'Kinderen van het verzet': een ijzersterk en essentieel tijdsdocument

, door ()

237
verzet 1200

‘Kinderen van het verzet’ is het tweede deel van de trilogie die historicus Koen Aerts in de steigers zette. Dat eerst de collaboratie aan de beurt kwam en nu pas het verzet, is logisch: van het eerste kamp kennen we de namen, links en rechts zijn zelfs nog straten naar die bedenkelijke lui vernoemd, maar decennialang had Vlaanderen geen oor naar de verhalen en de pijn van de 160.000 Belgische verzetsmensen en hun kinderen. Het publieke debat was allang gekaapt door de figuren die aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden. Deze reeks zet recht wat scheef was, en ze doet dat met internationale bravoure.

De eerste aflevering borstelt met fijne penseelstreken het bonte gezelschap dat de ondergrondse was, een allegaartje van rechtse koningsgezinden, extreemlinkse partizanen en avonturiers pur sang. Even divers waren hun kleine en grote verzetsdaden: van de vader van Yvette die op zijn advocatenkantoor pamfletten schreef; de twee joodse jongens die onderdak kregen bij de familie Van Damme; de vader van Laurent Marting, die toetrad tot het gewapend verzet en – althans volgens zijn zoon – menige collaborateur liquideerde: ‘Maar het was oorlog, dan is het geen moord.’

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: