'We wisten niet wat er zich afspeelde buiten de muren van het presidentieel paleis’

'Weduwen na de val'Agathe Kanziga, weduwe van ex-president van Rwanda Habyarimana

Agathe Kanziga, weduwe van ex-president van Rwanda Habyarimana: ‘De beelden van de aanslag komen altijd terug. Ik zie ze elke dag’

In ‘Weduwen na de val’ interviewt VRT-journalist Peter Verlinden drie weduwes van ex-dictators. Deze week praat hij met Agathe Kanziga, die Rwanda ontvluchtte nadat haar man, president Juvénal Habyarimana, was omgekomen door een raketaanval op zijn vliegtuig, en terwijl om haar heen de genocide losbrak.

‘Mais, comment, cela fait vraiment trop longtemps.’ De begroeting in de schaars verlichte gang van het familiehuis is Afrikaans warm. Een omhelzing, een zoen. Het is een regenachtige winterdag en zelfs binnen raakt het kale huis in een buitenwijk van een slaapstad ten zuiden van Parijs niet opgewarmd. Agathe Kanziga verontschuldigt zich voor de lege muren en het afgesleten kamerbrede tapijt. Haar trouwe zoon Jean-Luc staat naast haar: hij heeft dit gesprek mogelijk gemaakt en zal twee dagen lang waken over het welzijn van zijn fragiele moeder.

De warme ontvangst, misschien verrassend bij de gevluchte familie van een voormalige dictator, heeft alles te maken met hoe we elkaar 23 jaar geleden hebben leren kennen. Eind april 1994 – amper twee weken nadat de moord op haar man, de Rwandese president Juvénal Habyarimana, de genocide in Rwanda ontketende – was ik de eerste journalist die Kanziga en haar kinderen opzocht in Parijs. De Franse veiligheidsdiensten hadden de presidentiële familie op 9 april geëvacueerd uit hun residentie in Kanombe, aan de rand van de hoofdstad Kigali, vlak bij de luchthaven. Het vliegtuig met aan boord de president, zijn Burundese collega en een aantal topmedewerkers was drie dagen tevoren neergestort in de tuin van het paleis, neergehaald met twee luchtdoelraketten. Geen enkele inzittende overleefde de aanslag.

Toen al circuleerden berichten in de media dat Agathe Kanziga zelf achter de moord op haar man zat. Hij zou te gematigd zijn geweest in de strijd tegen het Rwandees Patriottisch Front (Front patriotique rwandais, FPR), een Tutsi-guerrillabeweging die al meer dan drie jaar lang oorlog voerde tegen zijn regime. De weduwe zou mee de genocide op de Tutsi’s voorbereid hebben, samen met de extremistische Hutu’s uit haar entourage die hun president niet meer vertrouwden. Het huidige regime in Rwanda, geleid door president Paul Kagame van het FPR, wil haar daarom nog altijd voor de rechtbank brengen. ‘Soms vraag ik me af waarom ze het zo op mij gemunt hebben,’ zegt ze.

AGATHE KANZIGA «Misschien vallen ze me aan omdat ze na meer dan twintig jaar aan de macht helemaal niet zo geliefd zijn bij het volk. Het volk hield wél van president Habyarimana, zowel Hutu’s als Tutsi’s: daarom willen ze zijn eer aantasten. En dat zíj zijn vliegtuig neergeschoten hebben, dat weet iedere Rwandees.»

Het Rwandatribunaal van de Verenigde Naties in Arusha (Tanzania) heeft het dossier van Agathe Kanziga nooit naar zich toe getrokken. En naar de aanslag op het vliegtuig is nooit een onafhankelijk internationaal onderzoek gevoerd; de Franse justitie heeft zich over de zaak gebogen na een klacht van de nabestaanden van de Franse piloten, maar dat onderzoek is, na 23 jaar, nog steeds lopende. Of het tot een proces zal komen, is nog niet duidelijk. Intussen is de weduwe van de president nog altijd niet erkend als vluchtelinge, waardoor ze al jarenlang zonder papieren in Frankrijk verblijft.

HUMO Zonder papieren kunt u het land niet uit. Voelt u zich gegijzeld?

KANZIGA «Ja. Ik zou graag vrienden in België of Duitsland kunnen bezoeken. Maar ik geloof in de almachtige God en ik weet dat het Rwandese probleem ooit opgelost zal raken. Ik blijf hopen.»

HUMO Wat kan de toekomst u nog brengen?

KANZIGA «Een dag waarop we terugkeren naar huis.»

HUMO Werkelijk?

KANZIGA «Ja. Gods mirakels gebeuren, weet u.»

Die namiddag stappen we met haar mee naar de kathedraal van Evry voor het middaggebed, een stevige wandeling van ruim een halfuur, voor Agathe Kanziga een dagelijks ritueel. Daarna gaat ze in haar eentje bidden in een kapel van een klooster vlakbij. Het is er aardedonker en achteraf zal ze vertellen dat ze er nooit echt alleen is. Haar man en God begeleiden haar bij elke stap, zegt ze.

KANZIGA «Ik heb heel veel gebeden samen met jullie koningin Fabiola. Als we op bezoek waren in België, nodigde ze mij uit om samen met haar naar de mis te gaan, elke dag. De dood van koning Boudewijn (in juli 1993, red.) heeft ons enorm aangegrepen. President Habyarimana rekende voor zoveel op hem. Als hij nog had geleefd, zouden de zaken misschien helemaal anders gelopen zijn…»

Weer thuis neemt ze urenlang de tijd om te vertellen over hoe het allemaal begon.

HUMO U komt uit een familie die naar de normen van toen welgesteld was?

KANZIGA «Mijn papa had koeien en destijds betekende dat dat je ‘rijk’ was. Later kocht hij ook een vrachtwagen. Daarmee bracht hij me af en toe naar school. Dat was wel speciaal in die tijd.»

HUMO Uw vader was Hutu. Werd er in uw kindertijd gesproken over de spanningen tussen Hutu’s en Tutsi’s?

KANZIGA «Ja, op school moesten we opschrijven of we Hutu of Tutsi waren. Het was ook de tijd van de revolutie. Toen ik voor het eerste jaar naar het internaat vertrok, hadden we nog een koning; toen ik terugkeerde naar ons huis in Rambura, zag ik onderweg de opstanden. Mensen met rode zakdoeken tegen mensen met blauw-witte zakdoeken. Maar ik was nog jong, veel meer weet ik daar niet van.

»Ik herinner me wel dat ik eens van de school in Butare naar huis kwam en dat ons huis helemaal leeg was. Mijn vader had samen met zijn broers en neven onze inboedel weggehaald en in veiligheid gebracht bij de broeders. Want de Hutu-bendes dreigden ons huis in brand te steken.»

HUMO Uw vader was toch Hutu?

KANZIGA «Ja, maar hij had een heel goede verstandhouding met de chef en de onderchef van de heuvel en dat waren allemaal Tutsi’s. Toen de revolutie uitbrak, kwamen er mensen van buitenaf om te plunderen en de huizen van de Tutsi’s in brand te steken. Toen mijn vader dat vernam, nam hij die onderchef en zijn hele familie in bescherming. Daarom wilden die bendes mijn vader aanpakken en ons huis ook in brand steken.»

HUMO Dat was uw eerste confrontatie met het conflict?

KANZIGA «Ja, en in het zuiden, waar ik schoolliep, was het nog veel erger dan bij ons in het noorden, want bij ons woonden maar weinig Tutsi’s. Heel veel Tutsi’s zijn toen het land uit gevlucht.»

HUMO Maakte u zich als jong meisje geen zorgen?

KANZIGA «Neen, want op school hadden Hutu- en Tutsi-meisjes een goede verstandhouding met elkaar. We kregen er ook te horen dat er voor ons niets zou veranderen en dat we ons niet moesten inlaten met de zaken van de volwassenen.»

'De dood van koning Boudewijn heeft ons enorm aangegrepen. Als hij nog had geleefd, zouden de zaken misschien anders gelopen zijn’

Staatsgreep

HUMO Wanneer hebt u Juvénal Habyarimana voor het eerst ontmoet? Kenden jullie elkaar al als kind?

KANZIGA «We behoorden tot dezelfde parochie. Maar omdat hij ouder was en al studeerde, kenden we elkaar eigenlijk niet. Ik ontmoette hem voor het eerst toen ik 19 of 20 was, en net afgestudeerd. Onze school organiseerde het banket voor het feest voor de onafhankelijkheid; daar zag ik naast mijn broer Protais plots de man die mijn echtgenoot zou worden, in uniform. Hij vroeg: ‘Dit is uw zus, nietwaar?’ Vanaf die dag begon hij contact te leggen met mijn broer.»

HUMO Om u te kunnen zien.

KANZIGA «Ja.»

HUMO Was u verliefd op hem?

KANZIGA «Ik niet. Hij was verliefd op mij. Ik was maar pas afgestudeerd, ik was niet bezig met zulke zaken. Daarenboven wou ik van jongs af non worden.»

HUMO Hij heeft u van gedachte doen veranderen.

KANZIGA «Niet veel later kwam hij bij ons thuis op bezoek om mijn ouders te groeten, opnieuw in uniform. Twee dagen later stuurde hij mij vanuit Kigali een brief waarin hij mij vroeg om zijn vrouw te worden. Ik bad om raad en God droeg me op om ja te zeggen.»

'Ik ben naar binnen gerend en heb aan mama gezegd dat het vliegtuig van vader was neergehaald. Ik had mijn zwembroek nog aan'Beeld © VRT 2017

Juvénal Habyarimana en Agathe Kanziga trouwen het jaar erna, op 17 augustus 1963. Een maand tevoren was kapitein Habyarimana aan het hoofd gekomen van de Nationale Garde, de voorloper van het Rwandese leger. Twee jaar later is hij al minister van Defensie: een pijlsnelle militaire en politieke carrière. Even snel komen er kinderen (‘Elk jaar kreeg ik een kind’) en Agathe Kanziga stopt met werken om het huishouden te besturen.

KANZIGA «Meteen al bij ons huwelijk zei hij: ‘Wij, militairen, hebben onze geheimen en die delen we zelfs niet met onze echtgenotes.’ Ik moest niet proberen om hem wat dan ook te vragen over zijn werk. Daar heb ik me altijd aan gehouden.»

HUMO Hij was toen al een hooggeplaatste militair. Konden jullie in veiligheid leven?

KANZIGA «We maakten ons absoluut geen zorgen. Als president (vanaf 1973, red.) was hij wel verplicht om altijd veiligheidsmensen rond zich te hebben: dat vonden we vervelend. Het gebeurde dat hij zelf reed en plots kleine wegen nam om zijn lijfwachten te verschalken. We gingen dan gewoon bij de mensen. In die tijd was dat volstrekt veilig.

»In de jaren 60 waren er natuurlijk de onlusten. De Tutsi’s die het land uit gevlucht waren, hadden milities gevormd in Tanzania en Oeganda en zij vielen Rwanda aan. Mijn man heeft toen samen met andere militairen de troepen geleid om die invallers, die zichzelf inyenzi noemden (‘kakkerlakken’, red.), terug te drijven. Maar in Kigali zelf zijn er nooit schermutselingen geweest.»

Volgens cijfers van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen leefden in die jaren ongeveer 300.000 Rwandezen, vooral Tutsi’s, als vluchtelingen in de buurlanden. Bij de onlusten vanaf 1959 zouden alles samen enkele duizenden doden vallen, vooral Tutsi’s. Dat was ten tijde van president Grégoire Kayibanda, de eerste president na de onafhankelijkheid, onder wie Juvénal Habyarimana jarenlang diende als minister van Defensie.

KANZIGA «Wij stonden heel dicht bij de familie Kayibanda. Mijn man had een goede verstandhouding met de president; hij en zijn vrouw waren peter en meter van onze zoon Bernard

HUMO Toch pleegde uw man in 1973 een staatsgreep.

KANZIGA «Die avond kwam een bevelhebber van het leger op onze deur kloppen en hij drong erop aan dat mijn man meteen naar de president zou gaan. Toen hij daar aankwam, heeft hij zijn auto zo geparkeerd dat hij meteen weer kon vertrekken. Dat heeft hij ons achteraf verteld. Er circuleerden toen pamfletten tegen de president en Kayibanda toonde die en bedreigde hem. Ik denk dat Habyarimana toen beslist heeft om een staatsgreep te plegen.

»Ik herinner me goed hoe hij weer thuiskwam, heel erg opgejaagd. Hij nam de sleutels van het hoofdkwartier van het leger en is meteen weer vertrokken. Nog geen halfuur later verschenen er overal militairen in onze tuin die zeiden dat de generaal hen gestuurd had om ons te beschermen. Om 4 uur ’s nachts telefoneerde een Belgische officier die mij vroeg wat er gebeurde. Hij had het over een muiterij bij de Nationale Garde. Het is allemaal zo snel gegaan. Mijn man had nooit tevoren gezegd, toch niet in mijn bijzijn, dat hij een staatsgreep zou plegen.»

HUMO Werd er binnen de familie dan helemaal niet over politiek gesproken?

KANZIGA «Toen het gemeenschapswerk ingevoerd werd, de umuganda, hebben we een groep gevormd van vrouwen van ministers en hoge functionarissen om voor het Rode Kruis kleding te naaien en groenten te kweken. Tijdens het werk spraken we over wat er in het land gebeurde, en zo kwam ik een en ander te weten. Het gebeurde weleens dat ik het daarover had met mijn man. Maar hij was een man van weinig woorden.»

HUMO Onder uw man werd Rwanda in de jaren 70 en 80 de lieveling van het Westen. Er kwam veel ontwikkelingsgeld binnen, ook van België. Was u daarmee bezig?

KANZIGA «Er waren veel inhuldigingen van projecten en centra en zo. Ik ging mee met de president als ik uitgenodigd was.»

HUMO Voelde u zich goed bij die rol van première dame?

KANZIGA «Het ging er niet om hoe ik me erbij voelde. Ik was er om mijn man te steunen. Als er iets gebeurde dat goed was voor het land, dan maakte dat me gelukkig.»

HUMO Was u trots op hem?

KANZIGA «Ja. Zelfs nu zeg ik aan mijn kinderen: wees trots op jullie papa. Wat er ook over ons gezegd wordt, hij heeft zich nooit zaken toegeëigend die aan anderen toebehoorden, hij heeft nooit geld van de staat gestolen.»

HUMO Tot hij president werd, in 1973, waren er geregeld invallen van gevluchte Tutsi-milities, telkens gevolgd door dodelijke wraakacties op de Tutsi’s in het binnenland. Dat is gestopt na zijn staatsgreep, maar de vluchtelingen in de buurlanden waren er natuurlijk nog steeds. Maakte u zich zorgen over die situatie?

KANZIGA «Mijn man was ervan op de hoogte dat ze een aanval planden maar hij wist niet dat het zo snel kon gaan. Dat heeft de Zaïrese president Mobutu, met wie hij kort tevoren had overlegd, mij verteld na zijn dood.

»Er waren vroeger al aanvallen geweest. Maar dat onze vijanden hun zoveel wapens zouden geven en hen zouden laten vertrekken om Rwanda binnen te vallen... Ik denk dat de president zich dat niet kon voorstellen.»

HUMO Had hij het probleem van de vluchtelingen niet veel vroeger moeten aanpakken?

KANZIGA «Dat weet ik niet. Het schijnt dat hij toen gezegd heeft dat de vluchtelingen niet allemaal tegelijk konden terugkomen. Waar moesten die zich allemaal vestigen? Hij wilde dat het probleem grondig bestudeerd zou worden, in samenspraak met de buurlanden. Hij had daarover trouwens een topontmoeting in Zaïre met president Mobutu en president Museveni van Oeganda. Het was een probleem van overbevolking en grond. Dat probleem bestond al ten tijde van de onafhankelijkheid en bestaat vandaag nog altijd. Zelfs een deel van de familie van mijn vader leeft al van oudsher in Congo, nu nog altijd.»

'Plots hoorden we het geluid van een vliegtuig, en dan... boem, boem!’

Oorlog

Op 1 oktober 1990 vallen de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front vanuit Oeganda Rwanda binnen. De oorlog zal uiteindelijk escaleren tot de genocide, meteen na de moordaanslag op het vliegtuig van Habyarimana op de avond van 6 april 1994.

KANZIGA «Toen we vernamen dat ons land aangevallen werd door Oegandese militairen – want die Rwandese vluchtelingen dienden in het Oegandese leger – waren wij in New York. Mijn man heeft meteen Mobutu opgebeld en we zijn naar huis vertrokken, met een tussenstop in Frankrijk, om te praten met president Mitterrand, en in België voor overleg met de regering en met de koning. Toen zijn de beslissingen genomen om Franse en Belgische militairen te sturen.»

HUMO De Belgen zijn snel weer naar huis teruggekeerd. Daarover was de president ontgoocheld.

KANZIGA «Ja. Rwanda had nog voor die aanval wapens besteld in België, misschien omdat mijn man voelde dat er een aanval zou komen. België heeft die nooit willen leveren, hoewel ze al betaald waren. We weten dat koning Boudewijn uit alle macht bij de ministers heeft gepleit om die wapens op te sturen. Maar jullie regering is altijd zo verdeeld… Sommige ministers waren vóór, andere tegen.»

HUMO Hoe dan ook, de oorlog bleek onafwendbaar. Wat veranderde er daardoor in het land?

KANZIGA «De woede, de woede op de buurlanden en zeker op Oeganda. Want telkens als er een aanval kwam van daaruit, was de gewone bevolking het slachtoffer. Bij elke aanval waren er massamoorden, werden er vrouwen mishandeld.»

HUMO Maar er was ook geweld op gewone Tutsi-burgers in het binnenland.

KANZIGA «Ja, wraakacties op vermeende collaborateurs die verdacht werden van hulp aan de rebellen van het FPR, maar president Habyarimana herhaalde telkens weer dat niemand in die val mocht trappen. Toen er verkiezingen werden georganiseerd, waren er in de bufferzone tussen het rebellengebied en het regeringsgebied ook kandidaten van het FPR. Maar de burgemeesters en raadsleden van de MRND (de partij van Habyarimana, red.) wonnen – en zij werden de nacht erna allemaal vermoord. Door het FPR. Die rebellen zeiden wel dat ze ‘bevrijders’ waren, maar in feite wilden ze helemaal geen democratie.»

HUMO Toch kregen wij in België in 1990 vooral beelden te zien van Tutsi’s die door president Habyarimana opgesloten werden. Die gaven toch de indruk dat de president zelf de Tutsi’s viseerde?

KANZIGA «Die mensen waren opgepakt omdat ze ervan verdacht werden dat ze wapens verborgen hielden in opdracht van de rebellen. Maar niemand van hen is gedood en ze zijn uiteindelijk allemaal vrijgelaten. Dat is iets helemaal anders dan het FPR, dat mensen ombracht.»

HUMO Heeft die hele situatie uw eigen relaties met de Tutsi’s die u kende veranderd?

KANZIGA «Ik kwam niet meer buiten. Uit schrik. Ik werd ook achterdochtig: ik vroeg me voortdurend af of deze of gene het op ons gemunt zou kunnen hebben. Over alles twijfelde ik. Al waren er ook wel Tutsi’s die ons steunden. En na de ondertekening van het vredesakkoord van Arusha (augustus 1993, red.) geloofden we echt dat er weer vrede zou komen.

»Mijn man geloofde in de goede wil van de rebellen. Maar begin 1994, tijdens een vlucht met het vliegtuig van de president, kwam de boordcommandant uit de cockpit. Hij zei: ‘Mijnheer de president, wij hebben van de Franse veiligheidsdiensten vernomen dat de rebellen van het FPR beschikken over raketten.’ En dat we voortaan in Kigali moesten landen bij daglicht, zodat niemand ongezien een raket zou kunnen afvuren.

»Vandaar dat mijn man die 6de april, toen hij ’s morgens vroeg vertrok, zei dat hij zeker vroeg thuis zou zijn, rond 17 uur.»

HUMO Had u een voorgevoel dat het die dag slecht zou kunnen aflopen?

KANZIGA «Neen, niet echt. Mijn man had een topoverleg bijgewoond in Dar es Salaam; de Burundese president was op het laatste moment met hem meegereisd omdat zijn eigen vliegtuig voor onderhoud in Oeganda stond. Zo komt het dat de twee presidenten samen in het vliegtuig zaten.»

HUMO Hebt u in de loop van die dag nog contact met hem gehad?

KANZIGA «Neen. Wij waren thuis, in de residentie in Kanombe, vlak bij de luchthaven. De kinderen zaten in het zwembad. Ik was binnen. Het werd 17 uur, en we hoorden maar geen vliegtuig komen. We kregen ook helemaal geen informatie. We bleven maar wachten. En plots hoorden we het geluid van een vliegtuig en dan… boem, boem! Twee of drie keer. Ik was met mijn dochter Jeanne binnen, maar de kinderen buiten hoorden het heel goed en Jean-Luc was er meteen zeker van dat het zijn vliegtuig was.»

'Ik wou eigenlijk non worden’

De aanslag

Zoon Jean-Luc heeft het hele interview gevolgd en neemt nu even over. Hij was ooggetuige.

JEAN-LUC HABYARIMANA «Ik had meteen het geluid van het vliegtuig van papa herkend. Tussen de bomen zag ik al de lichten. En dan het gefluit van een raket die zijn weg zoekt. Het vliegtuig probeerde nog van koers te veranderen, maar dan kwam er een tweede raket en die heeft het toestel geraakt, zodat het meteen vuur vatte en in de lucht ontplofte. Ik besefte meteen dat niemand zoiets kon overleven. Maar op zo’n moment ben je ineens al je zinnen kwijt, alsof de hemel op je hoofd valt. Ik heb zelfs niet geweend. Ik ben naar binnen gerend en ik heb aan mama gezegd dat het vliegtuig van vader neergehaald was. Ze vroeg me of ik zeker was, en ik zei, ja, mama, ik ben zeker. En zij zei dat hij daar niet in kon zitten. Toen we nog een ander vliegtuig hoorden, dachten we dat dit het vliegtuig van Mobutu zou zijn en dat vader daarin zat. Later hebben we vernomen dat het een Belgisch militair vliegtuig was dat even later over de luchthaven vloog maar niet landde. Ik had mijn zwembroek nog aan; ik heb me snel afgedroogd, een T-shirt en schoenen aangetrokken, en ben weer naar buiten gelopen, naar de plaats waar de brokstukken neergekomen waren.»

KANZIGA «En ik ben naar de kapel in ons huis gegaan om te bidden. Ik wilde niet naar buiten. Ik heb God gebeden dat hij niet in dat vliegtuig zou zitten.»

HUMO Maar God heeft u niet verhoord.

KANZIGA «Het was te laat. God kon niets meer doen. Even later is Jean-Luc me komen zeggen dat ze het lichaam van papa gevonden hadden. Hij was zo moedig, mijn zoon. Hij heeft zelfs foto’s genomen, de foto’s die u destijds gezien hebt.»

Samen met de militairen van de Presidentiële Wacht vindt Jean-Luc tussen de verhakkelde lichamen dat van zijn vader, en ook dat van de Burundese president en hun topmedewerkers. Ze wikkelen ze in dekens en dragen ze naar binnen.

HUMO U herinnert zich nog elke seconde van wat er toen allemaal gebeurd is?

KANZIGA «Ik vergeet nooit de lichamen die uitgestrekt lagen op het tapijt. Ik heb mevrouw Nsabimana gebeld, de echtgenote van de legerchef die omgekomen was. En ook de vrouw van de Burundese president. En mijn schoonzussen. Maar niemand durfde die nacht nog te komen. We hebben dan maar alleen gewaakt bij de lichamen, mijn kinderen en ikzelf. De hele nacht. Biddend. Terwijl er rond ons huis voortdurend geschoten werd.»

Drie dagen later, op 9 april, worden Agathe Kanziga en haar kinderen en kleinkinderen door Franse militairen opgehaald en geëvacueerd naar Parijs. Het lichaam van president Habyarimana zou pas veel later door Rwandese militairen worden overgebracht naar Zaïre. In september 1994 organiseerde Mobutu een begrafenisplechtigheid voor Habyarimana in Gbadolite, in het noorden van Zaïre, waar hij enkele jaren begraven lag op het privékerkhof van de familie Mobutu. Vlak voor de val van het regime van Mobutu, in mei 1997, werd het lichaam van Habyarimana weer opgegraven en overgebracht naar een geheime plek, waar hij nog altijd begraven ligt.

HUMO Wist u dat er zich op het moment van uw vertrek een genocide afspeelde in uw land?

KANZIGA «We kregen van de Franse militairen 30 minuten om te vertrekken. Tot dan waren we binnen gebleven. We hoorden wel dat er geschoten werd, maar we wisten niet wat er zich afspeelde buiten de muren van de residentie.»

HUMO Was er geen enkel moment waarop u, als weduwe van de president, iets had kunnen doen om de vrede te herstellen?

KANZIGA «Neen, werkelijk niet. Welke autoriteit zou ik gehad hebben om iets te doen? Iedereen die ik kende, was omgekomen in het vliegtuig. Ik had niemand tot wie ik me kon richten.»

HUMO Had u dan geen invloed via uw clan, de beruchte akazu (letterlijk ‘klein huisje’, red.)?

KANZIGA «Gebruikt u het woord akazu nog?»

HUMO Het wordt door velen gebruikt om u te beschuldigen van allerlei manipulaties.

KANZIGA «Het zijn de opposanten die dat woord uitgevonden hebben. Aan het einde van het proces tegen mijn broer Protais voor het Rwandatribunaal is gebleken dat er van die macht van akazu helemaal niets waar was. Protais is uiteindelijk vrijgesproken (bij gebrek aan bewijzen, red.).»

HUMO We zijn nu 23 jaar later. U heeft uw eigen tragedie beleefd, maar er zijn ook de tragedies van vele honderdduizenden Rwandezen in diezelfde periode.

KANZIGA «Onder Habyarimana was Rwanda een land van vrede. Al die doden, dat zijn mensen die van onze president hielden en samen met hem vertrokken zijn. De tragedie raakt ons allemaal, onze familie en het hele Rwandese volk. Of ze nu Tutsi zijn of Hutu of Twa. Ik betreur al die doden, de Tutsi’s die ik gekend heb en die vermoord zijn. Maar dat hebben wij allemaal pas vernomen toen we al in Frankrijk waren. Wat mij getekend heeft, is de avond van de aanslag. De beelden daarvan komen altijd terug, elke dag. Soms krijg ik dan geen adem meer. En dan ga ik bidden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234