Jimmy Savile Beeld Netflix
Jimmy SavileBeeld Netflix

televisie★★★★½

Als televisiepersoonlijkheid was misschien wel niemand groter dan 'Jimmy Savile', als pedofiel geldt mogelijk hetzelfde

Tom Raes

‘Klasse, dat had hij. Klásse.’ Een Brit, in de rij aanschuivend om persoonlijk zijn laatste groet te brengen aan het gekiste stoffelijke overschot van Jimmy Savile, lamenteert voor de camera het wegvallen van een nationaal icoon. ‘He had a way about him, didn’t he? Our Jimmy’. De man treurt om het verscheiden van een vriend, zoveel is duidelijk. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij ’m nooit ontmoet.

Je hoefde Jimmy Savile ook niet te kennen om je toch z’n vriend te wanen. Jimmy was iederéén welgezind. Zoals de kerstman. ‘Our Jimmy’: de roepnaam komt je vaker ter ore in ‘Jimmy Savile: A British Horror Story’, een tweedelige documentairefilm over het gelijknamige Britse televisie-icoon, en het ongoddelijke monster dat zich in zijn gedaante voortbewoog: aldoor aanwezig, zich decennia lang volvretend - in het volle voetlicht, en toch onopgemerkt. Als televisiepersoonlijkheid in het Verenigd Koninkrijk was misschien wel niemand groter dan hij, en als pedofiel geldt mogelijk hetzelfde: tussen de vier- en vijfhonderd gevallen van seksueel misbruik zijn sinds zijn dood in 2011 aan Savile toegeschreven. Meer misselijkmakende statistiek: de leeftijd van zijn slachtoffers, variërend van 5 tot 75.

Savile was bij leven publiek bezit. ‘Hij was vreemd, maar dat wisten we,’ klinkt het meermaals. ‘Het was een deel van zijn aantrekkingskracht.’ Net door die excentriciteit maakte Savile met verve de overstap van radio naar televisie: een kleurspat in de grijze beeldenstroom die televisie nog was in de jaren 60, in een Engeland dat nog moest leren swingen, en dat tot die dag opstond en ging slapen in zwart-wit. Toen de eerste aflevering van ‘Top of the Pops’ eindelijk muziek bracht in de dagelijkse dreun van het Britse bestaan, was het Jimmy Savile die de kijker onthaalde in de studio.

Uit alles in ‘A British Horror Story’ blijkt dat Savile donders goed het effect inzag dat hij sorteerde met zijn typetje: een doelbewuste schlemiel, steevast neergezet met een groteske sigaar tussen het hakkelige gebit, spierwit haar dat nog gecoiffeerd leek door de luchtverplaatsingen van de Blitz, en een fysionomie waar een karikaturist verslagen de schouders bij zou ophalen. Ontwapenend, een tekenfilmfiguur gelijk, wervelde Savile moeiteloos tot in de hoogste regionen van de Britse samenleving. We zien ’m op de foto naast The Rolling Stones, backstage bij The Beatles, zelfs poserend naast Elvis. Een soortement Forrest Gump, maar dan des duivels. Margaret Thatcher zorgde er persoonlijk voor dat Savile geridderd werd, en in één bijzonder merkwaardige passage komt aan bod hoe Savile lange tijd de eerstaangewezen pennenvriend was van prins Charles en mettertijd zelfs uitgroeide tot diens officieuze communicatieadviseur en speechschrijver. Savile, immers, was de man van het volk. En als zo’n kroonkop ergens geen kaas van gegeten heeft, dan wel van z’n volk.

‘Het was door zijn status van volksheld dat Savile zich ongestraft onder dat volk mocht begeven,’ merkt een Britse televisierecensent op. ‘Daardoor zijn er vreselijke dingen gebeurd.’ Een aanzienlijk deel van die vreselijkheden pleegde Savile onder zijn dekmantel als filantroop. Jarenlang kluste hij twee dagen per week bij in het ziekenhuis van zijn thuisstad Leeds, waar hij patiënten rondkarde en zelfs mocht instappen bij uitrijdende ziekenwagens. In een gesticht voor jonge meisjes met gedragsproblemen was hij zélf kind aan huis. Door het gezicht te worden van hun fondsenwerving kocht hij zich vrije toegang tot een gespecialiseerd ziekenhuis voor letsels aan de wervelkolom. Zonder enige moeite lolbroekte Savile zich tot in de bestuursraden van psychiatrische ziekenhuizen. Tegen 1990 had hij een weg naar binnen gevonden in vijftig ziekenhuizen en kindertehuizen: achter elke deur die de naam ‘Jimmy Savile’ wist te openen, vond misbruik plaats.

Ondertussen liet Savile, zelfbenoemd patroonheilige van de psychiatrische gevallen, in interviews zelf ad nauseam uitspraken optekenen die in een overbelichte samenleving als deze onmiddellijk tot collocatie zouden leiden. ‘Het was de ene kant van ’m die af en toe doorbrak in de andere,’ zegt een reporter die hem destijds volgde en aan die ervaring het gevoel overhield dat er méér Jimmy Savile bestond dan hij op beeld had weten vast te leggen. In ‘A British Horror Story’ zien we fragment na fragment waarin interviewers - Louis Theroux was er één van - greep trachten te krijgen op die aalgladde Andere Jimmy, telkens vruchteloos. Dat gebrek aan antwoorden wekte amper argwaan op. Als beroemdheid bleef Savile boven elke twijfel verheven: het boegbeeld van een cultuur die hield van haar vedetten en er voetstoots van uitging dat roem ook een vanzelfsprekende deugdelijkheid inhield. Zo haalde niemand het ook echt in z’n hoofd om iets tegen te pruttelen als: ‘Hé, wat doet die malloot van de tv aan mijn ziekbed?’ ‘In het Verenigd Koninkrijk bestaat er een punt waarop je van excentriek en vreemd verandert in een nationale schat,’ wordt het samengevat. ‘Als je maar lang genoeg bekend bent.’ Het Eddy Wally-effect, kortom. Alleen durfde niemand te vermoeden dat er ook een kwaadaardige variant van bestond.

In de drie uur die ‘A British Horror Story’ duurt, vallen genoeg argumenten om te gewagen van een arglistige psychopaat. ‘Een gevoelsleven had hij niet,’ herinnert zijn oude secretaresse zich. Ze weet nog hoe haar voormalige werkgever zichzelf ooit achteloos omschreef als ‘een machine’. Gevoelloos. Helemaal wraakroepend wordt het wanneer blijkt hoe Savile in de latere decennia van zijn leven zijn schaduwzijde almaar meer licht gunde. Zijn bodemloze zelfvertrouwen groeide allengs tot een eigen merk van arrogantie, het eau de cologne van een man die zich een leven lang onaantastbaar waande, en het met goeddunken van een landsbreed publiek ook werd. Een gruwelijk triomfalisme dat ook vervat zit in het epitaaf op zijn ornamentele grafsteen: ‘It was good while it lasted.’ Mits enige relativering zou je die wrange bijklank nog kunnen toeschrijven aan een kwalijk geval van Hineininterpretierung, maar daarvoor zijn de voorbeelden in deze documentaire te talrijk. Zoals het voorwoord dat uitgerekend Savile schreef voor een pamflet dat schoolgaande jeugd moest inprenten geen vreemdelingen te vertrouwen - Jimmy was immers geen vreemdeling: iedereen kende hem. Aan zijn officiële autobiografie liet Savile, overtuigd katholiek, kort voor zijn dood een beknopt postscriptum toevoegen: ‘Ik hoop dat het waar is dat God zondaars vergeeft.’

Om vergiffenis heeft Jimmy Savile zijn slachtoffers noch zijn publiek ooit hoeven te smeken. Ondanks decennia aan geruchten over een morbide voorkeur voor jonge meisjes, werd het eerste harde dossier tegen hem pas maanden na zijn dood gepubliceerd: het gevolg van actieve tegenwerking van slachtoffers, die zich in een oude wereld, verstoken van glasvezel en breedband, hopeloos alleen waanden in hun belevenissen. Minstens even pijnlijk en schadelijk is het brede, hardnekkige ongeloof dat hun te beurt was gevallen mochten ze toch een stem gevonden hebben. Meteen na de onthullingen stak het ook kortstondig de kop op. De loodzware kern van ‘A British Horror Story’, een zorgvuldig opgebouwd en zonder meer indrukwekkend document, is dan ook niet per se een verhaal over misbruik op een ongeziene schaal, maar een relaas van macht en aanverwante straffeloosheid. Door gerechtelijk falen en onwil, door media die zichzelf muilkorfden, en door het publiek zelf, voor wie Savile niemand anders kon zijn dan our Jimmy.

Een beetje misselijk klop ik aan bij de collega’s voor een gepaste conclusie. De krant The Guardian rondde haar bespreking van ‘A British Horror Story’ af met: ‘Let us hope hell exists.’ Jimmy Savile misbruikte honderden, maar bedroog een hele natie. Catharsis blijft uit, en komt er allicht nooit. Vergiffenis evenmin.

Bekijk hier de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234