'Mij overkomt het niet' op Eén: 'Je kunt élk accident vermijden, maar dan mag je niet meer buitenkomen'

, door ()

Deel
overkomt 1200

één| Bekijk programma-info »

Het betekende dat hun zoon niet spartelend verdwenen was in het Meer van Bütgenbach: geen doodsstrijd, maar een geruisloos wegglijden op wat een mooie zomerdag had moeten zijn voor de scoutsgroep waarmee de jongen op kamp was in de Oostkantons. Hydrocutie, zo wist Alain ­Remue van de Cel Vermiste Personen: een warm lichaam dat het simpelweg liet afweten in water dat in vergelijking aanvoelde als ijs.

De scoutsleiders die die zomerdag over Sebastiaan waakten, ontvingen Fatma Taspinar in hun scoutslokaal. Ze staken elk in uniform, totem op de borst gestikt. Scout ben je nu eenmaal voor het leven, wil het adagium, ook als de openbare omroep toevallig voor de deur staat om het te hebben over die ene dag die mogelijk de ergste in je leven was. Ze overliepen de gebeurtenissen van toen opvallend nuchter. Naast de horrortackels des levens, gaat ‘Mij overkomt het niet’ nochtans net zo vaak over het verpletterende schuldgevoel dat een mens kan overhouden aan de kennis dat hij of zij aangever was van iemands noodlot, maar dat aspect werd nu grotendeels achterwege gelaten. Dat er naast een meer ook een buitensporige hoeveelheid pech was betrokken bij de dood van Sebastiaan was duidelijk. ‘Hadden de scouts dit kunnen voorzien?’ probeerde Taspinar toch nog op die toon die ze het vorige seizoen al onder de knie had, het midden tussen somber begrip en afstandelijk lijkbidden. Ze vroeg het meer voor de vorm dan wat anders, haar programma draait nu eenmaal om het onvermogen je voor te bereiden op het onvoorziene, maar Alain Remue gaf haar waar ze naar hengelde: ‘Je kunt élk accident vermijden, maar dan mag je niet meer buitenkomen. En dan nog mag er geen vlieger op je huis vallen.'

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: