'Dagelijkse zomerkost' op Eén: Meus in de rol van behulpzame gast

, door ()

19
a1

Des zomers, wanneer concurrerende tv-koks het gasvuur dichtdraaien, trekt ­Jeroen Meus net te velde. Voor ‘Dagelijkse zomerkost’ trekt hij dit jaar niet naar Benidorm, maar wordt er dichter bij huis gedegusteerd. Wie zich daartoe geroepen voelde, kon zich enige tijd geleden kandidaat stellen om Meus te ontvangen in ­eigen keuken, waar de patroon vervolgens een zomers gerecht zou bereiden. Enige gelijkenis met ‘SOS Piet’ berust daarbij, tot het tegendeel bewezen is, uitsluitend op toeval.

Ene ­Yannick uit ­Oevel, dezelfde zandgrond waaraan we ook ­Natalia te danken hebben, was de eerste die Meus over de keukenvloer kreeg. ‘­Jerre’, zoals hij in ­Oevel kennelijk bekend staat, zou er één en ander in gereedheid brengen voor een barbecue. Al doende werd hij bijgestaan door Yannick zelf, die gretig inkijk gaf in het plaatselijke dialect, en voor de rest uitgebreid kond deed van zijn ­eigen verleden bij de kokschool en zijn huidige betrekking als dj. Meus, immer de professional, deed tussen het ribbetjes lakken door zichtbaar z’n stinkende best om geïnteresseerd te ogen, en tegelijk binnen het tijdsbestek van zijn programma een tex-mexbereiding uit de mouw te schudden. Meus weet uit ervaring hoe hij zich in die rol van behulpzame gast schikt, al kon je hem in ‘Dagelijkse zomerkost’ op een zeldzaam geval van verbijstering betrappen toen zijn Oevel­se gastheer hem verzocht niet té gul te zijn met peper: ‘Ik heb altijd twee keer plezier van pikant eten,’ gaf Yannick mee voor de goede verstaander.

Veel tijd om tussendoor ook nog in de camera te blikken en de kijker toe te spreken bleef er niet over, wat meteen het grootste verschil maakte tussen ‘Dagelijkse kost’ en de zomerse variant: het is bij ‘Dagelijkse zomerkost’ niet zozeer de bedoeling dat je met pen en papier nota zit te nemen. Belangrijker is dat je al starend naar je scherm het gevoel meekrijgt dat er daarbuiten een zomer ligt te dampen.

De mooiste aflevering van de week kwam uit Lommel. Meus ging er op het aperitief bij ­Mariette en ­Urbain, huwelijksgenoten die zich na decennia geschikt hadden in een comfortabele rolverdeling waarbij zíj hoofdzakelijk het woord voerde, en híj er vooral strategisch het zwijgen toe deed. Tijdens het koken – zijn eega had voor de gelegenheid haar parelsnoer onder ’r schort hangen – hield Urbain zich dan ook liever schuil in de belendende veranda, slechts tevoorschijn komend wanneer er een aperitief aan ontkurken toe was. Toen hij van op een afstandje gefilmd werd door het keukenraam terwijl hij in de zon en alle stilzwijgen even een kat achter de oren krabde, kon je niet anders dan aan ‘Goed volk’ denken, dat andere Jeroen Meus-vehikel waarin gastronomie uiteindelijk maar een excuus was om bij ­iemand aan te schuiven. Als kwaliteitskenmerk hoort dat te volstaan.

Amper één week ver, en toch al een keer of drie plezier beleefd aan ‘Dagelijkse zomerkost’. Dat is één keer meer dan aan tex-mex. 

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: