnolia’-­achtige scène rond het überkitscherige ‘The ­Never Ending Story’ van ­Limahlen ­Giorgio ­Moroder: het kippenvel kroop over m’n rug alsof de Demogorgon zelve met mijn tenen zat te spelen!

De allergrootste troef blijft als vanouds de uitmuntende selectie kind- en tieneracteurs: er zit geen één personage bij dat je niet zo aan je borst zou sluiten. Hoe Dustin aan de kleine Erica uitlegt dat ze een nerd is, hoe brulboei Hopper – samen met El het kloppende hart van de reeks – als een dolle stier van scène naar scène stuift, hoe de jongens elkaar op gezette tijden met tranerige ogen in de armen vallen. Kijk naar hun verrukte gezichten wanneer ze onverhoopt een stapel ultrakrachtig vuurwerk vinden: dit zijn kinderen die zich gedragen als kinderen, op de vertederendste manier ever. Niemand hunkerde ooit meer naar z’n meisje dan Mike naar El, en niemand was ooit onhandiger wanneer-ie ’t gewoon moest zéggen.

Ik herzie mijn mening: was ik zélf maar in Hawkins, Indiana, mee op zoek naar het grote monster in die glorieuze zomer van ’85! Alles behalve ­Ninove. 

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: