Dancing inside my head Beeld
Dancing inside my head

televisie★★★☆☆

‘Arno: Dancing Inside My Head’: Al wat hij zingt, is hij zelf, en zo hoort het ook

Rudy Vandendaele

Geregeld achteromzien houdt de nekspieren soepel: het zal in 1976 zijn geweest dat ik kennismaakte met het charisma van Arno Hintjens. 1976 was een mager jaar, maar loslopende kunststudenten van mijn slag, met uitzicht op een beroepsleven zonder noemenswaardige vooruitzichten, zaten op een avond toch maar mooi op een parterreplaats in de stadsschouwburg van Gent, waar het Belgische onafhankelijke platenlabel Dwarf zijn ongelijksoortige artiestenstal live aan het publiek blootstelde: ik herinner me onder andere jazz van Full Moon Trio en elegante dromerijtjes van Della Bosiers, maar nog het meest is het duo Tjens Couter me bijgebleven, twee strandjutters die uit het niets kwamen en in akoestische blues handelden. Paul Couter speelde slidegitaar en Arno Hintjens, de brildragende zanger en mondharmonicus, stiet op niet mis te verstane wijze ‘Little Red Rooster’ uit, een emblematische song van Willie Dixon, poet of the blues. The Rolling Stones hadden ruim tien jaar eerder al dat nummer naar hun hand gezet. Die avond in de stadsschouwburg van Gent was het voor mij zonneklaar dat Arno Hintjens nog van zich zou doen horen. Zowat een jaar later bleek de aimabele, pas afgestudeerde kunstschilder Cesar B., die het had aangelegd met een meisje uit mijn klas, voor manager van Tjens Couter te spelen, tussen twee sneldrogende acrylschilderijen in. In het gezelschap van mijn klasgenote en Cesar ontmoette ik Arno Hintjens voor het eerst, vermoedelijk na middernacht. Hij bleek toen min of meer in Gent te wonen, op tal van adressen dan nog wel, waar altijd barmhartige meisjes opendeden. We troffen elkaar daarna vaker in het prachtcafé van het befaamde filmhuis Studio Skoop, dat in die dagen een magische ontmoetingsplaats was voor types die vooral niet van een vaste betrekking als voorzitter van een werkgeversorganisatie zaten te dromen. Ik ben vergeten wat Arno Hintjes en ik toen zoal bespraken, en bovendien moet nu ook weer niet alle geouwehoer aan de vergetelheid ontrukt worden. Sterker nog: moge de geschiedenis er voor altijd van verschoond blijven!

Veertig jaar later is Arno, die zijn familienaam al lang achterwege heeft gelaten, een internationaal Belgisch begrip waarover Pascal Poissonnier in ‘Arno: Dancing Inside My Head’ meer wilde weten dan al genoegzaam bekend was. Het aardige van dit portret was dat Poissonnier Arno op een subtiel afstandje gadesloeg, en dus net dicht genoeg, vaak zonder hem daarbij te interviewen. We kregen Arno’s vaste repertoire in interviews dan ook niet te horen: dit keer geen uiteenzetting over de belgitude tussen Brussel en Oostende en het bijbehorende surrealisme, met motherfucker als stopwoord als de redenering te bochtig wordt.

In plaats daarvan zagen we hoe zijn songs tot stand kwamen in de studio: zijn band bleek zijn muziekinstrument te zijn – zijn manier van componeren kwam dus neer op het instrumentele gebruik van dienstige muzikanten, vaklui die bijvoorbeeld op zijn dringende verzoek het geloei van een welbepaalde koe aan een elektrische gitaar konden ontlokken. Hij hoefde maar te kikken of hij kreeg wat hij wilde, bijvoorbeeld: het geluid van een orgeltje dat hij in de jaren 60 in ‘Telstar’ van The Tornados en in het repertoire van The Kingsmen had gehoord. ‘Ik wil iets met een hoek eraf, maar toch groovy,’ klonk het ook. Gitarist Bruno Fevery vroeg: ‘Wat bedoel je met groovy? Funky?’ Arno: ‘Als ’t maar groovet.’ En met die informatie kon Fevery kennelijk meteen aan de slag. Arno zat er meestal zorgelijk bij tijdens de werkuren: zijn concentratie was met het blote oog niet van getob te onderscheiden als hij in een schoolschriftje zijn Europese teksten aan het fijnregelen was: ‘Je veux vivre dans un monde sans cholesterol avec un overdose de rock-’n-roll’. En nu jij weer.

Tussendoor kregen we, voor de contrastwerking, ook eerdere gedaantes van Arno te zien, toen hij jonger was en de voortrazende tijd, met z’n roofdierengebit, hem nog niet deerde. De geheel herziene en aangevulde Arno van nu – hij werd 67 toen deze documentaire werd gedraaid – zorgde er onwillekeurig voor dat dit portret ook iets zegde over de spanning – of het compromis – tussen ouderdom en het levensgevoel dat we onder bejaarden rock-’n-roll noemen. Het klimmen der jaren had hem niet van hoofdbrekens verlost, zei hij, integendeel. ‘Je suis un vieux motherfucker’: al wat hij zingt, is hij zelf, en zo hoort het ook. In zijn geboortestad Oostende zat Arno thee te drinken met de hoogbejaarde maker van animatiefilms Raoul Servais, ook een Oostendenaar. Ineens zei Arno merkwaardig fel, als in een opwelling, dat hij steeds meer last had van heimwee naar vroeger, en dat hij waarlijk de pest had aan dat nostalgische gevoel. Hij keek erbij alsof hij iets proefde dat je in een restaurant meteen zou terugsturen. Servais kon er in het West-Vlaams van meespreken: ‘Nostalgie, melancholie… Je bent nog jong, wacht maar tot je 88 bent, zoals ik.’ ‘Ik ben 67 en ik heb er nu al last van!’ riep Arno, nu nog feller. Op een ander moment in deze documentaire klaarde hij helemaal op toen hij het hups rammelende spotliedje ‘Mr. Pleasant’ van The Kinks hoorde, alsof iets dierbaars uit het verleden en z’n eigen jonge jaren 2 minuten en 59 seconden lang een herkansing kregen in het nu. Zo werkt nostalgie ook. Arno wilde het liefst in het heden leven, onaangedaan door gisteren noch door morgen, en intussen almaar cd’s maken en op tournee gaan, en daarna nog meer cd’s maken en opnieuw de hort op. De tredmolen als uitweg uit de werkelijkheid: een illusie waar ik ook wel voor te vinden ben. ‘Arno: Dancing Inside My Head’ keerde Arno niet binnenstebuiten en boorde ook geen peilloos diepe lagen aan, maar we kregen hem wel te zien tijdens momenten dat hij zich minder van de camera leek aan te trekken dan gewoonlijk. Let wel: minder is voor een oude rot in het vak nog altijd beduidend meer dan niets. Niettemin: een mooi portret.

Bekijk hier de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234