null Beeld

100 beste films

#26: The Good, the Bad and the Ugly (Sergio Leone, 1966)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'The Good, The Bad and The Ugly' van Sergio Leone. Licht, camera, actie!

Aiaiaiaiaaa! Wawawaaaa! Hoezeer we ook gesteld zijn op de westerns van John Ford (‘The Searchers’, ‘Stagecoach’), Fred Zinneman (‘High Noon’), Sam Peckinpah (‘The Wild Bunch’), Walter Hill (‘The Long Riders’ staat op #86) en Mel Brooks (‘Blazing Saddles’), de Italiaanse westerns van Sergio Leone staan wat ons betreft buiten categorie. Bijna hadden we ‘spaghettiwesterns’ gezegd, maar Ennio Morricone heeft ons ooit tijdens een interview in zijn luxeflat in Rome bestraffend, alsof hij het tegen een stout schooljongetje had, toegesproken omdat we het woord spaghettiwestern in de mond hadden durven te nemen: ‘Jongeman, u moet ‘Italiaanse westerns’ zeggen!’

‘Once Upon a Time in the West’, ‘A Fistful of Dollars’, ‘For a Few Dollars More’, ‘The Good, The Bad and the Ugly’: het zijn wel degelijk westerns, en toch vallen ze in toon en stijl in niets te vergelijken met de Amerikaanse klassiekers die we hierboven opsomden – de westerns van Leone vormen een genre op zich. In ‘The Good, the Bad and the Ugly’, zijn meesterwerk, vinden we alle bekende westernclichés terug: panoramische landschappen, knetterende shoot-outs, briesende paarden; hell, net zoals in de westerns uit de oude doos valt de booswicht zelfs te herkennen aan zijn zwarte hoed! Maar de landschappen waarin de cowboys van Leone zich ophouden, zijn doordrongen van een unieke, licht bevreemdende atmosfeer; het is zelfs bijna alsof the man with no name (de jonge, knappe Clint Eastwood – in die tijd een onbekende acteur die in Hollywood niet aan de bak kon komen en blij was dat hij in Europa zijn brood kon verdienen), de steeds terugkerende held met de poncho, het enigmatische glimlachje en de cigarello tussen de lippen, zich in een parallel westernuniversum beweegt.

Leone was een echte auteur, wat wil zeggen dat hij over een unieke touch beschikte. De schitterende CinemaScope-landschappen, afgewisseld met intense close-ups van gegroefde cowboytronies onder breedgerande hoeden. De eindeloos lang uitgerokken revolverduels, waarbij de gunslingers elkaar een eeuwigheid in de ogen staan loeren en als panters rond elkaar sluipen – razend spannend allemaal, maar je adem inhouden heeft geen zin: het loeren duurt bij Leone zó lang dat je je adem nog vóór het eerste schot valt, weer moet laten ontsnappen. Ook typisch: de zeeën van tijd en ruimte die Leone geeft aan de schitterende muziek van Ennio Morricone. Zeker de soundtrack van ‘The Good, the Bad and the Ugly’, met die onnavolgbare mix van nijdige elektrische gitaren, dreigende drums, schetterende trompetten en maniakaal hyenagehuil, geeft zin om het op een wilde indianendans rond de tafel te zetten: aiaiaiaiaaa! Wawawaaaaaa!

Voor diegenen onder u die totaal niet vertrouwd zijn met de Leone-experience geven we nog gauw even mee dat met de goeie, de slechte en de gemene achtereenvolgens worden bedoeld: Blondie (Eastwood), een zwijgzame premiejager die zijn lucifer aan de hak van zijn laars aanstrijkt; Angel Eyes (de fantastische Lee Van Cleef), een wreedaardige huurling die lacht zoals je alleen booswichten in westerns hoort lachen; en Tuco (de geweldige Eli Wallach), een Mexicaanse outlaw die in veertien staten wordt gezocht voor moord, roof, brandstichting, het aanzetten tot prostitutie en het gebruik van gemerkte kaarten. Van de drie mannen – die op zoek zijn naar een kist vol goud – is Tuco altijd onze beste maat geweest; en onze favoriete Tuco-scène is die waarin hij een wapenwinkel binnenstommelt, onder de verbaasde blikken van de winkeleigenaar allerlei revolvers uit elkaar begint te schroeven, en uit de onderdelen zijn eigen ideale pistool construeert: een onmetelijk fascinerend tafereel.

De weg naar de schat is lang (vergeet niet dat we in de tijdzone van Sergio Leone zitten: de film duurt bijna drie uur), maar het is heerlijk om met die drie cowboys mee te galopperen; soms lijkt het wel alsof we door een apocalyptisch droomlandschap trekken (het verhaal speelt zich namelijk af tegen het nachtmerrie-achtige canvas van de op z’n einde lopende Amerikaanse burgeroorlog, toen de meeste Amerikaanse steden waren herschapen in doodse ruïnes). Hun odyssee mondt uiteindelijk uit in een finaal revolverduel op het kerkhof van Sad Hill, en zoals dat hoort in een western van Leone, mag dat duel weer eindeloos lang duren: iemand heeft ooit terecht geschreven dat de westerns van Leone opera’s zijn waarin de aria’s niet worden gezongen, maar worden gestaard. En voor de rest valt hier nog maar één ding aan toe te voegen, zeker nu Ennio niet in de buurt is: spaghettiwestern! Spaghettiwestern! Spaghettiwestern!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234