The Last Detail Beeld web
The Last DetailBeeld web

100 beste films

#33: 'The Last Detail' (Hal Ashby, 1973)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'The Last Detail' van Hal Ashby. Licht, camera, actie!

‘The Last Detail’ is een film van zo’n grote kwaliteit, van zo’n hoog kaliber, van zo’n immense ontroerbaarheidsfactor, dat we er altijd weer enkele dagen van moeten bekomen.

Dit onverslijtbare seventiesmeesterwerk vloeide voort uit de alchemie tussen drie thermonucleaire iconen: hoofdacteur Jack Nicholson, regisseur Hal Ashby en scenarist Robert Towne – en geloof ons: Nicholson, Ashby en Towne samen op een filmset, dat is als Jack White, Stevie Ray Vaughan en Keith Moon samen op een podium.

Nicholson hoeven we natuurlijk niet meer te introduceren, maar de vandaag zo goed als vergeten Hal Ashby misschien wel: Ashby (1929-1988) was een rebelse marihuanajunk die eruitzag als een komieke kruising tussen Willy Courteaux en Vader Abraham, maar ook een briljant regisseur die in zijn beste films (‘Shampoo’, ‘Bound for Glory’, ‘Coming Home’, ‘Being There’) altijd weer een hoge graad van levensechtheid wist te leggen; Jeff Bridges zei ooit over hem dat hij art balls had. En Robert Towne was de eerste scenarist (van onder meer ‘Shampoo’, ‘Chinatown’ en ‘The Yakuza’) die zichzelf een vedette mocht noemen; een geniale chroniqueur van zijn tijd, gezegend met een scherp oor voor authentieke straatpraat, maar ook met een grandioos psychologisch doorzicht waarmee hij zijn personages (en u) met de precisie van een laserstraal recht in de ziel keek. Nicholson de dialogen van Towne horen uitspreken, dat is als Bob Dylan met The Band horen spelen, zo schreef journalist Peter Biskind ooit. Klopt, en ‘The Last Detail’ is hun finest waltz.

De onderofficieren Buddusky (Nicholson) en Mulhall (de voortreffelijke Otis Young, die na ‘The Last Detail’ van de radar verdween) krijgen van hun commandant een volle week de tijd om de 18-jarige marinier Meadows (de piepjonge Randy Quaid) van de basis in Norfolk, Virginia per bus en per trein naar de gevangenis in Portsmouth te escorteren, waar hij acht jaar zal moeten brommen. ‘Jezus,’ schrikt Buddusky, ‘heeft hij iemand vermoord?’ Blijkt dat die arme Meadows, een onvervalste kleptomaan, tot acht jaar celstraf is veroordeeld omdat hij 40 dollar heeft gestolen uit het poliocollectebusje van de echtgenote van de chef. Zo zie je maar: de kleine man is altijd weer de klos. Of zoals Buddusky het zegt met de woorden van Towne: ‘Ze hebben je genaaid, kid. Ze schuiven hem in je kontgat en breken hem af.’

Buddusky en Mulhall bedenken een efficiënt plan: ze willen de reis naar Portsmouth in twee dagen afleggen, Meadows in de gevangenis afzetten en de rest van de week gebruiken om met hun dagvergoedingen de bloemetjes buiten te zetten. Of, aldus Buddusky in het lingo van Towne: ‘We brengen die luis met een rotgang naar de lik, sparen onze onkosten, verdelen ze, en op weg naar huis: hupsakee!’

Maar onderweg krijgen ze een beetje te doen met die onbeholpen jongen met z’n meelijwekkende Droopy-smoel; vooral Buddusky beseft dat Meadows in de lik een vogel voor de kat zal zijn: ‘He don’t stand a chance in Portsmouth, you know. Goddamn grunts, kickin’ the shit outta him for eight years... he don’t stand a chance.’ En dus beslissen ze om hem nog ’n laatste keer een fijne tijd te bezorgen: veel zuipen, goed bikken en bij de meisjes gaan ‘jodelen in het dal’, zoals Buddusky het geven van orale seks omschrijft; kortom: ze gaan die jongen die vanaf overmorgen de rest van zijn jeugd in de bajes tussen moordenaars en verkrachters zal moeten slijten, nog snel eens van het leven laten proeven; ‘Lock your socks and grab your cocks, we’re going to a party!’

Maar wie nu handenwrijvend een feestelijke coming of age-trip verwacht, mag de cocks onmiddellijk weer loslaten: Towne, Ashby en Nicholson hebben, helemaal in de geest van de rauwe seventiescinema, van hun film eerder een droeve, pessimistische odyssee gemaakt.

Nu en dan valt er wel degelijk te schateren: ‘Waarom krijg ik ineens een kloterig gevoel over me?’ horen we Buddusky mompelen wanneer het trio op een bijeenkomst van boeddhisten verzeilt en daar enkele vrouwelijke discipelen een tantrisch dansje ziet uitvoeren (precies wat wij altijd denken wanneer we in de Gentse Vooruit weer zo’n hip biobroodje krijgen geserveerd). Maar de meeste scènes zijn als diepe poelen van tristesse: het eindeloze stampvoeten in de bittere winterkou; het bezoekje aan de moeder; het feestje in de hoerenkast; de laatste picknick. En dan die fameuze motelscène! Ofschoon er in die motelkamer werkelijk geen bal gebeurt – beetje lebberen op bed, beetje tv-kijken – laat Ashby de scène maar voortduren en voortduren en voortduren; tot je het punt bereikt (ongeveer wanneer de bezopen Nicholson te midden van een oceaan van lege bierblikjes in z’n onderbroek een bed probeert uit te klappen) dat het huilen om zoveel koudmakende treurigheid je nader staat dan het lachen.

En wanneer je op het einde van dit grote Amerikaanse meesterwerk Meadows die smalle ijzeren trap ziet opgaan, de trap naar de hel, kun je maar twee dingen doen: heel hard proberen je tranen terug te dringen, of ze gewoon laten komen.


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234