null Beeld

100 beste films

#65: 'An American Werewolf in London' (John Landis, 1981)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'An American Werewolf in London' van John Landis. Licht, camera, actie!

Eerst een tip voor de echte moviethrillseekers onder u. Kijk op de maankalender wanneer de eerstvolgende volle maan verschijnt. Ga die nacht niet slapen, maar wacht tot het middernachtelijke uur heeft geslagen. Trek een warme jas aan en ga in uw eentje in uw tuin zitten; of beter nog, zoek een plekje in een nabijgelegen bos of weiland. En kijk dan – terwijl de ijskoude nevel aan uw oorlellen likt – op uw laptop of tablet naar ‘An American Werewolf in London’, de beste weerwolffilm ooit.

U zult bibberen en sidderen, u zult de weerwolf rond u horen sluipen (Daar! Was dat een bosuil die krijste, of...), maar als het goed is zult u ook de onwezenlijke magie van de blue moon in de nacht voelen. Achteraf mag u voor uzelf een jenevertje uitschenken.

Twee Amerikaanse backpackers, David (David Kessler) en Jack (Griffin Dunne), zijn bezig aan een Eurotrip – eerst trekken ze door Noord-Engeland, daarna volgt Italië. Onderweg hebben ze het over seks en vrouwen en over de meisjes die ze onderweg ongetwijfeld gaan ontmoeten.

Eén onzalige ontmoeting met een weerwolf later is Jack dood en ligt David in het ziekenhuis, waar hij wordt geteisterd door visioenen waarin hij spiernaakt door een bos rent en zijn tanden in een warmbloedig hert zet. Jack, nu een rottend lijk, komt zijn vriend waarschuwen: ‘We zijn aangevallen door een weerwolf. Ik ben een onnatuurlijke dood gestorven, en nu dwaal ik in limbo rond op de aarde tot de vloek van de weerwolf is opgeheven.’ Het zal wel aan ons liggen, maar telkens als wij de geweldige Griffin Dunne dit zinnetje horen debiteren, schieten wij in een daverende lach. Jack zal, in wat één van de grappigste running gags uit de filmgeschiedenis moet zijn, trouwens nog twee of drie keer in het verhaal opduiken, steeds in verdere staat van ontbinding.

Regisseur John Landis (die nog enkele andere geliefde klassiekers op zijn naam heeft staan: ‘Animal House’, ‘The Blues Brothers’, ‘Into the Night’, ‘Coming to America’) waagde zich met ‘An American Werewolf in London’ aan een uiterst gewaagde genrekruising: de geestige horrorfilm. Missie met verve geslaagd: geweldig hoe Landis, soms in één en dezelfde seconde, speelse lichtheid plots laat omslaan in bloederige gore – of andersom. En het is smullen van de geinige details die de cineast vanuit alle hoeken en kieren laat opduiken: de afgehakte wolvenkop op het uithangbord van de pub ‘The Slaughtered Lamb’; de dokter die zijn balpennen in een uitgeholde doodskop bewaart.

Echt uitzinnig wordt het wanneer de naziweerwolven hun machinegeweren laten ratelen: Robert Rodriguez zou later een hele carrière uitbouwen op dit soort totaal geflipte, compleet over de top gaande trashtaferelen. Tijdens de achtervolging in het spookachtige metrostation Tottenham Court Road krijgt u dan weer een golf van pure bloedstollende suspense over u heen, op meesterlijke wijze aangevuld met een vingerhoedje droogkomieke Britse humor (‘Hello? Anybody there? I can assure you this is not the least bit amusing!’).

Onze favoriete scènes bevinden zich evenwel helemaal in het begin: David en Jack die in het holst van de nacht over de maanbeschenen hei dwalen, bibberend van de kou, hun haren kletsnat van de mist. Een schaapsherder had hen enkele uren eerder nochtans aangemaand om op de weg te blijven: ‘Boys, keep off the moors. Stick to the roads.’ De volle maan, de nevel, de nacht, de hei: sfeervoller dan dit kan cinema bijna niet worden; dit is wat we daarstraks bedoelden met blue moon-magie.

De beroemdste scène, de scène die van ‘An American Werewolf in London’ indertijd een heuse mijlpaal maakte op het domein van de speciale effecten, vangt aan rond de 60ste minuut; we hebben het natuurlijk over de legendarische, nooit overtroffen, grensverleggende scène waarin David schreeuwend en brullend (‘I’m burning up!’) in een weerwolf verandert.

Hoewel speciale-effectengrootmeester Rick Baker met heel ambachtelijke tovermiddelen diende te werken – rubberen prothesen, ouderwetse make-up – oogt de scène anno 2014 geen wolvenhaartje gedateerd. Opvallend is dat Landis tijdens de transformatie – die gepaard gaat met een onheilspellend luid gekraak van botten en spieren – elke vorm van comic relief achterwege laat; alsof de cineast er ons toch even aan wil herinneren dat die arme jongen echt wel iets afschuwelijks doormaakt.

Ook de schitterende soundtrack, met daarop uitsluitend maangerelateerde songs, draagt bij tot het geheimzinnige maaneffect dat van deze unieke film uitgaat: ‘Bad Moon Rising’ van Creedence Clearwater Revival (schitterend gebruikt in de aanloop naar de transformatie), ‘Blue Moon’ (in de versies van Bobby Vinton en Sam Cooke), ‘Moondance’ van Van Morrison, enzovoort, enzovoort (Bob Dylan van zijn kant weigerde de rechten op ‘Moonshiner’ af te staan: Bob had zich net tot het Christendom bekeerd en zag het niet zitten dat één van zijn songs in een bloederige horrorfilm zou worden gebruikt). En hebt u die schaakspelende stamgast in The Slaughtered Lamb herkend? Inderdaad: Rick Mayall.

Op 5 januari 2015 is het weer volle maan. Durft u?


Bekijk de trailer van 'An American Werewolf in London':

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234