De Tand Des Tijds: Zaman (Patrick Le Bon, 1983)

, door (es)

66
zaman 1200

Toen de Vlaamse cinema vijftien jaar geleden dankzij ‘Any Way the Wind Blows’, ‘Steve + Sky’ en ‘De Zaak Alzheimer’ een vlammende boost kreeg, toeterden sommigen dat onze filmindustrie eindelijk de 21ste eeuw was binnengedenderd: ‘Gedaan met de boerenfilms!’ Die luitjes waren blijkbaar uit het oog verloren dat er reeds in de jaren 70 en 80 in onze contreien straffe films werden gemaakt, zoals ‘Verbrande Brug’, ‘De Proefkonijnen’, ‘Slachtvee’, ‘Brussels By Night’ en ‘Crazy Love’.

Ja, we denken zelfs met veel nationale trots aan ‘The Afterman’, de wereldberoemd geworden cultclassic van de onvolprezen Rob Van Eyck. En in 1983 verscheen in de bioscopen een Vlaamse politiefilm die qua sfeer en stijl wat ons betreft niet hoeft onder te doen voor de grauwe Amerikaanse cop movies uit de seventies (‘The Seven-Ups’, ‘Badge 373’, ‘The New Centurions’).

Zaman (prachtige rol van de vorig jaar overleden Marc Janssen) is de naam van een agent van de Antwerpse opsporingsdienst; écht zo’n flik die de metropool kent als zijn broekzak en die precies weet in welke kroegen de beste tipgevers zitten. De plot schiet uit de startblokken wanneer Zaman dik tegen zijn zin een team moet vormen met de gretige maar onervaren Frank Callens. En die rol wordt met verve vertolkt door de in een onmetelijk cool leren jasje gestoken Herbert Flack, een acteur met een uitstraling, een souplesse en een borsthaarbos waar Schoenaerts en Simoni nog een puntje aan kunnen zuigen.

Verder zien we in diverse bijrollen ook Janine Bischops, An Nelissen en Fred Van Kuyk opduiken; en iedereen die in 1983 Mieke Bouve als de losgeslagen dochter van Zaman topless op het grote scherm zag, houdt er vandaag nog steeds natte dromen aan over. Over prikkelingen gesproken: hoe opwindend zou het niet zijn om ‘Zaman’ eens in een double bill te vertonen met die andere bruisende grootstadsfilm, ‘Patser’. Neemt ‘Patser’ u mee naar het in rood en blauw neon gedrenkte Antwerpen van de drarries, de cokedealers, de corrupte flikken en de blanke hippe vogels die in de trendy nachtclubs op ‘t Zuid het witte poeder door hun neusgaten staan te jagen, dan voert ‘Zaman’ u mee naar de rokerige frituurkoten, naar de uitgeleefde politiekantoren waar flikken in zweterige hemdsmouwen zwarte illegalen staan te ondervragen, en naar de drukbevolkte volkscafés waar aldoor het getjingel van flipperkasten weerklinkt. Op een bepaald moment zien we ergens tegen een gevel zelfs een reusachtige poster hangen met daarop de tekst: ‘Antwerpen boven! De socialisten maken er werk van!’ Want ja, in 1983 was Antwerpen nog een socialistisch bastion. Die affiche is dan ook één van de weinige elementen (samen met het ‘programma voor doppers en andere werkzoekenden’ dat op een gegeven moment op de radio speelt) waaraan men duidelijk kan merken dat ‘Zaman’ écht een film uit aan ander tijdperk is, haha. Want voor de rest was ‘Zaman’ z’n tijd ver vooruit. De catchy dialogen bijvoorbeeld (‘Mijn geheugen is een zeef.’ ‘Ik zal de gaten wel dichten!’) staan in scherp contrast met de verschrikkelijk gekunstelde dialogen die men in die tijd in de meeste Vlaamsche films en televisieseries hoorde. En ook de sfeerschepping in ‘Zaman’ was ongezien. Scènes zoals die waarin Zaman en Callens ‘s nachts door de zinderende uitgaansbuurt dwalen, groeien dankzij de knappe regie, de fraaie fotografie en de werkelijk fantastische soundscapes uit tot welhaast dromerige zintuiglijke ervaringen. Telkens de deur van een nachtclub openzwaait waait er een flard funky soulmuziek mee naar buiten; wanneer ze voorbij een homobar stappen vang je een discodreun op; en aldoor hoor je het geroezemoes van feestvierders in de nacht. Ook al hebben de makers zich laten inspireren door de Amerikaanse politiefilms, ‘Zaman’ ademt uit alle poriën iets heel erg Vlaams uit. Zit Popeye Doyle (Gene Hackman) in ‘The French Connection’ na de uren een glas whisky achterover te slaan in een bar in Manhattan, dan trekt Zaman naar de frituur van Moe (Ann Petersen) voor een vleeskroket. Tenslotte ademt deze film ook een grenzeloze sympathie uit voor de ‘kleine flik’ – de zich uit de naad werkende agenten die voor een armoeloon jacht maken op koperdieven en inbrekers (Zaman: ‘De stad kan maar beter onze weddes eens verdubbelen!’), maar op bevel van hogerhand de grote vissen met rust moeten laten. Het is in dit meeleven met de kleine man dat je het engagement voelt van regisseur Patrick Le Bon, die eerder met ‘Salut en de Kost’ en ‘Hellegat’ twee zeer sociaal bewogen films had gemaakt. O ja, ‘Zaman’ bevat ook één van de mooiste beeldkaders ooit: Frank Callens die op straat met het Jommeke-album ‘De Hoed Van Napoleon’ in z’n hand staat te babbelen met de in een machtige Citroën DS zittende Zaman. Zo’n coole shit hebben zelfs Adil & Bilall nog nooit uit hun mouwen geschud.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: