Carl Huybrechts - 60 jaar sportweekend Beeld VRT
Carl Huybrechts - 60 jaar sportweekendBeeld VRT

televisie★★★½☆

‘60 jaar Sportweekend’ op Canvas: ‘Hoe zou Carl Huybrechts dit hebben aangepakt?’

‘Wij hebben de weg geplaveid voor heel veel televisiemakers die nadien zijn gekomen’, zegt Carl Huybrechts ergens halfweg de eerste van vier afleveringen van de docureeks die de 60ste verjaardag van ‘Sportweekend’ van enige luister moet voorzien. Met ‘wij’ doelde hij op de sportredactie van wat nu VRT, maar toen nog BRT heette. Huybrechts haalde hiermee een aloude, vaak vergeten wijsheid van onder het stof: Vlaanderen zou Vlaanderen niet zijn zonder zijn sportjournalisten.

Huybrechts, door Frank Raes in Humo eens ‘de James Dean van de Vlaamse journalistiek’ genoemd, voegde zich bij de openbare omroep in de jaren 70 en kwam er onder de vleugels van Ivan Sonck terecht. Die Sonck moet zowat het best bewaarde geheim van de Vlaamse televisie zijn. ‘Een droge zuurpruim en een azijnpisser’, vatte hij zelf samen wat de kijkers van hem vonden. Maar met z’n velen iets vinden - er keken in die tijd op zondagavond zowat drie miljoen Vlamingen naar ‘Sportweekend’! - stond ook toen al niet gelijk aan met z’n velen gelijk hebben. Zoals Sonck tijdens een reportage over hoogspringer Bruno Brokken als een treurwilg naast de staander stond en, terwijl Brokken zijn aanloop nam, stoïcijns in de camera sprak: ‘Ik sta bekend als de grootste sportjournalist van Vlaanderen, 1 meter 93, maar u ziet: Bruno Brokken springt mij moeiteloos over het hoofd’, wedijverde hij moeiteloos met het beste van de Britse comedy.

Zonder Sonck geen Huybrechts én geen Mark Uytterhoeven. ‘Op het vlak van humor waren zij genieën’, vond collega Dirk Abrams, op een toon die verraadde wat misschien wel het echte geheim was van de toenmalige BRT-sportredactie: vriendschap. Toen Uytterhoeven enkele jaren na Huybrechts de openbare omroep vervoegde, konden beiden het meteen goed met elkaar vinden. Sonck gaf hen alle ruimte om hun talent te ontplooien. Toen Uytterhoeven zich zorgen maakte over het vervolg van zijn tv-carrière - hij slikte te veel tijdens zijn presenteerwerk, overmand als hij was door de zenuwen - was het Huybrechts die zich over hem ontfermde. ‘Dé vedette van de sportredactie, en die stond aan míjn kant! Dat gaf mij hoop.’

null Beeld © VRT
Beeld © VRT

Nu, zeggen dat er niets opwindends gebeurde toen ‘Sportweekend’ de huiskamers nog in zwart-wit binnendrong, is de waarheid geweld aandoen. Louis De Pelsmaeker glom van trots toen hij het verhaal oprakelde van de gemiste aankomst van een wielerwedstrijd omdat hij zich met z’n cameraman nog een pint dacht te kunnen veroorloven in het lokale café. Hij kreeg de plaatselijke agent zover om het volk opnieuw achter de omheining te laten plaatsnemen en de winnaar om een tweede keer over de meet te rijden. Die deed dat met de glimlach, hij scheen het niet eens raar te vinden. Hugo Symons interviewde dan weer rolschaatskampioene Annie Lambrechts terwijl hij zelf, in kostuum, op rolschaatsen naast haar door de Leuvense straten bolde. Ook dat zie ik Ruben Van Gucht niet doen. Goed geconserveerde tachtigers zijn het bovendien, die De Pelsmaeker en Symons, wat mij, een vakgenoot, dan weer hoopvol stemt.

Humor was niet het eerste wat nog in me opkwam zodra de jongste generatie presentatoren aan het woord kwam. Frank Raes, die nog steeds met z’n schelmachtige monkellachje ‘Extra Time’ in goede banen tracht te leiden, was de laatste die nog buiten de lijntjes durfde te kleuren. ‘Humor werd niet meer geapprecieerd’, stak Stef Wijnants het op de veranderde tijden. En dat de nieuwswaarde ging primeren op het amusement, hoorden we ook nog zeggen. Misschien: even goed zijn presentatoren zich steeds serieuzer gaan nemen - wat niet hetzelfde is als hun vák serieus nemen - en beschikken ze niet meer over het humorgen van hun illustere voorgangers.

Een euvel is het, waaraan ook de docureeks leek te lijden. Presentatoren anno nu tegen hun vroegere bordkartonnen jongere zelf zien praten, of ze bij wijze van contrast in een tot decor uitvergrote zwart-witte postkaart zien plaatsnemen: niet slecht gevonden. Maar het gebeurde allemaal zo braafjes, waardoor al gauw die ene vraag in mijn hoofd begon te zeuren: hoe zou Carl Huybrechts dit hebben aangepakt?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234