100 beste films

#60: 'Frantic' (Roman Polanski, 1988)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'Frantic' van Roman Polanski. Licht, camera, actie!

Roman Polanski: een naam die even ontzagwekkend klinkt als bazuingeschal. ‘Chinatown’, ‘Rosemary’s Baby’, ‘Tess’: meesterlijke, belangrijke, onvergetelijke films die onze lijst nét niet hebben gehaald.

Polanski is één van de briljantste, meest gecultiveerde cineasten die deze aardbol bewandelen, maar in Roman schuilt ook een verfijnde sadist; een kleine wreedaard die er een boosaardig genoegen in schept om zijn personages te sarren en in het ongeluk te storten. Of hij dat boosaardige trekje al vanaf de geboorte in zijn karakter droeg (misschien was hij zo’n peuter die andere kindjes pitste en kleine katjes boven het vuur hing), of heeft overgehouden aan de horror die hij als kind heeft meegemaakt (honger geleden in het getto van Krakau, moeder vergast in het concentratiekamp van Treblinka, zelf ternauwernood aan deportatie ontsnapt), is een interessante vraag waarop we hier geen antwoord gaan proberen te formuleren: wij doen hier aan liefdesverklaringen, niet aan psychoanalyse.

Maar reken maar dat er een rekel in Polanski schuilgaat: op de set van ‘Chinatown’ trok hij ooit een haar uit het hoofd van Faye Dunaway (haar wraak was zoet: enkele dagen later gooide ze een flinke scheut van haar eigen pis in zijn bakkes). En Polanski’s sadistische trekje komt nergens beter tot uiting dan in ‘Frantic’, één van Polanski’s zogeheten ‘lichtere’, maar wat ons betreft ook één van zijn meest genietbare én één van zijn meest onderschatte films.

In de eerste minuten, die zo doodgewoon zijn dat je bijna niet merkt hoe briljant ze zijn, krijgt het hoofdpersonage, in een taxi onderweg van de luchthaven naar het centrum van Parijs, af te rekenen met een platte band, een vervelende hond, en een file – en dit is nog maar het begin van een memorabele reeks ongemakkelijke gebeurtenissen.

Dokter Richard Walker (Harrison Ford) en zijn echtgenote zijn in de Lichtstad om een medisch congres bij te wonen; de houterigheid waarmee hij aan de ingang van het hotel uit de taxi klimt maakt onmiddellijk duidelijk dat de goede dokter zich in een grootstad als Parijs als een vis op het droge voelt.

In de hotelkamerscènes toont Polanski zich een ware grootmeester in de opbouw van suspense: terwijl Walker onder de douche staat, zie je hoe zijn vrouw in de achtergrond met iemand staat te telefoneren, hoe ze haar echtgenoot vergeefs iets duidelijk probeert te maken (jammer genoeg heeft hij schuim in de oren: ‘I can’t hear you, honey!’), en hoe ze vervolgens met een reiskoffer uit het beeldkader stapt. ‘You’re awfully quiet in there, babe!’ roept Walker vanuit de badkamer, om even later vast te stellen dat zijn vrouw in rook is opgegaan: het ijzersterke begin van een extreem genietbare thriller waarin Walker, de hulpeloze Amerikaan, op zijn eentje zijn plan moet zien te trekken in een stad die hij niet kent en in een taal die hij niet spreekt.

De thrillerplot zorgt aldoor voor een versnelde polsslag (waar is Walkers vrouw? Wie heeft haar ontvoerd en waarom?), maar eigenlijk valt er nog het meest te smullen van de heerlijk zwartgallige details waarmee Polanski zijn film heeft gekruid. Het spottende lachje dat de hotelmanager en de receptionist achter Walkers rug uitwisselen (het duurt een tijdje voor ze hem serieus nemen); de bloemist die verkeerdelijk denkt dat Walker een ruiker voor z’n vrouw komt kopen; de flik die een foto van Walkers echtgenote nodig heeft en stoïcijns kauwgummend een stuk uit Walkers dierbare vakantiefoto knipt; de portier van de Amerikaanse ambassade die de steeds wanhopiger wordende Walker niet wil binnenlaten: hoe meer Polanski zijn hoofdfiguur – op een rustige, bijna methodische manier – begint te tergen, hoe feller je ogen beginnen te glanzen van plezier; hoe lastiger het parket waarin Walker verzeilt, hoe meer je je begint te verkneukelen.

Leedvermaak en suspense vloeien het grandioost in mekaar over wanneer Walker tussen de koerende duiven over de daken van Parijs kruipt, uitschuift, zich nog net aan een ouderwetse antenne weet vast te grijpen en vervolgens zijn schoenen (met zijn sokken erin) naar beneden ziet glijden: pure verkneukelcinema.

Harrison Ford is overigens voortreffelijk als de geteisterde Walker. Wanneer hij niet naast Chewbacca in de cockpit van de Millenium Falcon zit, is Ford eigenlijk maar een matig acteur, maar in ‘Frantic’ is hij bij momenten in grootse doen – zoals in die onvergetelijke scène waarin de van frustratie uiteenspattende Walker tijdens een telefoongesprek met de Amerikaanse ambassadeur probeert duidelijk te maken dat zijn vrouw is gekidnapt door Arabieren; let vooral eens op de manier waarop Ford tijdens dat gesprek zijn tong in en uit zijn mondwerk laat flitsen. We horen Polanski, die bekendstaat als een dictator en een controlefreak, op de set al tekeergaan: ‘C’mon, Harrison, do the thing with your tongue! I wanna see that tongue! Give me more tongue!’

Maken het plezier compleet: de muziek van Ennio Morricone; de knappe verschijning van Emmanuelle Seigner; en het dansje op ‘I’ve Seen That Face Before’ van Grace Jones. Wedden dat Hitchcock in de hemelbioscoop met veel genoegen naar ‘Frantic’ heeft gekeken?


Bekijk de trailer van 'Frantic':

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234