100 dagen 10 jongeren éénBeeld rv

Televisie★★★☆☆

'100 dagen' op Eén: 'Waar zijn alle kinderen gebleven?’

Opzoekingswerk leert dat Johannes Chrysostomos, de heilige wiens naam nu voor een scholierenbacchanaal staat, bij leven een verwoed asceet was. Ook zou hij twee jaar staande doorgebracht hebben om ter plekke de Bijbel vanbuiten te leren, wat hem permanente schade berokkende aan de nieren. Is het welvoeglijk om zulke feiten onweerstaanbaar grappig te vinden? 

Niettemin: ‘100 dagen’ begon met taferelen van dat aan Chrysostomos opgedragen gelag. We zagen Beau, de eerste van tien late tieners die gevolgd werden tijdens die laatste honderd dagen, die niet alleen het vooruitzicht van afstuderen inhielden maar ook een entree in wat dan ‘de echte wereld’ heet te zijn. Beaus ouders waren gescheiden maar woonden, als neergepend door een sitcomscenarist, nog altijd in aanpalende woningen: eten deed Beau in het ene huis, slapen in het andere.

Afstuderen betekende bij Beau intreden in het leger: een idee dat hij vrij van ‘Kamp Waes’ had opgedaan, maar waarbij zijn familiebanden niet vrijuit gingen – vader, moeder, stiefvader én broer staken in uniform. Die laatste noemde Beaus keuze ‘vanzelfsprekend’. Wanneer z’n broer er even niet was, zuchtte Beau dat zulke druk hem soms dwarszat. Thuis hield zijn moeder hem gedienstig vast bij de enkels terwijl hij buikspieroefeningen uitvoerde. De volgende aflevering deed zijn vader hetzelfde, weliswaar in de belendende woning.

Dan leek de toekomstdroom van Meaghan op het eerste gezicht beter te rijmen met jeugdige onbezonnenheid. Ze hield van dansen, en droomde van een emplooi waarin ze die voorliefde tegen betaling kon botvieren. Er zou echter veel concurrentie zijn, besefte ze, en ze had al veel offers gebracht in naam van die droom. Feestjes liet ze, wars van haar leeftijd, getrouw aan zich voorbijgaan. Je keek toe hoe Meaghan zich in vol ornaat op de discipline van latin dance stortte op het Belgisch Kampioenschap. Ze werd tweede, een resultaat waarmee ze naar eigen zeggen erg teleurgesteld was. Haar moeder, tevens haar manager, ging voor de goede orde net niet op de vuist met de moeder van Meaghans danspartner, waarbij beide partijen elkaar die smadelijke nederlaag verweten. Het enige erger dan geen ouders hebben, zo toonde ‘100 dagen’ alvast treffend, is ze wel hebben.

De tien gepresenteerde jongeren waren in alle opzichten een staalkaart van de moderne bontgekleurde samenleving. Er was een jongen uit Molenbeek, alsook een knaap in een rolstoel. Anuna De Wever was er ook. Haar optreden had een makkelijke ingreep kunnen zijn om de relevantie van ‘100 dagen’ kunstmatig op te vijzelen, maar in de eerste afleveringen trad ze enkel op als tiener die toevallig aan afstuderen toe was. Die veelheid aan getuigenissen speelde echter niet altijd in het voordeel van ‘100 dagen’: de thema’s die het wilde aansnijden, moest je zelf ontwaren, omdat de beelden kennelijk geacht werden voor zichzelf te spreken. Soms deden ze dat.

Hoe divers de rist postpubers ook was, zelden zag je iemand onbezorgd een goed oog hebben in de toekomst, en nog zeldzamer was de tiener die nog roekeloos jong durfde te zijn. ‘Youth is wasted on the young,’ wist George Bernard Shaw, onderwijl staande de Bijbel memoriserend. Vrolijk werd je dan ook niet van ‘100 dagen’. Ene Hannes kampte op z’n 18de al met een heuse depressie, en helemaal triest was de scène waarin Meaghan zich liet inzetten als promogirl voor de Carré, het van vestiaires voorziene voorgeborgte van de hel. Tegen betaling mobiliseerde het meisje haar drukbezochte socialemediakanalen om die op oorsuizen afgestelde lusthof de hemel in te prijzen, en af en toe luisterde ze ook in levenden lijve de keet op. ‘Fake it till you make it!’ riep ze vanuit de coulissen voor ze opgetut en met iets onder de leden toch breed glimlachend de zaal binnenschreed. De wrangheid van de situatie leek haar, ook op die leeftijd, niet te ontgaan, wat het tafereel intriest maakte. ‘Fuck all the perfect people,’ zong Chip Taylor ondertussen, wat voor een tiener nog altijd een gezonder motto leek dan ‘fake it till you make it’. Zelf hield je het bij: ‘Hé, waar zijn alle kinderen gebleven?’ Een vraag die je ongestraft kon stellen tijdens ‘100 dagen’, wat je dan ook herhaaldelijk deed. (tr)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234