Bruce Springsteen.Beeld Apple

Televisie★★★★★

‘Bruce Springsteen’s Letter to You’ bevat alles wat muziek kan en mag en moet zijn

Bruce Springsteen en zijn E Street Band zijn, in de woorden van de ouwe zelf, een conversatie die al 45 jaar duurt. Met horten en stoten, zoals elk goed gesprek. Soms valt dat stil en kijkt men peinzend diep in zijn glas of staart in de verte. Met ouder worden duren de stiltes langer: niet dat de woorden opraken, er zijn er gewoon minder nodig om uit te leggen waarover het gaat.

In de openingsbeelden van ‘Letter to You’, een nieuwe documentaire op Apple TV+ die de gelijknamige nieuwe plaat van Springsteen begeleidt, zie je witte winterlandschappen, een bevroren rivier, voetsporen in de sneeuw, wat shots van een mijmerende Springsteen. De studio op het erf van de baas waar de plaat is opgenomen heeft iets van een Zwitserse chalet, met ernstig kijkende mannen achter de knoppen en meer gitaren dan goed is voor een mens.

Max Weinberg stapt als eerste binnen. Daarna volgt de rest, van de heart-stopping, pants-dropping, hard-rocking, booty-shaking, love-making, earth-quaking, Viagra-taking, justifying, death-defying, legendary E Street Band. Ook de members in absentia: Danny Federici en Clarence Clemons, bloedbroeders die al aan gene zijde zijn, maar ondanks hun atomaire staat nog voelbaar aanwezig. Ze zijn nog altijd deel van het gesprek, dat al zo lang gaande is dat ze bijna niet meer weten wanneer het begonnen is. Terwijl de plaat die ze aan het opnemen zijn net daarover gaat: met verwondering, verbazing en dankbaarheid terugkijken op de lange weg die afgelegd is.

Rock begon als een zaak van en voor jongeren: de revolutie zat verstopt in de telegenieke heupzwaai van Presley. ‘Hij gaf als eerste het signaal dat je anders kunt zijn,’ zegt Springsteen over de Pelvis. Daarna kwam ‘I Want to Hold Your Hand’ van The Beatles, puberliefde met onweerstaanbare refreinen en nog wat later ‘Like a Rolling Stone’ van Bob Dylan: alsof je hersenpan werd opgetild en tegelijk de bliksem insloeg.

Nu is rock een zaak voor oude mensen, die zo goed en zo kwaad mogelijk hun verleden restaureren en inventariseren opdat hun kinderen zouden blijven weten wie ze waren. Nostalgie is een integraal deel van het werk van Springsteen: er wordt in zijn liederen zo vaak achteromgekeken dat hij er een permanente stijve nek heeft aan over gehouden. Het begon met ‘Glory Days’ op ‘Born in the USA’, toen hij amper 35 was en het krijgt een voorlopig einde in ‘Letter to You’, zijn laatste plaat, die meteen één van zijn beste is. Wie na vijftig jaar muziek nog zulke platen kan maken, heeft niet vergeefs geleefd.

‘Is het eenzaamheid, honger, verlangen, de nood om gehoord te worden: het is het allemaal,’ mediteert Springsteen over zijn artistieke motivatie aan het begin van de film. En hij roept zijn discipelen samen: ‘Congregate and take your notebooks’. Een pater met een Fender. Van in het begin is het duidelijk dat dit een film is over Springsteen en de band maar vooral over Springsteen, die zo subtiel weer aan iedereen toont wie de baas is. Alsof we dat nog niet wisten.

Van Zandt en Nils Lofgren zijn fysiek de dikke Boeddha en de smalle Mahatma Gandhi van de groep. Van Zandt mag zelfs weleens een song arrangeren (denken wij hiervoor bijvoorbeeld aan de fabeltastische blazerspartij op ‘Tenth Avenue Freeze Out’). De anderen luisteren braafjes en noteren. Springsteen etaleert wat ik ook graag als woord van 2020 zou neerleggen bij het Groene Boekje: lijzig leiderschap. Hij dwingt met zijn ogen, moet nauwelijks zijn stem verheffen maar je ziet iedereen wel braafjes luisteren.

‘They can float like a butterfly and sting like a bee,’ zegt Bruce over zijn band, daarmee het epitheton ornans van de Mighty Muhammed Ali nieuw leven inblazend. Ze kunnen ook goed luisteren en zijn na vijftig jaar oefenen in staat om een hele plaat op te nemen in vier dagen. ‘We hadden vijf dagen geboekt, maar de vijfde dag hebben we alleen geluisterd naar de opnames,’ zegt Van Zandt. ‘We’re back on our Beatles schedule, drie uur per nummer was genoeg.’ Je ziet in de film jammer genoeg weinig van de dynamiek van de groep: een opnamestudio is niet gemaakt om documentaires in te draaien, zo blijkt. De camera zwiept en zwalpt van het ene einde naar het andere en zit de muzikanten noodgedwongen dicht op de huid – wat soms interessant is, maar je mist overzicht. De zenuwachtige montage begint ook snel op de zenuwen te werken.

Maar wat een prachtige koppen hebben die mannen toch: een Mount Rushmore van getaande en gelouterde senioren, een muzikale versie van de Sopranos, die geconcentreerd hun job doen. Veel rimpels ook, hopelijk van het lachen. De beelden van binnen worden regelmatig afgewisseld met drone gestuurde buitenopnames van – o symboliek – winterlandschappen, die wat lucht geven aan de drukke densiteit in de studio.

Als Jon Landau, manager, de opnames bezoekt heeft hij de eerste data van de zomertour in Europa bij. Iedereen glundert: ‘Vier keer spelen in San Siro! Weet je nog dat ze in Napels zelfs de verborgen harmonieën van ‘Rosalita’ meezongen?’ Tot Rosalita vervangen werd door Corona en de tour, hopelijk niet voor altijd, uitgesteld moest worden.

De plaat is voor een deel een in memoriam voor Bruces maatje George Theiss, waarmee hij van 1965 tot 1968 in The Castiles zat. ‘Sommige dingen vergeet je nooit. Ik ben de laatste overlevende van die band. Ik draag de film op aan mijn eerste en belangrijkste opleiding die ik kreeg in de hogeschool van de muziek, bij de Mighty Castiles’. Alles bij Springsteen is Mighty.

En ze zetten ‘Last Man Standing’ in: ‘Glory days’ 35 jaar later, met veel meer levenservaring en verdriet (dat veroorzaakt wordt door die levenservaring). We zijn nog geen twintig minuten ver en ik heb het gevoel dat er al de hele tijd iemand naast mij ajuinen staat te pellen.

Ze nemen ook drie nummers op uit hun beginperiode: het is verbazend hoe modern ze klinken, al verdrinken ze soms in delirische woordenstromen, waar de jonge Springsteen, die in 1973 veel weg had van de jonge Che Guevara, weleens meer last van had. Vijftig jaar later passen ze naadloos in het nieuw repertoire. Wat tegelijk aantoont dat Springsteen al vijftig jaar hetzelfde doet. Alle nummers hebben wel ergens tegen bestaande nummers aan gelegen en roepen herinneringen op van weer andere nummers, maar ze zijn allemaal toch fantastisch op zichzelf.

Zelden heeft iemand ‘schoenmaker blijf bij uw leest’ beter toegepast dan Springsteen.

Er wordt zorgvuldig naar een hoogtepunt gewerkt: eerst ‘Ghosts’. Er wordt luidop gediscussieerd over de structuur van de song, er worden backing uitgeprobeerd die zo vals als een kat klinken. Men lacht. Hier hebben we handclaps nodig, zeggen Springsteen en Van Zandt tegelijk en ze improviseren ze ter plekke. Dat eindigt in een verschroeide versie van wat misschien wel de ‘Born to Run’ van deze plaat is. Die drums dus die invallen als de hemel op uw hoofd! Die gitaren, meters dik! Dat jubelende refrein! ‘Ghosts’ heeft niets meer van de baldadige overmoed van de jeugd, maar men is als oudere jongere gewoon al blij nog te leven, ongeveer alle daarvoor noodzakelijke lichaamsonderdelen incluis. ‘I’m alive,’ klinkt het hemelbestormend uit duizend kelen. Waaronder die van mij – tot groot ongenoegen van mijn huisgenoten, die die hele Springsteen niet snappen en mij al helemaal niet.

'Bruce Sringsteen's Letter to You'.Beeld Apple

Het lied voor de gevallen makkers ‘I See You in My Dreams’ hakt er nog dieper in. ‘Waar gaan we naartoe na onze dood?’ vraagt sombermans zich af en hij maakt er een prachtig lied over, dat bij de nazit misschien wel de mooiste beelden van de film oplevert. Manager Jon Landau krijgt het moeilijk, houdt het niet en begint grimassend te wenen. ‘Mooi hè,’ zegt Bruce een beetje verontschuldigend achteraf tegen Landau. ‘Mooi? Magnifiek ja’, stamelt Landau. En dan zie je tijdens één milliseconde de tevreden grijns van de Boss. Mission accomplished. Dat lied gaat nog duizenden begrafenissen opluisteren.

Er wordt afgesloten met een uitbundig en jagend en spectoriaans ‘Burning Train’, waarop iedereen weer loos mag gaan en de lach terugkeert. ‘We blijven dit doen tot we allemaal in onze doos liggen’, zegt de Boss maar een klein beetje grappend bij het einde van de sessie met een kelkje tequila. ‘I love all of you beyond words’, zegt hij ook. Same here, denk ik vanop mijn zeteltje, hoe belachelijk dat ook moge klinken.

Op de aftiteling heet Miami Steve Van Zandt plots weer Stevie Van Zandt. Alles wat muziek kan en mag en moet zijn, zit in deze film. Dat had Marc Mijlemans nog moeten meemaken.

‘Bruce Springsteen’s Letter to You’ is nu te zien op Apple TV+

Lees ook:

Bruce Springsteen: ‘Als dit onze laatste plaat blijkt, gaan we toch swingend naar de uitgang!’

RECENSIE. ‘Letter to You’ van Bruce Springsteen: ‘Bedankt voor de brief, Baas’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234