‘Applaus interesseert de mensen in de zorg geen hol. Appreciatie krijgen ze genoeg. Ze willen gewoon beter betaald worden, en terecht.'Beeld Joris Casaer

InterviewStefaan Degand

‘Af en toe wilde ik die pedoseksueel een mep verkopen’

Door de lockdown zag acteur Stefaan Degand (41) zeven projecten door zijn neus geboord. Dus maakt hij voor het Canvas-programma ‘Ontoerekeningsvatbaar’ kunst met een pedoseksueel en schrijft hij een boek, onder andere over zijn overleden vrouw. ‘Je wordt dat missen gewoon.’

Omdat videobellen zijn limieten heeft, en Stefaan Degand allergisch is voor computers – hij is een boek aan het schrijven met pen en papier – pikken we hem op aan zijn huis in de Antwerpse Dam. In het verlaten Park Spoor Noord nestelen we ons in het gras om, op ruime afstand van elkaar, te praten over de dingen die hem nauw aan het hart liggen: de verwaarlozing van de zorgsector, de cultuursector die op zijn gat ligt en in je eentje vader zijn, sinds de dood van zijn vrouw, bijna drie jaar geleden.

Dochter Mila, vijf inmiddels, verblijft een paar dagen bij haar tante. Ook Degand blijft braaf binnen zijn bubbel, maar na ruim zeven weken vaderen in alle alleenheid was de rek er wat uit.

Maar eerst hebben we het over de vraag waar Degand mee worstelt in ‘Ontoerekeningsvatbaar’. In dat nieuwe Canvas-programma wordt de acteur, net als onder anderen Kamagurka, Mauro en choreografe Min Hee Bervoets, gekoppeld aan iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd, maar ook aan een psychiatrische aandoening lijdt. De kunstenaars zoeken hen op in de gevangenis of instelling waar ze verblijven, om samen een kunstwerk te maken.

Maar als de praatgrage Degand de 54-jarige Dennis ontmoet, valt hij stil. ‘Ik wist van niets, ongelooflijk. Je komt toe in die instelling, krijgt een microfoontje opgeprikt, gaat aan tafel zitten en stelt jezelf voor. Hallo, ik ben Stefaan. Wie bent u? Bleek Dennis een pedoseksueel te zijn.’

- Is het goed wat ik hier aan het doen ben?’, vraagt u zich hardop af in ‘Ontoerekenings­vatbaar’.

STEFAAN DEGAND «Die man is vijf keer veroordeeld. Vijf keer, dat is toch pittig? Ik heb zelf een kind, dus ik vond het niet zo evident om dan te blijven zitten. Maar ik ben gebleven en we hebben drie uur gebabbeld. Niet gemakkelijk. Dennis is een heel narcistische man. Ik moest hem ook vaak onderbreken. Op een bepaald moment begon hij de kinderen te beschrijven op wie hij valt, en die bleken net als mijn dochter te zijn. Gast, stop. Ik moet dat niet weten. Het rare is dat je te veel verschillende emoties voelt in een te korte tijd: empathie, verschrikking, af en toe wil je hem eens een flinke mep geven.

»Maar er was ook humor. Op tafel stond koffie en een bordje speculaasjes. Dan zeg ik: spijtig toch dat het geen Kinder Bueno is. Ik wil zoiets niet zeggen, maar dat floept eruit, uit ongemak. Ik heb dat altijd bij bankdirecteuren, notarissen en blijkbaar ook bij pedoseksuelen.

»Toen ik buitenkwam, heb ik moeten ventileren bij de programmamakers: waarom hebben jullie die flap aan mij gegeven? En wat hebben de anderen gekregen? (windt zich op) Een pyromaan? ça va hè, iemand die wat dingen in de fik steekt. Een dealer? Een vrouw veroordeeld voor doodslag? Ja, doodslag is oké, hè. Ik had echt de zwaarste paté van de hoop.

»Die avond moest ik gaan repeteren bij Het Gevolg, voor een stuk met kwetsbare mensen, die soms zelf misbruikt zijn geweest als kind. Dat viel zo moeilijk te rijmen met dat gesprek.»

- U bent toch gebleven, en hebt hem een zelf­geschreven gedicht laten voordragen.

DEGAND «Ik heb beslist dat ik het zou doen op één voorwaarde: dat ik na een sessie met hem zelf met een psycholoog mocht babbelen. Dat was heel verhelderend. Ze kon heel goed kaderen dat Dennis ziek is, en dat het feit dat ik het moeilijk heb om daarmee om te gaan, mij juist menselijk maakt. Ik heb hem ook gezegd: mocht jij zoiets doen met mijn kind, ik maak u kapot.»

'Af en toe wilde ik die pedoseksueel een mep verkopen.'Beeld Joris Casaer

- Weet u ondertussen al of het goed was, wat u daar deed?

DEGAND «Ik vraag het mij nog steeds af. Zijn verhaal is natuurlijk wel goed gekaderd en het is een mooi programma. Heel menselijk, poëtisch en warm. En het is niet de bedoeling om de mensen die erin voorkomen een vrolijk platform te geven of hen vrij te pleiten.

»Er zullen mensen zijn die niet begrijpen dat een pedoseksueel aan een tv-programma mag meedoen, en ik kan daar inkomen. Maar zulke mensen zijn ook deel van de maatschappij. Je kunt dat volledig ontkennen, maar in die instelling in Sint-Truiden zitten er wel twintig. Ketnet staat daar niet op. (lacht) Echt waar, dat wordt gecontroleerd. Ze mogen naar films kijken, zolang er maar geen kinderen in meespelen. Dennis wordt ook behandeld, hij krijgt medicatie om zijn hormonen stil te leggen.»

- Waarom hebt u toegezegd voor dit programma?

DEGAND «Mijn vrouw Julie werkte ooit in Merksplas met geïnterneerden, als psychiatrisch verpleegkundige. Ik ken die wereld wel een beetje, door haar verhalen. Ze heeft ook gewerkt met pedoseksuelen, drugsverslaafden, mannen die hun vrouw in stukken hebben gehakt. Mensen weten daar te weinig over. Vaak kennen ze het verschil niet eens tussen gedetineerden en geïnterneerden. Het is een donkere hoek van de maatschappij die nu even belicht wordt.»

- Wat moeten mensen daar over weten?

DEGAND «Dat geïnterneerden, in tegenstelling tot gewone gedetineerden, niet weten wanneer ze weer vrijkomen. En dat er veel te weinig geld naartoe gaat, voor infrastructuur en therapie. Ik ben met Julie eens naar een opendeurdag geweest in Merksplas, je weet niet wat je ziet. Alleen die geur al: dat is pis en stront. Achter ons liep een vrouw, die meteen hoog inzette: ‘Maar allee, ze hebben tv.’ Maar hoe langer de rondleiding duurde, hoe stiller ze werd. Je wilt daar niet zitten, zelfs geen dag. Tv of geen tv: dat is een vergeetput.

»Maar mijn vrouw werkte er heel graag. Elke dag kwam ze thuis met een keigrappig verhaal. Zo was er een man die zijn inspuiting niet wilde, een heel gedoe. Tot hij riep: nu kan het! Ze opende het luikje van zijn deur, en hij had gewoon zijn bloot gat tegen dat luik geduwd. Oké, ça va. De spuit erin. Ze kreeg ook vaak hilarische liefdesbrieven. Die mensen hebben alle tijd om na te denken en creatief te zijn.»

- Uw broer is ook psychiatrisch verpleger.

DEGAND «Hij werkt in de open afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis van Ieper en is net terug aan de slag. Hij had corona en is besmet geraakt omdat ze daar slecht materiaal kregen. De psychiatrie bengelde helemaal onderaan op het prioriteitenlijstje. Dat was echt gênant: een mondmasker? Ah kut, kapot. Schorten aan? Oei, een scheur. Gelukkig had hij bijna geen symptomen.»

- U vertelde jaren geleden al in interviews dat de zorg ondergewaardeerd wordt.

DEGAND «Drie maanden geleden kwamen de zorgverleners op straat in Brussel, nu zijn ze de helden voor wie we elke avond om acht uur applaudisseren. Dat is toch cynisch? Ze hoeven geen applaus, die mensen van de zorg, dat interesseert hen geen hol. Dat weet ik van mijn broer, van collega’s van Julie, van mensen die in ziekenhuizen werken. Ze krijgen appreciatie genoeg. Die mensen willen gewoon beter betaald worden, en terecht. Ze willen betere materialen, en terecht. En waar was dat applaus toen ze in Brussel protesteerden?

»Hartverscheurend ook vind ik die debatten in het parlement, over de mondmaskers. Dan denk ik: mannekes, gaan we dit gesprek niet afronden en wat telefoons doen om dat te regelen? ‘Ja, maar ik heb toch geprobeerd om...’ Kleuters zijn dat. Mensen maken fouten, en dat is niet erg. Maar geef het dan gewoon toe. ‘We hebben de stock in de fik gestoken. Stom hè, we hadden dat niet mogen doen. Maar het is wat het is en we gaan het oplossen.’ Die daadkracht zie ik niet.

»Ik heb trouwens hetzelfde gevoel bij acties als De Warmste Week en Rode Neuzen. Heel cynisch vind ik die. Je geeft jezelf een goed gevoel door een week lang iets te doen, en de rest van het jaar kun je het uithangen. Als je zo begaan bent met die goede doelen, voer het dan door in je beleid, of in je constitutie als mens.»

- Maakt u zich veel zorgen over de impact van de lockdown op de cultuursector?

DEGAND «Toen ik hoorde dat alles dichtging, wist ik: we zijn gesjareld. De cultuursector is de laatste sector die weer opengaat, daar moet je geen virologie voor gestudeerd hebben. En die opening zal mondjesmaat gebeuren. Ik ben zelf zeven projecten kwijt, maar ik heb dat direct losgelaten. De grote, gesubsidieerde huizen zullen het wel halen. Het is problematischer voor de jonge mensen die net zijn afgestudeerd, die nog niet genoeg gewerkt hebben voor een werkloosheidsuitkering of een artiestenstatuut. Ik weet dat sommigen al naar het OCMW zijn gestapt omdat ze de huur en hun eten niet kunnen betalen. Die mensen zijn heel onzichtbaar. In die zin is veel leed onzichtbaar in coronatijd. Mensen die in volstrekte armoede leven zie je hier aanschuiven aan de voedselbedeling, maar ze krijgen geen microfoon onder de neus geschoven.»

- Er wordt volop nagedacht over open­lucht­theater en andere oplossingen. Ziet u dat zitten?

DEGAND «Ik ben daar niet zo enthousiast over, maar het zal moeten. Het zijn nobele wanhoopsdaden. Maar niets erger dan een halflege zaal. En hoe gaat dat zijn op de scène? De toneelspelers allemaal drie meter van elkaar? Of met mondmaskers, zodat niemand ze verstaat? Ik heb daar allemaal geen zin in, in dat conceptueel coronatheater. Het is vooral nog één groot vraagteken, voor iedereen. Het is heel gek. Juist wij zouden in staat moeten zijn om de meest creatieve oplossingen te bedenken, maar door alle besparingen moeten we er al zoveel verzinnen, los van corona.

»Er zijn theaters die nu toneel aan huis brengen, je kunt hun voorstellingen streamen. Dat is van de hond zijn kloten, ik ben daar niet voor. En je moet ook maar één pipo hebben bij die beleidsmakers die zegt: zet vanaf nu toch gewoon een camera op die acteurs en vraag drie euro per stream. Veel goedkoper! Maar terwijl de buurlanden nu geld injecteren in de cultuursector, is daarover nog niets gezegd hier. Geen woord.»

‘Sommige jonge acteurs zijn al naar het OCMW gestapt omdat ze de huur en hun eten niet kunnen betalen.’Beeld Joris Casaer

- Wat zou u zelf voorstellen?

DEGAND «Mijn grote droom is dat na deze coronatijd alle theaters en huizen hun deuren openzetten en cultuur programmeren. Van zondag tot maandag en van maandag tot zondag, onophoudelijk. Muziek, dans, festivals, alles, twee keer per dag. Van het grootste gezelschap tot de kleinste scheet die met een cactus een monoloog wil brengen. Die grote huizen, zoals de Bourla, staan toch vaak leeg, dus ik hoop dat ze solidair zullen zijn met de kleintjes. De mensen gaan dat willen doen, de technici en de cast, geen probleem. Ik vind dat schoon, en het heeft een groot middelvingergehalte.»

- U maakt ondertussen van de tijd gebruik om een boek te schrijven.

DEGAND «Ja, en het gaat goed. Ik ben Tom Lanoye niet, maar ik had al vaker teksten geschreven, voor de opening van een tentoonstelling, en voor de begrafenis van mijn moeder en mijn vrouw. Dus toen uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts onlangs belde met de vraag of ik zin had om een boekje te schrijven, dacht ik: ik ga dat doen. Dit is het perfecte moment om mijn hoofd wakker te houden en creatief te blijven. Ik schrijf met pen en papier, en alles wat ik schrijf, fotografeer ik en stuur ik door. Het boek heeft nog geen vorm of lijn, er zitten kortverhalen in, verzinsels, non-fictie. Mijn vrouw komt er wel in voor, mijn moeder ook, maar het is zeker geen rouwdagboek.»

- Uitgeverijen hebben daarvoor ongetwijfeld aan uw mouw getrokken.

DEGAND «Die vraag is me gesteld, maar dat zal niet gebeuren. Ik vind het te beperkt en niet interessant. Rouw is wat je beleeft, voor jezelf, privé. Ik heb geen zin om dat uit te schrijven voor andere mensen of voor de herkenbaarheid.»

- U praat er wel makkelijk over in interviews en mensen lijken daar veel aan te hebben.

DEGAND «Ja, maar voor haar dood praatte ik in interviews ook veel over mijn vrouw, dus waarom zou ik het nu niet meer over haar kunnen hebben? Ze is jarenlang mijn rustpunt geweest, de grote liefde waaruit alles vertrok. Ondertussen ben ik er wel wat over uitgeluld.»

- Wat opviel is de rationaliteit waarmee u omgaat met haar dood: het is gebeurd, en het leven gaat door. Is de klop nooit gekomen?

DEGAND «Ik heb eigenlijk nooit het zwarte gat gezien, of het licht niet langer op het einde van de tunnel. Mijn geluk is, denk ik, dat we een heel goede relatie hadden. Er was niets onuitgesproken, en als je elkaar graag gezien hebt, dan kun je makkelijker verder. Ik heb geen schuldgevoelens.

»Mensen zeiden me dat ik verder moest voor Mila, maar dat is onzin. Ik moest verder voor mezelf. Ik herinner me dat mijn vader zijn job vroeger echt niet graag deed. Dat straalde enorm hard af op ons gezin. Dat was mijn les: ik moet vooral zorgen dat ik zelf goed in mijn vel zit, voor Mila. Maar ik ben altijd eerlijk geweest. Als ik moest huilen, ging ik mij niet verstoppen in de keuken.»

‘Er zijn theaters die nu toneel aan huis brengen, je kunt hun voor­stellingen streamen. Dat is van de hond zijn kloten.’Beeld Joris Casaer

- Is uw verdriet door de jaren heen veranderd?

DEGAND «De contouren veranderen, maar de kern blijft dat je iemand mist. En dan is het leven net iets minder leuk. Het verjaardagsfeest van mijn dochter is het moeilijkste, omdat je bij iedereen – ook bij de ouders van Julie – voelt dat het niet is wat het moet zijn. Verjaardagen, kerstavond... het enige wat ik dan denk, is: laat mij gewoon naar Netflix kijken. Laat dit voorbij zijn.

»Het jaar waarin Julie gestorven is, lag ik op kerstdag in het ziekenhuis met een abces in mijn keel. Fantastisch. Ik moest niet bij familie naar hapjes zitten staren. Het was erg rustig in dat ziekenhuis, ik heb de hele dag met de verpleging geluld en een serie gebinged. Heerlijk. Slecht eten wel. (lacht)

»Je wordt dat missen gewoon. Net zoals je deze situatie ook snel gewend raakt. Maar ’s avonds, zeker in de winter, denk je toch: ‘Kut zeg’. Het is geen wens die uitkomt, hè. Ik stond niet te trappelen om een kind alleen op te voeden.»

- Dat was uw grootste angst, het vaderschap in uw eentje. Hoe gaat dat?

DEGAND «Ik dacht echt dat het nooit zou lukken. Onderweg naar Mila vanuit het ziekenhuis heb ik twee tellen gedacht: dat wordt adoptie. Julie was haar god, ik was maar een figurant. Maar het lukt. Het lukt perfect. Ik probeer zo veel mogelijk leuke dingen te doen.

»Ze is geestig, hè. Goedlachs en babbelen van ’s morgens tot ’s avonds.

»Ze wil knutseljuf worden. Toneelspelen interesseert haar echt niet. Ik mag niet zingen voor haar, of voorlezen ’s avonds, dat vindt ze verschrikkelijk. Ze wil altijd zelf nog iets vertellen. Of een vraag stellen: van wat is elektriciteit gemaakt? Begin maar, hè. Soms zeg ik gewoon dat ik het niet weet. ‘Mag ik dan nog een vraag stellen, papa?’ ‘Ja, natuurlijk.’ ‘Heeft mama die gordijnen gemaakt?’ ‘Ja, die heeft ze gemaakt.’ ‘Van wat zijn gordijnen dan gemaakt?’ Zucht. Ze wil de dag altijd met vragen eindigen.

»We spelen ook heel veel samen. In de winkel speel ik dan de blinde en moet zij mij begeleiden. Niets geestiger dan een kind van vijf die een volwassene moet leiden naar de melk, of de bankkaart uit de portefeuille moet halen. Wat ik ook geestig vind, is haar afzetten aan de klas en roepen: tot over zes weken dan, hè! Dan zie je die andere ouders verschrikt kijken. Meent hij dat? Of doen alsof ik kwaad word, dat vindt ze heerlijk. (roept) ‘Ga je die patatten nu bijna opeten?’ Ook op de trein, hè. Dan vraagt ze: ‘Papa, doe eens kwaad.’ En maar gibberen.

‘De kern blijft dat je iemand mist. Bij verjaardagen of op kerstavond denk ik altijd: laat mij gewoon naar Netflix kijken. Laat dit voorbij zijn.'Beeld Joris Casaer

»Julie had dat ook. Op de trein kon ze dan bijvoorbeeld zeggen, luid genoeg zodat de hele wagon het kon horen: ‘Het is toch spijtig dat wij geen kinderen kunnen krijgen. (wordt kwaad) Het ligt aan jou! Jij moet stoppen met roken!’ In het begin lach je nog, maar op den duur is dat gênant.»

- Jan Eelen omschrijft u ook als ‘100 procent speel­vogel’.

DEGAND «Zeker. Ik heb een heel slecht spelletje met mijn beste maat. Als hij op café twee pintjes bestelt en betaalt met een briefje van 50 euro, zeg ik: laat maar zitten. Het is al gebeurd dat de barman zegt: oké, bedankt. (lacht luid) Of als mensen mij op straat vragen of ze een selfie mogen, zeg ik soms eens: goh, het komt niet zo goed uit. Ik kreeg net telefoon, er is een sterfgeval in de familie.’ Eigenlijk is dat heel slecht, »

- Geniet u van gêne?

DEGAND «Ja, ik zoek wel de grens op. Maar niet om mensen te kwetsen, het moet leuk blijven. Maar het overkomt me vaak dat ik aan een zin begin, en niet weet waar ik ga eindigen. Ik ben ooit eens overvallen, ’s avonds laat aan het Centraal Station in Antwerpen, door een man met een mes. ‘Alles afgeven’, zei hij. Waarop ik antwoordde: ‘Ik kan dat wel doen, geen enkel probleem. Maar weet dan wel dat het binnen een half uur afgelopen is met u.’ Dat kwam eruit voor ik het wist! Ik weet niet waarom, maar die man heeft zijn mes laten vallen en is gaan lopen. Mijn tikker, jong. Dat zou ik nooit meer doen.»

- Op YouTube kwam ik een filmpje tegen waarin u reclame maakt voor een bank-app. Neemt u eigenlijk vaak rollen aan voor het geld?

DEGAND «Natuurlijk. Alle acteurs doen dat. Ik ben alleenstaande vader: als ik vijf dagen op een filmset moet staan en op die manier daarnaast genoeg verdien om de rest van de maand bij mijn dochter te zijn, doe ik dat zonder scrupules. Een paar jaar geleden had Jan Decleir een nieuw dak nodig. Wat later komt dan die reclame van Grimbergen uit: ‘Ik ben Jan Decleir en dit is Grimbergen.’ Dan weet ik: ‘Ah, Jan heeft zijn nieuw dak.’ (lacht) Dat maakt hem geen slechtere acteur. Maar als ik een fantastisch scenario tegenkom, werk ik evengoed gratis.»

- Acteurs praten niet graag over hun schnabbels, dat past niet in het ideaalbeeld van een kunstenaar.

DEGAND «En vroeger was het echt not done om reclame in te spreken. Maar het hoort er nu eenmaal bij. Johan Leysen heeft ooit eens met George Clooney gespeeld, in ‘The American. Clooney’, toch geen slecht acteur, vertelde hem dat hij in Europa wordt uitgelachen met zijn Nespresso-reclames. Maar met dat geld betaalt hij wel de films die hij produceert. Zolang die balans er is, zie ik het probleem niet.»

- Sinds u bekend bent, is uw marktwaarde allicht ook gestegen.

DEGAND «Voor reclameopdrachten wel, in film en theater niet. Ik merk dat het de laatste tien jaar steeds moeilijker wordt om correct betaald te worden omdat de budgetten steeds kleiner worden. En waar de opnames van een langspeelfilm vroeger veertig dagen duurden, is dat vandaag nog maar de helft.

‘Mensen zeiden me na de dood van mijn vrouw dat ik verder moest voor onze dochter, maar dat is onzin. Ik moest verder voor mezelf.'Beeld Joris Casaer

»Maar het blijft onderhandelen, hè. You win some, you lose some. Toen Julie en ik ons huis kochten, hadden we geen geld om de notariskosten te betalen. Ik had toen net een filmscenario gelezen dat echt niet goed was. Ik zou maar vier draaidagen hebben en Julie zei toen, echt om te lachen: vraag die 6.000 euro die we nodig hebben voor de notaris. Ik dacht dat het nooit zou lukken, maar die avond nog lieten ze weten dat het goed was. (lacht) Dat was echt geestig. En dan op die set denken: het is voor ons huis, fuck it.»

- Welke film was dat?

DEGAND «‘Weekend aan zee’, de slechtste Vlaamse film aller tijden.»

- Mag u dat publiekelijk zeggen?

DEGAND «Ik vind dat acteurs daar eerlijk over mogen zijn: ‘Ik heb deze film gedraaid voor het geld.’ Ik moet heel hard lachen als ik zie hoe collega’s daar in interviews een romantisch verhaal aan breien. ‘Ik heb geprobeerd om die rol...’ Maar nee, die rol was al geen cadeau op papier, dus wat kon je daar nog mee doen?»

- Eind vorig jaar zei u dat u overweegt om niet langer te spelen en het roer om te gooien. Speelt dat nog altijd?

DEGAND «Ik denk daar nog steeds over na, maar niet meer dan dat. Het stelt me ook voor een probleem: wat dan wel? Iets in het theater doen met jonge mensen, dat lijkt me leuk.»

- Bent u het acteren beu?

DEGAND «Nee, eigenlijk niet. En nu het niet meer mag, zeker niet.»

- Wat vindt u het minst leuke aan uw vak?

DEGAND (denkt na) «Me na de voorstelling tussen het publiek moeten mengen. Dan ben ik liever weg. Wat ik wel leuk vind, als ik in de Bourla speel, is nog voor het publiek er is in De Duifkens (bekend acteurscafé in Antwerpen net achter de Bourla, LB) zitten, zodat mensen er niets van snappen. (lacht) Daar maak ik weer een spel van, ik vind dat de max.

»Ik ben soms wel jaloers op collega’s die wél graag nog iets drinken tussen het publiek, die dat kunnen. Hetzelfde met filmpremières. Ik vind dat vreselijk, niet te harden. Ik denk meestal: wat dóét die hier eigenlijk? Fascinerend, acteurs die naar premières gaan van films waar ze niet in spelen. Wat is dat dan, netwerken?»

- Of een kans om gefotografeerd te worden.

DEGAND «Absurd vind ik dat. Ik ben één keer op de rode loper gevallen. Te veel gaan borrelen op voorhand en gewoon knal op mijn gezicht. Echt gênant. Dat was de eerste keer dat ik over een rode loper moest wandelen. Ik had ook mijn gewone kleren aan, en iedereen was mooi opgekleed. Ik ben daar niet mee bezig, ik lul mij daar altijd uit.»

- Wat als u opeens niet meer gevraagd zou worden?

DEGAND «Dat is geen tragedie. Ik heb geluk gehad met alles wat ik heb kunnen doen. Behalve de Vierde Symfonie van Brahms dirigeren – ik laat het bij deze nog eens vallen – heb ik daar nog weinig ambities in. En er zijn ergere dingen.»

‘Ontoerekeningsvatbaar’, woensdag 13 mei om 21.20 uur op Canvas.   

(DM)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234