De Tand Des Tijds: 'Rebel Without A Cause' (Nicholas Ray, 1955)

, door (es)

14

Hé, denkt er iemand nog eens aan James Dean? Was hij, die in zijn tijd bekendstond als een natuurtalent met een enorme emotionele intensiteit, achteraf gezien een acteur van belang? Laat Dean, die in de jaren 50 het idool was van duizenden emotioneel verwarde tieners, anno 2018 in sommige harten nog een leegte na? Blijft zijn acteerstijl, waarmee hij indertijd in de cinema en op de planken bakens verzette, vandaag nog overeind?

Wie vandaag kijkt naar ‘Rebel Without A Cause’, één van de drie films die hij ons heeft nagelaten, ziet onmiddellijk dat Deans beruchte method acting scherp afsteekt tegen de theatrale houterigheid van de oudere acteurs. Wat die methode behelst, kan nog het best worden geïllustreerd met een anekdote. Toen een vriend hem op de set een bezoekje bracht, trof hij Dean in de kleedkamer voor de spiegel aan terwijl hij tranen met tuiten zat te huilen. Dean maakte de vriend met een geïrriteerd handgebaar duidelijk dat hij hem met rust moest laten: de acteur bevond zich immers net in ‘de zone’, wat betekent dat hij bezig was om in zijn hoofd de beelden te vormen die hem aan het snotteren moesten brengen (en Dean beschikte over genoeg roerselen om uit te putten: zijn moeder stierf toen hij negen was en hij voelde zich in de steek gelaten door zijn vader).

Die benadering – niet zomaar je tekst opdreunen maar je vol laten raken door de emotionele lading van de scène - was nieuw, ongezien, en sloeg de acteurs van de oude garde met verstomming. Maar leidde het tot gedenkwaardige resultaten?

Het klinkt als heiligschennis, maar in ‘Rebel’ komt Deans acteerstijl in sommige scènes meer gekunsteld dan natuurlijk over, en dan vooral wanneer hij zijn hartstochten de vrije teugels geeft (‘You’re tearing me apart!’). En toch gebeurt er iets speciaals wanneer hij in beeld komt. Het gebeurt wanneer zijn personage, Jim Stark (noem hem een toreador, maar noem hem geen lafaard!), verlegen staat te praten met Judy (Natalie Wood), of wanneer hij gewoon ergens tegenaan staat geleund, of wanneer hij – in een tafereeltje dat uit een nouvelle vague-film van Godard of Truffaut had kunnen komen - boven dat witte hek uitspringt en ‘Hoi!’ roept: op die momenten verspreidt hij niet alleen een magnetische uitstraling om jaloers op te zijn, maar ook een gevoeligheid die, over de grenzen van tijd en ruimte heen, vandaag nog steeds in het gemoed grijpt.

De film zelf vormt een mooi portret van enkele tieners die, zoals dat gaat op die leeftijd, barsten van de onderdrukte emoties en op zoek zijn naar de godverdomse zin van het godverdomse leven (waarbij we wel moeten opmerken dat Dean er iets te oud uitziet voor een leerling van het vierde middelbaar).

De jongeren uit ‘Rebel Without a Cause’ hebben niemand om tegen te praten en hebben het altijd koud, dolen ‘s nachts rond in de stad, en stellen zich vragen als: wat betekent het leven als je morgen dood kunt zijn? Voor je het weet zijn we alweer verdwenen in de chaos waaruit we zijn voortgekomen! In wezen ademt deze film zelfs een beetje de uitzichtloze somberheid uit die meer dan 20 jaar later ten overvloede zou terugkeren in de songs van groepen als Joy Division en The Smiths.

Maar wacht even: was Dean eigenlijk wel een rebel? In de filmgeschiedenisboeken wordt de acteur vaak afgeschilderd als een voorloper van het tijdperk van de sixties: Dean als de uitdager van het establishment; Dean als de eerste, voorzichtige incarnatie van de tegencultuur. Maar in ‘Rebel Without A Cause’ valt er eerlijk gezegd niet zoveel van dat rebelse te bespeuren. Integendeel: Jim komt niet in opstand tegen zijn ouders, maar zoekt en tast net de hele film lang met uitgestoken handen naar de troost en de erkenning van zijn vader. Daagt de flikken niet uit, maar vindt in Sgt. Ray Fremick net een toeverlaat. Is geen aanhanger van de seksuele vrijheid die zo kenmerkend zou worden voor de sixties, maar is net op zoek naar die ene grote liefde. Wil de gevestigde orde niet omverwerpen, maar verlangt net naar innerlijke rust. James Dean: toonbeeld van conservatief gedrag!

Stel dat Dean in 1955 niet met zijn auto zou zijn gecrasht maar vandaag nog in leven zou zijn. Zou hij op z’n 87ste nog worden geadoreerd, of zou hij zich half in de vergetelheid bevinden, een beetje zoals de 101-jarige Kirk Douglas? Zou hij, en niet Marlon Brando, in 1972 de rol van Don Corleone hebben vertolkt? Zou hij een levende legende zijn, of zou hij rondschuifelen met het etiket van eeuwige belofte? Vragen als stofwolkjes in de wind. Op 30 september 1955, hij was 24 jaar oud, zoefde hij in zijn zilvergrijze Porsche noordwaarts de snelweg op: de haren in de wind, de ogen gericht op een onbestemd punt in de verte, en het gaspedaal zo diep indrukkend dat zelfs zijn bewaarengel niet kon volgen.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: