'De noodcentrale' op Eén

, door ()

29
de noodcentrale 1200

Als televisiemaker is het verleidelijk om in het zog te kruipen van loeiende ziekenwagens, of om een nog narokende brandweerman te behangen met handzame cameraatjes, maar ‘De noodcentrale’ weerstaat ook in het derde seizoen aan die zang van de sirene: het bekommert zich liever om de veelal onzichtbare mannen en vrouwen die de telefoon opnemen nadat iemand met bibberende vingers de cijfers ‘112’ heeft gevormd, en die zo om den brode geweeklaag en rampspoed te woord staan.

Aan die succesformule werd ook dit seizoen niet geraakt, en wie de vorige edities van ‘De noodcentrale’ meegemaakt had, herkende hoe de oproepen ook deze keer varieerden van banaal tot ronduit afgrijselijk – al waren ze zelden wat ze leken. Achter een ogenschijnlijk euvel waarbij een vrouw er na een valpartij niet meer in slaagde recht te krabbelen, ging een nijpend drankprobleem schuil. Bij een andere oproep klonk er alleen maar hysterisch geschreeuw: prompt vulde je zelf de gaten in met visioenen van ronkende kettingzagen en afgerukte ledematen, tot bleek dat het maar ging om een moeder wier zoon bij het parkeren een paaltje had geraakt. De opluchting die daarop in de telefooncentrale hing, beleefde je mee. De frustratie ook: de stuntelende bejaarde die per ongeluk maar herhaaldelijk het noodnummer bleef vormen, een evergreen in ‘De noodcentrale’, was er ook deze keer weer bij. Geduld, elders slechts een schone deugd, toonde zich in ‘De noodcentrale’ weer als niets minder dan een morele plicht.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: