'The King' op Netflix sjokt 2 uur en 20 minuten voorbij als een sombere ridder in een te zwaar harnas

, door ()

161
vrijbeeld

We hadden nochtans wat tijd nodig om Timothée Chalamet te aanvaarden in de rol van de jonge Koning Henry V: in tegenstelling tot Ben Mendelsohn, die als Henry IV in zijn troonzaal met een soort middeleeuwse boertigheid aan een kippenvleugel zit te kluiven, heeft de beautiful boy uit ‘Call Me by Your Name’ allesbehalve een middeleeuwse kop. Chalamet wordt, zeker in de eerste helft van het deels op de historische realiteit, deels op de werken van Shakespeare gebaseerde ‘The King’, ook niet gediend door het ietwat holbollige scenario.

Gedraagt Henry zich in het begin als een aan party hardy verslingerde zuipschuit die met zijn hoofd meer in de kotsemmer hangt dan in een ridderhelm, dan transformeert hij na ongeveer twintig minuten plotsklaps in een plichtsgetrouwe vorst die zich voorneemt rust en eendracht te brengen in het verscheurde land dat hij van zijn vader heeft geërfd. Vanwaar die plotse ommekeer? Het wordt nooit echt duidelijk gemaakt.

De vertolking van Chalamet, die meestentijds staat te acteren met de plechtige ernst van een hoogwaardigheidsbekleder, steekt schril af bij de verschijning van Robert Pattinson, die in de tijd van de ‘Twilight’-films de roem torste die Chalamet vandaag op zijn frêle schouders draagt. Tijdens een ontmoeting tussen Henry en de Franse kroonprins, suggereert de met een onbetaalbaar Frans accent sprekende en met een hilarische pruik uitgeruste Pattinson met een schitterend handgebaar dat Henry twee grote ballen en één klein pietje heeft, waarna hij een treiterlach uitstoot die zó boosaardig klinkt dat we ons zélf een bochel lachten: dít is wat we maliënkolder noemen!

Pattinson valt met zijn karikaturale harlekijnsvertolking compleet uit de toon, maar eerlijk gezegd: na al die loden ernst die we tot dan toe over ons heen hadden gekregen, voelde Pattinsons Monty Python-achtige interventie aan als een bevrijding. Verder valt het te vrezen dat de liefhebbers van epische veldslagen in ‘Lord of the Rings’-stijl wel wat op hun honger zullen blijven zitten bij het zien van dit traag op gang komende spektakel waarin de eerste slingerarmkatapulten pas na één uur en twintig minuten in stelling worden gebracht.

Het lange wachten loont evenwel de moeite: het beeld van de brandende projectielen die een vlammende boog beschrijven langs de nachtelijke hemeltrans, is een tableau om in te lijsten. De belegering van die Franse vesting vormt de aanloop naar de erg knap gefotografeerde Slag bij Azincourt, waarbij de op elkaar inbeukende Franse en Engelse legers lijken te veranderen in één grote zee van staal, ijzer en bloed: het onbetwiste hoogtepunt van een voor de rest niet echt memorabele film die gedurende twee uur en twintig minuten voorbijsjokt als een sombere ridder in een veel te zwaar harnas.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: