100 beste films

#40: 'Taxi Driver' (Martin Scorsese, 1976)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'Taxi Driver' van Martin Scorsese. Licht, camera, actie!

Wie in de taxi van Travis Bickle stapt, maakt een ritje naar het brandpunt van de Amerikaanse seventiescinema.

Dit stikdonkere portret van een smeulende massamoordenaar is niet alleen de briljantste en de belangrijkste film van Martin Scorsese, het is misschien wel de allerbeste film uit de gouden era van de Amerikaanse cinema, toen heel Hollywood was bevangen door een nooit meer teruggevonden artistieke koorts; toen er een tintelende golf van durf en creativiteit door de studio’s zwiepte.

‘Taxi Driver’ was het resultaat van de knetterende fusie tussen drie onwaarschijnlijk getalenteerde herauten van dat wonderbaarlijke tijdperk: Scorsese, Robert De Niro, en scenarist Paul Schrader; waarbij Schrader onbetwist als de katalysator, de Oerbron, dient te worden beschouwd. Schrader was zwaar depressief in die tijd – hij had geen nagel om zijn gat te krabben, sleepte zich als een zombie door de dag, sleet zijn nachten in pornobioscopen, zoop als een duivel en zat aan de speed, en worstelde met zelfmoordneigingen – een tikkende tijdbom. In amper tien dagen tijd ramde de diep vereenzaamde Schrader zijn innerlijke demonen uit zijn hoofd en het scenario van ‘Taxi Driver’ uit zijn schrijfmachine: ‘Het sprong uit mijn hoofd als een dier.’

Travis Bickle, de aan slapeloosheid lijdende Vietnamveteraan die vanuit zijn taxi met borrelende woede naar de hoeren, de pooiers, de junks en de mietjes op de trottoirs van Times Square kijkt (‘Op een dag zal een echte regen al dat uitschot van de straat spoelen’), is niet meer of niet minder dan een afsplitsing van Schrader; de westernshirts en jeansbroeken die De Niro in ‘Taxi Driver’ draagt, had hij trouwens van Schrader geleend.

Brian De Palma overwoog heel even om Schraders script te regisseren (‘Ik vond het geweldig, maar ik dacht dat geen kat naar zoiets ging komen kijken’), maar Vrouwe Cinema wees Scorsese aan. Die had zich met ‘Mean Streets’ en ‘Alice Doesn’t Live Here Anymore’ al opgeworpen als één van de voortrekkers van het New Hollywood, maar het is met ‘Taxi Driver’ dat de cineast tot volle wasdom zou komen.

Van de taxi die in het machtige openingsshot als een demon uit die witte rookwalmen opduikt, tot de gruwelijke climax waarin Travis uit zijn taxi stapt en in een onthutsende opstoot van bloederig geweld afrekent met het uitschot: elk shot uit ‘Taxi Driver’ zoemt van het talent, elke beeldcompositie knettert van inventiviteit. Alles wat Scorsese als kind, als puber en als jongvolwassene in de bioscoop had ingeademd, ademde hij uit in ‘Taxi Driver’; de film tolt van de knipogen en de referenties naar onder meer Godard, Hitchcock, Antonioni, Bresson, en Hawks. Scorsese liet zich met ‘Taxi Driver’ kennen als een onwaarschijnlijk gepassioneerde cinefiel die vrijelijk beeldkaders en camerastandpunten uit de reusachtige cloud in zijn hoofd plukte, maar let wel: Marty zit in ‘Taxi Driver’ niet zómaar naar de filmgeschiedenis te knipogen. Elke scène, elk beeld, dient slechts één doel: ons diets maken in wat voor verschrikkelijke state of mind Travis zich bevindt. Wanneer Scorsese secondenlang zit in te zoomen op een bruistablet dat zich langzaam in een glas water oplost, dan zit hij niet alleen hommage te brengen aan Godard (die een gelijkaardig shot heeft zitten in ‘2 ou 3 choses que je sais d’elle’), maar dan doet hij dat vooral om ons duidelijk te maken hoe vervreemd Travis is geraakt.

Maar als er vandaag één ding echt opvalt, dan is het toch vooral wat voor een weergaloze acteur De Niro in die tijd was; je vóélt hem gloeien. Het onverwoestbare ‘You talkin’ to me?’-moment? Een grootmeesterlijke improvisatie van De Niro. Check ook eens die verbeten grimas waarmee hij met zijn revolver onder z’n jas afstapt op gouverneur Palantine; of check de bijna kinderlijke onschuld waarmee hij zijn droommeisje Betsy (Cybill Shepherd) tijdens hun eerste date meetroont naar een pornobioscoop op Times Square (tot zijn verbazing stapt ze al na enkele minuten op). Schrader heeft eens uitgelegd dat Travis in die o zo pijnlijke scène eigenlijk een soort onderbewuste waarschuwing naar Betsy uitstuurt: ‘Kijk eens hoe ziek in mijn hoofd ik ben. Blijf weg van mij.’ Eigenlijk hadden ze De Niro na de opnamen van ‘Taxi Driver’ op ijs moeten zetten, zodat hij nooit had kunnen aftakelen tot de vadsige acteur die hij vandaag is.

Dat ‘Taxi Driver’ de allure heeft van een spookdromerige trip door de nachten van New York, is evenwel niet alleen de verdienste van het triumviraat Schrader/Scorsese/De Niro, maar ook van de befaamde componist Bernard Herrmann (die ijselijke ie!-ie!-ie!-ie!-ie!-vioolkreten uit ‘Psycho’? Herrmann! Die hypnotiserende score uit ‘Vertigo’ en ‘North by Northwest’? Herrmann!). Tip: wie live en in real time van het trippy ‘Taxi Driver’-effect wil proeven, moet eens enkele uren lang door de grootstad struinen met dat dreigende tromgeroffel van Herrmann in de oortjes; bij voorkeur door Brussels by night (en daarna per taxi weer naar huis).

Persoonlijk kennen we geen andere film die beter reflecteert hoe het is om gebukt te gaan onder eenzaamheid; een uitzichtloze, vernietigende, niet te genezen eenzaamheid. In de meest zielsverscheurende scène probeert Travis zijn droommeisje via de telefoon nog één keer te overhalen om met hem uit te gaan, maar midden in het gesprek rijdt de camera ineens weg van hem; het is, zoals Scorsese ooit heeft gezegd, alsof zelfs de camera de pijn niet meer aankan en zich van Travis verwijdert.

‘Taxi Driver’ won in 1976 de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes, en toen de film in de Verenigde Staten uitkwam, stonden de mensen in dichte drommen voor de kassa. ‘We wisten dat we dit nooit meer zouden evenaren,’ aldus Schrader. Schrader bleek het bij het rechte eind te hebben (drie jaar later lag het New Hollywood op apegapen); maar de taxi is voor altijd out there. Het is gewoon wachten tot u eens instapt; of tot Travis weer eens uitstapt.


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234