null Beeld

100 beste films

#90: 'Out of the Blue' (Dennis Hopper, 1980)

Humo's filmjournalist Erik Stockman presenteert: de 100 beste films aller tijden! Of liever: een hoogstpersoonlijke, dwarse hitparade van films die, althans volgens (es), de blikkerende tand des tijds hebben doorstaan. Een onconventioneel rariteitenkabinet waarvan de deuren telkens op woensdag, vrijdag en zondag wijdopen zwaaien. Vandaag: 'Out of the Blue' van Dennis Hopper. Licht, camera, actie!

Eerst een stukje Tinseltowngeschiedenis. Op 14 juli 1969 dropt regisseur Dennis Hopper met ‘Easy Rider’ een splinterbom in de cinema.

De seismische impact van die kleine bike movie over twee hippies (vertolkt door Peter Fonda en Hopper himself) die op hun choppers door de VS cruisen, is gigantisch: ‘Easy Rider’ groeit niet alleen uit tot het anthem van een generatie – geen enkele film wist de bloei én de neergang van de tegencultuur beter te vatten – maar luidt tevens één van de opwindendste periodes in uit de geschiedenis van de Amerikaanse cinema: een nieuwe generatie filmmakers (Scorsese, Coppola) grijpt de macht, het oude studiosysteem wankelt, het ene meesterwerk na het andere komt uit.

Maar met Hopper zélf loopt het al snel fout: de man is altijd al een beetje knetter geweest, maar na ‘Easy Rider’ komt hij pas écht in een krankzinnige spiraal van grootheidswaanzin, psychosen en drugsverslavingen terecht – de man jaagt dagelijks meer coke door zijn neusgaten dan de Colombiaanse drugsmaffia kan produceren. Tien jaar lang wil bijna niemand nog met hem werken, maar dan gebeurt het wonder: net wanneer hij zo goed als uitgeteld op het canvas ligt, regisseert Hopper in opdracht van een Canadese producent – letterlijk tussen twee verblijven in rehab door – zijn mooiste film ooit: ‘Out of the Blue’.

De hoofdfiguur, Cebe, is een tienermeisje dat zich door iedereen in de steek gelaten voelt: door haar moeder, door Elvis, door Johnny Rotten, door Sid Vicious, en vooral door haar vader, die net zes jaar in de lik heeft gezeten omdat hij met zijn truck – met Cebe op de passagiersstoel – frontaal op een schoolbus was ingereden. ‘Ik ga het proberen goed te maken met je,’ horen we de vader in het begin van de film zeggen, en tijdens een uitstapje naar het strand lijkt het er inderdaad heel even op dat Cebe en haar ouders weer een gezinnetje vormen – maar het ongeval blijft als een doemwolk boven hun leventjes hangen.

Wat met een gewone cineast in de regiestoel wellicht een klef familiedrama was geworden, krijgt in de handen van de getroubleerde Hopper de allure van een bikkelharde, schokkende, door en door nihilistische, maar onvergetelijke afdaling naar de drank-, drugs- en incesthel; een onwaarschijnlijk grauwe, uitzichtloze trip doorheen een droeve wereld van helverlichte bowlingzalen waar geile mannen naar jonge meisjes zitten te gluren, morsige hotels waar jongeren high liggen te worden, concertzalen waar punkbands van jetje geven, en badkamers waar moeders heroïne zitten te spuiten. Welkom in het Amerika van Dennis Hopper.

Dat er in Hopper, in weerwil van dat hopeloos benevelde brein van hem, een begaafde fotograaf schuilgaat, zie je onder meer aan die magnifieke, bijna surreële beeldenreeks waarin Cebe op haar eentje door de grootstad dwaalt, of aan de scènes in The Blue Motel: Cebe ligt duimzuigend op bed, een man speelt in een hoekje gitaar, een hoer staat in flikkerend rood neon op een lolly te zuigen – een compositie om in te lijsten en urenlang naar te kijken.

Helpen verder mee om van ‘Out of the Blue’ een metersdiep onder het vel kruipende ervaring te maken: een reeks prachtige songs van Elvis en Neil Young (Hopper haalde de titel uit diens wondermooie song ‘Hey Hey, My My’), een schitterende vertolking van de jonge Linda Manz (zij speelde ook het zusje van Brooke Adams in ‘Days of Heaven’), en flarden dialoog die zó mooi zijn dat de poëzie heel dichtbij komt: ‘You know something? Now I want you guys to clean up your act and have a good time and shape up, and I’ll see you in my dreams. Cause I’m getting out of here’.

Hoe passend ook dat Hopper, de gevallen engel, zélf de rol van de vader voor z’n rekening nam. Hopper zou pas zeven jaar later in ‘Blue Velvet’ in de huid van de psychotische Frank Booth kruipen, maar in ‘Out of the Blue’ zie je de Frank in Hopper al opgloeien.

Een mens vraagt zich af: hoeveel prachtige films zou de in 2010 overleden Hopper niet hebben gemaakt als hij na ‘Easy Rider’ níét in die verschrikkelijke neerwaartse spiraal was beland?

Anderzijds: misschien kun je iets als ‘Out of the Blue’ alleen maar maken als je zélf helemaal van het blauw naar het zwart bent gegaan. ‘Easy Rider’ zal wel altijd zijn beroemdste film blijven, maar ‘Out of the Blue’ is Hoppers meesterwerk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234