'The Triangle of Sadness', 'Blonde' en 'Rebel' Beeld RV
'The Triangle of Sadness', 'Blonde' en 'Rebel'Beeld RV

Nieuwe films

Allah zijt geprezen: de parel van Adil en Bilall en drie andere nieuwe filmreleases voor u bekeken

Redactie

‘Rebel’ van Adil en Bilall is een overrompelende kijkervaring zoals we die in de Belgische cinema nog nooit hebben meegemaakt ★★★★✩

Van Adil El Arbi en Bilall Fallah, met Aboubakr Bensaihi, Lubna Azabal, Amir El Arbi en Tara Abboud

God zij geloofd en Allah geprezen! Wat hebben Adil El Arbi en Bilall Fallah met ‘Rebel’ toch een ongelooflijk knappe film gemaakt! Een meer dan twee uur durend epos dat ons meevoert van de snackbars in Molenbeek naar de trainingskampen van IS in Raqqa, gelardeerd met zang en dans en als toetje een afgesneden hoofd dat nog lang niet is uitgepraat. Wanneer we het zo opschrijven, klinkt het allemaal nogal van de pot gerukt, en tóch gaat het hier om een perfect gave en gecontroleerde rolprent, een overrompelende kijkervaring zoals we die in de Belgische cinema nooit eerder hebben meegemaakt.

Nu vinden sommigen het godgeklaagd dat Adil en Bilall een film hebben gemaakt over een jonge Belgische jihadist die in het jaar 2013 in Syrië gaat vechten aan de kant van IS. Wij kunnen daar alleen maar op zeggen dat IS in 2013 z’n ware gruwelgelaat nog niet aan de wereld had laten zien, en dat zelfs wíj in die periode vanuit onze luie zetel enig begrip voelden voor die gasten die, net zoals Kamal in ‘Rebel’, naar Syrië trokken om er te gaan helpen in de ziekenhuizen van Aleppo of te strijden tegen de wrede dictator Bashar al-Assad. Sommigen zien overeenkomsten tussen Kamal en Oskar Schindler, de nobele nazi uit ‘Schindler’s List’, maar wij zagen veeleer gelijkenissen met Chris (Charlie Sheen), de idealistische student die in ‘Platoon’ vrijwillig naar Vietnam trekt en, eenmaal in de broeierige realiteit van de jungle, voortdurend op de rand staat van de fysieke en mentale instorting.

Als ‘Rebel’ één ding kristalhelder maakt, dan wel dat Adil en Bilall op hun allerbest zijn wanneer ze, net als Spike Lee en Oliver Stone in hun relevantste films, hun filmische bravoure laten samenvloeien met hun maatschappelijke bekommernissen. Hun virtuositeit komt het best tot uiting wanneer ze hun camera laten zwenken door een gebombardeerd ziekenhuis in Aleppo, waarbij het bloed en het gruis en de paniek van de mensenmassa je vol in het gezicht spatten. Tarantino zou zeggen: ‘Now thát’s what I call directing, man!’ Een gevaarlijk opflakkerend grillvuurtje in een snackbar vormt dan weer het openingssalvo van een prachtig gechoreografeerd musicalnummer waarvan we ons afvragen hoe ze het technisch voor mekaar hebben gekregen. Overigens dienen die muzikale intermezzo’s níét om een beetje vrolijkheid in het drama te injecteren, maar om de tollende emoties van de personages extra te onderlijnen.

Terugdenkend aan de verrassend ontroerende scène met het prevelende afgesneden hoofd kunnen we alleen maar diepe bewondering opbrengen voor het lef van Adil en Bilall. Met ‘Rebel’ hebben ze een film gemaakt over onze tijd, onze samenleving, onze verliezen, en over het verdriet van de moeders, welk geloof ze ook aanhangen, die hun kinderen kwijtraken aan ronselaars, rattenvangers en andere manipulatieve smeerlappen. ‘Rebel’ is hun beste film tot nog toe, en iets vertelt ons dat het duo nog lang niet op de piek van hun groeicurve staat. ‘Enorm krachtig,’ zei Oliver Stone over ‘Rebel’. Niets aan toe te voegen.

‘Triangle of Sadness’ werkt heel hard op de lachspieren, maar de netelige vragen die de film oproept, schroeien de ziel ★★★½✩

Van Ruben Östlund, met Thobias Thorwid, Woody Harrelson en Charlbi Dean

De Zweedse regisseur Ruben Östlund is even berucht om zijn meedogenloze humor als om de scherpe pijlen die hij in zijn films (‘The Square’, ‘Turist’) op het mensdom richt. In Gouden Palm-winnaar ‘Triangle of Sadness’, het relaas van een merkwaardige zeecruise, laat Östlund zijn toorn los op de één procent van de wereldbevolking die in haar eentje de helft van de rijkdom op aarde bezit. En hoe: ongeveer halfweg de cruise dropt Östlund de stinkend rijke passagiers van het luxejacht, in een uitzinnige scène die nu al even legendarisch mag worden genoemd als de sketch met Mr. Creosote in ‘The Meaning of Life’. ‘Triangle of Sadness’ werkt heel hard op de lachspieren, maar de netelige vragen die Östlund ondertussen oproept – over genderverschillen, over het verwenste patriarchaat, over de kloof tussen arm en rijk en wat er aan te doen – schroeien de ziel.

‘Blonde’ blijft stekeblind voor de Marilyn Monroe die meer was dan een seksobject ★★☆☆☆

Van Andrew Dominik, met Ana de Armas, Bobby Cannavale en Adrien Brody

Op het ogenblik dat Ana de Armas in ‘Blonde’ voor het eerst in beeld verschijnt als Marilyn Monroe, zo rond de 17de minuut, bevroren we in onze zetel: want Ana ís Marilyn! Ze lijkt écht op haar!

Weliswaar níet als twee druppels water: in haar stem hoor je een zweem van een Cubaans accent - de Armas is geboren in Santa Cruz del Norte - en hopelijk zal niemand het ons kwalijk nemen wanneer wij, zo voorzichtig mogelijk op eieren lopend, opmerken dat de ranke Ana in fysiek opzicht een zekere, eh, volslankheid mist. En tóch hangt er iets van de tover van de échte Marilyn om haar heen. Haar kinderlijke onschuld, haar sprankelende guitigheid, haar onverbiddelijke charme, haar vertederende schaapachtigheid (zoals wanneer Marilyn geen flauw idee heeft hoe je een gekookt ei moet verorberen), de krans van tragiek die rond haar hangt: alle karakteristieken die we in de loop der jaren, terecht of onterecht, met Marilyn zijn gaan associëren, vinden we heel mooi terug in de vertolking van de Armas. Hier met die Oscarnominatie!

Doodjammer dan dat de film niet op de hoogte staat van de prestatie van de hoofdactrice. Het gebeurt niet vaak dat wij terugdeinzen voor een blondine - gentlemen prefer blondes, nietwaar! - maar op deze ‘Blonde’ zijn we finaal afgeknapt. Een eerste puntje van discussie is de insteek: regisseur en scenarist Andrew Dominik schildert Marilyn in ‘Blonde’ zonder veel gevoel voor nuance af als een onschuldig vogeltje dat werd losgelaten in de hel van het patriarchale Hollywood. Al in één van de eerste scènes zien we hoe Marilyn tijdens een auditie zonder boe of bah wordt verkracht door een studiobaas die luistert naar de naam ‘Meneer Z’: hmmmm, zou het kunnen gaan om Daryll F. Zanuck, de grote baas van Twentieth Century Pictures?

In de schokkendste scène grijpt de languit op een hotelbed liggende president Kennedy Marilyn bij de krullen en dwingt hij haar in een lang aangehouden misselijkmakend shot tot een pijpbeurt. Nu zou het best kunnen dat Marilyn die vernederingen in werkelijkheid diende te ondergaan, maar toch past hier een disclaimer: de betreffende scènes vloeien niet voort uit feiten, maar uit verzinsels, geruchten en verdichtsels. ‘Blonde’ is gebaseerd op een roman van Joyce Carol Oates, die de levensloop van Marilyn als basis gebruikte voor een (naar verluidt schitterend) werk van fictie. Hoe dan ook: door Marilyn af te beelden als een vlinder die werd gekrenkt, misbruikt, uitgebuit, en uiteindelijk vernietigd door het mannendom, schaart Dominik zich bij een steeds groter wordende beweging die Marilyn postuum heeft uitgeroepen tot martelares van het feminisme.

‘Kijk naar wat Marilyn is overkomen!’ zo zou je de boodschap van die beweging (én van ‘Blonde’) kunnen samenvatten. ‘Kijk eens naar de beestachtigheden die ze diende te ondergaan, en dan zie je waarom het feminisme er broodnodig moest komen!’ Of zoals de schrijfster Nancy Friday het verwoordde: ‘Kijk goed naar het leven van Marilyn, meisjes. Want dit is wat er met je gebeurt als je je laat behandelen als seksobject!’ Correctamundo, juist en helemaal waar, maar toch zou de advocaat van de duivel in ons eens een vraagje in de groep willen gooien: gaat die insteek niet voorbij aan het feit dat Marilyn veel méér was dan alleen maar een martelares?

Niet vergeten: voor elke ziel die Marilyn uitroept tot martelares van het feminisme, is er wel een biograaf te vinden die haar neerzet als een ambitieuze, intelligente vrouw die perfect wist dat haar waarde lag in haar welvingen en haar rondingen. En was ze daarnaast ook niet een geweldige performer die over de unieke gave beschikte om de hele wereld te betoveren? Zet 100 Vlaamse en internationale celebs op een podium en laat hen ‘I Wanna Be Loved By You’ brengen, en we geven u op een briefje dat geen één van hen de versie van Marilyn zal kunnen evenaren - zelfs Harry Styles niet, mocht hij een blonde pruik op z’n kruin zetten. Maar voor díe kwaliteiten - haar verzwelgende naturel op het grote witte doek, haar magnetische uitstraling, ja zelfs haar onderhuids borrelende acteertalent - blijft ‘Blonde’ stekeblind.

In ‘Blonde’ zien we hoe de begaafde Marilyn door de meeste mannen wordt gereduceerd tot seksobject, maar de vraag is: maakt Dominik, door haar in de meeste scènes uit te beelden als een willoze stoeipoes, in zekere zin niet dezelfde fout? Enfin: genoeg stof om achteraf op café een stevige boom over op te zetten. Maar weet u, over het geheel genomen is het niet eens Dominiks ietwat benepen invalshoek die ons troebleerde. Neen, het is vooral zijn filmstijl waar we op zijn afgeketst. In plaats van te opteren voor een klassiek biografisch relaas, probeert Dominik ons met zijn dromerige fotografie en zijn tranceverwekkende muziekscore mee te trekken in een licht surreële beeldenstroom.

Wat dat betreft valt ‘Blonde’ eigenlijk goed te vergelijken met ‘Spencer’, de eigenzinnige biopic die Pablo Larraín vorig jaar maakte over Lady Di. Dominik bezigde die dichterlijke stijl ook in ‘The Assassination of Jesse James By the Coward Robert Ford’ uit 2007, met prachtig resultaat, maar deze keer kleunt hij er in de meeste scènes hopeloos naast. Tijdens een abortus trakteert de cineast ons op een point of view-shot vanuit Marilyns vagina, en tijdens de pijpbeurt die ze verleent aan JFK passeren er zowaar beelden van luchtdoelraketten die zich - alsof we in een ‘The Naked Gun’-achtige klucht zitten - als fallussen omhoog richten. Oké, met een beetje comic relief is niets mis, maar op het moment dat Marilyns ongeboren foetus luidop begint te praten, dachten wij toch: oké, Andrew, nu is het even genoeg geweest met je beeldspraak-van-likmevestje.

Tot slot nog één bedenking. We zouden ze niet te eten willen geven, al die schrijvers, essayisten, journalisten en filmmakers die het leven van Marilyn sinds haar overlijden op 4 augustus 1962 hebben uitgeplozen, becommentarieerd, geanalyseerd, geclaimd, geïnterpreteerd en geherinterpreteerd. Maar wie ze écht was zullen we wellicht nooit weten. We zouden haar graag een gin fizz aanbieden en een babbeltje met haar slaan, maar ja, ze ligt al 60 jaar onder de zoden. Hopelijk rust ze in vrede.

Kijken naar ‘Toute une nuit’ is alsof er zich een tijdcapsule naar de eighties opent voor je ogen, met prachtige belichte beelden ★★★★✩

Van Chantal Akerman, met Aurore Clément, Frank Aendenboom en Tchéky Karyo

Chantal Akerman, de Belgische opperdame van de poëtische slow cinema, dankt haar wereldwijde faam – onder meer Martin Scorsese en Gus Van Sant zijn fan – vooral aan haar chef d’oeuvre ‘Jeanne Dielman, 23, quai du commerce, 1080 Bruxelles’, maar ook het iets minder gekende ‘Toute une nuit’ uit 1982, vanaf deze week te zien in een gerestaureerde versie, is een trillende brok grootstadspoëzie. Kijken naar ‘Toute une nuit’ is alsof zich voor je ogen een prachtige tijdcapsule uit de eighties opent (Daar, een Citroën DS!), maar de hartstochten die uit de prachtig belichte beelden opstijgen, zijn universeel en tijdloos. ‘Toute une nuit’ geeft zin om de stad in te trekken en om – net als de personages – in een café een slow te dansen op een smartlap van Gino Lorenzi. We zeiden het al: slow cinema!

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234