100 beste films

#45: 'Predator' (John McTiernan, 1987)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'Predator' van John McTiernan. Licht, camera, actie!

In het najaar van 1986 bevond onze favoriete actieheld Arnold Schwarzenegger zich diep in het Mexicaanse oerwoud, op een steenworp van de ruïnes van de Mayastad Palenque, voor de shoot van ‘Predator’, een scifi-actieprent waarvan de plot in zes magische woorden kan worden samengevat: één jungle, zes commando’s, één alien.

De opnamen, zo herinnert Arnold zich in zijn entertainende autobiografie ‘Total Recall: My Unbelievable True Life Story’, vormden een ware beproeving. Bloedzuigers, verraderlijke modderpoelen, giftige slangen, ondraaglijke hitte: geen enkel jungle-ongemak bleef de cast bespaard. Tijdens de opname van de grote nachtelijke climax, waarin Arnold slechts met een dun laagje slijk op z’n blote bast door de ijskoude jungle sluipt (in werkelijkheid hadden ze hem ingesmeerd met potklei), probeerde de Oostenrijkse Eik zich tegen de bittere koude te wapenen door schnapps te drinken, maar daar werd hij naar eigen zeggen alleen maar ladderzat van. Een ladderzatte, onder de potklei zittende Schwarz in de Mexicaanse jungle: we hadden de bloedzuiger op zijn triceps willen zijn.

Maar de inspanningen rendeerden: ‘Predator’ groeide niet alleen uit tot een grote hit, het is ook één van Schwarzeneggers allerbeste films – en als Dutch Schaefer, de onverschrokken majoor die samen zijn team van commando’s op reddingsmissie de jungle intrekt, zette hij één van zijn coolste vertolkingen neer. Schwarzenegger zag er in die tijd echt op z’n best uit, messcherp, knap zelfs, een echte Teutoonse halfgod.

In de kern valt ‘Predator’ te omschrijven als een typisch eighties-Schwarzeneggeractievehikel: Dutch en z’n mannen vallen een legerkamp aan, een brandstofdepot gaat de lucht in, de lijken tollen in het rond, de dialogen beperken zich tot zinnetjes als ‘If it bleeds, we can kill it!’, en let ook eens op die machtige close-up van zijn forsbal wanneer hij in het basiskamp zijn oude kompaan Dillon (Carl Weathers) begroet (‘You son of a bitch!).

Een echte Schwarzflick dus, maar dan één met een zinderende sciencefictiondimensie; de proloog lijkt pure ‘Star Wars’, met dat ruimteschip dat recht op je af komt zoeven (toen wij nog een uk waren, bracht die proloog ons in een opperste staat van verrukking, en nu we bijna toe zijn aan een valse heup nog steeds). Het buitenaardse bezoek luidt een beklemmend oerwoudavontuur in, waarbij de mannen van Dutch in de beste monsterfilmtraditie (zie ook ‘Alien’ en ‘The Thing’) één voor één worden gevild door een onzichtbare vijand die zich bedient van thermal vision en van een knetterend lasergeweer.

Schwarzenegger en producent Joel Silver namen indertijd een zwaar risico door de volstrekt onbekende regisseur John McTiernan in te huren (die had nog maar één film op z’n naam staan: de lowbudgethorrorprent ‘Nomads’), maar hun keuze bleek een absolute voltreffer (McTiernan zou hierna trouwens de Bruce Willis-classic ‘Die Hard’ regisseren). McTiernan bouwt de spanning traag maar meesterlijk op, pakt hier en daar uit met een machtig tableau (hoe hij in de kletterende finale de jungle laat oplichten!), en vooral: hij schept een benauwende regenwoudsfeer. Vanaf het moment dat de commando’s zich vanuit de helikopter in de jungle laten zakken, voel je je bevangen door een drukkend gevoel van doem: achter elk varenblad loert gevaar, elk ritselend insect of elke schreeuwende kaketoe lijkt een nieuwe dreiging aan te kondigen, en de schitterende muziek van Alan Silvestri maakt de atmosfeer alleen nog maar beknellender.

En de predator zelf ziet er – zodra hij zichzelf zichtbaar maakt voor een ouderwets potje mano a mano met The Schwarz – werkelijk angstaanjagend uit (die muil!). Noot: tijdens de eerste drie dagen van de opnamen was het niemand minder dan Jean-Claude Van Damme die in het predatorpak zat, maar onze landgenoot werd al snel de laan uitgestuurd: ‘Hij deed niets anders dan klagen,’ aldus Schwarzenegger.

Het is echt zonde dat ze die fantastische predator in de sequels en in die vreselijke ‘Alien vs Predator’-spinoffs compleet hebben doodgefilmd, maar die eerste ‘Predator’ blijft één van de knapste actiefilms ooit; een weergaloze B-film met de filmische kwaliteiten van een A-film.

Nog enkele hoogtepunten: Billy die zijn wapenuitrusting van zich afwerpt en de predator op z’n eentje opwacht, Dutch die de jungle tot een reusachtige predatorval ombouwt, en natuurlijk het finale duel – merk op dat er tijdens de laatste dertig vlammende minuten bijna geen woord wordt gesproken.

O ja: dankzij ‘Predator’ had de mensheid er weer een legendarische oneliner bij. Hier komt-ie: ‘GET TO DA CHOPPA!’


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234