Voor u bekeken: 'iBoy', een vat vol clichés, maar toch akelig confronterend

, door (jme)

6
iboy 1

Om niet te veel woorden aan de premisse te verspillen: het is tienerromantiek in een scifi-jasje, een soort ‘Ben X’ (weet u nog?) maar dan voor hypergeconnecteerde millennials. Tom wordt gepest op school en heeft een oogje op Lucy, kwetsbaar neergezet door Maisie Williams (ja, díé Maisie Williams!).

Al snel volgt het moment dat enerzijds transhumanisten (zij die mens en technologie willen samensmelten) een natte broek bezorgt, en anderzijds wetenschappers een maagzweer doet ontwikkelen: enkele boefjes schieten Tom neer terwijl hij zijn gsm aan zijn oor heeft, waardoor er scherven smartphonein zijn hersenen belanden.

Start de lachband, James, want zoals het elke clichématige en wetenschappelijk onverantwoorde superheldenfilm betaamt, krijgt Tom door die scherven de krachten van een, eh, ja, wát eigenlijk? We weten het ook niet goed, maar de nerd van weleer krijgt plots allerlei hoogtechnologische superkrachten.

Uiteraard doet hij vervolgens wat elke weldenkende tiener zou doen, namelijk wraak nemen op zijn pestkoppen en Maisie Williams het hof maken met mysterieuze berichtjes. Een fatsoenlijk scriptschrijver had die knul dan ook wel handsfree laten Snapchatten en Tinderen – nooit meer per ongeluk naar rechts swipen!

Soit, het geheel is zo ondoordacht als een kruiswoordraadsel voor analfabeten en zo diepgaand als bordkarton, maar de film deed ons wel nadenken over hersenimplantaten. Dat is meteen ook het enige dat deze prent nog een béétje pit geeft, aangezien het zich voor de rest grotendeels beperkt tot een onwelriekende vleeshoop aan clichés.

Door de gsm-scherven krijgt Tom echter ook te kampen met bizarre auditieve en visuele hallucinaties die wij (hoe het met u zit, weten we niet) doorgaans enkel waarnemen na het opschrokken van een bord bedorven scampi’s.

De duizenden telefoongesprekken in de stad – die hij onvrijwillig afluistert – schallen soms tegelijk door zijn hoofd, net als de vloedgolf aan data die hij oogst uit de vele apparaten om hem heen. Die stortbui aan cijfers en kakelende stemmen (een beetje als shoppen met Jani) maakt hem knettergek, en dáár werd eindelijk onze interesse geprikkeld. We stonden er plots bij stil dat een slecht functionerend hersenimplantaat exact hetzelfde effect kan hebben.

Voorlopig zitten we nog een hele tijd van dat soort cognitieve verbeteringen af, maar u kan er prat op gaan dat cybernetica vrij hoog op het verlanglijstje van de wetenschappelijke gemeenschap staat.

Toegegeven, een directe communicatielijn met het internet zou ons wel héél dicht bij een collectief bewustzijn én telepathie brengen, maar zorgt er ook voor dat we afhankelijk worden van die hulplijn. Dat zien we nu al bij de internet- en smartphoneverslaving van een hoop jongeren. Bij Tom merkt u ook dat hij zonder zijn krachten niet veel voorstelt; zelfs tijdens een vechtpartij Googlet hij snel instructievideo’s over Kung Fu.

Afhankelijkheid van digitale snufjes maakt ons in de juiste situaties sterker, maar verzwakt ons wanneer die technologieën niet beschikbaar zijn, zoals bijvoorbeeld in het geval van een elektrische storing.

Ook een verbeterd waarnemingsvermogen kan averechts werken – het maakt ons functioneel gezien wel efficiënter en slimmer, maar zorgt er meteen ook voor dat we niet kunnen ontsnappen aan de massa prikkels die op ons afkomen. Een Google Glass kan u zomaar van uw neus flikkeren, maar dat geldt niet voor een microchip die op uw hersenstam gespijkerd is.

Het transhumanisme ziet doorgaans geen graten in die kunstmatige verbeteringen van de mens, maar staat er misschien niet genoeg bij stil dat de implementatie daarvan ook mis kan gaan. Als het om onze hersenen gaat, heeft het kleinste foutje desastreuze gevolgen.  

Wat we ons door ‘iBoy’ ook afvroegen: wanneer kunnen we spreken over een nieuwe stap in de evolutie van de mens, en gaan we dan samen verder als homo digitalis? Of worden we dan iets totaal anders, een soort ademende computers, aangezien dergelijke implantaten zó agressief binnendringen in dat wat ons mens maakt? Het brein blijft tenslotte het fundament van ons bewustzijn.  

Langzamerhand begint Tom in zijn eigen, digitale wereld te leven, en hij blijkt de massa aan informatie nauwelijks te kunnen verdragen. Desondanks verzandt de film in gemekker over kalverliefde en kidnappingsclichés. Ach, niet getreurd, want ‘iBoy’ bewijst dat een middelmatige film onbedoeld tóch stof tot nadenken kan bieden.

 En als u ons nu even wil excuseren, gaan we nog eens ‘Black Mirror’ bingewatchen

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: