'Over Water'

, door ()

225
a1

‘Over water’ begon met koorts: veel actie, veel vragen, weinig antwoorden. John, gevallen BV, stoof gejaagd door de donkere containerparken van de Antwerpse haven richting een onbekende bestemming. Het regende zoals het alleen op tv doet, en soms in Vlaanderen. Boem, knal: iets omver gereden. Hij stopt, wij zijn vertrokken.

Nog niet lang geleden draaide Vlaamse fictie in de eerste plaats over de Vlaming en zijn Vlaanderen: er vond veel plaats in allebei, en dus was het lang een diamantmijn voor wie op zondagavond wou fonkelen op het scherm. ‘Dàt is Vlaanderen’, klonk het dan. Outer en heerd, dat zijn wij. Tot het plots op was, en je met elke reeks iets meer het gevoel kreeg dat je los door de edelsteen kon zien. ‘Over water’ heeft niet de bedoeling trouw te zijn aan bewezen trucjes en eigen bodem, ook niet als reeks die zich afspeelt in de Antwerpse haven. Dat verschijnsel zou je ‘internationaal allooi’ kunnen noemen, maar ook als er geen enkel land brood ziet in ‘Over water’ zal Tom Lenaerts niet kniezen. ‘Over water’ is nog altijd onmiskenbaar van hier. Van achterhoedegevechten onder de kerktoren naar spelen in schaduwen geworpen door containertorens. ‘Gebaseerd op waargebeurde feiten’, las een tekst in het begin. Actueler dan de haven van Antwerpen is moeilijk te vinden qua setting, en toch is ook dat Vlaanderen. Bijdetijds en lelijk. Ook dat zijn wij.

Ook groen lachen, eveneens typisch Vlaams, deed je zelden in de eerste aflevering, maar na afloop voelde je je toch allerminst tekortgedaan. De dokwerker van Tom Van Dyck, van het bonkige type, nodigt nog het meeste uit tot grinniken, behalve dan op die momenten dat hij ronduit bedreigend is: de liftscène met zijn monoloog over de dode hond ging werkelijk nergens heen, behalve dan naar boven, maar blijft ook na afloop hangen alsof er halfweg een stroomonderbreking was. Een personage zoals je alleen op tv ziet, en soms in Vlaanderen.

Zoals dat gaat werden in de eerste aflevering vooral de lijnen uitgezet: je leerde dat John (Tom De Wispelaere) een BV was want de dokter vroeg hem om een selfie na het gesprek waarin hij ontslagen werd uit de ontwenningskliniek, je leerde dat het alcohol was die ‘m de das omgedaan had omdat Johns dochter langs de neus weg vroeg of er witte wijn in de saus zat die hij net op tafel gezet had, en aan de manier waarop zijn vrouw (Natali Broods) opgelucht zuchtte toen haar vader belde met de mededeling dat hij een onbestemde geldsom zou ophoesten, merkte je dat er schulden waren. Flashforwards gaven hints van onheil dat op de loer lag: een schreeuw, een revolver, tranen. Niet altijd nodig, want dat er iets wrangs aan de horizon wachtte was al lang duidelijk. Maar verleiden is menselijk in een tijd waarin kijkers op afstandsbediening meppen alsof er een vlieg op rust. Wel zo fijn dat er aan het einde desondanks nog genoeg vragen restten zonder antwoord. Wie is die man die in het ziekenhuisbed? Waarom moet zijn bestaan geheim blijven? En waarom zit hij ondanks die vegetatieve toestand niet in de politiek? Ja, als de zogeheten showrunner van ‘Over water’ zijn volksvertegenwoordigers op de korrel mag nemen, dan wij ook.

Makers van reeksen als ‘Over water’ opperen weleens dat fictiereeksen bespreken na amper één aflevering evenveel nut heeft als op een kerstfeest klagen over het dessert als je nog maar net aan de soep begonnen bent. Soms hebben ze een punt, ook als ze vervolgens ‘Los het op, boys’ roepen. Maar in dit geval smaakte de soep naar meer, en blijven we ook zonder morren zitten voor de hoofdschotel. Iedereen tevree, dus: wat maalt het?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: